Headline

Slogan

Inlog formulier

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte over De Rode Ridder! Selecteer hieronder de nieuwsitems waarvoor U zich wenst in te schrijven.

233. Doctor Faustus

Algemene informatie

Tekeningen

  • Claus D. Scholz

Scenario

  • Martin Lodewijk

Inkleuring

Uitgifte

  • 14/03/2012

Samenvatting

Wanneer Johan en Indigo na een jachtpartij terugkeren naar het kasteel van Horst vinden zij het slot in alle stilte terug.  Alle bewoners zijn ter plaatse neergestort en voor dood achtergelaten.  Een onderzoek in de keuken maakt duidelijk dat iedereen verdoofd werd door het ochtendmaal.

Gillis, een koksjongen, at niet mee en is aan het verdovende middel ontsnapt.  Hij zag het hele gebeuren: twee vreemdelingen, een rijke reiziger en zijn gezel in een donkere kapmantel stelden ’s ochtends voor om in ruil voor gastvrijheid een lekkernij voor te schotelen.  Enkele uren lag iedereen voor dood neer.  Door het raam zag Gillis nog net hoe beide mannen Magist Magiste, de blinde alchemist die met Indogo op Horst verblijft, in het zadel hielpen.  Vlak voor ze doorreden ving Gillis nog een glimp op van het aangezicht van de man in de kapmantel.  Het was dat van een grijnzende duivel.

Indigo brouwt in het laboratorium van haar vader direct een tegengif, zodat de getroffenen in Horst uit hun verdoving worden geholpen.  Een ontwaakte Hugo Pynnock bevestigt het verhaal van Gillis en kan nog toevoegen dat ze zich voorstelden als Doctor Faustus en zijn dienaar Joost.  Intussen vindt Indigo een aanwijzing die haar vader achterliet.  In een omgestoten hoeveelheid kaneelpoeder werd in de gauwte ‘CHIRAC’ gekrabbeld…
De maan is reeds opgekomen wanneer de Rode Ridder en de Blauwe Heks hun dolle rit naar het kasteel van Chirac aanvangen.  Johan houdt er rekening mee dat ze vermoedelijk sneller reizen dan de ontvoerders, omdat de blinde alchemist hun reis vertraagt.  Het biedt Johan en Indigo de tijd om onderweg hun haren te kleuren en andere kledij te kopen.
Johan vergist zich echter.  Faustus’ demonische dienaar beschikt over de gave om hun reistijd aanzienlijk korter te maken.  In ruil dient Doctor Faustus gedurende de rit helse pijnen te verdragen.

Een dag later staan Johan en Indigo, verkleed als Amadee van Bohemen en vrouwe Amalia, voor de poorten van het slot van Chirac.  Door de duivelse ingreep van Joost zijn ook Faustus en zijn gevangene reeds in de burcht aanwezig.  Joost vangt de reuk op van Johan, die reeds een hellevaart heeft overleeft.  Wanneer het vermomde tweetal worden ontvangen door Guillaume de Joubert, de wapenmeester, is het voor Joost duidelijk: Johan is een ideaal onderzoeksobject.  Als de blinde alchemist hem opensnijdt zou zijn onderzoek naar onsterfelijkheid grote vorderingen kunnen maken.  Doctor Faustus, die met zijn alchemistische krachten het gezag over de soldaten van Chirac heeft verkregen, laat Johan onmiddellijk arresteren.  Johan en Indigo worden na een duchtig vereer neergeslagen.

Terwijl Indigo in een cel wordt opgesloten, brengen ze de bewusteloze Rode Ridder als studieobject bij Magist Magiste.  Als de blinde alchemist het lichaam onderzoekt, herkent hij Johan aan het kloppen van zijn hart.  Uiteraard helpt hij Johan te ontsnappen.

Intussen is Guillaume de Joubert in gedachten verzonken.  Na de dood van de graaf Chirac beheert hij de burcht tot de koning een nieuwe heer aanstelt.  Machteloos moest hij toezien hoe zijn soldeniers plooiden voor de angst die Faustus en zijn dienaar Joost zaaiden en zijn gezag ondermijnden.  Hij herkende de Rode Ridder en Indigo aan hun vechtstijl.  Hij slaagt er in Indigo te overtuigen haar vader om te praten om Doctor Faustus niet meer te helpen.

Doctor Faustus is er intussen echter achter gekomen dat de blinde alchemist de hand in Johans ontsnapping had.  In woede besluit hij de alchemist mee te sleuren naar het graf van graaf Chirac.  Chirac kreeg immers het levenselixir van Magist te drinken, maar werd door de brand van zijn kasteel verteerd.  Reeds geruime tijd durft niemand meer in de buurt van de crypte te komen.  Men zou vreemde geluiden, stemmen en geratel van botten horen.  Misschien was de alchemist wel succesrijker dan iemand ooit kon vermoeden?

Net wanneer de crypte wordt opengebroken komen Johan en Indigo, die elkaar hebben teruggevonden, tussenbeide.  Joost, die zijn meester enkel dient, maar niet verdedigt, kiest het hazenpad.  Toch ziet hij nog gauw de kans om de crypte volledig open te breken.  Tot grote vreugde van Doctor Faustus, maar ontzetting van alle anderen, komen de restanten van de graaf van Chirac terug tot leven.  De verzameling botten die eens het vlees van de graaf droegen springt uit de crypte.  Gewapend met een zwaard houwt hij in op de Rode Ridder.

Terwijl Johan duchtig weerwerk biedt, werpt Indigo een explosief zakje dat haar vader wist mee te smokkelen naar het geraamte.  Het geraamte vat vuur, waarbij zijn kans ziet om zijn zwaard naar het skelet te werpen.  De restanten van Chirac verliezen hun evenwicht.  Doctor Faustus, die niet op tijd kon wegspringen, wordt in de val meegesleurd en beiden vallen in de opgengebroken crypte, waar het vuur beiden verteert.

In een geladen stilte komen de Rode Ridder, Indigo en Magist Magiste uit de kapel en wandelen naar de stallen.  Terwijl de blinde alchemist vertelt hoe Faustus een weddenschap met de duivel won, maar hierbij om de tuin geleid werd, wordt de terugreis naar Horst aangevangen.

 

Met ‘Doctor Faustus’ is het opnieuw Martin Lodewijk die ons op avontuur meeneemt.  Samen met Johan bezoeken we opnieuw het slot van Chirac, waar het tweede verhaal uit zijn pen zich reeds afspeelde.  Wie het album gelezen heeft, weet uiteraard dat we de draad van de graaf van Chirac ooit konden opnemen.  Dat dit uitgerekend met ‘Doctor Faustus’ -een alchemist die op zoek is naar het eeuwig leven- gebeurt, stoort niet en voelt op zich zelfs logisch aan.

Ook de verwijzingen naar ‘De blauwe heks’, zoals Magist Magiste die aan de hartslag voelt dat men de Rode Ridder voor hem op tafel hebben gelegd, zijn gepast en ongeforceerd; al komt de verwijzing naar ‘Modgudur’, waardoor enkel Johan de reuk van de zwavel uit de hel met zich meedraagt, vrij selectief over.

Al bij al is het geen grote verstoring van het leesplezier dat geregeld een hoog spanningsniveau haalt.  Helaas wordt deze spanning een paar keer onnodig verbroken om dat de scenarist zijn verhaal té volledig wil vertellen.  Zo krijgen we in het heetst van de strijd een technische uitleg over het exploderende zakje dat de alchemist ontwierp.  Het onderbreekt helaas de spanning van het eerste leesmoment.  Bij het herlezen van het album wordt hier echter gewoon over gelezen.

Wie horrorfilms als ‘The Skeleton Key’ zag, weet waarschijnlijk bij de eerste prent aan welke ontknoping we ons mogen verwachten.  Door Doctor Faustus het lot van een onsterfelijke die op zoek is naar lichamelijke onsterfelijkheid lot toe te kennen, creëert men echter wel een nieuwe slechterik die –in tegenstelling tot Bahaal- niet altijd herkend zal worden door de Rode Ridder.

Als tekeningen krijgen we alweer het meer dan degelijke werk van Claus.  Indigo heeft er –ook met zwart haar- nog nooit zo goed uitgezien.  Hoewel de twee monsters ook mogen gezien worden, laat men hier echter twee keer een klein steekje vallen.  Een eerste keer wanneer Joosts gezicht nog in de kapmantel steekt; al ligt dit ook aan een minder gelukt inkleuring.  Een tweede misser vind ik het dubbel paar ogen van Joost.  Deze dragen niets bij tot het verhaal of personage.  Integendeel. Wie het bovenste paar ogen in prent 51.3 afdekt, ziet meteen dat dit figuur nog angstaanjagender had geweest mocht hij twee ogen minder hebben.  Een spijtige mistekening die het leesplezier echter nooit aantast.

Alles in rekening gebracht is ‘Doctor Faustus’ een degelijk, spannend verhaal dat de verhaallijn van Chirac afsluit , maar gelijkertijd een nieuwe, uiterst gevaarlijke tegenstander introduceert.  Het opent ongetwijfeld een heel pak perspectieven om Johan nieuwe avonturen te laten beleven!

Verwijzingen

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

Voorwerpen

Quote van de dag

Die knapen zijn niet in mijn dienst.
En wat meer is, uw toon bevalt mij niet!

 

Johan in 'De gouden sporen'

Kalender