Inlog formulier

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte over De Rode Ridder! Selecteer hieronder de nieuwsitems waarvoor U zich wenst in te schrijven.

011. De zilveren adelaar

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1962

Samenvatting

Johan, de Rode Ridder, en twee landgenoten, Berthold van Damburg en Eric van Ravensteen zijn, zeer succesvol, aanwezig op een steekspel in het Rijnland.
Plots wordt de ervaren Berthold uitgedaagd door een (te) jonge knaap die strijdt onder het blazoen van een zilveren adelaar. Berthold weigert te kampen tegen een "kind" en de uitdaging wordt inderdaad afgewezen. De strijdmakkers van de knaap willen zijn taak overnemen en maken zich klaar om Van Damburg en Van Ravensteen te bekampen. Maar er is bedrog in het spel. De twee Vlamingen winnen makkelijk en tot hun verbazing blijkt hun beider tegenstander toch de jonge knaap geweest te zijn. De jongen is dood en zijn twee zonderlinge strijdmakkers banen zich gewapenderhand een weg door het tentenkamp van het toernooi. De drie vrienden zijn aangeslagen en gezamenlijk zweren zij de twee mannen op te sporen.
Zij verlaten daarop de stad, gevolgd door een geheimzinnige troubadour.

Dagen later, na vruchteloos zoeken, krijgen de drie ridders plotseling bezoek van hun achtervolger die hun voorstelt om de ballade van de Zilveren Adelaar te zingen in ruil voor een maaltijd. Het lied gaat over de gebeurtenissen op het toernooi. De jeugdige kamper had door magische krachten onoverwinnelijk moeten zijn en de twee ridders die hem gedood hebben zullen hiervoor boeten.
Opeens springt de troubadour uit het raam en verdwijnt. Johan en zijn vrienden gaan er achteraan. Met vreemde verschijnselen zoal die van een oplichtend blazoen met de Zilveren Adelaar worden zij steeds verder meegelokt.
Johan bedenkt een list om de troubadour te pakken te krijgen en dat lukt.
Wanneer de man bijkomt van de verrassingsaanval, waarschuwt hij de ridders dat hij hen moest uitleveren aan een onbekende vijand. Op dat moment, terwijl hij op het punt staat alles te onthullen, verschijnt er een agressieve Magyaar te paard, die enkele pijlen op hen afschiet. De ruiter verdwijnt weer snel maar één van zijn pijlen blijkt de troubadour gedood te hebben.
De drie ridders rijden verder richting een burcht die zij in de verte hadden ontwaard. Even later stuiten zij op een bende Magyaren, die bloed ruiken. Na felle strijd breken onze vrienden door, maar Johan verliest hierbij zijn paard en vlucht strijdend het dichte bos in. Uiteindelijk weet hij zijn achtervolgers af te schudden en uitgeput en zonder te weten wat er is geworden van Berthold en Erik, valt hij in slaap. Hij wordt even later overvallen door wolven, maar op tijd gered door een oude heer en zijn gezel.
De heer blijkt de Graaf van Sebald te zijn en bewoner van de burcht. Hij biedt Johan gastvrijheid aan maar verzoekt hem wel op zijn kamer te blijven omdat hij de ridder een pijnlijke ontmoeting met zijn zwakzinnige vrouw wil besparen.

Wanneer Johan enkele dagen later bij toeval een beker ontdekt met het blazoen van de Zilveren Adelaar erop, beseft hij dat hij de gevangene is van Sebald en gaat op onderzoek uit. Hij vindt de Gravin, opgesloten op haar kamer. Zij vertelt hem dat de gedode knaap hun zoon was, dat haar man alchemie beoefent, maar ook dat Johans vrienden in de kerker zitten.
Op dat moment wordt de Rode Ridder gesnapt door Sebald en zijn soldeniers. Hij weet echter met een dolk op de rug van de graaf af te dwingen dat hij naar Erik en Berthold gebracht wordt.
Bevrijd en wel gaan zij naar de wapenzaal, maar daar weet de graaf te ontsnappen. De ridders maken zich op voor een beleg, terwijl Sebald een magische drank wil bereiden om zijn soldeniers grote kracht te geven.

Maar voordat het zover kan komen, valt de bende Magyaren de burcht binnen, doodt alle soldeniers en zet de vluchtende graaf na. Sebald smijt zijn schatkist door het open dak de wapenzaal in waardoor hij de plunderaars op de nek van de 3 ridders stuurt.
Een felle strijd ontbrandt en Johan en zijn vrienden houden met veel moeite stand. Als er brand is uitgebroken en de Rode Ridder de aanvoerder van de Magyaren weet te vellen, slaan de aanvallers op de vlucht.
De ridders stoten bij hun uitweg op de stervende graaf, die hun nog de sleutel van de kamer van zijn vrouw geeft. Ze bevrijden de gravin en brengen haar de brandende burcht uit. Wenend vertelt zij haar droevige geschiedenis. Haar trotse man brouwde met zijn kennis van alchemie ophitsende dranken die zijn krachten verdubbelden. Zo won hij op toernooien titels en rijkdom. Hun zoon moest dat voortzetten, maar zijn brouwsels faalden. De dood van de knaap moest gewroken worden, maar het leidde tot hun eigen ondergang.
De gravin beslist zich terug te trekken in een klooster. Het mysterie is opgehelderd en de Rode Ridder neemt afscheid van zijn vrienden en trekt alleen verder,...verre en onbekende horizonten tegemoet....

De Zilveren Adelaar is een echt ridderverhaal in optima forma. Het verhaal heeft een typisch middeleeuwse en beetje magische sfeer, met de prachtige toernooiscènes in het begin, de geheimzinnige troubadour, de stenen burcht van de graaf en de wrede plunderaars uit de steppen van Oost-Europa. En het draait natuurlijk om ridders, die hun eer en glorie op toernooien zoeken. Maar daarboven zijn Erik, Berthold en Johan hun riddereed en plicht verschuldigd om op zoek te gaan naar de kornuiten van de jonge knaap die het leven liet. Deze jongen droeg de Zilveren Adelaar in zijn blazoen, zijn wapenschild, dat in die tijd iemands afkomst toonde.
De hoofdlijn van het verhaal wordt een aantal keren prettig gestoord door de Magyaren. De eerste schiet de troubadour dood met een (verloren?) pijl, de bende onder leiding van Ugara slaat Johans groepje uiteen en valt later de burcht van de graaf binnen met alle noodlottige gevolgen van dien.
Het tekenwerk vind ik geweldig. Karel Verschuere op zijn best! Prachtige decors en goeie koppen. Meteen op de eerste pagina al, scherp in klare lijn getekend. Neem nou die kop van Johan in strook 3, daar straalt karakter van af. De fijnproevers zal opvallen dat de stroken 87 en 88 ineens door dezelfde medewerker lijken te zijn getekend en geinkt als de albums 6, 7 en 8. Kijk maar eens goed.

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

Voorwerpen

Volkeren

Quote van de dag

Laat die vrouwen maar kletsen.
Ik ben hier de baas.

Komec in 'De galmende kinkhoorns'