Headline

Slogan

Inlog formulier

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte over De Rode Ridder! Selecteer hieronder de nieuwsitems waarvoor U zich wenst in te schrijven.

207. De grot van de beer

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Inkleuring

Uitgiftedatum

14/09/2005

Samenvatting

We beginnen het verhaal met onze held Johan die tegen het vallen van de avond een geschikte overnachtingplaats vindt dicht bij een waterval. Na een kampvuur te hebben ontstoken en een warme maaltijd bereid te hebben, begint hij al starend in het kampvuur terug te denken aan zijn avonturen en vrienden van weleer zoals Merlijn, Koning Arthur, Almeric Pynnock, Yorimoto en ook Karel de Montabour. Terwijl hij zich te ruste legt maakt hij duidelijk dat hij verlangt naar rust, maar onze held beseft ook dat deze pas komen gaat als Bahaal voorgoed verslagen is.

Opeens, terwijl Johan ligt te slapen rijzen er primitieve gestalten uit de grond die onze held belagen. Ohaën probeert zich nog te verzetten maar bezwijkt onder de grote overmacht en wordt bewusteloos afgevoerd. Even laten komt hij weer bij bewustzijn. Hij treft er een van de primitieve gestalten die hem haarloze noemt en hem vertelt dat ze zich snel bij de andere delers moeten vervoegen vooraleer ze de zweep van de beer voelen. Dit was echter te voorbarig want al knalt een zweep genadeloos door de lucht, één van de bewakers heeft het 2 tal opgemerkt en probeert ze aan het werk te krijgen. Dit is echter niet naar de zin van onze held en hij duikt naar de bewaker in een poging deze te overmeesteren. Zijn poging valt compleet in het water, of beter het zand daar Johan voorover valt en bemerkt dat hij vast zit met een keten. Johan en zijn partner worden daarna meegevoerd naar een mijn, verlicht door lichtgevende schimmels en zwammen. Een aanblik waarvan Johan zich de vergelijking maakt met het Gehenna ( Vagevuur).

Onze held besluit dat hij eerst meer moet te weten komen over de situatie waarin hij zich bevindt, alvorens hij aan een ontsnappingspoging kan beginnen. Het valt onze held op dat iedereen sist en fluit behalve de bewakers en zijn ketengenoot, hij vraag aan zijn compagnon hoe dat komt. Deze vertelt hem dat hij ook eens een bewaker was en dat alle bewakers de taal leren van de dienaars van de beer. Op dat ogenblik verschijnt er een aapje ten tonele waarop alle slaven knielen, behalve Johan. Het aapje kruipt op een van de mannen en begint te krijsen. Een oude man verschijnt ten tonele, de hoeder van de beer, geflankeerd door enkele lijfwachten. Een van hen fluit een boodschap, die Johans metgezel vertaalt. Iedereen moet meekomen om het offermaal te aanschouwen dat ze aan hun god gaan geven.

Enkele seconden later staat onze held temidden van alle delvers rond een heuse arena en ziet de hoeder van de beer gevolgd door een jonge vrouw een troon bestijgen. Even later wordt de werker die door het aapje was uitgekozen voorgeleid en in de arena geworpen. Terwijl deze versuft opstaat opent er achter hem een traliehek waar een beer uitkomt. Johan herkent hem als een circusbeer door de neusring en getrokken hoektanden. Onder de hypnotiserende klanken van een draaiorgel gaat de beer tot de aanval over en verscheurt zijn prooi. Door Johan’s afkeer valt hij echter op in het publiek en trekt zo de aandacht van de jonge vrouw die meteen een van de bewakers de opdracht geeft hem naar haar vertrekken te brengen. Terwijl Johan zich verfrist komt de dame binnen en beveelt haar bedienden hem te kleden.

Even later waagt Johan zijn ontsnappingspoging die helaas mislukt daar de jonge vrouw een behendig messenwerpster blijkt te zijn. Even later wordt hij terug geboeid en vertelt de vrouw de geschiedenis van de grot.

Als rondrijzend circusgezelschap hielden zij halt aan het meertje waar ook onze held in het begin van het verhaal zijn kamp optrok. Nadat ze hun aapje Piastro kwijt waren zochten ze de omgeving af en ontdekten zo een grot achter de waterval. Na in de grot te hebben afgedaald troffen ze daar het aapje aan maar niet alleen! In de verlichte grot bleek een volk te leven, die enorm onder de indruk van Bellart schenen te zijn; dit omdat Bellart een berenhoofddeksel droeg en dat de beer hun afgod bleek te zijn. Ze werden ontvangen als afgezanten van de goden, en werden beladen met goud en edelstenen. Toen ze even later Brutus, hun beer, naar binnen brachten werden zij aanzien als de hoeders van hun god. De bevolking bracht Hen geschenken en werd te werk gesteld in de mijnen.
Met het goud wordt gewerkt aan een oorlog, een oorlog die Filips de Schone van de troon zou moeten stoten.

Even later probeert de jonge vrouw (Mariza) Johan te verleiden. Een uitnodiging waar onze held voor bedankt, wat de jonge vrouw in woede doet ontsteken. Onze held wordt terug naar de mijnen gebracht waar hij terug moet delven. Hier komt hij van zijn vriend meer te weten over hun bevolking en waarom ze onder de grond leven.
Hun gesprek wordt echter gestoord wanneer een bewaker een geschenk voor Johan af komt leveren, geschonken door Mariza om hem erop te wijzen wat hij afgeslagen heeft. Het is een kroes bier.

Even later vertelt Johan’s metgezel hoe hij zijn bewakerspositie verloor toen zijn zuster zich verzette tegen de hoeder van de beer, toen deze zich aan haar vergreep. Dit is voor Johan genoeg en hij geeft zijn woord aan zijn metgezel dat zijn zuster zal worden gewroken!

Ondertussen zijn in een ander vertrek, Mariza en haar vader in gesprek over het mislukken van hun poging Johan voor zich te winnen, en bespreken ze ook hun toekomstige veroveringen. Het enige dat Mariza nog vraagt aan haar vader is de offering van Johan als deze zich blijft verzetten tegen haar avances.

In de mijn worden de namen uitgewisseld en zo komen we de naam van Johan’s metgezel te weten. Dixit. Verder komt onze held te weten dat er nog sterkere dranken vanuit de bovenwereld aanwezig zijn en krijgt hij een plan. Het volgende ogenblik verbreken onze helden de ketens en sluipen via een kloof naar het paleis van de beer. Even later als onze helden in de bewaarplaats van de drank zitten merkt Johan plots voetstappen op. Een groep bewakers die hun drankvoorraad komen bijvullen. Dixit stelt voor de aandacht af te leiden en slaat op de vlucht met de bewakers achter zich. Even later struikelt hij over een geworpen lans en wordt daardoor even later overmeesterd. Aldus moet Johan met lede ogen aanschouwen hoe zijn vriend bewusteloos naar de offerkuil gedragen wordt. Even later worden de werkers terug samengedreven rond de offerkuil, waar Dixit weer bijkomt en beseft wat hem te wachten staat. Hij staat recht en begint zijn volk toe te spreken over hoe ze misleid worden door de haarlozen.
Als even later het hekken opengaat verschijnt Johan ten tonele die zijn zwaard plaatst op de keel van de hoeder van de beer. Zo verplicht hij Lothar een oud kermisdeuntje te spelen, iets wat de beer herkent. Even later begint de beer te dansen en kijkt het volk van de beer verbaast toe. Als even later de beer dreigt zijn vriend aan te vallen werpt Johan een speer dwars door het dier en redt zo Dixit van een wisse dood. Even later breekt de hel los en vechten de 2 vrienden zij aan zij tegen een grote overmacht. Plots worden zij echter ontzet uit onverwachte hoek wanneer het volk van de beer in opstand komt.

Dixit besluit samen met onze held te ontvluchten en samen gaan ze richting uitgang. Daar worden ze echter opgewacht door Bellart en enkele bewakers. Terwijl Johan een verbitterde strijd levert tegen Bellart probeert Dixit een mechanisme in gang te krijgen. Opeens verliest Johan in het midden van het gevecht zijn zwaard. Onze held slaagt erin ongewapend Bellart over zich te werpen, wat deze laatste met zijn leven bekoopt daar hij terechtkomt op de punt van Johans zwaard. Hierop ontsteekt Mariza in woede, en wilt ze een mes werpen in de richting van Johan. Maar onze held had het gevaar reeds gezien en wierp het zwaard van Bellart om haar uit te schakelen. Even later gilt Dixit dat ze weg moeten en begint de grot in te storten, Dixit heeft het mechanisme los gekregen!
Eindelijk komen de twee vrienden heelhuids aan de oppervlakte, waar Johan tot zijn verbazing zijn persoonlijke spullen aantreft. Hierna neemt hij afscheid van zijn vriend Dixit en vertrekt, op weg naar nieuwe avonturen.

Het was ondraaglijk lang wachten, maar eindelijk hebben we de nieuwe rode ridder kunnen verslinden.
We zouden hier een klassieke pluspunten – minpunten bespreking van kunnen maken, maar laten we dat niet doen! De balans is overweldigend positief!
De vertelstijl van Martin Lodewijk is gedurende een tiental pagina’s even wennen, komt waarschijnlijk omdat Biddeloo sneller vertelde! In zekere zin stelde ik vast dat de Rode Ridder onthaast is. Hij heeft tijd genoeg (ondanks het behouden aantal pagina’s) De Grot van de beer kent ook verscheidene goed gekozen climaxpunten; de eerste executie, de verleidingspoging, de tweede executie en de ontsnappingspoging. Het lijkt allemaal netjes gedoseerd en het maakt de strip onderhoudend. Het is ook de eenvoud van de gebeurtenissen die het minder aantal bladzijden laat volstaan. Leuk trouwens dat Martin Lodewijk ons een exacte situering kan geven, de regeerperiode van Filips de Schone (1285–1314). Benieuwd of deze situering nog preciezer zal worden. In elk geval is de nieuwe scenarist met verve geslaagd! Hij is er zelfs in geslaagd het koele kikkergehalte van Johan te verminderen. Zijn gelaatsuitdrukkingen ( en dat is dan weer het werk van de tekenaar) spreken bij momenten boekdelen!
Het tekenwerk dan! De tekenstijl is toch wel anders dan die van Karel Biddeloo, meer de stijl van pakweg een Frank Sels! Niettemin krijgen we een stoere Johan die weer wat jaartjes ouder lijkt, en zowaar grimassen heeft leren trekken. Het tekenwerk laat me achter met het gevoel erg gedetailleerd te zijn, met veel gevoel voor de weergave van emoties! Kortom, bij momenten is het echt genieten van de mooie tekeningen. Johan lijkt echter nog te evolueren, en ik denk dat we zijn definitieve uiterlijk pas binnen enkele verhalen gaan kunnen evalueren. Voor een tekenaar is dat natuurlijk een normale zaak! De inkleuring zit heel goed en de schaduweffecten katapulteren de Rode Ridder in de 21e eeuw.
Hoewel de meningen over de cover wat uiteenlopen, vind ik persoonlijk de achterkant vrij geslaagd. Het wapenschild is de perfecte symbiose van de ganse Roderidderreeks en de hertekende gezichten mogen er wezen!
Prima, Martin en Claus dit verhaal was het wachten meer dan waard!!!

Encyclopedie

Personages

Locaties

De Rode Ridder - Standaard Uitgeverij

Quote van de dag

Bij nacht door een woud reizen brengt gevaren mee, maar ik heb geen keus.

Johan in 'Het gebroken zwaard