Inlog formulier

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte over De Rode Ridder! Selecteer hieronder de nieuwsitems waarvoor U zich wenst in te schrijven.

De mens achter de held

ONLANGS werd KAREL BIDDELOO (49) gehuldigd voor het feit dat hij vijfentwintig jaar de avonturen schetst en schrijft van de Rode Ridder. Een strip die sinds mensenheugenis tot de bestverkopende in Vlaanderen behoort en ook in Nederland een trouwe aanhang kent. Gedurende die kwart eeuw is de ridder het leven van Biddeloo gaan beheersen: vierentwintig uur per etmaal, zeven dagen per week. Een hagelwit papier in de ochtend, een vol vel in de avond, dat is het ritme waaraan geen ontsnappen mogelijk is. Want een held kan nimmer versagen.

Een veeleisend adoptiekind.

KAREL Biddeloo (49) is altijd thuis. "Thuis" is een door bos omsingeld bungalowtje nabij Schilde - een plaatsje dat tegen Antwerpen aanleunt. Achter de vensters kan een toevallige voorbijganger tevens de contouren waarnemen van zijn Zweedse vrouw en twee honden, waarvan hij er een uit de klauwen van de vivisectie heeft gered.

Maar de dominante factor binnen het gezin is net zichtbaar: het 25-jarige adoptie-kind Johan, bijgenaamd De Rode Ridder. Een kwart eeuw geleden "erfde" Biddeloo dit personage van Willy Vandersteen, de nestor van het Belgische stripwezen.

Vandersteen wilde in 1967 van de Rode Ridder af, om zich aan nieuwe strips te kunnen wijden. Aanvankelijk was hij van plan geweest hem gewoon te laten sneuvelen, maar dat pikten de lezers niet. En zie, nu schrijven wij 1992 en is Vandersteen dood, maar de ridder springlevend.

"Ik had het geluk de oorspronkelijke potloodtekeningen erbij te krijgen, daar heb ik veel van geleerd.

Toen Vandersteen mij vroeg had ik al de nodige ervaring opgedaan. Ik werkte mee aan strips als Safari, Karl May, Biggles en ook De Rode Ridder. Tekeningen uitwerken of in de inkt zetten. Maar niet zelfstandig; ik was nog nooit van een wit blad begonnen."

Eerste

Numero 44 - De Drie Huurlingen - was het eerste album uit de pen van Biddeloo. Inmiddels is hij beland bij nummer 142. "Dat betekent vier per seizoen. Elk nieuw verhaal herinnert mij eraan dat ik drie maanden ouder ben geworden." Voorafgaand aan de albums verschijnen de strips dagelijks in drie kranten: De Standaard, De Gentenaar en Het Nieuwsblad. Voor Biddeloo betekent dat een permanente race tegen de klok. "Ik ben amper drie weken voor op het verhaal dat in de krant staat. Ik ben er dag en nacht mee bezig.

Niet alleen met tekst en tekeningen, maar ook met de bijbehorende documentatie. Vorig jaar heb ik een vrije dag genomen. Nou ja, een half dagje, want ik ben 's middags wat ideeen uit gaan werken. Een dag zonder werken - zoals nu jij er bent - is voor mij een verloren dag. Dat kan ik mij eigenlijk niet permitteren."

"Verder mag je natuurlijk nooit ziek zijn en moet je niet de perfectionist willen uithangen. Een tekening kun je niet uit blijven gummen. In de haast sterft er dan wat schoonheid. Soms geneer ik mij ronduit bij het zien van tekeningen; dan besef ik dat er collega's zijn met meer talent. Ik wil dan ook in de eerste plaats als fantast beschouwd worden en dan pas als tekenaar."

"Elke ochtend zit je blanco achter je tekentafel. Elke ochtend dat witte, lege blad voor je - een grote woestijn. 's Avonds voldoet het mij dan zeer als Ridder Johan weer wat verder in het verhaal is komen te staan. Ooit ben ik een compleet verhaal vooruit geweest - zaaalig was dat - maar dat tempo heb ik niet kunnen volhouden. Wat dat betreft is het net schaken, je moet veel zetten vooruit kunnen denken. Je kunt bij voorbeeld wel iemand dood laten gaan, maar misschien is hij in het volgende album wel uiterst bruikbaar. Bij twijfel kies ik altijd voor een compromis. Dan sla ik hem bij voorbeeld met blindheid. Mocht ik hem later nodig hebben verklaar ik hem voor genezen."

Misvatting

Dat je je bij een strip die in de Middeleeuwen speelt niet zou hoeven te bekommeren om trends van nu is volgens Biddeloo een misvatting. Gaandeweg heeft hij de albums van de ridder gekruid met horror, magie en science-fiction. "Het gaat erom zinvol in te spelen op de goesting van de mensen, he. Van de huidige generatie striplezers heb ik de indruk dat ze een boek in tien minuten uitlezen. Er is ook zoveel concurrentie van de visuele media. Ik beklaag me daar niet over, die media zijn tegelijkertijd een bron van inspiratie. Ideeën zat, ik zou dolgraag een strip in relief maken, een soort hologram. Technisch is het haalbaar en het hoeft zeker niet duurder te zijn dan de huidige albums. Ook heb ik geopperd een verhaal te maken wat op wc-rollen kan worden afgedrukt, elke dag kan de lezer dan op het toilet een nieuwe episode afscheuren. Op het allerlaatste moment is dat afgeketst. Strip-uitgeverijen zijn zo blij dat ze eindelijk serieus worden genomen dat ze niets meer aandurven. Vergeet niet, van elke twee boeken die er in Belgie worden verkocht is er een een strip. Wat dat betreft is er veel veranderd. Mijn schooltas werd nog in beslag genomen als daar een stripboek inzat."

Als kind tekende Karel Biddeloo al, bij voorkeur op ramen van trams. Maar pas in 1962 waagde hij zich aan strips. "Toen ontmoette ik mijn eerste grote liefde. Om indruk te maken stuurde ik haar getekende verhalen, waarin zij de belaagde maagd was en ik de redder in nood. Het is nooit wat geworden, ze stuurde mijn tekeningen terug of smeet ze in mijn gezicht. Ik heb haar uit het oog verloren, maar een paar maanden geleden belde ze op met de vraag of ik haar dochter wat adviezen kon geven, die wilde striptekenaar worden."

Kleur

Zijn huidige liefde Urssala Lindmark leerde hij kennen in de El Paso Club, een gelegenheid waar volwassenen in de gelegenheid worden gesteld zo natuurgetrouw mogelijk cowboy & indiaantje te spelen. Biddeloo was twintig jaar lid, maar komt er sinds een oogkwetsuur niet meer. "Men had oud buskruit gebruikt en bij een revolvergevecht kreeg ik daar wat van in het oog. Niettemin heb ik er goede herinneringen liggen." Een daarvan is Urssala. Sedert zes jaar "kleurt' zij alle albums van De Rode Ridder, secuur en belangrijk werk. "Kleur kan een verhaal maken en breken."

De verrichtingen van Biddeloo worden door historici kritisch gevolgd. Elke onjuistheid wordt meedogenloos afgestraft. Om zulks te vermijden brengt hij veel tijd door met het neuzen in archieven. Soms verandert hij op het laatste moment nog gauw een torentje van een kasteel. De kritiek is niet altijd terecht. Toen hij het waagde in een van Johans avonturen toiletten in een kasteel te situeren werd hij door een briefschrijver met hoon overladen. "Als die man de moeite had genomen een bezoekje te brengen aan, bij voorbeeld, Kasteel Gravensteen in Gent (twaalfde eeuw) had hij zich er met eigen ogen van kunnen overtuigen dat daar afvoerbuizen zitten die in de slotgracht lozen. Weliswaar primitief, maar toch ..."

Door het ontbreken van valse karaktertrekjes willen helden nog weleens storend saai zijn. Zo ook onze ridder. Zijn haar zit nooit in de war, hij vecht niet met volle mond, knijpt schone jonkvrouwen niet in de billen en doodt weliswaar met grote regelmaat, maar altijd met tegenzin. Biddeloo: "Hij is nu eenmaal een held: een zwart-wit-figuur zonder compromis. Mij stoort het niet, des te meer kan ik mij uitleven in de nevenfiguren."

Schurken

Die nevenfiguren zijn niet zelden naar levende personen getekend. Vooral waar het de schurkenrollen betreft. Ploerten, pooiers, dieven en moordenaars: niet zelden zijn zij gezegend met het konterfeitsel van Een Bekende Belg. Niet iedereen is echter bereid mee te spelen. "Daarom heb ik Urbanus onlangs moeten vergiftigen. Die stelde niet langer prijs op de rol van Urban, de Nar. Een snelle en pijnloze dood, hij heeft er niets van gevoeld."

Ook 'gewone' mensen kunnen zich in de albums terugvinden. Lieden die Biddeloo onderweg ergens ontmoet en wier koppen hem aanspreken. Een vuilnisman, een herbergier, een ambtenaar, een cafebezoeker. "Soms neem ik uitgebreid foto's, soms teken ik hun gezichten op een bierviltje." Toen hij in 1988 de Pynnock Ridders - liefhebbers die op het kasteel van Horst gedurende kantooruren in de Middeleeuwen leven - leerde kennen werd hun kasteel prompt de thuishaven van De Rode Ridder.

Aan iets anders dan de ridder zal Karel Biddeloo in dit leven wel niet meer toekomen. Of hij nu naar het journaal zit te kijken, een film ziet, een boek leest of een toevallige ontmoeting heeft: hij doet er altijd wel ideeen voor verdere avonturen bij op. En hoewel hij compleet uitgewerkte ideeen voor andere strips in de la heeft liggen zal een ander die toch moeten tekenen: hij heeft er geen tijd voor. Vervloekt hij die rotridder nooit?

"Ik kan hem niet in de steek laten, daarvoor heb ik te veel aan hem te danken. Natuurlijk botsen wij weleens. Het zou van mij ook wel wat harder mogen, zo af en toe. Maar de uitgever roept al gauw: voorzichtig met de rol van de kerk in de Middeleeuwen. Pas op met het religieuze aspect van de kruistochten en ga zo maar door. Zo zou ik best eens willen uitpakken met een lekker verhaal over De Pest. Maar ja, dat ligt weer moeilijk. Aan de andere kant, ik heb nog lang niet genoeg van de ridder. Hij is mijn levenswerk. Ik zal aan hem werken tot ik erbij neerval, dat is mijn oprechte wens. Sterven in het harnas, net als Willy Vandersteen."

Indrukwekkend

Bij het afscheid gunt hij mij een blik in het heilige der heiligen: zijn werkkamer. Helm, schild en zwaard van De Rode Ridder hangen aan de muur. Speciaal voor Biddeloo vervaardigd, aan de hand van de tekeningen. Het is een indrukwekkend gezicht. Zelfs de hond van de vivisectie, die twee-en-eenhalf uur onophoudelijk naar me heeft geblaft, zwijgt. Ook hij weet: dit is een kamer voor de Eeuwigheid.

--Ton De Visser--

Quote van de dag

Nederigheid is een zeldzame deugd, vooral bij een koning.

 

Carlioen van Detmold in Excalibur

Kalender

di 22 augustus
1383: Ontsnapping uit Damme
di 22 augustus - 17:00
Ravotdag Westende
wo 23 augustus - 17:00
Ravotdag Nieuwpoort
do 24 augustus - 17:00
Ravotdag Bredene
do 14 september
2005: De grot van de beer