Headline

Slogan

Inlog formulier

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte over De Rode Ridder! Selecteer hieronder de nieuwsitems waarvoor U zich wenst in te schrijven.

029. De Zwaneburcht

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1966

Koning Arthur en zijn ridders zijn erop uitgereden om een einde te maken aan de plunderingen van de Noormannen in hun land. Na de Noormannen verslagen te hebben, rijden Johan en Lancelot erop uit om te kijken of de indringers wel degelijk allemaal weer ingescheept zijn. Lancelot hoort krijgsgewoel, meteen rijden ze erheen. Het is een bende Noormannen die een groepje vreemdelingen aanvalt. De vreemdelingen houden stand, maar wanneer Johan en Lancelot de strijd vervoegen, slaan de Noormannen op de vlucht. Sagob, een Perzisch koopman en tevens leider van het groepje is Johan en Lancelot zeer dankbaar. Het toeval wil dat hij op zoek was naar Camelot.
Er wordt aldaar een feestmaal gehouden. Enkel Merlijn kent geen vreugde, hij maakt zich zorgen. Guinevere vraagt hem de reden van zijn zorgen. Merlijn wantrouwt Sagob, in wie hij geen koopman, maar een soldaat vermoedt. Bovendien draagt hij een bijzondere ring, die Merlijn wel eens van dichtbij wil bekijken. De stoutmoedige Guinevere vraagt Sagob op de man af, of Merlijn zijn ring eens mag bekijken. Sagob beweert geen ring te dragen, er is trouwens ook geen ring meer te zien rond zijn vingers. De sfeer wordt grimmiger. Merlijn gebruikt zijn magie en tovert de ring tevoorschijn uit Sagobs drinkbeker. De Pers wordt woest en maar op het nippertje wordt een vechtpartij vermeden. Sagob en zijn ruiters verlaten Camelot.
Merlijn vertelt Guinevere dat de ring aan Kolwijn toebehoorde, een tovenaar die samen met hem magie studeerde. Een dienstmaagd alarmeert Merlijn. Iemand heeft zijn werkkamer overhoop gehaald. Er werd niets ontvreemd, maar het raadsel groeit! Johan en Lancelot worden door Merlijn op pad gezonden om de zaak te onderzoeken.

Na 3 dagen rijden vinden de ridders een spoor. Johan en Lancelot worden echter ontdekt, een ogenblik later zijn ze omsingeld door Sagob met zijn Perzen én de Noormannen die een bondgenootschap hebben gesloten. De ridders beseffen dat de situatie ernstig is en trachten door te breken. Hun paarden worden dodelijk verwond, maar als bij een mirakel kunnen de ridders zich verbergen aan de rivier.
Sagob wil verder trekken en deelt zijn groep in tweeën. De ene helft gaat op zoek naar Johan en Lancelot, de andere helft moet hem volgen naar de Zwaneburcht. De Noormannen lijken een moment te aarzelen, maar Sagob vertelt ze over de schat die zich in de Zwaneburcht moet bevinden. De ring van Kolwijn geeft hij in onderpand.

Ondertussen zetten ook Johan en Lancelot hun tocht verder. Het woud wordt echter zo dicht dat de voortgang maar moeilijk verloopt. Wanneer een zwaan onder de takken van overhangende bomen doorzwemt, besluiten de ridders dit voorbeeld te volgen. Eens deze hindernis voorbij, duiken ze op in een open plek in het woud. Ze zien een vervallen burcht voor zich en besluiten er te schuilen.
Plots loopt een geboeide man de burcht uit, achterna gezeten door een zwaan. Johan en Lancelot vangen de man op, die alvorens te sterven nog spreekt over de zwaan, en Morgane, een heks die deze Zwaneburcht bewoonde maar reeds lang geleden stierf. De zwanen zouden behekste edelvrouwen zijn die de burcht voor haar moesten bewaken.
Meteen daarna nemen Johan en Lancelot toch hun intrek in de burcht.
Lancelot neemt de wacht, Johan slaapt wat. Een geluid wekt hem echter en hij gaat meteen op onderzoek uit. Johan ziet enkele vrouwelijke schimmen ronddwalen. Wanneer Lancelot de galerij betreedt, zijn de schimmen verdwenen. Enkele onrustige zwanen trekken de aandacht van de ridders. Aan de overzijde van de slotgracht staat een oude vrouw. Johan maakt de reden van hun aanwezigheid bekend. De vrouw antwoordt dat de zwanen hen zullen helpen de Noormannen het hoofd te bieden en daarop verdwijnt ze.
De oude vrouw waarschuwt even later ook Sagob en zijn mannen na hun komst. De Noormannen lijken afgeschrikt, maar in ruil voor een juweel wil een dappere Noorman de burcht wel betreden. Hij wordt meteen aangevallen door zwanen. Nadat er eentje van hen gedood is, vluchten de overblijvende zwanen. Perzen en Noormannen bereiden nu de aanval op de burcht voor door een vlot te bouwen.

Die nacht staat hun kamp echter in rep en roer. De Noorman die de burcht betrad sterft na helse pijnen geleden te hebben op de plaatsen waar de zwanen hem aanraakten.
Sagob is echter vastberaden en zet de aanval in. Johan en Lancelot staan klaar om de slag op te vangen, wanneer achter hen een witte gedaante opduikt. Een ogenblik later is de gedaante weg, maar waar ze stond liggen twee bogen en een voorraad pijlen. De aanval wordt met behulp hiervan tot staan gebracht. Wanneer ook de zwanen aanvallen en er verscheidene Noormannen dood neervallen wordt de aftocht geblazen. Johan en Lancelot kunnen even op adem komen. Johan maakt van de gelegenheid gebruik om een spoor van de gedaante te zoeken, de afdruk van een vrouwenvoet leidt hem tot een zaaltje met een gedekte tafel.
Aan de overzijde bemerkt Sagob de zwanen en hij geeft één van zijn handlangers het bevel op de zwanen te schieten. De schutter valt echter dood neer. Sagob heeft echter een klein vergiftigd pijltje in de man zijn hals gezien. Hij ziet nog net de oude vrouw wegvluchten. Hij volgt haar maar zij lijkt ineens van de aardbodem verdwenen.

Met het vlot wordt weer een nieuwe aanval ondernomen. Ditmaal is de strijd grimmiger en Lancelot raakt gewond aan de schouder. Net op tijd weten de ridders het tij echter weer te doen keren, wederom moet Sagob de aftocht blazen. Sagob beseft dat deze situatie hopeloos is en wil enkele van zijn mannetjes binnen de muren hebben. Bij het tonen van een hoopje juwelen bieden drie Noormannen zich vrijwillig aan. Zij dringen stiekem de burcht binnen. Johan raakt slaags met een eerste indringer en de tweede wil hem in de rug aanvallen. Een zwaan belet dat echter en het kost Johan nadien niet veel moeite om zijn tegenstander uit te schakelen. De Rode Ridder vermoedt dat de tweede Noorman vergiftigd is. De derde Noorman dringt intussen door tot de zaal, waar Lancelot ligt te rusten. De witte gestalte verschijnt echter tijdig, de Noorman vlucht weg en loopt in op het zwaard van de Rode Ridder. Sagob verneemt het nieuws en besluit de ridders nu uit te hongeren.
Bij toeval merken Johan en Lancelot een rat op, die langs een gat in de muur verdwijnt. De vreemde textuur van de muur doet hen vermoeden dat het om een geheime doorgang gaat. Ze volgen de gang en komen uit in een onderaardse ruimte, waar drie vrouwen zich schuilhouden. Na een verschrikte ontmoeting besluiten de dames hun verhaal te doen. Hun mannen stierven in dienst van de koning, waarna de vrouwen besloten zich in de Zwaneburcht terug te trekken. Daar troffen ze de stervende Morgane aan. Morgane leerde hen de zwanen beheersen en bood hen een schuilplaats aan. In ruil moesten ze indringers verdrijven en mochten ze de burcht niet verlaten. Ze tonen ook het geheim van de dodelijke zwanen. In hun veren zitten pijltjes met een dodelijk gif. Wanneer Johan de dames over de oude vrouw vertelt, vallen deze bijna achterover: de beschrijving is dezelfde als die van Morgane…
Lancelot zal via een geheime gang de burcht verlaten en hulp gaan zoeken. Sagob ligt echter op de loer en neemt Lancelot gevangen.
Johan verschijnt op de wallen, de belegeraars kijken verschrikt op. De verrassing wordt compleet, wanneer achter hen Morgane opduikt en de vrijheid van Lancelot eist. Sagob gaat echter niet op die eis in, waarna Morgane de geheime gang ingaat en de opening achter zich doet instorten. Sagob vraagt Johan nu zich over te geven, hij geeft hem bedenktijd tot zonsondergang.
Morgane staat nu voor Johan en vraagt hem haar jeugd terug te schenken door met zijn zwaard de drie edeldames te doden. Ze vertelt hem ook dat de schat slechts een lokmiddel was. Johan weigert, waarop Morgane vlucht. Tijdens die vlucht valt de heks echter, een verschrikte zwaan doet ongewild de rest en Morgane sterft.
Sagobs geduld is echter ten einde en geeft het bevel Lancelot te doden. Net op tijd doemt Merlijn op, met een schare boogschutters. De zwanen vallen eveneens massaal aan op Merlijns bevel en rekenen meedogenloos af met de belegeraars. De tovenaar verklaart dat hij achter Sagobs bedoelingen was gekomen omdat zijn handlangers een document over de Zwaneburcht bleken te hebben ontvreemd. Verhaal ten einde!

De “Zwaneburcht”, nog zonder tussen-n in de oude spelling, is weer een typisch Vandersteen-verhaal. Langdurig mysterieus en pas op de laatste 2 pagina’s volgt de, een tikkeltje vergezochte, verklaring voor het optreden van Morgane. Een vermeende schat moet ridders lokken om de drie jonkvrouwen te doden waardoor de heks weer jong wordt.
De setting van het verhaal is zeker mooi gekozen. Een oude vervallen burcht die bewoond en bewaakt wordt door geheimzinnige zwanen. Onze twee dappere ridders verdedigen heldhaftig hun schuilplaats tegen een groep onhandig opererende Noormannen. Zij worden geholpen door de zwanen en last but not least de witte schimmen. Met andere woorden: veel romantische thematiek!
Met de tekeningen zit het wel weer snor. De figuren en decor zijn consequent van prima niveau. De gezichten en portretten wisselen wel van kwaliteit en zien er soms heel matig uit. Da’s jammer. Ook de cover had meer aandacht verdiend. Vooral de achtergrond ziet er te armoedig uit.
Over het geheel genomen een prettig spannend en onderhoudend verhaal dat (bijna) 4 sterren verdient.

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

 


Quote van de dag

Die knapen zijn niet in mijn dienst.
En wat meer is, uw toon bevalt mij niet!

 

Johan in 'De gouden sporen'