Headline

Slogan

Inlog formulier

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte over De Rode Ridder! Selecteer hieronder de nieuwsitems waarvoor U zich wenst in te schrijven.

085. De Zwarte Cobra

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1979

Samenvatting

In Egypte heerst een wankele vrede tussen kruisvaarders, Egyptenaren en tempeliers. Johan, die als bemiddelaar actief is geweest brengt verslag uit bij Garwein, grootmeester der tempeliers, op diens schip in de havenstad Damiëtta. De sekte van de zwarte Cobra tracht Saracenen en Kruisvaarders tegen elkaar op te zetten. Garwein weet dat het hoofdkwartier van de sekte in Memphis te vinden is maar kan niets ondernemen, daar zijn dochter Daphne ontvoerd werd. Hij geeft Johan de opdracht haar terug te vinden. Wanneer hij er in slaagt komen de plaatselijke tempeliers in actie. Johan hoort plots een verdacht geluid en bemerkt een grote zwarte cobra. Zijn zwaard slaat meteen toe. Johan gaat verder op onderzoek en bemerkt een bewusteloze dienaar; Horeptah. Het schip wordt verder doorzocht, zonder resultaat. Johan kan zich niet van de indruk ontdoen dat Horeptah niet helemaal zuiver op de graat is. Niettemin vertrekt hij die avond met twee tempeliers en Horeptah als gids naar Memphis. Na een tijd stuurt Horeptah het bootje in het riet, een Saraceense patrouille komt voorbij. Blijkbaar zijn zij op zoek naar Johan ??! Aan de verlaten dodentempel van Menephteor houdt het viertal halt om de nacht door te brengen. Johan gaat op verkenning. Tevens vragen de tempeliers Horeptah het verhaal van de tempel te doen. Menephteor was een afvallige hogepriester van de zwarte cobra die in de tempel door Nijlkrokodillen verslonden werd. Het gezelschap gaat slapen, terwijl Johan de eerste wacht houdt. Niet veel later sluipen een groot aantal krokodillen de tempel binnen. De zwaarden hebben geen uitwerking, en het gezelchap is omsingeld door krokodillen. Een van de tempeliers is reeds ten prooi gevallen. Plots zoeven pijlen door de lucht, de krokodillen moeten zich terugtrekken. Het zijn de Saracenen die ter hulp kwamen. Hun aanvoerder, Ahrmad, raadsman van de Sultan, wil Johan helpen in zijn opdracht om zo de vrede te bewaren. Ahrmad dringt erop aan de tocht verder te zetten door de woestijn. Horeptah en de overgebleven tempelier Jarl zijn echter wantrouwig jegens de Saracenen. Ze besluiten de Saracenen te verlaten bij de eerste kans die zich voordoet. Niet veel later steekt een zandstorm op. Het drietal vlucht weg. Jarl volgt echter niet meer, Johan en Horeptah gaan een eindje terug en treffen de tempelier dood aan. Het lijkt een ongeval! Net voor al het water op is bereiken Johan en Horeptah de oase van Hammud-Ramsa. Rond een een tent verzamelen zich toeschouwers voor Nefisti de slangendanseres. Het meisje doet een levensgevaarlijke dans met twee zwarte cobra’s. Wanneer ze Johan bemerkt lijkt ze even van slag. Toch weet ze de slangen de baas te blijven. De feestelijke stemming wordt doorbroken wanneer een delegatie Byzantijnse soldaten het meisje meevraagt naar een kroeg. Het meisje weigert en een van de Byzantijnen verliest zijn beheersing. Johan weet echter tijdig tussenbeide te komen en leert de man een lesje. Zijn makkers willen hem ter hulp schieten. Nefisti werpt echter haar mand met slangen, de soldaten deinzen terug. Hierop vluchten Johan, Horeptah en Nefisti weg. Nefisti vreest represailles en vraagt Johan om haar mee te nemen. Wanneer ook de saracenen de oase bereiken besluit het drietal meteen verder te trekken. De Byzantijnen krijgen Johan in het oog en wagen een aanval. Daar zijn de Saracenen echter om Johan te verdedigen, zodat deze kan ontkomen. Wanneer de Byzantijnen afgeslagen zijn zet Ahrmad meteen de achtervolging op Johan in.
Die nacht wordt haltgehouden in een rotsachtige streek. Het drietal lijkt niet alleen te zijn, leden van de zwarte cobra wagen een aanval. Johan slaat de krijgers af en kan met Nefisti op zijn paard ontkomen. Horeptah lijkt van de aardbol verdwenen, zijn hoofddoek is al wat Johan kan vinden. Nefisti zal Johan nu verder gidsen naar Memphis. Die middag bereiken ze dan ook de eeuwige stad. In de stad zijn enkele mensen verbaasd Johan te zien, meteen wordt de sekte op de hoogte gebracht. Johan en Nefisti gaan meteen naar de herberg van Kadesh de Nubiër, een vriend van Nefisti. Iemand werpt van achter een gordijn een dolk naar Johan. Gelukkig mist het wapen zijn doel. De moordenaar is reeds gevlucht. Johan besluit komaf met de sekte te maken en wil Daphne gaan bevrijden. Kadesh geeft de laatste aanwijzingen. Plots blijkt Nefisti verdwenen te zijn. Dit is de druppel, Johan zet meteen koers naar de oude koningsgraven. Al snel bereikt hij de piramiden. In de verte bemerkt hij de vuren van de tempeliers, een geruststelling. Johan begint aan de beklimming van de piramide en treft al snel zijn vriend Horeptah aan. Deze leidt Johan naar de ingang, waar ze de getuigen zijn van een gruwelijk schouwspel. Daphne wordt naar een centrale offerplaats gebracht. Plots gaat Horeptah de leden van de sekte tegemoet. Hij wisselt van kledij en ontmaskert zo zichzelf. Hij is de hogepriester van de sekte. Johan zal samen met Daphne geöfferd worden. Een vrouw komt tevoorschijn en verzoekt om een eervolle dood voor Johan. Het is Nefisti, die ook lid is van de sekte. Horeptah verklaard zijn beweegredenen; kruisvaarders en Saracenen tegen elkaar uitspelen om zo de oude dynastie der Farao’s te herstellen. Om zijn leger aan te voeren wordt de mummie van de gevreesde veldheer Mentu-Hotpe weer tot leven gewekt. Meteen ook Johan’s directe tegenstander. Johan heeft echter nog een troef.
Kadesh is hem gevolgd en heeft het vuur aangestoken dat de tempeliers moet mobiliseren. De sarcofaag opent zich echter, de mummie gaat meteen op Johan af. Johan kan de mummie op afstand houden maar hem uitschakelen is een andere zaak. In de nawerking van de bezwering komt ook het stenen beeld van de zwarte cobra tot leven. Dit gedrocht gaat de mummie van de veldheer te lijf in een gevecht op leven en dood. Dit is de kans voor Johan en Daphne om te ontkomen. De mummie schakelt de slang uit en gaat Johan achterna. Johan weet een toorts in zijn richting om te stampen, de mummie staat in lichterlaaie en keert zich tegen Horeptah en Nefisti. Nefisti sterft tezamen met de mummie, terwijl Horeptah wegvlucht. De tempeliers zijn ondertussen in volle strijd met de sekteleden. Vader en dochter worden spoedig herenigd. Wanneer de Saracenen de Tempeliers ter hulp komen is het pleit snel beslecht. Johan neemt een paard en gaat op zoek naar Horeptah. Kadesh volgt hem op een afstand. Horeptah vlucht naar de tempel van Menephteor. Wanneer hij hem daar aantreft spreekt de hogepriester een bezwering uit om de Nijlkrokodillen op johan af te sturen. Kadesh kan de hogepriester echter tijdig uitschakelen met een mooie mesworp. De krokodillen verscheuren hun meester. Er is nu plaats voor vrede. Enkele dagen later brengt een schip Johan naar nieuwe horizonten.

Een mix van tempeliers en Egyptenaren. Fantasy van de bovenste plank. Biddeloo neemt een loopje met de wereldgeschiedenis door verscheidene Egyptische namen te verdraaien. Dit bracht tal van vernieuwende elementenvoort. Toen dit album uitkwam moet het dan ook bijzonder origineel geweest zijn. Het is in niets te vergelijken met Vandersteen’s Egyptische verhaal “ De groene mummie”. Dit verhaal is veel spannender en roept bij momenten een zeer bijzondere sfeer op. Mocht een album verfilmd worden, dan zou dit een hit worden.

Let trouwens op de mummie, hij heeft wat weg van Boris Karloff!

Encyclopedie

Personages

Locaties

 

Quote van de dag

Ik had je gemakkelijk kunnen doden, ridder!
Maar een pijl zou al te eenvoudig zijn!
Met jou reken ik later wel af, op m'n eigen manier...

 

Demoniah in 'De Leeuw van Vlaanderen'