Headline

Slogan

Inlog formulier

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte over De Rode Ridder! Selecteer hieronder de nieuwsitems waarvoor U zich wenst in te schrijven.

091. Het grote geheim

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1980

Samenvatting

De Rode Ridder zwerft door het Zuid-Franse Acquitanië in 1314. Hij zoekt beschutting voor een onweer en vindt onderdak in een klooster. Terwijl de Rode Ridder in een gastenkamer een maaltijd nuttigt, komt een mysterieuze ridder in het klooster aan. Johan luistert het gesprek tussen de ridder en een monnik af. De ridder blijkt de Fresnoy te heten, een Tempelier. Dit schijnt Johan vreemd toe: in 1307 werden immers de meeste Tempeliers door Filips de Schone aangehouden. De Fresnoy komt echter niet zomaar op visite. Hij wordt achtervolgd door "de kinderen van de nacht" en zoekt in het klooster bescherming voor de nacht.

's Ochtends besluit Johan de Fresnoy zijn hulp aan te bieden, maar de Tempelier zette zijn tocht reeds verder. Enkele mijlen verderop liep de Fresnoy in een hinderlaag. Hij probeert wanhopig stand te houden, maar wordt lafhartig neergestoken wanneer Johan hem ter hulp snelt. Dan geeft de stervende de Fresnoy een opdracht aan de Rode Ridder: zijn dood melden aan de commanderij van Troyceaux. Hij krijgt ook de zegelring van de Tempelier en het wachtwoord mee: "Baphomet".

Van dan af concentreren de "kinderen van de nacht" zich op de Rode Ridder. Hij slaagt erin zich uit een eerste hinderlaag vrij te vechten en ontdekt dan tegenover welke vijand hij staat: één van zijn gevallen vijanden draagt het merkteken van Bahaal op de borst. Ook de tweede, nachtelijke hinderlaag bekomt zijn achtervolgers slecht. Maar de derde hinderlaag is te meesterlijk gespannen voor de Rode Ridder. Hij redt een schaars geklede, knappe rondborstige deerne genaamd Zorika uit de handen van een jachtgezelschap. In een boswachtershut, waar de opgejaagden onderdak zochten, dient Zorika de Rode Ridder een verdovend middel toe. Half willoos verklapt hij het wachtwoord aan Zorika. Ze slaagt er evenwel niet in de ring te ontfutselen.

Uiteindelijk belandt de Rode Ridder bij de commanderij. Hij meldt de dood van de Fresnoy aan de bewaker van de ruïne, Margith. Zijn lotgevallen met Zorika zijn echter uit zijn geheugen gewist. Margith geeft de Rode Ridder een magisch voorwerp dat de Witte Schaal wordt genoemd. Dit kleinood is niet alleen een wapen, maar tevens een soort "kristallen bol". Er is echter ook een Zwarte Schaal, die in handen is van Tenebrax - de leider van "de kinderen van de nacht". Uiteindelijk krijgt Johan een nieuwe opdracht: de Witte Schaal aan de grootmeester tonen, die zich in de Pyreneeën bevindt.

Van dan af wordt Johan op de hielen gezeten door Tenebrax en zijn krijgers. Met behulp van de Witte Schaal kan hij de krijgers van Tenebrax uitschakelen, zodat hij enkel nog met hem zal moeten afrekenen.

Het is nacht als de Rode Ridder de berg bereikt waar hij de grootmeester moet ontmoeten. Hij besluit te wachten tot de dageraad vooraleer de berg te beklimmen. Dan ontmoet hij de in kapmantel gehulde grootmeester. Althans, dat denkt Johan. De Witte Schaal verraadt hem tijdig dat de vermeende grootmeester eigenlijk Tenebrax is. Na een duel met de Schalen wordt de strijd met het blanke zwaard beslecht. Het is duidelijk dat Johan hier glorieus overwint.

Johan vindt de stervende grootmeester. In de Witte Schaal ziet deze de legendarische Tempelschat, waarin zich de Graal en de Steen der Wijzen bevinden. Op het einde van het verhaal probeert Bahaal Johan nog even om het hoekje te helpen. Gelukkig kan Galaxa hier een stokje voor steken.


Dit is wat mij betreft één van de betere Rode Ridder verhalen. Een historische achtergrond, al de clichés die een verhaal zo leuk maken, de verplichte welgevormde schone en de eeuwige strijd tussen goed en kwaad.

Het tekenwerk bevalt me zeer. Ik heb net voor deze strip even zitten bladeren in de latere Rode Ridder strips, en het valt me op dat de verhoudingen en de perspectieven hier gewoon altijd kloppen. Geen Rode Ridders met waterhoofden, babyarmpjes of reuzenhanden dus.

Er zitten natuurlijk, voor de muggenzifters, een paar schoonheidsfoutjes in het verhaal. Het Grote Geheim speelt zich af in 1314, terwijl latere albums zich in volle vikingtijd afspelen (ten laatste 1000 n.o.j.), en nog latere in de late 13e/vroege 14e eeuw. Maar als je chronologie wil, moet je natuurlijk geen Rode Ridder-strips lezen. Dan zijn er nog een paar kleine dingetjes. De uiteindelijke bedoeling van Bahaal blijkt de dood van de grootmeester te zijn. Bahaal zet een grootse constructie op met Tenebrax, maar dan probeert hij Johan te doden door de hele grot van de grootmeester in lichterlaaie te zetten. Kon hij de grootmeester dan gewoon niet zelf het hoekje om helpen? Tevens vind ik de verwijzing naar de Steen der Wijzen en de Graal als onderdeel van de Tempelschat een beetje een goedkope poging om mysterieus te doen. Als de Tempeliers de Graal hebben, dan lijken mij de rest van de desastreuze, gewelddadige middeleeuwen enigszins overbodig?

Quote van de dag

Het resultaat van een leven hard werken laat men niet in de handen van een bende plunderaars, heer!

 

Wulf in 'De gouden sporen'