Headline

Slogan

Inlog formulier

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte over De Rode Ridder! Selecteer hieronder de nieuwsitems waarvoor U zich wenst in te schrijven.

155. Montsalvat

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Inkleuring

Uitgiftedatum

9/1995

Samenvatting

Nadat in het vorige album Lodograns slavenkamp op professionele wijze werd platgebrand, zijn onze vrienden in Tintagel toe aan een welverdiende rust. Hoewel Lancelot in de ogen van zijn Guinevere een oude, onbereikbare droom toch in vervulling ziet gaan, wordt zijn geest gekweld door de gedachten aan een episode uit het verleden. Hij vertelt zijn vrienden Johan, Guinevere en Merlijn het hele verhaal. Een historie uit de tijd van het Camelot van Koning Arthur:
Terwijl Johan lange tijd afwezig was, verscheen te Camelot de Graal en Merlijn zond alle Ronde Tafelridders op pad om deze legendarische beker, die thans in Montsalvat is, te zoeken.Zo begonnen alle ridders aan hun eigen queeste, vol listen en gevaren. Zo ook Lancelot…

Na de eerste twee hindernissen (een zwarte ridder en een moerasdraak) overwonnen te hebben, ontmoette hij echter een helpende hand: Trevrizent, de bewaker van het graalpad.
De kluizenaar zond de groene ridder de goede kant op en waarschuwde hem voor nog twee gevaren. De eerste zou een grenspaal, een baken, zijn dat tot nadenken stemt: een boomstam die aan de ene kant in volle bloei staat, terwijl hij aan de andere kant door een laaiend vuur wordt verteerd. Na een wekenlange zoektocht doorheen een armtierlijk landschap vond hij eindelijk het baken dat het raakpunt tussen het stoffelijke en bovennatuurlijke symboliseerd. In de verte dook plots Montsalvat op. Alvorens het graalkasteel te bereiken, moest nog een laatste hindernis overwonnen worden. Na de zogenaamde ‘Sprong van het Geloof’, dat in vele graalromans en zelfs Indiana Jones voorkomt, te hebben genomen, kwam Lancelot aan in het graalkasteel. Onmiddellijk werd hij verwelkomd door Trevrizent, maar haast even snel moet hij Montsalvat opnieuw verlaten. Door de verboden liefde die Lancelot koesterde voor zijn koningin, was er een smet op zijn ziel. De ridder werd niet waardig bevonden om nog langer in de nabijheid van de Graal te vertoeven en diende noodgedwongen naar Camelot terug te keren…

Ondanks de troostende woorden van Guinevere kan Lancelot zijn mislukking niet van zich af zetten. Een zware donderslag doet Merlijn echter bezorgd naar de donkere nachtelijke hemel kijken. Bij het spreken over de Graal spitsen ook de Duistere Machten immers steeds hun oren. Op hetzelfde moment krijgt Tintagel al bezoek van het Boze. Een gigantische vleermuis klampt zich vast aan de kasteeltoren en luistert de rest van het gesprek af.
Johan brengt de gedachte aan een nieuwe zoektocht ten sprake. Het vinden van de Beker zou het Kwade in deze donkere tijden een halt kunnen toeroepen en terwijl de vleermuis langs een kapotgebliksemd raam binnendringt, voelt Merlijn naast de dreiging van het Duister ook een andere aanwezigheid: een witte duif als teken van vergeving. Ook voor Lancelot ligt het pad van de Graal opnieuw open.

De binnengedrongen vleermuis verandert in een duivelsfiguur en trekt moordend door de donkere kasteelgangen, maar treedt onder bedreiging van Merlijns toverstaf uit de schaduwen en toont zijn menselijke gedaante: DEMONIAH!!!
Bij de ondervraging van de duivelin blijkt dat Bahaal reeds op de hoogte is van de op handenzijnde queeste. Met een stalen ring rond Tintagel zal hij een zoektocht naar de Heilige Beker onmogelijk maken. Wanneer Demoniah zich echter plots op Guinevere, die de Prins der Duisternis verraade, werpt, ziet Merlijn zich genoodzaakt de krachten in zijn toverstaf aan te wenden. Een ontlading van zijn fabuleuze staf slingert Demoniah door het venster, maar de machten van Bahaal reiken ver. Door het stukgeslagen raam zien de vier vrienden hoe een vleermuis Tintagel langs de zeekant ontvlucht…

Vanop de kantelen ziet men tevens dat Demoniah door een heuse vloot wordt opgewacht. Het is duidelijk dat Tintagel een beleg te wachten staat en onmiddellijk wordt de verdediging in een opperste staat van paraatheid gebracht. Intusen melden ook de verkenners dat de Metalen Ring, een heuse strijdmacht die Tintagel van de buitenwereld moet afzonderen, wordt gesmeed. In een poging om dit te vermijden trekt de Rode Ridder met een groep soldeniers de belegeraars tegemoet en gaat een bloedig treffen van start. Terwijl hijzelf in de bossen in een gevecht verwikkeld is, wordt Tintagel vanop zee met vuurballen gebombardeerd. Met behulp van de toverstaf stuurt Merlijn het Griekse vuur echter terug naar afzender en Demoniah moet noodgedwongen haar schepen naar volle zee zenden. Lancelot acht de toestand op Tintagel veilig genoeg om met een tweede bataljon soldeniers uit te rukken en zijn vriend ter hulp te schieten.
Deze kan de hulp goed gebruiken. Hij heeft nog maar net een eerste groep ruiters tot staan gebracht of een tweede bende krijgers meldt zich al aan. Door de plotse versterking van Lancelot slaan ze echter verward op de vlucht. Als tussen de schilden van de gesneuvelde vijanden niet alleen Bahaalsymbolen, maar ook schilden van de reeds maanden overleden Lodogran van Camelard worden gevonden, is de nieuwsgierigheid van beide vrienden geprikkeld en besluiten ze de gevluchte vijand te achtervolgen.
Na een tijdje komen de ridders de hoofdmacht van de belegeraars tegen. Tot hun grote verbazing wordt deze inderdaad aangevoerd door de Heer van Camelard, die ondanks alles zich uit zijn brandende slavenkamp wist te redden. Van hun verbazing bekomen, stelt Johan nog eens duidelijk dat niets of niemand de twee zal beletten de queeste aan te vatten. Er ontstaat een wilde achtervolging doorheen de bossen.
Door hun betere terreinkennis raken ze hun achtervolgers in het duister al gauw kwijt, voegen ze zich bij de soldeniers en keren langzaam terug naar Tintagel. Ondanks de waarschuwing van Guinevere, die de verraderlijke aanslag van Demoniah zag aankomen, raakt Lancelot nog net bij het binnenrijden van Tintagel gewond. Hoewel hij buiten levensgevaar is, zal hij echter niet in staat zijn om de zoektocht aan te vatten. Terwijl Guinevere zich over haar geliefde ontfermt, plaatsen beide kampen de stukken op tafel voor het bloedig treffen dat er zit aan te komen: de legers van Bahaal en Lodogran omsingelen in een weide boog Tintagel, terwijl Demoniahs schepen een eventuele uitval langs de zee afsluiten.
In Tintagel zet men werptuigen en kokende pek klaar en treft Johan de laatste voorbereidingen voor de zoektocht naar de Graal, die in het volgende album ‘De Graalkoning’ zijn beloop zal kennen.

In ‘Montsalvat’ keren we nog eens heel even terug naar die goeie ouwe tijd van Camelot.
Gelukkig voor velen gebeurt dit niet door de zo gehate Kronieken, maar door Lancelot zijn graaltocht via flashbacks te laten vertellen. Toen ik het verhaal als twaalfjarige snaak elke dag in de krant volgde, was het hele verloop echter niet volledig duidelijk, omdat Lancelots teugblikken voortdurend onderbroken worden. Op zich is dat helemaal niet erg, want het probleem zal ongetwijfeld aan de leeftijd gelegen hebben. Helemaal werd het opgelost toen ik met nieuwjaar met het album de ingekleurde versie kreeg. Daarin zie je immers haast onmiddellijk het verschil tussen heden en verleden door de inkleuring en, dat mag gezegd worden, die is alweer subliem.
Wie het niet wilt geloven moet maar eens naar de banden 49 en 50 kijken! Op de rechterkant van de kasteelmuur of de kruisboog komt de warmte van het Griekse vuur je haast tegemoet, terwijl je op de rug van de soldaten nog steeds de kilte van de nacht haast ziet liggen.
Beeld je het geheel dan ook eens in zwartwit in en aanschouw enkel het brutte tekenwerk van welleer, zoals het elke dag in de krant verscheen. Je ziet onmiddellijk waarom ik van deze albums reeds van jongsafaan weg was.

Quote van de dag

Wie mijn stuurman raakt, raakt mij!
Trek van leer, ridder!

 

Thibald in 'De parel van Bagdad'