Back to Top

Albums

023. Hugon de hofnar

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1965

Een groepje kinderen vindt tijdens het spelen in de wouden van Mershood de stenen beeltenis van een raaf. Sinds die dag wordt de streek geteisterd door angst…

Hugon, de hofnar overschouwt de oefenterreinen van de ronde tafelridders. Guinevere treft hem aan in een zeer weemoedige bui. Ten einde raad, raadpleegt ze Merlijn. Op zijn beurt zoekt Merlijn Hugon op. Zijn bemoedigende woorden hebben weinig resultaat. Hugon zou graag laten zien wat hij waard is.

Enkele dagen later is Guinevere samen met Lancelot en Johan op jacht. Plotseling bemerkt Johan een man in een roeibootje in het riet. De man is zwaargewond en brengt nog enkele woorden uit alvorens hij sterft. Deze woorden;” terreur, raven, te laat” prikkelen Arthur’s
nieuwsgierigheid. Op Arthur’s aanwijzing gaat Johan de tas van de overledene onderzoeken. Deze blijkt echter gestolen te zijn. De dader is nog in de buurt, het is Hugon! Hugon wordt opgesloten, Guinevere bemerkt dat Hugon ontroerd was toen hij de overledene zag. Ondertussen is Hugon echter kunnen ontsnappen. Johan en Lancelot worden op pad gestuurd.
Wanneer ze die avond slapen, steelt Hugon hun paarden, de achtervolging wordt te voet ingezet. Wanneer het begint te regenen zoekt Hugon onderdak, hij wordt gastvrijheid aangeboden door een stel arme boeren. In ruil krijgen zij een goudstuk van Hugon. Die nacht willen ze Hugon echter beroven en ombrengen. De man gaat op pad, maar treft een stropop aan op Hugon’s bed. Hugon had iets dergelijks verwacht en tracht te vluchten. De man verspert zijn pad en er ontstaat een schermutseling waarom de man een ongelukkige val maakt. Hugon vlucht weg. De volgende dag bemerkt de vrouw van de man Hugon in de stad en Hugon wordt aangehouden. Na de nodige folteringen wordt de bewusteloze nar naar het marktplein gebracht om er door een beul terechtgesteld te worden. Johan en lancelot komen echter net op tijd aan en weten Hugon vrij te krijgen.
De burchtheer stuurt echter gewapende ruiters op Johan en Lancelot af. Ze leren de ruiters een lesje en hervatten de terugtocht. Onderweg komen ze een hut tegen waar ze Hugon de nodige zorgen willen verlenen. De eigenaar van de hut is echter spoorloos. Wat later keert de eigenares terug , het is een gesluierde dame. De dame werd door de pokken getroffen en zonderde zich in een woning in het woud af. De dieren zijn haar vrienden geworden. De dame verleent de ridders enkele dagen onderdak.
Hugon weet er echter van tussenuit te muizen. De gesluierde dame komt niet tussenbeide, omdat zij begrip heeft voor het leed van de nar, die haar zijn geheim vertelde. De ridders volgen de rivier waarop Hugon met een bootje vertrok. Op hun weg komen ze een stenen raaf tegen. Plots herinneren ze zich de laatste woorden van de overleden man, ze zijn op goede weg.
Een gewapende man spreekt de ridders aan en vraagt hen waarom ze de grond van de heer van Brokland betreden hebben. Er volgt een korte schermutseling en de ridders dwingen de gewapende man om hen naar zijn heer te begeleiden.
De heer van Brokland spreekt al een heel ander taaltje. Hij weet van Hugon niets af, maar vertelt wel over de raven. De raven werden aanbeden door een sekte, die kinderen van de plaatselijke lijfeigenen offerden. De heer is meermaals ten strijde getrokken tegen de sekte maar heeft ze niet kunnen uitroeien. Johan en lancelot willen uitrijden om een einde te maken aan de sekte maar de heer is daar tegen en trekt de 2 ridders in twijfel. Plots roept hij Hugon bij zich en vraagt of hij Johan en Lancelot al ooit gezien heeft. Hugon beweert van niet, de ridders worden gevangen genomen.

Hugon vertelt de heer van Brokland ondertussen dat hij gelogen heeft, zodat de ridders de redding van de dorpsbewoners niet kunnen bemoeilijken. De heer verdenkt Hugon er echter van een spion van de stenen raven te zijn. Hij trekt zijn zwaard, maar Hugon weet te ontkomen. De heer van Brokland zet de achtervolging in en bij de rivier beschieten ze Hugon, die getroffen wordt door een pijl. Tijdens hun poging Hugon op te vissen verschijnt plots een gemaskerde man met een zwarte raaf op zijn helm. Deze schiet een pijl vlak naast het gezicht van de heer van Brokland. De heer van Brokland druipt af en de gemaskerde vist Hugon uit de rivier. Hugon blijkt ongedeerd te zijn.

Die nacht weten Johan en lancelot te ontsnappen. Wederom is de heer van Brokland op achtervolgen aangewezen.
Inmiddels in het dorp plant een pijl met zwarte veren zich in de deur van een boerengezin. Deze pijl betekent dat de desbetreffende boer zijn kinderen naar het beeld van de stenen raaf moet brengen. Hij brengt de andere boeren op de hoogte en er wordt beraadslaagd. Plots duikt Hugon op, hij vertelt het wedervaren van Cirong, de man die in het begin van het verhaal stierf. Hij roept de boeren op om de wapens op te nemen en de steun van de heer van Brokland in te roepen terwijl hijzelf met de kinderen het woud in vlucht. Hierop worden alle kinderen van het dorp bijeengeroepen en Hugon vertrekt met de groep het woud in. De volgende morgen komen Johan en Lancelot in het dorp aan. De boeren vertellen hun wedervaren, waarop de ridders de twijfelachtige bedoelingen van Hugon aan de kaak stellen. Hierop heerst er verslagenheid in het dorp, nog eens verergerd door de komst van de heer van Brokland. De heer van Brokland is misnoegd omtrent het gebeuren en wil de dorpelingen in de steek laten. Hierop gaan de ridders op zoek naar Hugon. Op hun zoektocht komen ze plots 2 gemaskerde mannen tegen. Bij het afluisteren komen ze te weten dat de gemaskerde mannen Hugon gaan opjagen om hem zo naar de offerplaats te lokken. Wanneer de gemaskerden Hugon staande willen houden zegt Hugon dat hij de kinderen naar de leider van de gemaskerden wil brengen. De kinderen raken aan het twijfelen. De ridders die het schouwspel gevolgd hebben treden in actie en schakelen de 2 gemaskerden uit. In paniek lopen de kinderen van Hugon weg.
De ridders willen de kinderen in veiligheid brengen, maar de heer van Brokland is ondertussen verschenen en beweert het voor de kinderen te willen opnemen. Hij begeleidt ze naar huis. Johan en lancelot gaan verder op zoek naar Hugon en treffen deze wat later aan , gewond door een zwarte pijl. Wanneer Hugon verneemt dat de heer van Brokland met de kinderen huiswaarts gegaan is raakt hij in paniek en wijst Johan en lancelot de weg naar de offerplaats van de stenen raven. Net wanneer een van de kinderen geofferd dreigt te worden komen de ridders tussenbeide, Johan en Lancelot verslaan hun vijanden en de kinderen zijn gered. De heer van Brokland blijkt de leider te zijn en sterft onder het zwaard van de ridders. Hugon vertelt nu de reden van zijn geheimzinnige gedrag. Hugon heeft de vader van de heer van Brokland nog gekend, deze had de stenen raven uitgeroeid. De huidige heer van Brokland was verplicht geworden om zijn lijfeigenen vrij te laten ( op bevel van koning Arthur ). Hij en een paar van zijn soldaten namen de rol van de stenen raven over en namen wraak om de dorpsbewoners.
Cirong had een brief bij zich waarin de heer van Brokland beschuldigd werd. Hugon wilde zich bewijzen en ging op pad.

Teruggekeerd te Camelot wordt Hugon door de koning met roem overladen, de nar voelt zich terug gelukkig.

Dit avontuur is eens te meer een mooi voorbeeld van de verbeelding van Vandersteen ( Sels . Opvallend is dat reeds kort na het begin van de Arthursaga een totaal andere verhaallijn ingeslagen wordt. Men had zich er gemakkelijker vanaf kunnen maken door simpelweg de legende te volgen. Het siert vandersteen dat hij zijn eigen legenden verzint, al dan niet gebaseerd op andere sagen en legenden. Mystiek is alom troef en we leren in dit album weer een belangrijke levensles, zelfs de kleinste en zwakste kan een grootse rol spelen!
De verhaalopbouw verhult tot op het einde de bedoelingen van zijn hoofdrolspeler, Hugon. Daardoor blijft het spannend tot op het einde. Wat het middengedeelte betreft, had het toch wat origineler gekund. De ene achtervolging na de andere is wat te veel van het goede.
Het tekenwerk is van goede kwaliteit en ademt de correcte sfeer uit.
De sfeerschepping van het album is opzienbarend , al raad ik iedereen aan de zwart wit versie te lezen, zodat de sfeer eens te meer tot zijn recht komt.
M.a.w. lees het zoals de auteurs het bedoeld hebben.

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

Voorwerpen

 Volkeren

 

024. De zwarte banier

Koning Arthur, zijn gade, Johan, Lancelot en Merlijn bevinden zich na de slag tegen de Picten in hun burcht aan de kust. De ridders bieden Arthur hun beste wensen aan en krijgen Parcifal te zien. Plots trekt hoorngeschal de aandacht van de inwonenden.
De torenwachter heeft een stuurloos schip voor de kust opgemerkt en blaast alarm.

De volgende morgen gaat Johan op zoek naar het schip, dat vastgelopen op een klip blijkt te zijn. Bij inspectie van het wrak ontdekt hij 2 op elkaar gebonden schilden. Verder is het wrak verlaten. Plots breekt het schip door een golfslag in 2. De schilden zinken naar de bodem. Johans bootje zinkt mee naar de bodem, er zit niets anders op dan te wachten op hulp. Gelukkig loopt Johans paard instinctief naar de burcht om hulp te halen. Johan brengt de nacht door bij de restanten van het schip en ziet drie onverlichte schepen voorbijvaren, van hetzelfde type als datgene wat verloren gegaan is.
De volgende morgen pikt Lancelot Johan op. Te Cornval vertellen ze hun relaas. Merlijn spreekt over een volk dat zijn perkamenten tussen 2 schilden bewaart. Vermoeid van de gebeurtenissen besluiten Johan en Lancelot te wachten tot de volgende morgen om de schilden op te duiken. Na verwoede pogingen blijkt dat de schilden reeds verdwenen zijn.
De zoektocht wordt gestaakt.

Een tijdje later maakt Guinevere met een gezelschapsdame een wandeling in de wouden rond Cornval. Ze ontmoeten een slapende troubadour die verschrikt wakker wordt. Daarop zingt de troubadour wat liedjes. Vanuit de struiken loert echter gevaar. Twee rovers springen tevoorschijn en eisen de juwelen van de koningin. De troubadour neemt het voor de dames op en weet zijn tegenstanders te verjagen. Hij raakt hierbij gewond, maar weigert de uitnodiging van Guinevere mee te gaan naar Cornval. Wanneer zij Johan wat verder ontmoeten en hun ongerustheid omtrent de jongeman uiten gaat de ridder naar hem op zoek. Hij vindt de troubadour , die zwaargewond geraakt is in de zij. De jongeman vertelt dat hij een geheim met zich meedraagt, de reden waarom hij niet mee wilde gaan naar Cornval. De troubadour wordt door Merlijn verzorgd. Ondertussen vertelt Johan zijn verhaal aan Arthur. De jongeman had een vreemde volksstam zien ontschepen, waarop hij gevangengenomen werd en men hem wilde doden. Een jonge vrouw kwam tussenbeide, hij mocht gaan op voorwaarde van geheimhouding.
Johan en Lancelot gaan op onderzoek !

Het is al donker wanneer de twee ridders de stam terugvinden. Er is op dat ogenblik een discussie bezig over het al dan niet openen van de schilden. Er wordt een vuur aangestoken waarop een rituele dans volgt om te beslissen. Het antwoord is negatief , de schilden blijven gesloten. Johan en Lancelot volgen het meisje dat naar haar tent terugkeert. Ze spreken haar aan, maar het meisje lijkt hen niet eens waar te nemen.
Enkele stamgenoten merken de ridders op en wat later betreedt de hoofdman de tent van het meisje met enkele gewapende mannen.
Het meisje noemt zich Zigliora. Het stamhoofd Caglior zegt dat ze een zwakzinnige wees is die hij onder zijn hoede nam. Storm dwong hun ertoe om hier te ontschepen en hij wil enkel aan de koning zeggen waarom hij zijn thuisland verliet. De schilden zouden relikwieën bevatten van vorige heersers.
Johan en Lancelot geloven de man niet en dat blijkt algauw terecht te zijn. De volgende morgen gaan zij met het stamhoofd op pad naar Cornval. Bij een oude seintoren besluiten Johan en Lancelot te overnachten. Lancelot neemt de eerste wacht en wordt door Caglior aangesproken en onder hypnose gebracht. Johan ontwaakt, waarop Caglior wegvlucht.
Andere leden van de stam pakken nu de wapens op en er ontstaat een gevecht. Johan staat op het punt te bezwijken wanneer Lancelot zijn bewustzijn herwonnen heeft en de vijand met pijlen op afstand houdt. Ze verschuilen zich in de toren.
Een eerste aanval wordt door de ridders afgeslagen , waarop de nomaden beslissen de ridders uit te hongeren. De ridders zijn echter inventief en vangen de vogels die de toren benaderen. Hierop wordt Caglior woest, hij roept op om de toren te verzwakken, zodat hij instort. Net op tijd ontdekt Johan een luik met een gewelf waarin ze zich kunnen schuilhouden tijdens de instorting. Overtuigd van hun overwinning trekken de nomaden verder. Johan en Lancelot banen zich ondertussen een weg naar de oppervlakte. Eens ze zich bevrijd hebben besluiten ze uit elkaar te gaan om meer kans te hebben dat één van hen Cornval bereikt.

In de nomadenstam ontstaat onenigheid over de verdere tocht. Zigliora wil dat de stam zich in het moeras vestigt maar Caglior vindt dat te min. Hij wil verder trekken tot een klooster. Zigliora moet zich gewonnen geven en wordt geketend.
Johan is de nomaden inmiddels terug op het spoor. Caglior en zijn manschappen naderen echter de abdij reeds. In een mum van tijd bezetten ze de abdij en zetten de monniken buiten. Johan weet ondertussen Zigliora te bevrijden. Na een handgemeen met de bewakers vluchten ze weg, maar Johan raakt Zigliora kwijt.
De jonge vrouw is naar de abdij gerend en dreigt haar in brand te steken indien Caglior niet het bevel geeft weer te vertrekken. Zigliora heeft de 2 schilden in haar macht. Enkele pijlen missen op een haar na het meisje . Zigliora weet echter te ontkomen, Caglior en enkele handlangers gaan in de achtervolging.
Johan treft het meisje ondertussen aan, ze is bewusteloos. Ondertussen arriveren Caglior en zijn handlangers en er ontstaat een gevecht. Net wanneer Johan op punt staat te bezwijken wordt Caglior dodelijk getroffen door een pijl. Het zijn Zigliora en andere stamgenoten die hem net op tijd ter hulp komen. Door op Zigliora te schieten heeft Caglior namelijk de wetten overtreden en heeft hij afgedaan als stamhoofd. De nomaden vertrekken maar laten de schilden achter bij Johan, zodat hij zou begrijpen wat hun bedoelingen waren.
Lancelot had Cornval ondertussen weten te bereiken en reeds daagt de koning met zijn ridders op. De schilden worden geopend. Wanneer ze een zwarte banier te voorschijn zien komen beseft iedereen dat de pest onder de nomaden heerste. De koning zet onmiddellijk de achtervolging in op de nomaden. Wanneer ze de groep bijhalen voert Zigliora het woord. Honger dwong hen het land aan te doen. Caglior dacht met een geheimzinnige ritus de ziekte te kunnen verwijderen, maar enkel het meisje had dit doorzien. Zijn ogen konden echter een ander willoos maken. Zigliora had de abdij in brand gestoken om de monniken van de ziekte te vrijwaren. Arthur toont zijn grote hart en wijst de nomaden een onbewoond eiland toe in de Noordzee, waar zij hun lot kunnen afwachten.

De Zwarte Banier vond ik in mijn jeugd een spannend verhaal, maar ik moet toegeven dat ik de plot toen niet geheel begreep. Het hele album hield je in de ban van de twee aan elkaar geknoopte schilden: wat zit er toch voor groot geheim in? En wat is een banier eigenlijk?
De clou, die op de laatste 2 pagina’s onthuld wordt, bleef toch voor mij onduidelijk en daarom onbevredigend.
Als ik het album nu vele jaren later herlees, vat ik het al beter, maar ik blijf het verhaal eerlijk gezegd toch een beetje vergezocht vinden. Een gefrustreerd stamhoofd dat een dergelijke ritus verzint, zogenaamd om de plaag te doen verdwijnen en daarbij het zwarte vaandel, teken van de pest, in de schilden verstopt. Met mysterie en hypnose bindt hij zijn goedgelovige stamgenoten (zigeuners?) aan zich en houdt hen aan het lijntje in de hoop zijn volk na de plaag een soort beloofd land te kunnen geven met hemzelf als almachtig heerser. Ook andere interpretaties blijven mogelijk door de beknopte en ietwat vage uitleg van Zagliora aan Arthur.
Wat de medische kant van de zaak betreft is het antwoord van Merlijn op de vraag die Johan stelt, namelijk of de nomaden kunnen ontsnappen aan de plaag, opvallend: ”Onze kennis schiet te kort. Eens zullen verdienstelijke onderzoekers een middel vinden om deze plaag te bestrijden.” Zijn wijsheid stelt eigenlijk teleur. Spreekt hier wel Merlijn de tovenaar, of horen we de stem van de 20e eeuwse scenarist Vandersteen?

Nog even een opmerking over het tekenwerk. Door de zeer wisselende kwaliteit lijkt het wel of er meerdere medewerkers aan gewerkt hebben. De hand van Sels is duidelijk zichtbaar, vooral in de gedetailleerde portretten. Had hij echter een minder talentvolle collega, verantwoordelijk voor andere tekeningen, naast zich of moest het met de Franse slag?
Wat ook opvalt op de eerste pagina’s, is dat Johan de ene keer wel een maliënkolder draagt over zijn armen en dan weer niet.
Dit onderhoudende album laat helaas zien dat de vroege Vandersteen-reeks zijn absolute hoogtepunt gepasseerd is. Het is zeker nog wel de moeite waard en er zullen nog wel een paar goede titels verschijnen (nr. 26, 27 en 29) in het tijdperk Sels en later nog m.m.v. De Rop en Biddeloo. Maar het állerbeste is al weer achter de rug, zowel wat betreft de scenario’s als het tekenwerk.
Tot slot voor de eerste drukfreaks: op de achterkant van mijn eerste druk staat deel 22 als laatste vermeld en dus niet deel 24, wat je zou verwachten. Iemand een verklaring?


De Rode Ridder - Standaard Uitgeverij

025. Het rijk van Enid

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1965

We bevinden ons in de nevellanden, waar Bogard de tovenaar wordt aangevallen door een dwergenvolk. Modred, de roofridder, komt de tovenaar ter hulp en de dwergen slaan op de vlucht. De twee worden bloedsbroeders in hun strijd tegen Arthur en Modred krijgt van Bogard een geheim wapen. Enkele dagen later is er in Camelot een groots steekspel tussen ridders van overal. De stemming zakt danig onder nul als een gewonde ridder aankomt. Hij werd genadeloos verslagen buiten het strijdperk door een zwarte ridder. Als die zich op zijn beurt aanbiedt daagt Lancelot hem onmiddellijk uit maar wordt verslagen door een zware slag tegen het hoofd. De zwarte ridder draagt een Glazen Ster rond zijn hals, die z'n tegenstanders lijkt te verlammen. Als hij even later zijn helm verliest is de koninklijke tribune onaangenaam verrast bij het zien van Modred. De roofridder kan ontkomen maar richt daarbij zijn verlammende straal op Parcival, de zoon van Arthur en later op de achtervolgende soldeniers.

De jacht wordt gestaakt en iedereen keert terug naar Camelot. Merlijn heeft intussen ontdekt dat de uitwerking van de straal wordt opgeheven als de Glazen Ster wordt vernield. Dát is een taak voor de Rode Ridder. Bij één van de overnachtingen tijdens zijn speurtocht hoort Johan het gegil van een dwergachtig meisje dat wordt aangevallen door een reptiel. Het beest wordt verslagen maar het meisje is weg en in de nevels verschijnt Modred. Het komt tot een ware uitputtingsslag tussen de twee ridders, waarbij Johan de Ster kan bemachtigen, maar het is Modred die op het punt staat de genadeslag te geven. De roofridder wordt echter bestookt door een regen van kleine pijlen en moet, evenwel zonder ster, vluchten.

De Roder Ridder komt terecht bij het volk van Enid. Deze dwergenstam leeft in een grote boom temidden van een meer dat krioelt van de reptielen. Enid herkent de Glazen Ster maar weerhoudt Johan ervan om ze meteen te vernielen. De Ster is een machtig wapen en kan misschien nog gebruikt worden in de strijd tegen Bogard en Modred. Ondertussen krijgt de onfortuinlijke Modred de volle laag van Bogard voor het verlies van de Ster en wordt zelfs verjaagd. Modred zint op wraak en krijgt daarbij de hulp van Whonad, eveneens een beoefenaar van de zwarte kunst maar een felle tegenstander van Bogard. Whonad maakt een drankje dat bescherming biedt tegen de waanbeelden die door Bogard worden opgeroepen, maar wordt dan zelf afgemaakt door een woedende Modred die weigert hem de Ster te brengen.

Het is Bogard die verrassend opduikt bij de boom van Enid terwijl de Rode Ridder op weg is naar de oever. De tovenaar laat het water rond het vlot van de ridder opvlammen en de intense hitte maakt iedereen op het vaartuig bewusteloos. Modred verschijnt eveneens ten tonele en doodt z'n bloedbroeder. De reptielen in het water verhinderen hem evenwel om het vlot te naderen. Iedereen wordt terug in de boom gehesen, met Johan nog steeds buiten westen. Een storm steekt op en teistert de boom en zijn bewoners, verscheidene hutten moeten worden prijsgegeven aan het natuurgeweld. Modred maakt gebruik van de sterke wind om een brandende speer naar de zuidkant te slingeren en daar een hut in lichterlaaie te zetten. Alle aandacht gaat naar de brand en niemand merkt dat Modred de boom nadert op een geïmproviseerd vlot vanaf het noorden. Hij wordt pas ontdekt als hij reeds ín de boom zit.

De dwergen zetten de aanval in met een groot schild bezet met speren en drijven Modred naar het uiteinde van de tak. Door een gewaagde sprong kan de roofridder het schild en de dwergen omzeilen, maar botst dan op de ontwaakte Rode Ridder (met ster). Het komt andermaal tot een zwaar gevecht waarbij Modred het onderspit moet delven maar er alsnog in slaagt om Enid te vangen. Voordat ze echter kan geruild worden tegen de Ster, springt Enid in de poel. Johan gaat haar achterna gevolgd door een aantal krijgers. De dwergenkoningin wordt gered maar Johan krijgt een klap van een reptielenstaart en is terug uitgeteld. Hiervan maakt Modred gebruik om de Ster opnieuw te bemachtigen en zich te posteren op een zonovergoten platform.

Enid laat begaan om dan met een ruk aan een touw een luik te laten openklappen waardoor Modred een lading stenen over zich heen krijgt. Hij verliest de Ster en tuimelt in de poel temidden van de haastig toeschietende hagedissen. De Roder Ridder neemt geen risiko meer en vernielt de ster, waarop alle getroffenen op slag genezen van de verlammingen, en hij kan terug naar Camelot.

Het goede verhaal eindigt in feite reeds ná 14 bladzijden. Er moeten echter nog 20 bladzijden extra gevuld worden om het album te vervolledigen. Dus willens nillens moet de vernietiging van de Glazen Ster, en dus de redding van de getroffenen, uitgesteld worden.

Vanaf dan sleept het verhaal zich naar mijn gevoel een beetje voort. De booswichten gaan onder elkaar wat bakkeleien, er steekt een storm op, Modred die dan toch in de boom geraakt. De fut is er een beetje uit, maar het bijzondere decor maakt veel goed. Het geheel is behoorlijk verteerbaar.

Verhaalonderdelen

Personages

026. De kroon van Deirdre

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1965

Johan maakt een inspectietocht in het noorden. Wanneer hij een Ierse boot op een rivier ziet, besluit hij die van dichtbij te gaan bekijken. Johan vraagt waar het schip heen gaat, maar krijgt als antwoord een speer naast zijn hoofd geslingerd. Hij trekt zich terug maar geeft niet op. Hij vraagt die nacht onderdak in een versterkte hoeve.
Golmar de herenboer en zijn vrouw verlenen Johan gastvrijheid. Zij stellen ook Conor, hun stomme zoon, voor. Johan vertelt zijn wedervaren van die middag. Conor schrikt hierbij merkbaar. De volgende morgen vertrekt Johan weer, Conor lijkt Johan iets duidelijk te willen maken, maar rent dan weg.

Na een tijdje komt Johan de Ieren weer tegen, ze hebben hun schip verlaten en zijn aan wal gegaan. Voorzichtig sluipt Johan dichterbij. Een geheimzinnig voorwerp “ Het oog van Kian“ wordt door Decca, de mysterieuze leidster van het gezelschap, omhoog gehouden en wijst een richting aan. Een man klimt een boom in en roept dat het oog een hoeve aanwijst. De Ieren gaan op pad !

Vallende stenen verraden de aanwezigheid van Johan en in een mum van tijd is hij omsingeld. Na een fel gevecht verliest hij zijn evenwicht en valt in een afgrond. Johan is echter niet dood, tegen de avond ontwaakt hij uit zijn verdoving.
De Ieren zijn inmiddels bij de hoeve aangekomen en dringen binnen. Johan komt ook aan de hoeve aan en slaat de gebeurtenissen gade. De aanvallers zijn op zoek naar een prinses, Deirdre, die de hand van hun meester Kian weigerde. De boer ontkent dat Deirdre aanwezig is, waarop Decca haar rechterhand Kemoc bevel geeft het oog van Kian te raadplegen.
Alvorens het oog iemand aanduidt slaat Conor het oog uit Decca’s hand. Conor blijkt Deirdre te zijn, prinses van de Fjorden uit het Noordland. Decca wil Deirdre een kroon op het hoofd zetten als straf. Golmar komt op dat ogenblik tussenbeide, geholpen door zijn knechten en Johan, die uit zijn schuilplaats tevoorschijn komt.
Decca steekt het dak met een toorts in brand en blaast de aftocht, de indringers voeren Deirdre met zich mee. Golmar’s buurman komt te hulp en er wordt een ploeg achtervolgenden samengesteld. Net voor de Ieren de boot weer willen ingaan worden ze ingehaald , er volgt een bloedig treffen. Deirdre is bevrijd, Decca weet te vluchten en wordt op de hielen gezeten door Golmar’s mannen. In een wanhoopspoging springt Decca van een klif.

Terug in de hoeve geeft Golmar Johan een verklaring voor Deirdre’s aanwezigheid. De vader van Deirdre , Ronjar is koning van het Noordland. Kian heeft het schip dat Deirdre vervoerde gekaapt en dwong haar hem te huwen. Deirdre wist te ontsnappen en is zo bij de hoeve terechtgekomen, waar de bewoners bereid waren haar te helpen. Ronjar denkt dat Deirdre op zee omgekomen is.

Johan besluit dat Deirdre best met hem mee naar Camelot gaat. Deirdre stemt toe , en beiden gaan op weg. Johan neemt ook de kroon mee die Decca op Deirdre’s hoofd wilde plaatsen. Decca heeft de val overleefd en ligt op de loer.
Terug te Camelot buigt Arthur zich over de zaak. Lancelot is ogenblikkelijk verliefd op Deirdre en wil Haar samen met Johan terug naar het Noordland brengen.
Merlijn wordt ondertussen om advies gevraagd betreffende de kroon. Hij waarschuwt iedereen, nooit de kroon op te zetten. Om dwaasheden te voorkomen, werpt hij de kroon in de slotgracht. Decca ziet de kroon vliegen en duikt haar op. Merlijn heeft die nacht een nachtmerrie. Hij trommelt Johan op om Deirdre te gaan bewaken. Zij onderscheppen Decca, die de kroon op Deirdre’s hoofd heeft gezet. Een wachter doodt Decca met een goedgemikte pijl. Deirdre wordt ondertussen door hevige pijnen gekweld, de kroon kan ze niet meer afzetten. Merlijn beseft nu wat er gaande is. Kian maakte een beeld van Deirdre, elke prik die hij het beeld geeft bezorgt Deirdre enorme pijnen. Uiteindelijk zal zij eraan doodgaan. Merlijn kan niets beginnen. Johan en Lancelot worden op pad gestuurd om het beeld te vernielen.

In Ierland aangekomen nadert een ruiter hen. Zij betreden het land van koning Nuada en moeten tol betalen. Johan en Lancelot weigeren en treffen de zonen van Nuada. Zij worden gedwongen geblinddoekt te strijden met de speer. Johan verslaat de oudste krijger, Burdoch, maar spaart zijn leven. Intussen duikt koning Nuada zelf op. Hij laat Johan en Lancelot doortrekken en stuurt Burdoch mee om hen te leiden.
Spoedig bereiken de ridders de grens met het land van Kian. Burdoch blijft echter bij de ridders, om zijn dwaze houding goed te maken. In het veld, tussen de menhirs, worden ze al gauw aangevallen door Morna, de reus. Johans paard wordt geveld; Burdoch drijft zijn speer echter in Morna’s flank. De andere twee reuzen vallen aan. Lancelot is de reus Keelta te vlug af, terwijl de derde reus, Dermot, achter Johan en Burdoch aangaat. Dermot raakt zijn tegenstanders echter kwijt. Johan verbindt de gebroken arm van Burdoch, die daarna huiswaarts keert. Johan gaat nu op zoek naar Lancelot, die gevangen genomen werd door Keelta en Dermot. Hij treft de derde, gewonde reus Morna aan en helpt hem.
Morna belooft Johan te helpen zijn vriend vrij te laten. Johan vindt zijn vriend en raakt verwikkeld in een gevecht met beide reuzen. Morna komt hem ter hulp, met zijn tweeën verslaan ze de andere reuzen. Morna bezwijkt ook aan zijn verwondingen.
Lancelot en Johan trekken te voet verder.
Kian droomt die nacht van Decca, die hem waarschuwt voor Johan en Lancelot. Kian gaat naar een slottoren en overziet de omgeving. Twee lichtgevende gestalten jagen hem vrees aan. Er heerst vrees binnen de muren van Kian’s burcht Het waren Johan en Lancelot die zich vermomd hadden met takken en eendenveren. De volgende dag schakelen ze een patrouillerende wachter uit. Johan wisselt met de wachter van kledij en infiltreert zo de rangen van de bewakers. Lancelot blijft ondertussen terreur zaaien als spook. Wanneer Kian en zijn ruiters uitrijden keert Johan terug en zoekt het beeld van Deirdre. Hij schakelt enkele tegenstanders uit en bereikt het beeld. Kian is echter weergekeerd en drijft Johan in het nauw. Een uitval van Johan doodt Kian echter, zijn trawanten vluchten weg. Johan vernielt het beeld en tracht de burcht te verlaten. Alle wachters zijn echter teruggekeerd en een overmacht staat de ridder nu op te wachten. Plots duikt Lancelot verkleed als spook weer op en jaagt de wachters de stuipen op het lijf. De ridders branden de burcht plat en keren dan terug naar Camelot, waar ze gelauwerd worden door de koning. Deirdre is volledig hersteld en wacht haar redders op. Johan maakt zich op om de jongedame te vergezellen aan de vijver. Lancelot is hem echter te snel af ! Love is in the air !

Opnieuw een verhaal van Vandersteen waarin ontzettend veel gebeurt. Dat blijkt al uit de uitgebreide samenvatting.
Vele bekende thema’s komen terug met als meest opvallende: romantiek! Onze Johan geeft zo’n beetje voor het eerst in de reeks blijk van enige gevoelens, in dit geval voor de knappe prinses Deirdre. “Ik begrijp dat de spionnen van Kian je wilden ontvoeren”, zegt hij veelbetekenend in strook 21. En aan het eind van het verhaal trekt hij vol hoop zijn mooiste gewaad aan voor een ontmoeting met de door hem geredde dame. In het volgende verhaal, Het graf van Ronjar, zal dit gegeven nog een grotere rol spelen. Zelfs zijn vriendschap met Lancelot komt onder vuur te liggen, omdat beide ridders meer dan gecharmeerd zijn door dezelfde Deirdre.
Wat mij betreft mogen de toekomstige scenario’s van Martin Lodewijk qua sfeer en thematiek een voorbeeld nemen aan verhalen als De kroon van Deirdre.

Het tekenwerk zet de lijn voort die al een tijdje was ingezet: nogal wisselvallig, maar wel voldoende. Alleen de laatste 2 pagina’s vallen uit de toon. Misschien was Sels een weekje ziek en werd hij vervangen door een inkter met een te dikke stift?
Opvallend is dat op de cover de reuzen Keelta en Dermot zwaarden dragen en in het verhaal zelf bijlen! Maar dergelijke verschillen zien we vaker en ik vraag me alleen een beetje af waarom.
Soms ook draagt Johan weer wel een maliënkolder (strook 5), maar meestal toch niet. Wat mij echter meer intrigeert: wat draagt hij nu eigenlijk om zijn hals? Een soort driedelig sieraad of amulet? Op de eerste 3 stroken heeft hij het trouwens niet om, daarna wel. Sinds nr. 17 (De zeekoning) ziet de uitrusting van de Rode Ridder er anders uit dan in de periode van Karel Verschuere. De grote kraag is verdwenen en vervangen door een halsketting met een flink aantal amuletten. Later is dat aantal gereduceerd tot 3 en ook Biddeloo heeft dat altijd zo gehandhaafd.
Wie weet dus wat Johan nou eigenlijk om zijn nek draagt?? Graag reacties!

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

Voorwerpen

027. Het graf van Ronjar

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1965

Te Camelot wedijveren Johan en Lancelot om de gunst van Deirdre. Jammer genoeg loopt een derde er mee heen.
In het Noorderland spelen zich echter geheel andere dingen af. Alkan en Kerwon, twee ridders van de Ronde Tafel, willen inschepen om naar Camelot terug te keren. Kobolden willen dit echter verhinderen en bekogelen hun schip met rotsblokken. De ridders chargeren en jagen de Kobolden op de vlucht. Een hoorn van de Kobolden vormt hun trofee. Te Camelot vertellen de ridders hun wedervaren, waarop Deirdre verbaasd op hen toeloopt. Zij neemt de hoorn vast en valt bewusteloos neer. Later vertelt ze Johan, Lancelot en Merlijn dat het de hoorn van Ronjar, haar vader is. De hoorn lag verborgen in een geheime bergplaats. Het feit dat de hoorn tevoorschijn kwam wil zeggen dat Ronjar dood is. Deirdre ziet zich verplicht naar het Noorderland terug te keren om de troon over te nemen. Arthur geeft Johan en Lancelot de opdracht mee te gaan.

Aangekomen na een zeereis, verloopt het vervolg van de tocht te paard. Het drietal wordt blijkbaar geschaduwd. Johan gaat op onderzoek uit. Hij treft de bespieder aan die getroffen wordt door een pijl op het ogenblik dat hij Johan de waarheid wil vertellen. Johan wordt onder schot gehouden, maar gelukkig duikt Lancelot achter de schutters op. Het zijn krijgers van Harald, koning van de Fjorden. Harald heeft de plaats waar Deirdre recht op heeft ingenomen. Johan, Deirdre en Lancelot brengen de gewonde man naar een nabijgelegen dorp, waar de man zijn vrouw het gezelschap onderdak biedt. Zij vertelt het verhaal achter de machtsovername. Harald verdreef Ronjar in een bloederig treffen. Ronjar wist te ontkomen met zijn schat maar werd door de Kobolden overvallen en gedood. De schat wordt bewaard door de Kobolden. Deze schat bevat tevens de scepter die Deirdre nodig heeft om de macht op te eisen. Als één man bieden Johan en Lancelot aan de scepter te gaan zoeken. Op aanraden van de vrouw trekt het drietal over een bergpas. Op hun tocht laat Lancelot zijn interesse voor Deirdre nogmaals blijken. Lancelot vreest dat Johan meer kans maakt bij Deirdre, wat een erg bedrukte stemming oplevert. Het leidt zelfs tot ruzie. Een aanval van een beer noopt de ridders echter tot samenwerken, waarna ze besluiten de strijd om Deirdre te staken tot hun opdracht vervuld is.

De tocht gaat verder, en het drietal betreedt een vallei waarin zich Kobolden verschuilen.
Deirdre geeft de nodige aanwijzingen en het lukt Lancelot om een hinderlaag te ontlopen en een Kobold gevangen te nemen. Hij verklapt hen de locatie van Ronjars graf. Zijn gelaat werd in een rots bij het graf uitgehouwen. Wanneer ze het graf aantreffen wordt Johan getroffen door een steen uit een slinger van de Kobolden. Lancelot kan zijn vriend uit de vuurlinie halen, waarop Johan zijn boog ter hand neemt. De strijd verloopt grimmig maar wordt plots gestaakt wanneer een groepje ruiters de vallei betreedt. De ruiters worden op hun beurt door de Kobolden aangevallen. Onder hen bevindt zich Harald. Johan en Lancelot komen Harald en zijn vikings te hulp. Harald wordt daarop door de ridders gevangen genomen, maar een groep krijgers doemt reeds op aan de horizon. De krijgers beweren dat ze achtervolgd worden door een enorme overmacht aan Kobolden. Noodgedwongen sluiten beide partijen een overeenkomst. Ze zullen samen de Kobolden het hoofd bieden. Na enkele afleidingsmanoeuvres maken de mensen gebruik van de wind door het gras voor en achter hen in brand te steken. De vuurzee schermt hen af van de Kobolden en laat hen toe de bergpas op te gaan. De Kobolden worden nu met zware verliezen teruggedreven. Ze zijn bereid de strijd te staken wanneer ze hun gewonde aanvoerder mogen wegvoeren. Tegen Haralds zin in stemt Johan toe.
Ongehinderd bereikt de groep nu het graf van Ronjar. Hier eindigt de overeenkomst tussen de ridders en Harald. Door hun weigering de schat te verzaken, opent Harald de jacht op de ridders en Deirdre. De ridders houden de vikings bezig terwijl Deirdre het graf betreedt. Ze vindt er de scepter en voegt zich bij Johan en Lancelot. Ze vluchten naar een kring van stenen achter het graf, waar volgens bijgeloof de geest van Ronjar huist.
Deze magische kring mag niet geschonden worden, het trio is veilig. Lancelot is echter gewond en Harald besluit het drietal uit te hongeren. Harald biedt een drinkhoorn met water aan voor de gewonde Lancelot in ruil voor de scepter. Johan weigert een ruil en daagt Harald uit voor een duel. Harald stemt onder druk van zijn vikings toe. Een hevig gevecht om een drinkhoorn barst los. Johan doodt Harald en vlucht met enkele drinkhoorns en een zak voedsel de magische kring weer in. De vikings zweren hun gedode leider te zullen wreken en zijn die avond zegedronken met de schat van Ronjar bezig. Johan maakt van hun onoplettendheid gebruik door er met een paard vandoor te gaan. Onmiddellijk wordt hij door de vikings achtervolgd. Zijn paard stort neer en Johan is verbaasd over het feit dat zijn achtervolgers niet opdagen. Hij sluipt naderbij en merkt dat de vikings dood op de grond liggen. De schat was met giftige stoffen bewerkt, zodat rovers een zware straf zouden ondergaan. Dit is de vikings fataal geworden. Nu rest Johan en Lancelot enkel nog de taak Deirdre naar haar volk te brengen.
Zij zien nu de dwaasheid van hun wedijveren om Deirdre in, hun vriendschap kreunde hieronder maar heeft het gelukkig overleefd.

“Het graf van Ronjar” is een rechtstreeks vervolg op “De kroon van Deirdre”, maar wel zelfstandig te lezen.
Veel van wat ik schreef over de kwaliteit van zijn voorganger geldt ook dit verhaal. Het tekenwerk is van dezelfde wisselende kwaliteit. Het is spijtig dat de uitgever besloot om voortaan met afwisselend lichtbruine en grijsblauwe inkt te gaan drukken. Ik mis de karakteristieke donkerblauwe kleur van de eerste 25 verhalen.
De figuur van Deirdre op de cover ziet er anders uit dan in het verhaal zelf. Haar haar zit in vlechten en ze heeft een andere jurk aangetrokken. Gelukkig heb ik geen verstand van mode…
Op diezelfde cover zien we de stoere en dappere ridder bewusteloos in het gras liggen, getroffen door een verraderlijke steen van een kobold. Vertwijfeld staat de hulpeloze prinses te kijken of haar held nog wel zal herrijzen. In dit plaatje passen overigens geen sporen van bloed of gapende wonden. Johan “fronst” slechts. De naam van de uitgever onder de voorplaat moet iets naar rechts uitwijken, zie ik nu ook.
De compositie van de cover symboliseert wel het belangrijkste thema: romantiek. Johan en Lancelot worden opmerkelijk sterk in hun daden gedreven door hun gevoelens voor de prinses. Hun vriendschap wordt zwaar beproefd door hun wedijver. Een hongerige beer voorkomt misschien wel een handgemeen of erger nog tussen de twee gezworen vrienden.
In strook 57, wanneer Johan zich voorbereidt om het finale duel aan te gaan met Harald, houden hij en Deirdre elkaar nog even stevig vast om kracht te putten uit hun onmogelijke liefde. Het is een opvallend menselijke en kwetsbare ridder, zoals we die nog niet eerder zijn tegengekomen in de reeks. Een prachtige scène!
Een ander bijzonder moment vind ik terug in strook 18. Het wordt de ridders en de prinses duidelijk hoe moeilijk en vrijwel hopeloos hun opdracht is om de scepter van Ronjar op de kobolden te heroveren. Johan zegt dan: “Twee zwaarden staan je ter beschikking Deirdre! Beveel en wij zullen de scepter voor je heroveren!”. Vooral de gedetailleerde tekening van de zwaarden, naast elkaar hangend in hun schede, is erg beeldend.
Het verhaal is in zijn geheel redelijk spannend en onderhoudend. Ik heb wel het gevoel dat er meer in zat. Het is ook een beetje onevenwichtig. Er zit een flink tempo in, maar daarentegen wordt de scène in de magische kring nogal lang gerekt. Het verhaal is daarna uiteindelijk toch ineens goed afgelopen. We maken weliswaar niet meer mee hoe Deirdre wordt thuisgebracht, maar de educatieve slotwoorden van Johan mogen er zeker zijn. Romantiek? Dwaasheid!

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

 

028. De maansteen

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1966

Dit verhaal begint als Johan en Lancelot een duif redden tijdens een jachtpartij. Het dier draagt een zonderlinge boodschap aan zijn poot. Het blijkt een bericht te zijn van de Prinsen van de Nacht, zeggende dat Olberon moet sterven. Er is ook sprake van een maansteen. Het bericht is ondertekend door een zekere Hakuwa.Daar noch Merlijn, noch Arthur weten wat deze namen betekenen, besluit Merlijn een verder onderzoek in te stellen. Via een toevallige ontmoeting komen onze vrienden te weten dat Doorlong, een schrijver-magiër, van meer weet. Merlijn besluit Doorlong, een vriend van hem, te gaan opzoeken.

Doorlong blijkt stervende te zijn wanneer Johan, Lancelot en Merlijn aankomen bij zijn grot. Op zijn sterfbed vertelt Doorlong van Olberon, een dwerg die zwaarden smeedt. Ook Hakuwa is bekend, het is een waterduivel. Hakuwa vreest echter Olberon om de een of andere reden. Daarom moet deze sterven. Johan en Lancelot besluiten om Olberon te gaan zoeken, om hem te beschermen tegen Hakuwa. Op hun toch komen ze verschillende keren in gevecht met de Prinsen van de Nacht, een roversbende. Hakuwa is hun leider. Hij draagt een pantser en is praktisch onkwetsbaar. In het water is hij bovendien bijna niet te verslaan.

Wanneer Johan en Lancelot voor de eerste keer kennis maken met Hakuwa, is deze in gevecht met ridders van Heer Aldwyn. Wanneer Hakuwa vlucht, trekt het gezelschap naar diens burcht. Daar vertelt een sterrenwichelaar dat een steen nadert uit de ruimte, een maansteen. Die nacht daalt de steen naar de aarde en verdwijnt achter de horizon.

De volgende dag trekken Lancelot en Johan verder, en na een lange tocht komen ze aan bij de hut van Olberon. Deze is hen echter op het eerste zicht niet echt vriendelijk gezind. Het blijkt dat Herzlinde, Olberons dochter, in de handen van de Prinsen van de Nacht is gevallen. Olberon is echter de enige die Hakuwa kan verslaan. Hij moet een zwaard smeden uit de maansteen. Dit zwaard zal het pantser van Hakuwa kunnen doorbreken.

De volgende dag ondernemen Olberon, Johan en Lancelot een bestorming van de burcht van Hakuwa, tevens het schuiloord van de Prinsen van de Nacht. Na een lange toch slagen ze erin om Herzlinde te bevrijden. Hakuwa, die op dat ogenblik niet aanwezig is, moet met lede ogen toezien hoe zijn burcht in vlammen opgaat. Hij besluit zelf een stormloop te ondernemen om te verhinderen dat Olberon het zwaard smeedt dat zijn ondergang zal worden. Terwijl Lancelot, Herzlinde en Olberon zich met het smeedwerk bezig houden, vecht Johan op leven en dood om hen te beschermen tegen Hakuwa. Op het kritieke moment is het zwaard klaar. Het is vanaf dan een kwestie van tijd eer Hakuwa het onderspit moet delven. De streek is verlost van zijn waterduivel…

Geen slecht album, maar wel een nogal voorspelbaar verhaal. Het gegeven van de Prinsen van de Nacht is er eigenlijk maar bijgesleept.
De Prinsen worden dan ook op een bijzonder snelle manier verslagen. De echte vijand is natuurlijk Hakuwa, de waterduivel.

Al van in het begin van het verhaal wordt duidelijk wat de plannen zijn. Het zwaard moet gesmeed worden uit gesteente van de maansteen, en pas dan zal de waterduivel kunnen verslagen worden. Het weze duidelijk dat dit uiteindelijk wel moet lukken…

029. De Zwaneburcht

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1966

Koning Arthur en zijn ridders zijn erop uitgereden om een einde te maken aan de plunderingen van de Noormannen in hun land. Na de Noormannen verslagen te hebben, rijden Johan en Lancelot erop uit om te kijken of de indringers wel degelijk allemaal weer ingescheept zijn. Lancelot hoort krijgsgewoel, meteen rijden ze erheen. Het is een bende Noormannen die een groepje vreemdelingen aanvalt. De vreemdelingen houden stand, maar wanneer Johan en Lancelot de strijd vervoegen, slaan de Noormannen op de vlucht. Sagob, een Perzisch koopman en tevens leider van het groepje is Johan en Lancelot zeer dankbaar. Het toeval wil dat hij op zoek was naar Camelot.
Er wordt aldaar een feestmaal gehouden. Enkel Merlijn kent geen vreugde, hij maakt zich zorgen. Guinevere vraagt hem de reden van zijn zorgen. Merlijn wantrouwt Sagob, in wie hij geen koopman, maar een soldaat vermoedt. Bovendien draagt hij een bijzondere ring, die Merlijn wel eens van dichtbij wil bekijken. De stoutmoedige Guinevere vraagt Sagob op de man af, of Merlijn zijn ring eens mag bekijken. Sagob beweert geen ring te dragen, er is trouwens ook geen ring meer te zien rond zijn vingers. De sfeer wordt grimmiger. Merlijn gebruikt zijn magie en tovert de ring tevoorschijn uit Sagobs drinkbeker. De Pers wordt woest en maar op het nippertje wordt een vechtpartij vermeden. Sagob en zijn ruiters verlaten Camelot.
Merlijn vertelt Guinevere dat de ring aan Kolwijn toebehoorde, een tovenaar die samen met hem magie studeerde. Een dienstmaagd alarmeert Merlijn. Iemand heeft zijn werkkamer overhoop gehaald. Er werd niets ontvreemd, maar het raadsel groeit! Johan en Lancelot worden door Merlijn op pad gezonden om de zaak te onderzoeken.

Na 3 dagen rijden vinden de ridders een spoor. Johan en Lancelot worden echter ontdekt, een ogenblik later zijn ze omsingeld door Sagob met zijn Perzen én de Noormannen die een bondgenootschap hebben gesloten. De ridders beseffen dat de situatie ernstig is en trachten door te breken. Hun paarden worden dodelijk verwond, maar als bij een mirakel kunnen de ridders zich verbergen aan de rivier.
Sagob wil verder trekken en deelt zijn groep in tweeën. De ene helft gaat op zoek naar Johan en Lancelot, de andere helft moet hem volgen naar de Zwaneburcht. De Noormannen lijken een moment te aarzelen, maar Sagob vertelt ze over de schat die zich in de Zwaneburcht moet bevinden. De ring van Kolwijn geeft hij in onderpand.

Ondertussen zetten ook Johan en Lancelot hun tocht verder. Het woud wordt echter zo dicht dat de voortgang maar moeilijk verloopt. Wanneer een zwaan onder de takken van overhangende bomen doorzwemt, besluiten de ridders dit voorbeeld te volgen. Eens deze hindernis voorbij, duiken ze op in een open plek in het woud. Ze zien een vervallen burcht voor zich en besluiten er te schuilen.
Plots loopt een geboeide man de burcht uit, achterna gezeten door een zwaan. Johan en Lancelot vangen de man op, die alvorens te sterven nog spreekt over de zwaan, en Morgane, een heks die deze Zwaneburcht bewoonde maar reeds lang geleden stierf. De zwanen zouden behekste edelvrouwen zijn die de burcht voor haar moesten bewaken.
Meteen daarna nemen Johan en Lancelot toch hun intrek in de burcht.
Lancelot neemt de wacht, Johan slaapt wat. Een geluid wekt hem echter en hij gaat meteen op onderzoek uit. Johan ziet enkele vrouwelijke schimmen ronddwalen. Wanneer Lancelot de galerij betreedt, zijn de schimmen verdwenen. Enkele onrustige zwanen trekken de aandacht van de ridders. Aan de overzijde van de slotgracht staat een oude vrouw. Johan maakt de reden van hun aanwezigheid bekend. De vrouw antwoordt dat de zwanen hen zullen helpen de Noormannen het hoofd te bieden en daarop verdwijnt ze.
De oude vrouw waarschuwt even later ook Sagob en zijn mannen na hun komst. De Noormannen lijken afgeschrikt, maar in ruil voor een juweel wil een dappere Noorman de burcht wel betreden. Hij wordt meteen aangevallen door zwanen. Nadat er eentje van hen gedood is, vluchten de overblijvende zwanen. Perzen en Noormannen bereiden nu de aanval op de burcht voor door een vlot te bouwen.

Die nacht staat hun kamp echter in rep en roer. De Noorman die de burcht betrad sterft na helse pijnen geleden te hebben op de plaatsen waar de zwanen hem aanraakten.
Sagob is echter vastberaden en zet de aanval in. Johan en Lancelot staan klaar om de slag op te vangen, wanneer achter hen een witte gedaante opduikt. Een ogenblik later is de gedaante weg, maar waar ze stond liggen twee bogen en een voorraad pijlen. De aanval wordt met behulp hiervan tot staan gebracht. Wanneer ook de zwanen aanvallen en er verscheidene Noormannen dood neervallen wordt de aftocht geblazen. Johan en Lancelot kunnen even op adem komen. Johan maakt van de gelegenheid gebruik om een spoor van de gedaante te zoeken, de afdruk van een vrouwenvoet leidt hem tot een zaaltje met een gedekte tafel.
Aan de overzijde bemerkt Sagob de zwanen en hij geeft één van zijn handlangers het bevel op de zwanen te schieten. De schutter valt echter dood neer. Sagob heeft echter een klein vergiftigd pijltje in de man zijn hals gezien. Hij ziet nog net de oude vrouw wegvluchten. Hij volgt haar maar zij lijkt ineens van de aardbodem verdwenen.

Met het vlot wordt weer een nieuwe aanval ondernomen. Ditmaal is de strijd grimmiger en Lancelot raakt gewond aan de schouder. Net op tijd weten de ridders het tij echter weer te doen keren, wederom moet Sagob de aftocht blazen. Sagob beseft dat deze situatie hopeloos is en wil enkele van zijn mannetjes binnen de muren hebben. Bij het tonen van een hoopje juwelen bieden drie Noormannen zich vrijwillig aan. Zij dringen stiekem de burcht binnen. Johan raakt slaags met een eerste indringer en de tweede wil hem in de rug aanvallen. Een zwaan belet dat echter en het kost Johan nadien niet veel moeite om zijn tegenstander uit te schakelen. De Rode Ridder vermoedt dat de tweede Noorman vergiftigd is. De derde Noorman dringt intussen door tot de zaal, waar Lancelot ligt te rusten. De witte gestalte verschijnt echter tijdig, de Noorman vlucht weg en loopt in op het zwaard van de Rode Ridder. Sagob verneemt het nieuws en besluit de ridders nu uit te hongeren.
Bij toeval merken Johan en Lancelot een rat op, die langs een gat in de muur verdwijnt. De vreemde textuur van de muur doet hen vermoeden dat het om een geheime doorgang gaat. Ze volgen de gang en komen uit in een onderaardse ruimte, waar drie vrouwen zich schuilhouden. Na een verschrikte ontmoeting besluiten de dames hun verhaal te doen. Hun mannen stierven in dienst van de koning, waarna de vrouwen besloten zich in de Zwaneburcht terug te trekken. Daar troffen ze de stervende Morgane aan. Morgane leerde hen de zwanen beheersen en bood hen een schuilplaats aan. In ruil moesten ze indringers verdrijven en mochten ze de burcht niet verlaten. Ze tonen ook het geheim van de dodelijke zwanen. In hun veren zitten pijltjes met een dodelijk gif. Wanneer Johan de dames over de oude vrouw vertelt, vallen deze bijna achterover: de beschrijving is dezelfde als die van Morgane…
Lancelot zal via een geheime gang de burcht verlaten en hulp gaan zoeken. Sagob ligt echter op de loer en neemt Lancelot gevangen.
Johan verschijnt op de wallen, de belegeraars kijken verschrikt op. De verrassing wordt compleet, wanneer achter hen Morgane opduikt en de vrijheid van Lancelot eist. Sagob gaat echter niet op die eis in, waarna Morgane de geheime gang ingaat en de opening achter zich doet instorten. Sagob vraagt Johan nu zich over te geven, hij geeft hem bedenktijd tot zonsondergang.
Morgane staat nu voor Johan en vraagt hem haar jeugd terug te schenken door met zijn zwaard de drie edeldames te doden. Ze vertelt hem ook dat de schat slechts een lokmiddel was. Johan weigert, waarop Morgane vlucht. Tijdens die vlucht valt de heks echter, een verschrikte zwaan doet ongewild de rest en Morgane sterft.
Sagobs geduld is echter ten einde en geeft het bevel Lancelot te doden. Net op tijd doemt Merlijn op, met een schare boogschutters. De zwanen vallen eveneens massaal aan op Merlijns bevel en rekenen meedogenloos af met de belegeraars. De tovenaar verklaart dat hij achter Sagobs bedoelingen was gekomen omdat zijn handlangers een document over de Zwaneburcht bleken te hebben ontvreemd. Verhaal ten einde!

De “Zwaneburcht”, nog zonder tussen-n in de oude spelling, is weer een typisch Vandersteen-verhaal. Langdurig mysterieus en pas op de laatste 2 pagina’s volgt de, een tikkeltje vergezochte, verklaring voor het optreden van Morgane. Een vermeende schat moet ridders lokken om de drie jonkvrouwen te doden waardoor de heks weer jong wordt.
De setting van het verhaal is zeker mooi gekozen. Een oude vervallen burcht die bewoond en bewaakt wordt door geheimzinnige zwanen. Onze twee dappere ridders verdedigen heldhaftig hun schuilplaats tegen een groep onhandig opererende Noormannen. Zij worden geholpen door de zwanen en last but not least de witte schimmen. Met andere woorden: veel romantische thematiek!
Met de tekeningen zit het wel weer snor. De figuren en decor zijn consequent van prima niveau. De gezichten en portretten wisselen wel van kwaliteit en zien er soms heel matig uit. Da’s jammer. Ook de cover had meer aandacht verdiend. Vooral de achtergrond ziet er te armoedig uit.
Over het geheel genomen een prettig spannend en onderhoudend verhaal dat (bijna) 4 sterren verdient.

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

 


030. Mysterie te Camelot

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1966

Terwijl Lancelot zich populair maakt bij het vrouwelijk schoon, gaat Johan op jacht. Na een uitputtende achtervolging op een hert schiet hij zijn wild. Een stel zwervers wil de ridder overvallen om zo met het geschoten wild te gaan lopen. Johan geeft zich echter niet zomaar gewonnen. Een laffe aanval dreigt hem echter fataal te worden, ware het niet dat Lancelot zijn vriend achterna ging en net op tijd de zwerver ontwapent.
Wanneer Johan en Lancelot Camelot weer bereiken, bruist de vesting van de bedrijvigheid. Er zijn Schotse gasten. Sir Hogarth is naar koning Arthur gekomen met een verzoek om militaire hulp. Omdat Sir Hogarth zijn buurman Sir Fingham de hand van zijn dochter weigerde, rukt deze laatste op met een huurlingenleger om Hogarth’s gouw in te nemen. Sir Hogarth vraagt hulp van de ronde tafelridders. Koning Arthur wil beslissen op basis van waarnemers, die hij eerst naar de desbetreffende gebieden wil sturen. Sir Hogarth is het daar niet mee eens, hij wil onmiddellijke hulp en roept de ronde tafelridders op om zonder toestemming van hun koning mee te gaan. Land en rijkdom zullen hun deel zijn. Guinevere staat haar man bij en kan ternauwernood een rel voorkomen.
Dezelfde avond nog, vertrekt Guinevere met haar zoon naar de kust, ze vraagt Johan om Arthur bij te staan.
Binnen de rangen van de rondetafelridders heerst verdeeldheid. Na het dispuut roept Arthur Johan bij zich. Hij vraagt hem Hogarth bij hem te brengen voor overleg. Johan gaat op weg, maar klopt wat later lijkbleek bij Arthur aan. Hogarth is dood, vermoord met een dolksteek!
Een onderzoek wordt ingesteld, de dolk was van Lancelot, die schonk hem echter 2 weken geleden aan Johan. Johan beweert hem te hebben laten liggen in de kamer, reeds voor Hogarth aankwam in Camelot. Lancelot zag Johan lijkbleek de kamer uitrennen. Alle sporen leiden tot Johan. Hoewel Johan ontkent en beweert dat Hogarth reeds dood was toen hij de kamer betrad, weigert hij te zeggen wie er bij hem in de kamer was. Ook Lancelot kan Johan niet overtuigen. Arthur is genoodzaakt de Rode Ridder op te sluiten tot alles grondig onderzocht is.
’s Nachts bezoekt Lancelot zijn vriend, hij biedt zijn hulp aan, zonder Johans woord van geheimhouding te verbreken. Johan verklapt dat er nog iemand in de kamer was. Deze persoon vroeg hem te zwijgen.
Datzelfde ogenblik vallen de resterende Hooglanders onder leiding van Murphy de kerkers binnen, vastberaden gerechtigheid te doen geschieden. Na een kort gevecht zien ze zich genoodzaakt te vluchten voor de garde van de koning. Dit is tevens het moment voor Johan om te vluchten. Via een list weet Johan een omsingeling van wachters te doorbreken. Wanneer hij buiten komt staat Lancelot klaar met een paard. Na gelukwensen rijdt Johan ervandoor. Lancelot neemt zijn verantwoordelijkheid voor Johans ontsnapping en neemt diens plaats in de kerker in.

Ondertussen liet Arthur Merlijn ontbieden en legt hem zijn problemen voor. Een spiegel in het vertrek kan mogelijk ontsluieren wie de moord pleegde. Merlijn zal trachten Gwendolijn de waarzegster te bereiken. Zij kan namelijk de spiegel laten spreken.
Onderweg vindt Johan onderdak bij een houthakker. Deze ruikt zijn kans om Johan bij de Hooglanders te gaan verraden. Hij betaalt een hoge prijs voor zijn verraad, klikken staat gelijk aan de dood voor de Hooglanders. Niettemin zit Johan nu in een lastig parket. De hut wordt omsingeld en Johan lijkt verloren. Plots laaien er enorme vlammen op. Merlijn creëerde een illusoire vlammenmuur waardoor de Rode Ridder kan ontsnappen.
Wat verderop houden Johan en Merlijn halt. Merlijn vraagt Johan wie er zich in de kamer bevond. Johan weigert te spreken, waarop Merlijn zijn plan met de spiegel voorlegt. Het komt tot een dispuut en er wordt besloten dat elk zijn eigen weg zal gaan, met als doel de ware toedracht van de moord te achterhalen. Een Hooglander luisterde het tweetal af, ze besluiten op te rukken naar de hut van Gwendolijn, om er de spiegel te aanhoren.
Merlijn bereikt als eerste de verlaten hut, vlijt er zich in een stoel neer en valt in slaap. Wanneer hij wakker wordt overmeesteren de Hooglanders hem en sluiten hem op. Ook Johan wordt weer in het nauw gedreven door de Hooglanders, na hevige gevechten en listige trucjes weet hij ze echter af te schudden. Wat verderop ontmoet hij Gwendolijn. Hij verklaart haar de gebeurtenissen en vraagt haar om de geheimen van de spiegel niet bekend te maken aan Merlijn. Gwendolijn twijfelt echter aan de integriteit van Johan en vertrekt.
Ze is nog niet goed en wel weg of enkele Hooglanders sluiten haar in. Gelukkig is Johan nog in de buurt, hij jaagt hen snel op de vlucht.
Vanaf dat punt gaat elk zijn weg, Johan richting kust, Gwendolijn richting Merlijn. De waarzegster merkt tijdig dat de Hooglanders haar in de val willen lokken en betreedt haar hut via een geheime gang. Ze ontmoet er Merlijn en ontsluiert er de geheimen van de spiegel. De waarheid die ze aanschouwen is onthutsend en meteen begrijpen ze Johans houding. Murphy rook echter onraad en wist een gedeelte van het gesprek op te vangen. Onmiddellijk geeft hij het bevel koers te zetten naar de kust. Merlijn zal zich moeten reppen om hen bij te kunnen houden.
Johan bereikte inmiddels de kuststreek, waar een zwaar onweer losgebarsten is. Wanneer hij de richting van zijn doel bepaalt, jaagt een blikseminslag zijn paard op hol. Het dier vlucht het moeras in en verdrinkt. Dan maar te voet verder. Op enkele honderden meters van zijn doel, een burcht aan de kust, bemerkt hij dat de Hooglanders hem voor zijn.
De Hooglanders beklimmen een slottoren en schakelen de wachtposten uit. In een mum van tijd hebben zij het garnizoen gevangen genomen en bereiken zij de grote zaal, waar Guinevere hen opwacht. Murphy beschuldigt de koningin van de moord. Guinevere ontkent, Murphy wordt daarop razend en gaat met opgeheven zwaard Guinevere tegemoet. Johan, die inmiddels via dezelfde weg de burcht betrad komt net op tijd om de Hooglander te stoppen. Er ontstaat nu een gevecht tussen Johan en een groep Hooglanders. Murphy ontsnapt aan het krijgsgewoel en gaat terug op Guinevere af. In de daaropvolgende schermutseling raakt Guinevere slechts lichtgewond dankzij alweer een tussenkomst van de Rode Ridder.
Plots weerklinkt Merlijns stem. Murphy zou het verkeerd begrepen hebben. Guinevere legt een verklaring af. Zij was die bewuste avond met Hogarth gaan praten omdat ze doorhad dat hij de rondetafelridders tegen elkaar opzette. Hogarth wist dat Arthur ooit een boontje had voor Fingham’s dochter en hij wilde laten voorkomen dat dat de reden was waarom Arthur steun weigerde. Hogarth was van plan een rooftocht te houden, niets anders. De Hooglanders geloven Guinevere niet. Als bij wonder betreedt Gwendolijn de zaal. Ze heeft de spiegel bij zich, opnieuw zal zij de spiegel laten spreken. Beeld voor beeld spelen de gebeurtenissen zich weer af. Wanneer Guinevere Arthur wilde waarschuwen, trok Hogarth zijn dolk en liep op Guinevere af, hij struikelde echter en viel op zijn eigen wapen. Het was dus geen moord, maar een ongeluk. Murphy verontschuldigt zich en zet snel koers richting Schotland.
Onder Merlijn en Johan worden de plooien weer gladgestreken. Guinevere vraagt echter om Arthur nooit de ware toedracht van het gebeurde te vertellen.

Bij herlezen van bepaalde albums gaat een aantal dingen in het oog springen, bij dit album is dat niet anders. Allereerst de onbevooroordeelde mening. Het is een vlot verhaal waar ik bij een eerste herlezing erg van genoten heb. Er wordt een geheimzinnige sfeer gecreëerd en de ware toedracht blijft voor de verandering eens verborgen tot bijna op het einde. We zitten hier midden in de Arthur saga, wat betekent dat de karakters hun draai gevonden hebben en dat de auteurs er optimaal gebruik van maken. Hoewel dat hoogtepunt reeds in de eerste 5 verhalen ligt, vind ik deze er toch wel bijhoren.
Het tekenwerk dan, in tegenstelling tot volgende verhalen is het tekenwerk hier vrij consistent. Het betere werk dus, en zowaar, de cover mag er ook wezen. Wanneer ik trouwens terugdenk aan de eerste keer dat ik deze strip las (inmiddels zeker 15 jaar geleden) valt me op dat ik toen gegrepen werd door de mysterieuze eigenschappen ervan. Guinevere die in diskrediet wordt gebracht, Johan die door Arthur in de kerker gezet wordt. Ronde tafelridders die bijna aan het muiten slaan, niet echt een doordeweeks album. Toen was ik echter net geen 10 jaar en kon ik er het enorme positieve voordeel niet uithalen, ridders moesten hun idealen gestand blijven, anders waren het geen goede ridders. Vandaag bekijk ik het helemaal anders, voor mij is het een van de Vandersteen-toppers. Ondanks het feit dat ik er toch ook wel wat hiaten in zie.
Waarom vertelde Guinevere Arthur niet gewoon de waarheid ? Een rechtvaardig vorst als hij is ? Merlijn , de grootste tovenaar, laat zich zo maar eventjes verrassen door een groepje Hooglanders, terwijl hij even daarvoor een simpele illusie creëert waardoor hij diezelfde Hooglanders in de luren legt. Hoe weet Guinevere dat Hogarth een rooftocht plant, Hogarth zegt daar toch niets van tegen Guinevere. Of vergeet ze dat ook nog te vertellen. Waarom kreeg Johan die zwijgplicht, met Lancelot en Merlijn zou het raadsel vlug opgelost zijn. Het is dus lang geen perfect harmonieus album, maar zoals gezegd, dat siert het album!

Verhaalonderdelen

Personages

031. De groene mummie

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1967

Johan schenkt Koning Arthur een oude groene sarcofaag, ( in dit verhaal consequent abusievelijk 'mummie' genoemd), die hij meeneemt van een reis in het Middellandse Zee-gebied. De Groene Mummie blijkt echter geheimzinnige en zelfs dodelijke krachten te hebben en nadat Merlijn de kist heeft onderzocht, waarschuwt hij dat al wie de mummie opent zal sterven. Kort daarna wordt de kist ontvreemd uit Camelot en Johan en Lancelot worden op onderzoek uitgestuurd In de haven vinden zij een schip dat naar Alexandrie in Egypte zal uitvaren.

Van de welwillende kapitein krijgen zij toestemming het schip te onderzoeken. Onderweg daarheen wordt Lancelot echter het slachtoffer van een aanslag, raakt gewond en kan niet verder meedoen. Johan gaat alleen op zoek naar de mummie op het schip, de Albatros, vindt hem maar wordt prompt neergeslagen en gekneveld. Wanneer hij bijkomt en zich heeft losgemaakt blijkt het schip al op volle zee. Hij bespreekt met de kapitein, Bennet, de situatie en samen vragen zij zich af wie van de passagiers de mummie aan boord gebracht heeft: de Italiaanse kooplieden, Hans de huurling, de koopman Ali Mufa en zijn Nubische slaven of de Egyptische matrozen?

Kort daarop ontdekt de Rode Ridder dat Hans in een mand een Egyptische vrouw, Neferis, aan boord gesmokkeld heeft. Maar zij zeggen niets te weten van de mummie. Ook bij Ali Mufa wordt niets verdachts gevonden, maar uiteindelijk vinden ze toch de sarcofaag, diep verborgen in het ruim. Wie is nu de dief?

Onder grote spanning gaat de reis voort en er vallen zelfs slachtoffers onder de Nubische slaven onder omstandigheden die Neferis verdacht maken.

Plotseling duikt een Egyptisch schip op. De bemanning entert het schip van Bennet die zich al snel moet overgeven. Ali Mufa blijkt dan samen te heulen met de Egyptenaren die uit zijn op de Groene Mummie. Hans dreigt echter de sarcofaag te openen als de piraten niet direct het schip verlaten. De aanvallers druipen af en Neferis geeft een verklaring voor het gebeuren. Zijzelf is een Egyptische koningin en de mummie is van een voorouder van haar. De mummie is met een stof bewerkt die een dodelijke straling verspreidt zodra de kist wordt geopend. De Egyptische aanvallers staan onder leiding van Maroefa, een prins van een vijandelijke buurstaat, die de mummie vanwege zijn verwoestende kracht koste wat het kost wil buitmaken. Zijzelf had de mummie uit Camelot laten ontvoeren en door Hans aan boord laten smokkelen.

Maroefa en zijn Egyptische piraten vallen opnieuw aan, nu op afstand met brandende pekballen. Kapitein Bennet moet zijn gehavende schip vast laten lopen op een klip. Neferis geeft in deze wanhopige situatie toe dat de mummie wordt afgestaan aan haar vijand. Wanneer de piraten de groene kist ophalen wordt zij tegelijkertijd ontvoerd. Johan en Hans zwemmen naar het vijandige schip, klimmen aan boord en weten tot bij Neferis te komen. Maar van alle kanten komen de Egyptenaren op hen af. Ze houden nog even stand maar dan wordt Hans dodelijk getroffen. Neferis ziet dat de toestand voor haar en de Rode Ridder hopeloos is, duwt Johan onverwacht overboord en licht het deksel van de Groene Mummie op. Liever wenst zij te sterven dan dat Maroefa onheil over haar land brengt.

De gevolgen zijn vreselijk. Iedereen aan boord van de Nijlboot wordt gedood. Johan wordt, gewond door een pijl in de schouder, aan boord van de Albatros gehesen Een voorbijvarend schip brengt hem weer terug naar zijn vaderland.

Een redelijk spannend en mysterieus avontuur dat een beetje de detective-sfeer heeft van "Death on the Nile'' van Agatha Christie. Het verhaal bevat ook dermate veel details dat die niet allemaal in mijn samenvatting kunnen worden opgenomen. Het is getekend in de typische, beetje houterige, maar wel kundige stijl met langgerekte figuren. Uitgevoerd door de medewerker van Vandersteen die verantwoordelijk is geweest voor in ieder geval de verhalen van nr. 31 t/m 35: Eduard de Rop.

Het blijft merkwaardig dat de auteurs en dus ook alle figuren inclusief Merlijn de groene sarcofaag aanduiden met 'mummie', terwijl een mummie natuurlijk het omzwachtelde lichaam van de dode is. Pas op de laatste pagina wordt die zichtbaar als Neferis de kist geheel opent. Ook voor Johan is dit de eerste kennismaking met de oud-Egyptische begraafwijze. Als hij de sarcofaag op pagina 1 ontdekt vraagt hij zich af: "Wat is dit voor zonderlinge groene kist?" Het is maar goed dat hij hem niet meteen opent, wat op zich toch logisch zou zijn geweest. Maar dat zou wel een heel snel en rigoreus einde betekenen voor onze held.

Zo zijn er wel meer onvolkomenheden in het verhaal. Waarom bijvoorbeeld gebruiken de Egyptische piraten hun pijl en boog niet direct wanneer Johan en Hans aan boord van hun schip klimmen om Neferis te bevrijden? Nee eerst gaan ze de twee ridders te lijf met het zwaard, ten koste van een flink aantal slachtoffers, en pas als Johan overboord valt schieten ze hem pijlen na.

032. Angst over Nevelland

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1967

Johan is onderweg naar het Nevelland. Het is Koning Arthur ter ore gekomen dat Gorkwin de burchtheer er zijn horigen behandelt als slaven en weigert hun vrijbrieven te ondertekenen. In de nabijheid van de burcht worden een boer en zijn dochter, Wenda, gemolesteerd door twee soldeniers. Zij worden op hun beurt afgerost door de Rode Ridder, die hen zijn komst naar de burcht aankondigt.

Johan besluit te wachten tot de volgende morgen en slaat zijn kamp op in een verlaten toren. Daar maakt hij kennis met Trodamus, een bizarre goochelaar. Daags nadien ontmoet Johan heer Gorkwin en diens zuster Zelma. Gorkwin is niet bereid om zijn horigen hun vrijheid te schenken en de Rode Ridder stuurt aan op een duel. Tijdens het gevecht doet Trodamus zijn intrede in de burcht. Gorkwin moet het onderspit delven en is gedwongen de vrijbrieven van alle boeren te tekenen waarop Johan terugkeert naar Camelot. Trodamus gooit het op een akkoordje met Zelma, die met het vertrek van de boeren ook haar inkomsten ziet verdwijnen. Zelma stuurt Gorkwin naar Trodamus om te ontdekken hoe hij zijn macht over de boeren kan behouden.

Trodamus toont twee houten poppen, een koe en een beeltenis van Zelma. Hij splijt de koe in tweeen prikt de Zelma-pop in de hand. Op de terugweg naar zijn burcht ziet Gorkwin een gezin rond een dode koe. Gorkwin begint te geloven in de krachten van de tovenaar en vertelt de boeren zich die nacht te begeven naar de vervallen toren, alwaar de tovenaar zijn bedoelingen kenbaar zal maken. Op de koop toe heeft Zelma zich bezeerd aan de hand omwille van een scherf.

Die avond gooit Trodamus voor de ogen van de verzamelde boeren een houten hoeve in het vuur en tegelijk gaat één van de boerderijen in vlammen op. De boeren kunnen verder onheil voorkomen door, net als voorheen, de oogsten af te leveren aan de burchtheer. Op zijn weg terug naar Camelot moet Johan halt houden vanwege een blessure aan het been van zijn paard. Hij besluit om te voet terug te keren naar het Nevelland ter kontrole. Aan de voet van de torenruïne stuit Johan op Trodamus die net een schatting ontvangt van de boeren. De ridder wil Trodamus ontmaskeren als een handige schavuit en daagt hem uit om een pop te maken met de beeltenis van Johan en daarop zijn macht te laten gelden. De tovenaar snijdt het beeldje en splijt het doormidden, Johan valt voor dood neer.

De boeren zijn nu nog meer overtuigd van de duivelse krachten van de tovenaar en vluchten naar huis. De ridder is echter niet dood, doch bewusteloos gemept door de handlangers van Trodamus. Wenda, de boerendochter ziet hoe ze tevoorschijn komen uit het struikgewas, één van hen met de slinger nog in de hand. Zij zal proberen de boeren te overtuigen om Johan te bevrijden en Trodamus en zijn handlangers te verjagen. Intussen groeit de voorraad van de burcht stevig aan en Trodamus wil meer goudstukken als beloning. Maar ook Zelma wil haar deel, dus eist ze de helft van Gorkwin's verborgen geldkist.

Wenda krijgt geen hulp van de doodsbange boeren en keert terug naar de gevangen ridder met voedsel en materiaal om te ontsnappen. Nadat ze alles heeft afgegeven wordt ze gevangen genomen en opgesloten in een ander deel van de ruïnes. De Roder Ridder ontsnapt. Op het kasteel ontstaat een flinke ruzie tussen Zelma en haar broer. Gorkwin sluit haar op in haar kamer, van waaruit zij ontsnapt via de slotgracht. Ze gaat naar Trodamus en vraagt hem de boeren op te ruien tegen Gorkwin om hem zo zijn geld afhandig te maken.

Trodamus denkt de zaak volledig te kontroleren en heeft Zelma niet meer nodig om zijn zakken te vullen. De vrouwe van het Nevelland informeert de boeren maar wordt gedood via de eerder beproefde slinger methode vanuit het struikgewas. De Rode Ridder verschijnt echter ten tonele en de handlangers worden ontmaskerd. Het komt tot een massaal gevecht waarbij Trodamus Wenda gebruikt om te kunnen vluchten naar de burcht. Trodamus wil Gorkwin nog meer afpersen en ze geraken slaags. De soldeniers ontzetten hun heer en Trodamus laat hierbij het leven.

Intussen staan de boeren en de Rode Ridder voor de poorten om een eind te stellen aan de valse praktijken van de burchtheer. Ze moeten echter afdruipen onder de bedreiging dat Wenda het met haar leven moet bekopen. Johan geraakt echter op zijn eentje in de burcht en kan Wenda bevrijden. Het meisje moet een vuur ontsteken op één van de torens ten teken dat de boeren hun aanval mogen inzetten, ze wordt hierbij geraakt door een pijl, maar overleeft. Johan slaagt er maar net in om de valbrug te laten zakken alvorens de hele zaak mislukt. Eens de boeren binnen de muren zijn is het pleit snel beslecht en kan de Rode Ridder terug naar Camelot.

Een verhaal dat bol staat van hebzucht en oplichterij. Het is voor de Rode Ridder en de lezer heel snel duidelijk wat hier aan de hand is. Zijn tussenkomst is echter te voorbarig en zo verdwijnt hij voor een poos uit de cirkulatie. Het is dan eigenlijk de onderlinge rivaliteit tussen de protagonisten van het verhaal die de beslissende rol speelt. Ze schakelen als het ware elkaar uit.

Het scenario vertoont geen echte zwakke punten maar is ook geen uitschieter.

033. Het beleg van Crowstone

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1967

De Rode Ridder wordt door Koning Arthur naar de kust gestuurd om de geruchten van een vloot Moorse kapers voor de kust te onderzoeken. Eens ter plaatse stuit onze held op een groep moorse verkenners en redt hun aanvoerder uit een hachelijke situatie. Deze stelt zich voor als Haram de Zeearend en is de Rode Ridder dankbaar, maar weigert beleefd (en met de steun van zijn toegestroomde soldaten) om Johan te vergezellen en verantwoording af te leggen bij de koning, en verwijst naar een persoonlijke afrekening.

Wat later stuit Johan op Thuline, de Duinenheks en een beoefenaarster van de zwarte kunsten, die niet echt in haar nopjes is met de aanwezigheid van de Rode Ridder en haar eenhoorn bevel geeft om hem te doden. De eenhoorn delft het onderspit en Thuline zweert wraak. De Rode Ridder (minus paard, dat het moest afleggen tegen de eenhoorn) bereikt dan Crowstone, waar hij er meteen in slaagt om de burchtvrouw, Marion tegen zich in het harnas te jagen. Malvor de burchtheer kent Haram: ooit slachtte hij de volledige bemanning van een Moors galjoen af, waarbij enkel Haram kon ontkomen. Wanneer de Rode Ridder aandringt om het landvolk in veiligheid te brengen, reageert Malvor onverschillig. Onder invloed van Marion en de nar van Crowstone wordt deze onverschilligheid al snel agressie en na een duel met Malvor (waarbij Marion de Rode Ridder een kandelaar op het hoofd gooit) belandt de Rode Ridder al snel in de kerker.

Marion jut haar man nog verder op en zet hem ertoe aan om de Rode Ridder tentoon te stellen op een feestmaal waarop de naburige burchtheren aanwezig zullen zijn. Na een zware woordenwisseling, is Malvor ziedend genoeg om het duel verder te zetten. Johan wint ditmaal en eist dat Malvor zijn verantwoordelijkheden als burchtheer zou opnemen. Malvor komt tot inkeer en besluit om de volgende dag de poorten open te zetten voor zijn onderdanen. Die nacht gebeuren er echter twee dingen. Marion zint op wraak en haar nar overtuigt haar om Thuline binnen de muren te halen, opdat deze wraak zou kunnen nemen op de Rode Ridder voor de dood van de eenhoorn. Ten tweede kiest Haram precies deze nacht uit om een landing uit te voeren.

Wanneer de Moren opgemerkt worden, is het al te laat en hebben Haram's troepen de onderdanen van Malvor reeds gevangengenomen.Haram kondigt aan deze allen te zullen afslachten en vervolgens Crowstone tot de laatste steen af te breken en al zijn inwoners af te maken, behalve de Rode Ridder. De Rode Ridder wenst te onderhandelen en brengt een voorstel van Malvor over: Malvor zal zich overgeven en al de schatten van Crowstone overdragen indien Haram zijn onderdanen laat gaan. Haram lanceert een tegenvoorstel: behalve Malvor mag iedereen die dat wil Crowstone verlaten, maar voor elke ridder die blijft, zal hij twintig gijzelaars laten gaan. De ridders die willen blijven, moeten blijven totterdood, zoniet...

Ik zal eerlijk zijn: ik ben traditioneel een fan van de Rode Ridderverhalen met een hoog sword & sorcery gehalte (vanaf nummer 50 en hoger, dus eigenlijk), maar toch is het beleg van Crowstone een van mijn favoriete verhalen. Het gaat hem niet om de tekeningen. Persoonlijk vind ik deze een beetje te hoekig en niet zo goed als de tekeningen vanaf de nummers 50 en hoger. Nee, het gaat hem om de teneur van het verhaal. Alles draait hier om eer, denk ik: Haram's eer dicteert dat hij bij de Rode Ridder in de schuld staat. Haram komt wraak nemen op de eerst toch wel behoorlijk eerloze Malvor. Ik ben niet zo dol op citaten, maar ik denk dat deze monoloog er toch mag zijn:

Haram: "Johan, ik wilde je sparen! Maar je woorden hebben dit onmogelijk gemaakt. Toch voel ik mij tegenover jou verplicht. Daarom zal ik je een voorstel doen. Jullie schelden ons voor barbaren uit! Ik zal je de gelegenheid geven om de ridderlijkheid van je riddervrienden op de proef te stellen. Iedereen mag Crowstone verlaten, behalve Malvor! Voor elke ridder die blijft laat ik twintig gijzelaars vrij!"

En nu jij. De ridders, die de dag voorheen nog een bende zuiplappen waren, nemen als één man hun verantwoordelijkheid op en ruilen hun leven voor dat van de gijzelaars. Kijk, ik weet dat het een beetje melig is, en dat deze verheven vorm van riddereer misschien eerder legende dan werkelijkheid is, maar toch... Na dit album onlangs te hebben herlezen heb ik mij waarachtig de vraag gesteld: "zou ik in hetzelfde geval hetzelfde kunnen, durven, willen doen?"

Aangezien er steeds evenwicht moet zijn, zal ik nu een beetje zeuren, pro forma: het beleg duurt een aanzienlijke tijd. En wat doet Arthur ondertussen? Hij weet dat er piraten zijn gesignaleerd (dat is de reden waarom hij de Rode Ridder op verkenning stuurde), en de vrijgelaten (en, naar ik vermoed, gevluchte) bevolking moet toch wel iemand op de hoogte gebracht hebben die dan eventueel een ontzettingsleger zou kunnen uitsturen? En dan nog iets: als Thuline dan toch een echte heks is, waarom verdoet ze dan haar tijd met pijlen op de Rode Ridder af te schieten? Waarom gebruikt ze haar magische krachten niet, om hem toch op z'n minst zware jeuk op delicate plaatsen te bezorgen? (Als Bahaal het kan in "De laatste droom", waarom dan zij niet? ZO moeilijk kan dat toch niet zijn?)

Hmmm... Heb ik jou al niet ergens anders gezien?
Nog niet, nee, maar dat komt nog: de Moren zijn een regelmatig terugkerende vijand van de Rode Ridder: ze zijn de handlangers van de zoon van Bahaal in "Excalibur" (#51), ze zijn gewoon de slechterikken in "De Kluizenaar van Ronceval" (#54) en ze zijn meedogenloze plunderaars in "Het Spook" (#83). Het dient opgemerkt dat in dit album de Moren, ook al zijn ze de vijand, niet door-en-door slecht zijn. Haram wil wraak nemen voor een onrecht dat hem indertijd door Malvor werd aangedaan. Hij is eervol en handelt naar zijn eer: hij is bereid zijn wraak te beperken tot Malvor en zijn ridders en de bevolking met rust te laten. Haram is zonder twijfel één van de meest aangename tegenstanders van de Rode Ridder. Goed, hij is een moordende plunderaar, maar toch: ik denk dat we diep in ons binnenste wel een zeker begrip kunnen opbrengen voor Haram's motieven.

En dan nog de eenhoorn: zo eentje hebben we dus wel al eens gezien: in "De Wilde Horde" (#21). Alweer aan de zijde van een boze heks. Enigzins grappig, aangezien eenhoorns traditioneel een symbool van puurheid en zuiverheid zijn.

Genoeg gezeurd: samengevat: top of the line album.

034. De stenen beelden

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1967

Wanneer Johan op een avond in het Hoogland overnacht in een grot, krijgt hij een visioen. In een waas ziet hij verschillende stenen beelden, waarvan er enkele stukgeslagen zijn. Hij ziet ook een gelaat. Wanneer de RR terug wakker wordt, bevindt hij zich niet langer in de grot, maar in het open veld. Verdwaasd trekt hij verder en komt hij bij een schijnbaar verlaten burcht. Daar ontmoet hij een vrouw, die hem vertelt dat er in het Hoogland geheimzinnige verdwijningen aan de hand zijn. Verschillende burchtheren zijn hier reeds het slachtoffer van geworden. Ondertussen komen twee andere ridders bij de burcht: we maken kennis met Feldon en Lexing, twee burchtheren.

De vrouw is ondertussen gevlucht voor de twee ridders.
Johan rijdt samen met Feldon en Lexing naar de burcht van Heer Hoggart. Daar wordt hem gastvrijheid aangeboden. Johan leert er dat de burchtheren bij elkaar blijven, omdat ze bedreigd worden door een geheimzinnige tegenstander. In de burcht van heer Hoggart bemerkt Johan echter een beeld van de vrouw waarmee hij in de andere burcht gesproken had. De vrouw blijkt Lisbeth, de zuster van Hoggart, te zijn, doch deze laatste beweert dat Lisbeth vertrokken is na de verdwijningen. Het beeld werd gemaakt door Tynox, een Griekse beeldhouwer. Die nacht is Johan ook nog getuige van een woordenwisseling tussen de drie burchtheren en door het kamervenster ziet hij nog een gedaante wegvluchten van het kasteel. Het is duidelijk: er wordt iets verborgen gehouden voor Johan, en deze is vastbesloten het mysterie op te lossen.

De volgende dag wil Johan de grot waarvan hij gedroomd had, gaan zoeken. Hij vermoedt dat daar de sleutel tot het mysterie te vinden is. Eerst gaat hij echter naar de burcht van Lexing, waar hij Lisbeth ontmoette. Hij vindt de vrouw stervend op de grond. Lisbeth blijkt door Feldon om het leven gebracht. Wanneer Lexing en Feldon ook ter plaatse komen, ontstaat een hevig gevecht. Opeens loopt Feldon geschrokken de kamer uit, en dat is het laatste wat we van hem zien. Lexing is er ondertussen in geslaagd de RR te verslaan en rijdt in paniek terug naar Hoggart.

Johan, ondertussen terug bij zijn positieven, vindt een kaart in het tasje van Lisbeth. De bewuste grot staat erop gemarkeerd. Eenmaal bij de grot aangekomen ontdekt hij de graven van de verdwenen burchtheren. Dieper in de grot staan de bewuste beelden. Hij merkt dat de beeltenis van Hoggart en Lexing nog overeind staan, terwijl het beeld van Feldon met hamerslagen vernield werd. Er bevindt zich ook nog een beeld van een jonge vrouw in de grot. Johan wordt echter betrapt door Tynox, die direct aanvalt. Wanneer deze echter zich naar het beeld van de vrouw keert, zet Tynox het op een lopen. Bij de achtervolging belandt Johan in een ondergronds drijfzand. Hij wordt echter door Tynox geholpen. Johan ziet Tynox naar Hoggarts burcht rijden…

Eenmaal in de burcht bemerken Lexing en Hoggart algauw dat ze bezoek hebben. In het gevecht dat daarop volgt, raakt Tynox gewond, maar kan vluchten. De Rode Ridder neemt het voor Tynox op, maar wordt gevangengenomen. Via Johan willen Lexing en Hoggart de lokatie van de grot achterhalen. Johan laat echter niets los en wordt voor dood achtergelaten. uiteindelijk slagen de 2 ridders erin om met de hulp van Johans paard de grot te vinden. Wanneer ze bij de beelden komen, wacht Tynox zijn prooi op diep in de grot…

Johan komt terug bij bewustzijn en haast zich eveneens naar de grot. Hij is echter te laat. Hoggart en Lexing zijn in het drijfzand terechtgekomen; de beelden werden verwoest. Hij vindt er ook Tynox, die een zware val gemaakt heeft en eveneens stervende is. Tynox doet zijn verhaal. Een jaar geleden was hij te gast bij de burchtheren en in een dronken vlaag hadden ze zijn vrouw vermoord. Uit wraak heeft Tynox dan toegeslagen. Tynox heeft echter wroeging, maar het is te laat. Hij is stervende en de RR kan niets anders dan hem onder het beeld van zijn vrouw begraven. Het drama is ten einde.

Dit album was mijn eerste kennismaking met de RR reeks. Ik was toen een jaar of zes, lang geleden met andere woorden. Indertijd vond ik het album eigenlijk weinig boeiend. Naarmate ik het herlezen heb, ben ik dit album beginnen te waarderen. Er zit wel meer in dan je op het eerste zicht zou denken. Dit is een op en top ridderalbum, geen spoken of monsters, enkel ridders…

Het is tevens een verhaal van naijver, intrige en jaloezie. De plot is vrij goed uitgewerkt, en bij het lezen van de laatste bladzijde is er wel een soort gevoel van “dit is nu typisch menselijk”.

Wat ook opvalt in dit verhaal, is dat het geen happy end heeft. De wraak van Tynox is voltrokken: alle burchtheren die meegeholpen hebben aan de moord op zijn vrouw, zijn dood. Maar ook Tynox moet hervoor met zijn leven betalen, alsof de tekenaar wil zeggen dat je geen kwaad met kwaad mag vergelden. Met alle hoofdpersonages het hoekje om, rest er voor de Rode Ridder niets anders dan de doden te begraven en het Hoogland te verlaten, een hoogland met niets anders dan lege burchten…

035. Het derde wapen

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1967

Tijdens één van zijn dooltochten komt de Rode Ridder terecht in een hutje dat men ‘de hut van de zwarte dame’ noemt. Johan is er meteen door geïntrigeerd en vraag meer uitleg. Blijkt dat deze dame vroeger een heks was waarvan de geest nog steeds zou ronddwalen. De Rode Ridder is echter verre van onder de indruk en plaats dit verhaal onder de categorie ‘bijgeloof’. Vervolgens is Johan te gast bij Othir, de grootste herenboer van de hele streek. Terug is de zwarte dame het gespreksonderwerp, tot een reizende handelaar aan de hoeve arriveert. Deze laatste doet in opdracht van een onbekende persoon een bod op de hoeve, Towerstone genaamd. Othir kan daar niet mee lachen en het komt tot een ruzie waarin Johan tussenbeide moet komen. Van dan af zal de rust nooit meer weer keren en moeten Johan en Othir het opnemen tegen schijnbaar duistere machten waartegen ze niet opgewassen lijken…

Het derde wapen is een spannend en erg mysterieus ridderverhaal dat de lezer geen moment rust gunt. Een suggestieve dreiging komt in de loop van het verhaal langzaam dichterbij terwijl de waarheid zich maar heel traag laat ontdekken en pas op het laatste moment zijn geheim prijs geeft. Hiervoor heeft men geen spectaculaire gevechten of luid om zich heen roepende monsters nodig. Neen, het blijft allemaal heel sober terwijl de Rode Ridder als een echte detective de ware toedracht achter de feiten zoekt. Het hele verhaal baadt bovendien in dat typisch donkere en Middeleeuwse sfeertje van sagen en legenden zodat dit album een echte aanrader is!

036. De zwarte roos

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1968

Tijdens een steekspel te Camelot onderscheidt ridder Gawan, een gast van koning Arthur, zich buitengewoon. Zijn drijfveer is indruk maken op de schone jonkvrouw Elaine en verder laat hij zich laatdunkend uit over de Ronde Tafelridders. Maar ondanks zijn succes op het toernooiveld wint hij niet het hart van zijn grote liefde. Ten einde raad volgt hij het advies van Hugon de Hofnar op om de heks Moïra te raadplegen.
Deze gemaskerde en hebzuchtige dame belooft hem, tegen twee kisten met goudstukken, te zullen verklaren hoe Gawan haar liefde kan winnen. De ridder vraagt eerst Merlijn of Moïra te vertrouwen is en die vertelt hem dat de heks nog nooit iemand bedrogen heeft.
Gawan betaalt de hoge prijs en Moïra legt uit dat Elaine lijdt onder de vloek van de Zwarte Roos. Hij die deze roos terugvindt in een Hunnebed bij de grote bergpas en zal aanbieden aan de jonkvrouw, zal haar van de vloek bevrijden.

Gawan is vastbesloten om de Zwarte Roos te vinden in het gevaarlijke gebied.
Op datzelfde moment besluit Arthur op advies van Merlijn om een verkenner naar diezelfde bergpas te sturen. Het is mogelijk dat zich daar nog Hunnen bevinden na hun recente nederlaag tegen Arthur. Johan, de Rode Ridder, wordt belast met de opdracht.

Beide ridders ontmoeten elkaar bij de bergpas en zonder begrip voor elkaars drijfveren betreden zij afzonderlijk het gevaarlijke terrein. Direct daarna worden beiden gevangen genomen door de Hunnen, die inderdaad daar bezig zijn onder leiding van hun Khan een vesting te bouwen en een leger te vormen dat het rijk van Arthur zal vernietigen.
Johan en Gawan worden met een lange ketting aan elkaar geboeid en moeten slavenarbeid verrichten.
Enkele dagen later weten ze wel te ontsnappen aan de Hunnen maar niet aan elkaar, door de ketting. Door hun zeer uiteenlopende belangen, Johan wil Camelot waarschuwen en Gawan zoekt de Roos, werken ze elkaar flink tegen. Ternauwernood blijven ze nog uit handen van de wrede Hunnen.
Wanneer na een fikse klauterpartij Johan bewusteloos valt, worden ze gevonden door vluchtende boeren die hun van de ketting bevrijden. Gawan, die alleen aan zichzelf denkt en gedreven wordt door blinde zucht om de Roos te vinden, laat Johan in beroerde toestand in de steek. De Rode Ridder weert zich daarna nog dapper tegen enkele Hunnen die hem weer op het spoor kwamen, maar valt, gewond door een pijl in de schouder, toch in hun meedogenloze handen.
Intussen vindt Gawan nog steeds niet zijn doel, maar wel wordt hij keihard geconfronteerd met de wreedheid van de Hunnen die een dorp totaal geplunderd hebben. Eindelijk komt hij tot inkeer en beseft hij zijn eigen dwaasheid.
Hij bevrijdt Johan die er inmiddels vreselijk aan toe is. Bij hun barre terugtocht ontmoeten ze een geitenhoeder die voorkomt dat de ridders uit een vergiftigde beek drinken. Hij geeft hen drinkbaar water en de eerste zorg. Johan, fysiek uitgeput maar geestelijk nog helder, komt op het idee om het drinkwater van de Hunnen te vergiftigen door de loop van de beek naar hun rivier te verleggen. Met veel pijn en moeite klaart Gawan die klus. De Hunnen moeten de aftocht blazen.
De ridders keren terug naar Camelot en Gawan blijkt daar toch meteen het hart van Elaine veroverd te hebben. Merlijn legt het de Rode Ridder allemaal uit. Moïra, Hugon de nar en hij speelden onder één hoedje. Gawan moest op de proef gesteld worden en zijn ware ridderlijkheid ontdekken in het gevaarlijke gebied van de bergpas. “De Zwarte Roos was het egoïsme en de zelfzucht die hij moest kwijtraken door zich in te zetten voor een edeler doel.”

Wat direct opvalt aan dit verhaal is het verschil in kwaliteit tussen het scenario (geweldig!) en het tekenwerk (dieptepunt!). Studio Vandersteen moet eind 1967 in crisis geweest zijn. Inkter Eduard de Rop, verantwoordelijk voor albums 30 t/m 35 is blijkbaar gestopt en omdat de show door moest gaan heeft men medewerkers ingeschakeld die hopelijk meer verstand van verzekeren hadden. Wat een broddelwerk en wat jammer! Kon Biddeloo, bezig met o.a. de Karl May-reeks, niet eerder De Rode Ridder gaan inkten? Blijkbaar niet, hoewel ik in sommige, meer geslaagde stroken toch weer wel zijn hand meen te herkennen.
Laten we het scenario erbij nemen. Lang geleden, als kind van pakweg 12 jaar, vond ik het een beklemmend verhaal. Mijn held werd zo verschrikkelijk aangepakt door de Hunnen en was zo vaak machteloos dat ik altijd een beetje meelij met hem had. Gelukkig kwam toch weer alles goed!
Nu ik het anno 2005 herlees vallen andere zaken meer op. Ik vind de plot goed in elkaar steken en de thematiek helder: eerzucht, eigenbelang en blinde liefde bij Gawan, ridderlijkheid, plichtsgevoel en onverzettelijkheid bij Johan en aan het einde ook bij zijn tegenspeler. De moraal van het verhaal is natuurlijk dat een eigenzinnige ridder tot inzicht en inkeer moet komen door extreem moeilijke omstandigheden. Saillant detail is wel in dit verband dat Merlijn in strook 135 spreekt van een “kleine komedie”! Voor de grap stuurt hij even twee ridders, onder wie zijn zeer gewaardeerde Johan op een lévensgevaarlijke missie.

Historisch gezien maakt Vandersteen er als scenarist een potje van. Húnnen die het rijk van Arthur in Brittannië bedreigen? En dan wordt dit wrede volk, afkomstig uit de steppen van Azië ook nog in verband gebracht met de welbekende Hunebedden, die een paar duizend jaar eerder al in Noordwest-Europa gebouwd werden door inheemse volkeren zoals de Trechterbekers in het huidige Drenthe. Nou ja, het zij hem vergeven.
Het is mogelijk dat Vandersteen zich, opnieuw, liet inspireren door Prins Valiant en de Hunnenjagers van Harold Foster. Daar is niets mis mee.

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

Voorwerpen

037. De wilde jacht

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1968

Het verhaal begint wanneer onze held een oude dame wil ontzetten van een woeste ever, maar hij in het nauw komt en dreigt gespietst te worden op de scherpe hoorns. Opeens werpt er zich een jonge knaap uit de bomen op de ever en schakelt deze uit met enkele rake messteken. Als onze held zijn redder om zijn naam vraagt verdwijnt deze gezwind als een hinde in het woud. Van het oude vrouwtje verneemt Johan echter dat de mensen hem de schim noemen en dat hij een hartstochtelijk jager is.

Als Johan even later zijn paard wil bestijgen ziet hij in de verte hoe het oude vrouwtje ruw aangevallen wordt door 2 mannen, dit omdat ze hout sprokkelt in het woud van vrouwe Rosane. Onze held mengt zich in de twist en geeft de opzichter Baldwin en zijn gezel een stevig lesje. Even later, wanneer het zwaard van Johan op Baldwins nek rust verschijnt vrouwe Rosane op het toneel die als verontschuldiging voor het gedrag van haar dienaren Johan gastvrijheid biedt in haar burcht. Dit tot onvrede van Baldwin.

Wanneer hij de burchtvrouw vertelt over de jonge knaap die hem gered heeft vertelt zij hem een legende. Een stervende boer die zijn zoon vervloekt zou hebben omdat deze meer heil vond in de jacht dan in de landbouw. Onze held is echter geboeid door de jonge knaap en wil de zaak onderzoeken. Dit is echter niet naar de wens van vrouwe Rosane en zij weigert hem de toegang tot haar bossen. Verder kan onze held vanaf de volgende dag niet meer van haar gastvrijheid gebruik maken. Van Kate de dienster komt Johan te weten dat er in het dorp een man is , Jensen de kolenbrander, die wel meer zou weten van de schim maar die tegen iedereen zwijgt als een graf.

De volgende morgen blijkt de kasteelvrouwe zich bedacht te hebben en verkiest zij Johan te vervoegen bij zijn zoektocht naar de schim. Eens bij de hut van Jensen merkt onze held de sporen op van een vechtpartij, en treft hij daar ook de sporen van 3 of 4 ruiters aan. Johan volgt hun spoor tot aan de beek maar het ijzige gegil van Rosane laat hem omkeren met getrokken zwaard. De kasteelvrouwe wordt belaagd door een groep rabauwen maar wordt door onze held zonder probleem ontzet. Onze held stemt toe de kasteeldame naar haar burcht te begeleiden en opnieuw van haar gastvrijheid gebruik te maken. Dit vindt onze held zeer vreemd eerst een weigering nu totale hulp!

De volgende morgen gaat Johan samen met Baldwin en enkele wapenknechten op zoek naar de schim. Onze held wil met hem praten maar één van de mannen van Baldwin nadert de knaap met getrokken zwaard. De knaap verdedigt zich en vlucht in de struiken. Johan is de snelste in de achtervolging en stuurt de anderen de andere richting uit. Baldwin is echter niet van de domste en heeft één man achter Johan gezonden om hem in de gaten te houden. Na een wilde vlucht wil de schim zich in veiligheid brengen met een sprong maar blijft met zijn gordel aan een tak haken. De nagezonden man probeert even de hulpeloze jongeman neer te schieten maar wordt opeens door onze held buiten strijd gesteld. De nagezonden man probeert even de hulpeloze jongeman neer te schieten maar wordt opeens door onze held buiten strijd gesteld.


De jongen wordt door Johan bevrijd en slaagt meteen op de vlucht. Tegen zijn redder zegt hij enkel: Hut . Jensen, iets wat de gewonde krijger opmerkt. Even later vindt Johan de geboeide Jensen in een boshut en stuit er meteen op Baldwin en zijn mannen. Johan weert zich stevig maar wordt desondanks overmeesterd en door vrouwe Rosane verbannen naar de vergeetput. Nog maar even zijn de kasteelvrouwe en haar soldeniers verdwenen of de schildwacht wordt overmeesterd door de schim en Jensen wordt bevrijd.

Onder leiding van Baldwin wordt er een grootse klopjacht gehouden op de schim die zich uit talloze vallen weet te bevrijden en zo zijn jagers keer op keer te snel af is. In de burcht wordt een geplande afranseling van Johan Baldwin fataal wanneer hij door een vliegende vaas buiten kennis wordt gesteld. Johans redder is niemand anders dan Kate die Johan op de hoogte brengt van het verraad van de schim zijn schuilplaats door een stroper. Tijdens hun ontsnappingspoging worden ze opgemerkt en wordt er een hevige strijd geleverd door onze held die toch samen met Kate de burcht weet te ontvluchten.

Geruime tijd later wordt de grot waar Jensen en de schim zich schuilhouden, belegerd, de twee weren zich dapper. Uiteindelijk moeten ze toch het onderspit delven tegen de overmacht en worden ze gevangen genomen. De belagers hun vreugde is echter van korte duur want onze held gaat met getrokken zwaard tot de aanval over en slaat zo ongenadig toe dat de overlevenden op de vlucht slaan. Door een dodelijke val tijdens de vlucht komt Rosane aan haar einde.

Even later wordt onze held ingelicht over de situatie, de knaap heet Erwin en is de zoon van Rosane’s overleden broer, de vroegere burchtheer van de Elfenburcht. Hij zou als kind reeds vermoord worden in opdracht van zijn tante daar hij de rechtmatige burchtheer is. Johan stelt voor een beheerder voor de burcht te sturen terwijl Erwin van zijn ridderopleiding zal genieten in Camelot.

Een ridderverhaal met de klassieke waarden. Prachtig gewoon hoe zo een standaard erfverhaal wordt voorgesteld.

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

 

038. De verzonken klok

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1968

We vinden Johan, de Rode Ridder terug terwijl hij zich verfrist aan een meertje. Wat verderop staat een hinde haar dorst te lessen. Plots wordt ze onder water getrokken door een onbekende oorzaak en wat later kleurt het water rood van het bloed. Johan springt in het water om deze vreemde gebeurtenis te onderzoeken, maar hij ontdekt niets.
Hij rijdt dan maar verder, nog steeds onder de indruk van de gebeurtenissen, tot hij plots twee vrouwen ziet die door een woeste menigte achtervolgd worden. De oudste van de twee wordt van haar ezel getrokken en de mannen willen haar op de brandstapel brengen. Johan komt tussenbeiden en verbiedt dit. Eén van de mannen, die Jongar blijkt te heten en smid is, vertelt dat Cunard, de jonge slotheer, die morgend gestorven is en dat Celia, de “heks”, dat voorspeld had. Johan houdt hardnekkig vol en om bloedvergieten te vermijden besluit hij om zich met Jongar te meten. Johan komt bij deze worstelpartij als winnaar uit de bus en hij begeleidt de twee vrouwen naar de hut van Celia.
In de hut vertelt Dinah, de jonge vrouw, dat ze familie is van Celia en dat ze naar de streek gekomen is om haar te verzorgen, want ze is erg ziek. Die nacht sterft Celia en Dinah keert terug naar haar dorp. Johan besluit de burcht te bezoeken waar Cunard gestorven is.
Nu maken we kennis met de beheerders van de burcht, de kinderen van de overleden slotheer, Yngran, Gorlong en Dimlor. Cunard was hun jongste broer. Jongar en Celia vertelden Johan al dat er een klok op de bodem van het meer ligt en dat als deze luidt, er onheil dreigt. De nacht voor Cunards dood heeft deze klok geluid en Gorlong wil niet wachten tot de klok een tweede maal luidt. Hij besluit te vluchten, waardoor Johan hem verdenkt van de moord. Woedend door deze beschuldiging trekt Gorlong zijn dolk, maar Johan pareert zijn stoot en Yngran komt tussenbeiden. Als de gemoederen wat bedaard zijn, biedt Johan zijn hulp aan om het mysterie van de verzonken klok op te lossen. Yngran aanvaardt dit en ze vertelt dat niemand reden kan gehad hebben om Cunard te vermoorden, daar deze mismaakt was.
Als Gorlong vertrokken is, gaan Johan en Dimlor naar het meer. Johan zwemt onder water langs de oever, maar ontdekt geen klok. Dimlor gaat op zoek naar een schuit die aan de andere kant van het meer ligt, om het meer op te kunnen gaan en daar te duiken. Opeens hoort Johan Dimlor schreeuwen en hij rijdt naar hem toe. Hij ligt op de grond, iets heeft hem aan het achterhoofd geraakt. Het blijkt een steen te zijn, maar hij is er van overtuigd dat het een waterduivel was, temeer omdat ze ook nog een vreemd spoor ontdekken.
Na dit voorval herneemt Johan zijn duikpogingen en hij ontdekt de klok, die voor het meer ontstond, een noodklok was. Hij besluit de volgende dag terug te komen en de twee mannen keren terug naar het kasteel.
Daar aangekomen, ontdekken ze de aanwezigheid van Gorlong. Deze kreeg wroeging en is teruggekeerd. Na een nieuwe verdachtmaking van Johan wil hij hem uit het kasteel jagen, maar dan klinkt de klok een tweede maal. Johan rijdt meteen naar het meer en ontdekt hetzelfde spoor als datgene dat ze eerder op de oever zagen naast de klok. Verder vindt hij nog een beker met G ingegraveerd. Nu haast hij zich terug naar de burcht.
Hij vindt Yngran in groot verdriet. Gorlong is gestorven. Johan onderzoekt een beker waaruit Gorlong vlak voor zijn dood nog dronk. Hij ontdekt dat Gorlong vergiftigd is. Hij bereidt een tegengift dat hij geleerd heeft van Merlijn. Nu is er terug hoop. Deze vergiftiging kan enkel uitgevoerd zijn door iemand die in de burcht verbleef. Johan verdenkt dan ook Yngran en Dimlor.
Gorlong knapt snel op en de volgende dag kan hij al terug naar beneden komen. Hij had dit beter niet gedaan want weer vindt er aanslag op hem plaats. Een kroonluchter valt bijna op zijn hoofd. Als Johan naar de zolder stormt om te kijken wie de luchter heeft kunnen losmaken, ontdekt hij Dimlor. Toch kan hij het niet geweest zijn, want het doorvijlen van de ketting vergt tijd en hij was vlak voor het ongeval nog bij Yngran.
Johan gaat voor een derde maal op onderzoek uit in het meer. Als hij de klok genaderd is, ziet hij de gestalte van een waterduivel verdwijnen. Hij zwemt er achteraan, maar raakt verstrikt in een net en verliest het bewustzijn.
Gelukkig kan Dimlor, die hem achterna gekomen is, hem redden en wanneer Johan terug bijkomt, stelt hij voor om de klok boven water te halen en te vernietigen. De volgende dag rijden Johan en Dimlor dan ook naar het meer om dit plan uit te voeren. Al duikend maken ze de touwen aan de klok vast en laten de paarden hem aan wal trekken. Maar de waterduivel heeft de touwen doorgesneden en ze moeten het een tweede maal proberen. Nu lukt het wel, aangezien de Rode Ridder onder water blijft om de waterduivel te beletten het touw nog eens door te snijden. Aan wal wordt de klok stukgeslagen.
Nu hebben ze de vijand wel een middel ontnomen om terreur te zaaien, maar opgelost is de zaak nog niet. Johan besluit om vanaf nu ’s nachts de wacht te houden bij het meer. Die nacht ziet hij plots een lichtschijnsel in de hut van Celia, de heks. Als hij gaat kijken ontdekt hij Dinah, die blijkbaar teruggekomen is. Ze vertelt dat ze tussen de bezittingen van Dinah een perkament had gevonden waarop een gang getekend was die de hut met een schuilplaats bij het meer verbond. Johan besluit om de geheime gang te doorzoeken. Dinah vertrekt om Dimlor te waarschuwen.
Op het einde van de gang ziet hij plots de waterduivel. Ongemerkt wil hij hem volgen, maar zijn blinkend zwaard verraadt Johan. Toch kan hij de waterduivel in een hoek drijven. Hij weigert te spreken of zijn vermomming uit te trekken. In plaats daarvan springt het vreemde wezen tegen een steunbalk en een gedeelte van de gang stort in, boven op Johan, die het bewustzijn verliest.
Johan wordt wakker in een spelonk onder het meer. Eindelijk komt Johan achter de ware toedracht van de aanslagen. De waterduivel verraadt zijn echte identiteit: hij is Cunard! Celia had hem schijndood gemaakt om hem zijn wraak te laten voltrekken. Hij verkeert namelijk in de waan dat Dimlor en Gorlong hem uitstootten en hem dood wensten. De dood van zijn broers zou Yngran, die volgens hem wel van hem hield, heerser over de burcht maken. Via de geheime gang kon hij de burcht in en uit zonder dat iemand hem bemerkte. Nu gaat hij kruiden halen om zijn broers voorgoed uit de weg te ruimen.
Johan probeert zijn touwen door te branden met een kaarsvlam, maar Cunard keert vlugger terug dan voorzien. Er ontstaat een gevecht tussen hen. De mismaakte kan een zwaard grijpen en is meester van de situatie. Op het moment dat hij Johan wil vermoorden, stormt Dimlor binnen. Hij werd gewaarschuwd door Dinah. Stomverbaasd ziet hij Cunard wegvluchten. Johan vertelt hem waarom Cunard zijn eigen dood in scène gezet heeft en zijn broers wou vermoorden. Dimlor begrijpt er niets van. Van enige verachting was geen sprake en hun mismaakte broer werd door allen met zorgen omringd.
Dan breekt een er een verschrikkelijk onweer los dat Cunard noodlottig zal worden. Een bliksemstraal splijt namelijk een boom juist boven de ingang van de geheime gang. Hij raakt bedolven onder de balken die naar beneden komen en water stroomt naar binnen. Johan en Dimlor horen hem schreeuwen en gaan ernaar toe. Ze komen echter te laat. Cunard is verdronken.
Dimlor is erg onder de indruk van de dood van zijn broer. Samen met Johan besluit hij om de aanslagen toe te schrijven aan een waterduivel, om de nagedachtenis van zijn ongelukkige en krankzinnige broer niet te besmeuren.

Dit album past in een heel rijtje van klassieke ridderavonturen. Johan is nog steeds in dienst van koning Arthur, maar die wordt meestal slechts in het begin vernoemd als opdrachtgever voor een inspectietocht. Het moet gezegd dat niet alle verhalen uit deze periode even goed zijn. Vaak hangen ze met haken en ogen aan elkaar. Maar dat kan absoluut niet gezegd worden van dit verhaal. Hoewel het door alle bronnen tegengesproken wordt, meen ik in dit album toch al de hand van Karel Biddeloo terug te vinden. Of misschien is er sinds een album of twee terug nog een andere studiomedewerker verantwoordelijk geweest voor de scenario’s, want ze passen veel beter in elkaar dan bijvoorbeeld die uit de periode 24-29. Maar dat zullen we waarschijnlijk nooit weten.
Hoewel het zoals gezegd een écht ouderwets ridderverhaal is, hoort het toch meer thuis in de categorie detectiveverhalen. Meer nog, De Verzonken Klok is een echte whodonit, met Johan in de rol van politie-inspecteur, belast met het onderzoek. Zinnen als “Johan is een ridder van de koning” - “Dat is juist. Dit wettigt mijn optreden” (strook 45-46) en “Vergeef me maar ik moet vervelende vragen stellen” tonen duidelijk aan dat de ridders van koning Arthur eigenlijk niets minder waren dan de voorlopers van de Witses en De Cocks van onze tijd en ook hun gezag hadden.
Verder zijn ook alle andere ingrediënten van een typische whodonit aanwezig: een aantal verdachten die beurt om beurt verdacht worden gemaakt, de gebruikelijke bewijsstukken, een onverwachte ontknoping,…
Dat ik het scenario van uitstekende kwaliteit vind, is nu wel duidelijk, denk ik. De tekeningen zijn ook niet slecht, maar echt geweldig… Neen, dat niet. Ze zijn wel degelijk en echte uitschuivers zoals in album 36 zijn er niet of nauwelijks. Een typisch Studioalbum zullen we maar zeggen.
Al met al een meer dan gemiddeld album. Het staat in elk geval in mijn top 10 van de pré-Biddelooperiode.

039. Noodkreet uit Cambor

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1968

Wanneer Johan , de Rode Ridder, op een inspectietocht de streek Cambor bereikt, leven de arme bewoners in de ban van angst en verwarring door de mysterieuze verdwijning van enkele boeren. Men verdenkt een monster dat in de moerassen leeft. Johan meldt zich bij de burcht van Cambor, die bewoond wordt door vrouwe Herzel en haar zoon Orlis.
Orlis had zojuist al zonder succes een poging gedaan het monster te doden maar aangeslagen keerde hij terug.
Met de Rode Ridder keert hij de volgende nacht terug naar het moeras en samen slagen ze er nu wel in het logge monster te verslaan.
De zaak lijkt nu al opgelost en Johan vervolgt zijn weg. Maar kort na zijn vertrek ontdekt hij het lijk van een van de verdwenen boeren. Het lichaam draagt ketenen en ook sporen van wit gruis en dus kan de boer geen slachtoffer zijn geweest van het monster. Het witte gruis brengt de ridder op het spoor van een kalkstenen toren die zich stroomafwaarts bevindt. Hij onderzoekt de ruïne van de toren, vindt niets bijzonders maar wordt dan plotseling belaagd door een haveloze kerel. Johan ontsnapt aan de aanslag maar de dader weet te ontvluchten.

De Rode Ridder keert terug naar de burcht van Cambor om de zaak verder te kunnen onderzoeken. Hij hervindt Herzel en Orlis in een jachthuis en vraagt hun of zij de dader van de aanslag gezien hebben. Moeder en zoon ontkennen maar gedragen zich verdacht. Er ontstaat ruzie en Johan, die erop gebrand is de gebeurtenissen op te helderen zoekt voorlopig zijn toevlucht in een hut in het bos.
Enkele dagen later wordt hij ontdekt en samen met de opgehitste boeren komen Herzel en Orlis hem manen te vertrekken. Johan laat zich echter niet wegjagen.
De volgende nacht komt plotseling de haveloze kerel, Dromed genaamd, bij hem opdagen. Hij is tegen baar geld bereid opheldering te geven. Hem wordt echter het zwijgen opgelegd met een pijl, die Johan herkent als zijnde van Orlis. Dromed rept nog van de toren maar blaast dan zijn laatste adem uit.
Wanneer Johan later Herzel confronteert met de pijl, brengt de burchtvrouw hem getergd naar Orlis, die zwaargewond t.g.v. een noodlottige jachtpartij in bed blijkt te liggen. Vervolgens wil ze de ridder door haar onlangs gehuurde soldeniers te grazen laten nemen maar hij weet te ontsnappen uit de burcht Hierbij verliest Johan wel zijn paard. Lopend probeert hij de toren te bereiken en uit handen van de soldeniers te blijven. Uiteindelijk lukt hem dat en in de toren ontdekt hij nu 3 geketende mannen die met houwelen gaten hakken in een muur. De ridder wil hen helpen ontkomen maar een bedwelmende rook die uit de muur komt doet allen bewusteloos neerstorten.
Even later worden ze ontdekt door de verraste soldeniers van Herzel. Zij vertrouwen de boel niet en wanneer dan ook opeens de zwaargewonde en stervende Orlis verschijnt, die nu niets blijkt te mankeren, grijpt paniek de bijgelovige soldaten aan. Halsoverkop gaan ze er vandoor.
Orlis wil Johan, nu ook geketend, en de 3 mannen, dwingen weer nieuwe gaten te hakken, maar de Rode Ridder weigert. Wanneer Orlis Johan dreigt te doden verschijnt plotseling een wanhopige Herzel in het gewelf. Zij wil haar zoon beletten de gevangenen te doden In de worsteling die ontstaat valt Orlis op zijn eigen zwaard en sterft.
Hevig geëmotioneerd verklaart Herzel dat dit Goran was, de tweelingbroer van Orlis, die aan zijn verwondingen bezweken was. Haar man had vroeger de buit van onwettige strooptochten verborgen in de toren. Maar hij had daarbij giftige walmen in de diverse bergplaatsen toegevoegd. Na zijn dood wilden de weduwe en haar zoons leven van de buit. Daarom ontvoerde Goran boeren om het gevaarlijke werk te laten doen. Maar helaas, deze misdadige opzet heeft haar naar de ondergang gebracht.
Er rest de Rode Ridder weinig anders dan Herzel als zijn gevangene naar Camelot te brengen.

“Noodkreet uit Cambor” is een detective-achtig verhaal dat ondanks alle goede bedoelingen toch illustreert dat de Rode Ridder-reeks op zijn einde dreigde te lopen. Voor de liefhebbers is het een aardig verhaal, maar ik denk niet dat andere lezers echt enthousiast zullen worden. Het scenario is een beetje saai, er zit weinig sfeer in het album en de tekeningen zijn matig. Duidelijk zichtbaar is dat er diverse tekenaars c.q. inkters bij betrokken waren, onder wie ook de jonge Karel Biddeloo, de latere grootmeester. Gelukkig volgden op dit verhaal nog 2 uitstekende albums die de klassieke Vandersteen-reeks zouden gaan voltooien.
Er zit overigens een aardige woordgrap, al dan niet bedoeld als zodanig, in strook 21. Johan vraagt aan Orlis hoe hij aan het verband komt om zijn arm. Hij verdenkt hem van betrokkenheid bij een aanval op een boer die zijn belager aan de arm verwondde. Orlis vraagt dan serieus ontstemd: “Zoek jij soms een verband?” Heel geestig!

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

 

040. De barst in de ronde tafel

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1969

In Camelot heerst groot optimisme. Koning Arthur is er in geslaagd de vrede met een buurstaat te bewerken met alleen de kracht van het woord Een groot feestmaal wordt aangericht, maar Merlijn acht het moment zeer ongeschikt, daar ongunstige voortekenen Camelot bedreigen.
Het plotselinge ontstaan van een barst in de Ronde Tafel, vlak voor de zetel van Arthur, is voor iedereen een grote schok. De koning laat het feest desalniettemin doorgaan.
Dan meldt zich een troubadour aan, Meldor, en hij oogst groot succes bij de feestgangers. Arthur verzoekt hem zelfs voor hem en Guinevere alleen te zingen in hun koninklijk vertrek. Merlijn waarschuwt zijn koning nogmaals en geeft hem een amulet ter bescherming. Dat blijkt al snel heel nuttig, want dankzij deze amulet is de pijl die Arthur in de borst treft niet dodelijk.
Johan en Lancelot onderzoeken de aanslag en stellen vast dat de luit van de troubadour het gebruikte wapen moet zijn geweest. Meteen gaan ze op zoek naar Meldor die kort daarna, in zijn poging te ontsnappen, ongelukkigerwijs recht in het zwaard van Lancelot loopt. Aan de hand van de dode vinden de ridders een zonderlinge ring, die zij door Merlijn laten onderzoeken. Die ontdekt in de ring een magisch teken dat hij niet kent In de zadeltas van Meldor zit ook nog een kruik van een soort die Heer Pelinore laat maken.
Merlijn stuurt Johan en Lancelot naar Pelinore om meer over Meldor te weten te komen en gaat zelf proberen de betekenis van het teken te achterhalen.

Onderweg naar Pelinore, die vroeger op slechte voet heeft gestaan met Arthur, worden beide ridders aangevallen door een groep gemaskerde ruiters. Zij slaan de aanval af en stuiten kort daarna op een eenogige landbouwer die hun verklapt dat Pelinore omgang heeft met die ruiters.

Aangekomen in de burcht van Pelinore, ondervragen zij de burchtheer die zegt niets te weten over Meldor, of de gemaskerde ruiters. Dan blijkt dat de eenogige achter een gordijn staat verscholen. Hij beschuldigt Pelinore opnieuw van diens betrokkenheid en dat maakt de burchtheer zo boos dat hij beveelt de kerel op te sluiten Johan wil echter dat Pelinore en de eenogige met hun mee gaat naar Camelot. Pelinore weigert en in de verwarring die daarna ontstaat worden beide ridders overmeesterd, terwijl de landbouwer weet te ontkomen. Maar terwijl de soldaten naar hem zoeken buiten de burcht, bevrijdt hij Johan en Lancelot uit hun kerker en overtuigt hun nogmaals van Pelinore's schuld. Nu ontvoeren de ridders Pelinore en nemen hem geboeid mee naar Camelot. De eenogige wordt echter onderweg door de gemaskerde ruiters gedood.

In Camelot wordt Pelinore ondervraagd door Koning Arthur die hem er op wijst dat alles tegen hem pleit. Het geheimzinnige teken op de ring van Meldor blijkt ook op de gordel van Pelinore te staan afgebeeld. De zwaar gekrenkte burchtheer ontkent echter alles en weigert een verklaring af te leggen.
Merlijn heeft intussen nog steeds niet de betekenis van het geheimzinnige teken kunnen achterhalen, maar veronderstelt dat Alwine, de tovenares der Zeven Heuvelen, wel een boek bezit dat het teken kent. Arthur stuurt Merlijn met Johan en Lancelot naar Alwine.

De onrust en de tweespalt nemen op Camelot hand over hand toe. Pelinore heeft veel aanhang onder de ridders van de Ronde Tafel en die eisen zijn vrijspraak. Arthur wil hier niet aan toegeven en beveelt hen te gehoorzamen aan hem en te wachten op Merlijn. Onder aanvoering van Wodor, een verwant van Pelinore, loopt het geheel uit de hand en na een eerste kaakslag staan, voor het eerst in de geschiedenis van De Ronde Tafel, de ridders met getrokken zwaarden tegenover elkaar! Spoedig valt zelfs de eerste gewonde. Arthur moet krachtig ingrijpen en dwingt Wodor om met hem in een Godsgericht het zwaard te kruisen.
Na een boeiend duel bovenop de gehavende Ronde Tafel, waarbij Arthur struikelt doordat zijn voet in de barst blijft steken, weet de koning zijn tegenstander op de knieën te dwingen en zo voorlopig weer de orde te handhaven.

Inmiddels hebben Merlijn, Johan en Lancelot de hut van Alwina bereikt. De tovenares blijkt kort daarvoor gedood en het gezochte boek met tekens gestolen door de gemaskerde ruiters. De ridders stuiten echter algauw op de rovers en rekenen met hen af. Merlijn herovert het boek en concludeert na een eerste blik erin dat de situatie ernstiger is dan het lijkt….

Zij haasten zich terug naar Camelot, waar intussen Pelinore ernstig ziek is geworden en nieuwe opstand broeit. Maar zij zijn op tijd terug.
Merlijn bestudeert het boek grondig en doet verslag van zijn bevindingen. Het teken is van de Prins der Duisternis, een onbekende magiër en grootmeester in de Zwarte kunst. Niemand weet waar hij thans verblijft. Zijn doel in het werk van Arthur te vernietigen. De barst in de tafel is een symbolische poging om de eenheid van de Ronde Tafelridders te breken. De verdachtmakingen aan het adres van Pelinore waren vals en ook bedoeld om tweedracht te zaaien.
Dagenlang doet Merlijn allerlei bezweringen om het duivelsteken zijn macht te ontnemen en op een dag slaagt hij daarin. De barst in de tafel is verdwenen en de tovenaar beseft dat zijn toverkracht het op kan nemen tegen die van de Prins der Duisternis. Maar die zal niet rusten voor de Ronde Tafel ontbonden en vernietigd is !

Een aardig en wel onderhoudend verhaal wordt ons geboden. Niet echt een ouderwets ridderavontuur, maar wel voldoende mysterie en suspense.
De waarde van nummer 40 ligt echter meer in andere aspecten. Het album is één van de laatste Vandersteen-verhalen en een trouw volger van de reeks tot dan toe proefde ook wel dat Willy Vandersteen toentertijd het einde van de reeks in gedachten had (Nr. 41, "De laatste droom", zou het laatste avontuur van de Rode Ridder moeten worden, maar daar werd onder druk van buiten (o.a. van KB) toch anders over beslist).

Voorts is van belang te melden dat Karel Biddeloo voor een belangrijk deel verantwoordelijk was voor het scenario van dit album. Hij bedacht immers 'de barst'. En het meest opvallende aspect van dit verhaal is natuurlijk de introductie van Bahaal, de Prins der Duisternis, die in het vervolg van de reeks door KB een grote rol toebedeeld zou krijgen. En gezien het aantal liefhebbers van het zgn. sword and sorcery-genre is dit een succes gebleken. Voor de liefhebbers van de klassieke RR-verhalen van Vandersteen zelf, zoals ondergetekende, had deze wending niet gehoeven.
Al met al staat 'De Barst' dus op een belangrijk kruispunt van de gehele reeks.
Het tekenwerk is overigens niet spectaculair maar wel dik in orde. Herkenbaar is ook dat de inkting door verschillende tekenaars is gedaan, onder wie volgens mij ook E. de Rop en natuurlijk Biddeloo. Wie hier meer details over weet, mag het mij vertellen. Graag zelfs!

Grappig detail is nog dat we op de cover een tafereel zien dat zich niet precies in het verhaal zelf afspeelt: Johan strijdt met vertwijfelde blik tegen een andere ridder bovenop de Ronde Tafel, terwijl Guinevere wanhopig oproept tot het neerleggen van de wapens. In werkelijkheid was de Rode Ridder niet aanwezig in Camelot tijdens deze dramatische gebeurtenissen. Hij was op dat moment met Merlijn en Lancelot onderweg naar Alwina! Maar ach, deze 'dichterlijke vrijheid' van de tekenaar levert natuurlijk een extra dramatisch effect op en dat is te waarderen.

041. De laatste droom

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1969

Nadat een zware crisis in het bondgenootschap van de ridders van de Ronde Tafel bezworen is (zie 040. De barst in de ronde tafel), tracht Merlijn de Tovenaar via bezweringen de ware identiteit achter de machtige, nieuwe vijand van de koning en zijn trouwe volgelingen te achterhalen. Uiteindelijk verschijnt Bahaal, de Prins der Duisternis, hem in een visioen en voorspelt hem het einde van het tijdperk van Koning Arthur en het begin van een magische strijd tussen de Zwarte en de Witte Magie, een thema dat later als een rode draad doorheen de meeste verhalen zal lopen. Via een vorm van hypnose tracht de Zwarte Magiër Merlijn op de knieën te dwingen, maar de oude tovenaar weet zich te redden door gebruik te maken van een magisch amulet.

Hierop brengt hij Koning Arthur en diens gemalin Guinevere op de hoogte en bezweert hen dat ten allen koste vermeden moet worden dat het zwaard Excalibur in handen van de Duistere Prins zal vallen. Hierop wordt de bewaking in en rond Camelot stevig opgetrokken, maar via een handige truuk slaagt Bahaal er toch in om het zwaard te roven. Drie handlangsters van hem, één oude vrouw en twee zogenaamd blinde jonge vrouwen, krijgen van ridder Lancelot onderdak in een jagershut in het woud. Via een geheime gang slagen zij er echter in om door te dringen tot aan het zwaard bewaakte zwaard Excalibur en nadat ze de bewakers met een soort slaapgas hebben uitgeschakeld, verdwijnen ze met het zwaard naar hun Duistere Meester.

Merlijn wordt door zijn uil Baldur op de hoogte gebracht van de diefstal en stuurt de Rode Ridder en Lancelot erop uit om het zwaard te heroveren. Vermits Bahaal een tegenstanders is met een zodanige macht dat er geen voorgaande van gekend is, geeft hij de beide helden het magische amulet mee, dat hem in het begin van het album ook reeds van de Prins der Duisternis redde. De twee ridders zijn uitstekende speurneuzen en komen de dieven vrij vlug op het spoor. Onderweg botsen ze op een aantal hindernissen, waaronder een woeste houthakker die hen met de bijl het hoofd probeert in te slaan en een aantal rotsblokken die hen dreigen te verpletteren, maar uiteindelijk slechts een illusie blijken te zijn. Het gevaarlijkste is nog de reuzenslang Serpa, die een ongewapende Johan dreigt te verstikken, maar uiteindelijk wordt hij van de verstikkingsdood gered door het zwaard van Lancelot.

Bahaal leest in zijn kristallen bol de bijna onstuitbare opmars van de twee koene ridders en tracht zijn frustraties dan maar bot te vieren door in ware fetisj-stijl Arthur van op afstand met scherpe naalden te folteren. Hij vindt enig soelaas in de aankomst van zijn handlangers met het zwaard Excalibur, dat hij tracht te vernietigen door het op een aambeeld aan diggelen te willen slaan. Deze poging wordt echter verhinderd, doordat de Rode Ridder van achter een verborgen plek het zwaard met het magische amulet beschermt. Johan en Lancelot zijn erin geslaagd om ongemerkt de burcht van Bahaal binnen te dringen met de hulp van een houthakkersweduwe, die ze kort tevoren uit het drijfzand hebben gered. Wanneer de Prins der Duisternis het vertrek heeft verlaten, slagen zij erin om Excalibur terug mee te nemen. Terloops vernietigt Lancelot ook het door Bahaal ontworpen fetisjbeeldje, waardoor Arthur uit zijn lichamelijk lijden verlost wordt. Op hun terugweg vinden ze een vaas met het merkteken van Bahaal en de Prins der Duisternis verschijnt in een beeltenis aan hun, waarin hij een duidelijk ultimatum stelt: "Geef die vaas aan Arthur! Indien hij besluit af te treden en de Ronde Tafel te ontbinden, laat hij me dan die vaad terugbezorgen! Als ik de vaas niet binnen drie dagen terug heb, zal het land in een chaos ten onder gaan!"

Wanneer de Ridders met Excalibur in Camelot terugkeren, heerst er even grote vreugde, maar Guinevere verwittigt Arthur dat er aan de strijd geen einde is gekomen door de herovering van Excalibur. Arthur trekt zich terug en een vreselijk visioen doet hem besluiten om toch ten strijde te trekken, hoewel een ijlbode hem de tijding komt brengen van het oprukken van een enorm leger onder leiding van Bahaal. Tijdens een spoedzitting van de Ronde Tafelridders blijkt een deel zich af te scheuren, maar met de overgebleven getrouwen trekt Arthur toch ten strijde. Hij geeft ridder Lancelot het bevel om over zijn gemalin Guinevere te waken. Tijdens het vertrek van het leger naar het slagveld, voorspelt Merlijn aan Guinevere dat het de laatste maal zal zijn dat zij haar echtgenoot kan zien. Met een aantal profetische woorden neemt hij afscheid en vertrekt dan in het holst van de nacht naar een onbekende bestemming.

Lancelot en Guinevere blijven in een bedrukte bestemming in de burcht achter en beseffen niet dat het noodlot reeds onmiddellijk zal toeslaan. Een aantal met Bahaal meeheulende ridders tracht Guinevere nog te overhalen om de vaas naar Bahaal te zenden, maar de trotse koningin blijft pal achter haar echtgenoot staan. De vaas blijkt echter een dodelijke valstrik, want Guinevere wordt gevangen door de bedwelmende rookpluimen die uit de vaas opstijgen. Lancelot doet wat hij kan om zijn koningin te redden, maar de vijf handlangers van Bahaal versperren hem de weg. Onweerstaanbaar maait hij hen neer, maar hij komt te laat om de gemalin van Arthur te redden. Als een gebroken man vertrekt Lancelot naar het slagveld, om aan Arthur het droeve nieuws te melden.

Ginds zijn de oorlogsvoorbereidingen reeds volop bezig en in een persoonlijk onderhoud met Bahaal probeert hij nog de oorlog te vermijden, tot Lancelot hem het vreselijke nieuws komt melden. Hoewel dit voor de koning een zware slag is en Bahaal dit tracht uit te spelen om hem te laten capituleren, houdt Arthur vol dat hij de oorlog wil vermijden om duizenden mensenlevens te vermijden. De volgende dag staan de twee indrukwekkende strijdmachten in slagorde tegenover elkaar, maar tot ieders verbazing daagt Arthur Bahaal uit tot een persoonlijk duel met het zwaard. Niemand had rekening gehouden met deze wending en op het moment dat Bahaal een uitweg zoekt, steekt een horzel in één van de paarden van Bahaals ruiters, waardoor alle andere paarden ook opgejaagd worden en het leger van Arthur ook ten strijde trekt. Uiteindelijk voltrekt de noodlottige veldslag zich.

In een hevige veldslag worden de handlangers van Bahaal langzaam maar zeker in de pan gehakt en Arthur zoekt de Prins der Duisternis op voor een persoonlijke afrekening. In het duel dat ontstaat is de Heer van het Kwaad duidelijk geen partij voor de koning en op het einde van de dag wordt hij dan ook genadeloos neergemaaid. De verslagen vijand slaat op de vlucht en nog éénmaal opent Bahaal de ogen, waarbij hij Arthur bij zich roept om hem om vergiffenis te vragen. Het blijkt uiteindelijk om de laatste smerige streek van Bahaal te gaan, waarbij hij Arthur met zijn laatste krachten de genadestoot toebrengt. Deze uiteindelijk nog onverwachte dood van Arthur doet de overwinnaars beseffen dat het einde van het tijdperk van de Ronde Tafel is aangebroken en hoewel zij op het slagveld het leger van Bahaal overwonnen hebben, slagen zij er door een gebrek aan leiderschap en aan genoeg mankracht niet in om aan de nieuwe golven van barbaarse invallers het hoofd te bieden. Aan alle mooie sprookjes komt er uiteindelijk een einde, maar soms kunnen mooie sprookjes, die dramatisch geëindigd zijn, een nog mooier vervolg krijgen...

De titel zegt het reeds, dit album betekent het feitelijke einde uit één van de meest illustere periodes in de geschiedenis van de Rode Ridder-albums. In een aantal volgende albums volgt nog wel de revanche en wordt de Ronde Tafel heropgericht onder impuls van Merlijn en onder leiding van Arthurs zoon Parcifal, maar dan beëindigt Johan toch geleidelijk aan zijn engagement bij deze ridderorde om dan weer de wijde wereld in te trekken. Natuurlijk spelen zijn eigen dramatische motieven (52: DE WATERMOLEN) door het verlies van zijn eerste grote liefde Astra daarin mee, maar het is duidelijk dat Karel Biddeloo toen niet meer al te lang wou verdergaan met het thema van de Ronde Tafel en liever voor ongebonden zwerftochten koos, iets waar ik ook eerder een fan van ben. Eerder maakte ik ook reeds een recensie van DE WATERMOLEN (52) en dat beschouwde ik toen als het meest dramatische album uit de reeks, maar ongetwijfeld komt DE LAATSTE DROOM op de tweede plaats. In DE WATERMOLEN lijdt de hoofdfiguur van de stripreeks een zwaar verlies, maar wordt het systeem gered, terwijl er in dit verhaal op dramatische wijze wordt afgerekend met een hele structuur.

De begin van het einde - sfeer vind je reeds terug in het begin van het verhaal en op het einde van het vorige album (40: DE BARST IN DE RONDE TAFEL). Bahaal voorspelt het einde van het tijdperk van Koning Arthur en in de loop van het verhaal geeft Merlijn toe dat eigenlijk niets het noodlot kan vermijden. Hoewel de ridders van de Ronde Tafel jarenlang hebben gestreden om recht en orde in Engeland te laten zegevieren, blijkt één machtige tegenstander in staat om het hele systeem te laten wankelen. Bahaal is dan ook een vijand zonder voorgaande, die zich duidelijk tot doel had gesteld om een einde te maken aan het ideaal van Koning Arthur en heel geniaal de zwakke punten bij vriend en vijand weet uit te buiten. In dit album krijgen we een voorsmaakje van de ingewikkelde constructies die Bahaal op touw zet om zijn doel te bereiken. Hij heeft hier nog het voordeel dat er hier geen tegenstander is die zijn Duistere Macht weet te evenaren of te te overtreffen. Als magiër is Merlijn duidelijk niet tegen hem opgewassen. De Prins der Duisternis is slechts een persoon van vlees en bloed en zal waarschijnlijk ook zijn eigen ondergang op het slagveld niet voorzien hebben.

Dit album breekt ook met de traditie van het happy end in voorgaande en latere albums. Hoewel er aanvankelijk nog een klein succes wordt geboekt door de Rode Ridder en Lancelot met de herovering van Excalibur, blijkt uiteindelijk niets het noodlot in de weg kunnen staan. Merlijn voorspelt tot tweemaal toe aan Arthur en Guinevere dat dit de laatste veldslag van Arthur zou zijn, waarbij de koning het leven zou laten. Maar blijkbaar kon zelfs hij het smartelijk einde van Guinevere niet voorzien, of kon hij het niet over zijn hart krijgen om dit aan haar of aan Arthur te voorspellen?

De gemeenheid van Bahaal blijkt ook duidelijk uit de lagen en listen, waarmee hij Arthur en Guinevere de dood inlokt. Eerst met de vaas, waaruit de giftige dampen stijgen die Guinevere uiteindelijk zullen vergiftigen en later met het feit dat hij Arthur eerst om vergiffenis lijkt te vragen, maar hem uiteindelijk de genadestoot toebrengt met zijn zwaard. We kunnen ons de vraag stellen of Arthur zich op het bittere einde niet bewust de dood heeft laten inlokken, omdat hij zag dat zijn wereld was ingestort en dat hij niet verder kon en wou leven zonder Guinevere. Uiteindelijk zijn zijn laatste woorden dan ook: "Guinevere, mijn taak is volbracht... Ik kom..." Hij zou toch voorzien moeten hebben dat het niet werkelijk de bedoeling was van van Bahaal om vergiffenis te vragen, maar waarschijnlijk zocht de man slechts de eeuwige rust...

Dit album krijgt van mij de hoogste beoordeling, want het sluit perfect aan bij de dramatiek die de reeks kende in de beginperiode van Karel Biddeloo. Een ronduit dramatische afloop zien we ook in latere albums uit zijn beginperiode, zoals DE WATERMOLEN (52) en DE TOVERSPIEGEL (58). Later moest de Rode Ridder blijkbaar meer en meer een superheld worden (in dit verhaal staat hij duidelijk in de schaduw van Arthur en Bahaal!) en was een slechte afloop blijkbaar niet meer aan de orde. Jammer soms...

Verhaalonderdelen

Personages

042. Het testament

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1969

Het verhaal begint in een herberg in Sussex, waar de vogelvrijverklaarde Cymm en zijn bende binnenvallen om te feesten vanwege een geslaagde overval op een konvooi van heer Kendall, wiens dochter Yolande ze tevens ook ontvoerd hebben. Wanneer ze ongemanierd proberen het meisje te laten dansen, mengt een gast van boven zich in het conflict. Het is onze held, Johan de rode ridder. Hij en Cymm kruisen de zwaarden en deze laatste moet het onderspit delven tegen onze held. Hij zegt tegen Cymm dat hij zijn leven zal sparen als deze zijn roversbestaan opgeeft. Cymm maakt hem duidelijk dat heer Kendall hen geen keuze laat, de mensen worden sinds de dood van de koning behandeld als slaven en worden zo gedwongen buiten de wet te leven. Johan vertelt hem dat hij heer Kendall op zijn plichten zal wijzen, hetgeen Cymm betwijfelt of het gaat lukken.

Even later brengt de rode ridder Yolande terug naar haar vader. Wanneer Johan heer Kendall op zijn plichten wijst, roept deze zijn soldeniers en neemt hem gevangen. Wanneer heer Kendall Johan met de zweep wil geven snort er plots een pijl naast zijn hoofd! Door de ramen komen plots Cymm en zijn vogelvrijverklaarden die hem letterlijk en figuurlijk het zwaard op de keel zetten. Als ook Yolande zich aan de zijde van Johan en Cymm schaart, komt de burchtheer tot inkeer wat door alle aanwezigen op een luid gejuich wordt ontvangen.

Enkele weken later verlaat Johan de burcht en stuit op sporen van een veldslag. Verder bemerkt hij een bloedspoor dat hij besluit te volgen. Bij een bron vindt hij een zwaar gewonde krijger, die hij meteen herkent als Timar een vroegere rode tafel ridder, die hem de hele geschiedenis vertelt van de roofridders die samenwerken met de Picten. En dat het hun doel is Merlijn te vermoorden. Hij vertelt ook dat Coldred en enkele Picten zich nog steeds in het woud bevinden. Even later vindt Coldred Timar terwijl Johan zijn paard is gaan halen. Onze held is echter nog net op tijd terug om Timar te redden van een wisse dood. Na het bloedige treffen brengt Johan Timar onder bij enkele bevriende boeren die hem gaan verzorgen. Hij vertrekt om Merlijn te zoeken.

Ondertussen brengt Coldred verslag uit aan zijn meesters, die onmiddellijk een postduif sturen om onze held in de val te lokken. Door een list wordt Johan gedwongen de nacht door te brengen bij weduwe Anne, een aanhangster van de roofridders. Zij doet een slaapmiddel in de beker van Johan en laat die nacht Coldred en enkele Picten binnen om Johan te doden. Hetgeen echter mislukt daar deze op zijn hoede was. Hij slaagt erin de versterkte hoeve te ontvluchten. Even later weet Johan zijn achtervolgers van zich af te schudden door zich voor te doen als veerman. Hij slaagt erin hen op te houden maar geraakt toch gewond door een overgezwommen Pict, die hem neersteekt met zwaard.
In een snelle reactie slaagt hij er in zijn aanvaller te doden, maar is zwaar gewond en besluit zich op te stellen tussen de rotsen. Waar hij zich met zijn laatste krachten verdedigt nu hij Baldur, de uil van Merlijn heeft zien vliegen. Wanneer zijn einde nabij is wordt hij ontzet door zijn wapenbroeder Lancelot die zijn wonden verzorgt. Wanneer ze even later hun reis verder zetten treffen ze het levenloze lichaam van Coldred, gedood door de Picten voor zijn mislukking en maken ze kennis met een gemaskerde ridder die onbekend wenst te blijven. Deze laatste verbiedt hen de toegang tot de kuststreek en valt onze helden aan. De onbekende stormt plotseling op Lancelot af, maar Lancelot is een betere zwaardvechter en slaagt erin de ridder te ontwapenen. Opeens vliegt Baldur al krijsend over en de onbekende zet meteen de achtervolging in richting kust.
De ridders zetten de achtervolging in maar door een regenbui moeten ze hun achtervolging staken. ‘s Nachts merkt Lancelot Baldur op en ziet deze neergeschoten worden door Picten. Lancelot keert meteen terug naar Johan en ze vertrekken terstond. Ze achtervolgen de Picten en zien hoe Merlijn stand houdt tegen zijn belagers. Onze vrienden mengen zich in de strijd maar worden beiden geveld. Opeens worden ze ontzet door een bende ruiters met de geheimzinnige ridder op kop. Op vraag van Lancelot onthult de ridder zijn gelaat, het is Yolande van Kendall, dit tot grote verbazing van onze vrienden. Binnen vertelt Merlijn Johan en Lancelot over Parcifal, een geheime zoon van koning Arthur, die zou opgegroeid zijn in een versterkte hoeve in het woud. Als hij verder vertelt stort hij in, de oude man vertelt hen nog wel dat zij verantwoordelijk zijn voor de opleiding van Parcifal. Hierna wordt Merlijn per draagberrie overgebracht naar de burcht van heer Kendall. Het verhaal eindigt als Johan en Lancelot een bezoek brengen aan de ruïne van Camelot.

Een redelijk zwak verhaal met weinig inhoud en verhaal. Gewoon even de zoektocht naar Merlijn met Picten als vijand, dat is alles. Dus niet om over naar huis te schrijven.

Verhaalonderdelen

Personages

Locaties

 

043. Parcifal

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1969

Het album Parcifal is één van de weinige boeken waarin slechts een kleine rol voor Johan is weggelegd. Hij wordt de eerste zes bladzijden opgevoerd, verdwijnt dan volledig uit beeld en maakt pas op de laatste pagina zijn come-back. Hierdoor verliest het geheel aan spankracht, temeer omdat de ad interim-hoofdrolspeler, Parcifal, over onvoldoende charisma en ervaring beschikt om het verhaal op zijn eentje te dragen.

Het thema is simpel: na de dood van koning Arthur is het land in anarchie hervallen en Johan en Lancelot hebben de opdracht gekregen om Parcifal te gaan halen, opdat deze zo snel mogelijk tot koning kan worden gekroond. Parcifal is als kleine jongen ondergebracht in een pleeggezin, ver weg van de boze buitenwereld; het was koning Arthurs grootste wens dat zijn zoon zou opgroeien in een vredevol klimaat tot het mogelijk was ooit te kunnen regeren zonder wapens. Parcifal is dus nooit in contact gekomen met wapengekletter, edelmoedige ridders of oneerlijke rabauwen en dat laat zich ook merken: hij wordt voorgesteld als een goedgelovige, dromerige jongeman die zijn dagen vult met het hoeden van schapen, een jongeman die nog niets van de wereld heeft gezien op enkele schapen en landbouwers na (volgens mij, maar dit is louter vanuit hypothetisch standpunt gezien, is hij ook nog steeds maagd, al kan je dat natuurlijk nooit met zekerheid zeggen over mannen die soms weken op pad zijn met een kudde gewillige schapen).

Wanneer Parcifal voor een poosje met zijn schapen de bergen intrekt, ontdekt zijn stiefvader, Rodrik, een gewonde ridder in het bos. Ondanks zijn gelofte aan Arthur neemt hij de ridder mee naar zijn woonst: Parcifal zal toch nog enkele dagen wegblijven, stelt hij zichzelf en zijn vrouw Ilaine gerust. Maar het toeval wil dat Parcifal inmiddels terug naar huis is gekeerd om een gewond lam te laten verzorgen. Een sobere, doch voedzame maaltijd nuttigend, vertelt hij zijn wedervaren aan zijn moeder. Vreemde schaapsherders hebben hem bespot omdat hij de wereld achter het woud en de bergen niet kende. Hij heeft wonderlijke verhalen gehoord. Hij zou willen reizen, de wereld en de mensen leren kennen, liever vandaag nog dan morgen! En wanneer hij dan de gewonde ridder ontdekt, is het hek helemaal van de dam. Hij moet en zal de wijde, onbekende wereld intrekken!

Zijn stiefouders beseffen dat ze hem ditmaal (hoeveel huiselijke ruzies en twisten zouden hier wel niet aan vooraf gegaan zijn?!) niet kunnen tegenhouden en laten hem enkele dagen later, gehuld in een narrenpak, vertrekken. De reden waarom ze hun pleegzoon deze belachelijke outfit laten dragen, is simpel: "Door hem in een narrenpak de wereld in te sturen zullen harde lessen zijn deel zijn en bespot en vernederd zal hij ons weer opzoeken! ".

Parcifal is bij wijze van spreke nog geen honderd meter ver en hij wordt reeds uitgescholden voor half gekke nar, dwaas, onnozele hals en idioot. En dit door een oud vrouwtje dat hij nota bene wilde beschermen tegen een stelletje rovers! De rest van het verhaal is voorspelbaar en een beetje zeurderig ("ik zoek mijn weg in het leven," kraamt Parcifal tot vervelens toe uit). Iedereen die het pad met Parcifal kruist maakt op schandelijke wijze misbruik van diens goedgelovigheid. Zo treedt hij o.a. als schildknaap in dienst van een huursoldaat die zich voordoet als een dapper en nobel ridder en na diens dood raakt hij verzeild in een roversbende waarvan hij meent dat het een bende opstandelingen is die euh in opstand komt tegen het zogenaamde juk van vrouw Moreland (in wezen een doodbrave vrouw).

Op het einde ziet hij dan toch zijn vergissing in maar het zijn alsnog Johan en Lancelot (daar zijn ze dan eindelijk!) die hem van een gewisse dood moeten redden.

Na het lezen van dit verhaal bleef ik met gemengde gevoelens achter. De idee was goed, de uitwerking misschien iets minder. Door de (te) minieme rol van Johan kan het verhaal niet echt beklijven en Parcifals goedgelovigheid roept eerder ergernis dan medeleven op.

Subcategorieën

Pagina 2 van 13