Back to Top

Albums

044. Drie huurlingen

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1969

Johan, Lancelot en Parcifal zijn op weg naar de burcht van heer Kendall. Langs de weg bemerken ze een vervallen hut en besluiten om daar de nacht door te brengen. Even later sluipt er een landloper behoedzaam voorbij, die het gesprek van onze vrienden afluistert. Hij vangt iets op over de nieuwe koning en gaat op weg naar heer Wardon omdat hij weet dat dit nieuws hem klinkende munt zal opleveren. Even later komt de man aan bij de burcht van heer Wardon en vertelt deze wat hij gehoord heeft. Deze geeft de landloper de opdracht om onze vrienden te bespieden en een spoor na te laten voor de volgende krijgsbende. Enkele uren later heeft de landloper onze vrienden ingehaald.

Opeens blijft Johan staan, hij licht zijn vrienden erover in dat ze gevolgd worden, en ze besluiten in een hinderlaag te gaan liggen. De landloper loopt in de val en is ingesloten langs alle kanten. Opeens horen ze dat er iets mis is met de paarden. Door de verwarring slaagt de landloper erin te ontsnappen en onze vrienden haasten zich al snel naar de paarden. Daar aangekomen zien ze de paarden net verdwijnen, gestolen door rovers. Johan heeft echter nog een verassing voor hen, hij fluit even op zijn vingers. Zijn paard komt al snel terug naar zijn meester en werpt zijn berijder voor diens voeten neer. Johan besluit dat de dief een lesje verdient en daagt hem uit tot een vuistgevecht. De kolos verliest al snel het pleit en blijft versuft liggen. Even later wordt Parcifal aan een boom gespijkerd door een pijl en wordt Lancelot ontwapend door een zweep. De kolos die reeds bij zijn positieven is komt tussenbeide en stelt zijn vrienden voor de paarden terug te geven. Johan stelt hen voor bondgenoten te worden, wat het drietal afslaat. Als het drietal zijn weg verder zet hoort Lancelot plots ruiters. Vanuit de bossen merken onze vrienden de landloper op aan het hoofd van een gewapend escorte.

Inmiddels is het gewapende escorte op een boerengezin gestuit. De landloper vraagt achter onze drie vrienden, en gebruikt zijn zwaard als extra dwang. Dit kan Parcifal niet aanzien en hij mengt zich in het conflict. Hij raakt gewond door het zwaard van de landloper.
Opeens worden de soldeniers aangevallen door het zonderlinge drietal, en samen met onze helden worden de soldeniers op de vlucht gejaagd. Met zijn laatste adem waarschuwt de landloper Johan voor de grote legermacht onder de leiding van heer wardon. De 3 helden sluiten zich aan bij de zaak van onze helden en ook de dorpsbewoners scharen zich aan hun zijde.

Lancelot vertrekt met een paardenspan om Parcifal naar Merlijn te brengen. Ondertussen krijgt Johan van Alban, Baldon en Sligurt een demonstratie van hun kunnen. Even later begint het viertal met het dorp is staat van verdediging te brengen. ‘s Nacht gaat Sligurt poolshoogte nemen van de troepensterkte van de vijand en brengt Johan hiervan op de hoogte.

De volgende ochtend begint de belegering van het dorp, en met behulp van enkele listen worden de soldaten tot terugtrekken gedwongen, dit tot grote woede van heer Waldon.
Dit is echter nog niet alles want tijdens de nacht heeft onze held nog een kleine verassing voor het vijandelijke leger. Samen met enkele getrouwen veroorzaakt hij een heuse lawine van stenen die dood en vernieling zaait in het vijandelijke kamp.

Waldons wraak is niet mals! Met een regiment boogschutters, gewapend met brandende pijlen, steekt hij het dorp in brand. Iets wat de dorpelingen zou moeten overwinnen. Doch dit is buiten Baldon gerekend. Als een enorme kolos begint hij zware stenen in de rivier te werpen zodat de rivier buiten haar oevers treed en zo de dorpelingen van het nodige water voorziet. Deze heldendaad bekoopt hij echter met zijn leven.

Na de hindernis opgeruimd te hebben gaat Waldon over tot een gehele charge van zijn leger. De hele dag wordt er een zware strijd geleverd en bij valavond druipt het vijandelijke leger af met zware verliezen. De volgende dag zet Wardon zijn zware ruiterij in,en worden er vele levens geëist in een zware veldslag. Onder hen ook Alban en Sligurt. De gehele tijd duurt het wapengekletter verder doch door het luiden van de klok krijgen de dorpelingen nieuwe moed en kracht. Ze drijven de schamelijke resten van hun belagers op de vlucht.

De volgende morgen bemerkt Johan in de verte ruiters op en haast zich om de dorpelingen te waarschuwen. Dit echter zonder dat het nodig was, Lancelot is wedergekeerd samen met heer Kendall en zijn wapenknechten. Hier bedankt Johan de dorpelingen uit naam van Parcifal en vertelt hij aan Lancelot hoe de drie vechtersbazen zich opofferden voor de goede zaak.

Een pracht van een strip, gevuld met moed en ridderlijke waarden. Persoonlijk mijn favoriet in de “Parcifal” Trilogie. Een must om in je bezit te hebben alsook om te lezen!!
We mogen niet vergeten dat dit het eerste solo album was van Karel Biddeloo, een topper van formaat!!

Verhaalonderdelen

Personages

045. De hamer van Thor

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1970

Parcifal wordt op het slot van heer Kendall door Merlijn voorbereid op het koningschap. Wanneer hij samen met Johan Merlijn bezoekt, heeft de magiër een visioen. Daarin ziet hij hoe een dode, zwartgeblakerde man voor een burcht aan de Rijn ligt. Plotseling wordt de burcht in vuur en vlam gezet door een zwevende hamer. Merlijn legt naderhand uit dat het de hamer is van de Germaanse dondergod Thor. Hij vreest dat het een gevaarlijk dodelijk wapen kan zijn en vraagt de Rode Ridder het op te sporen.

Johan gaat op weg, maar onderweg, in een woeste streek, wordt hij belaagd door kleine trollen. Hij wordt gered door Kroda, de meester der trollen, die bereid is de ridder te helpen de hamer te vinden mits hij de magische speerpunt van de dwergen terugbrengt. Dit nooit missende wapen is gestolen door amazones, een groep gewapende en levensgevaarlijke vrouwen.
Johan laat zich niet afschrikken en stemt toe. Kroda vertelt hem dat ene Mogular, de Rijnvisser, de hamer in zijn bezit heeft. Hij is te vinden langs de Rijn.

Onderweg passeert Johan een ruïne, die getroffen blijkt te zijn door de hamer. Verderop, in een uitgestrekt woud, redt hij een jonge gewapende vrouw van een enorme beer, maar wel ten koste van zijn paard. De jongedame, Hisol geheten, blijkt een amazone te zijn en is zo welwillend om haar redder naar het dorp der amazones te brengen om hem aan een ander paard te helpen.
Daar blijkt de ridder niet bepaald welkom te zijn. Rinilde, de koningin, dwingt Johan het tegen haar op te nemen in drie proeven, met zijn leven als inzet. Door een fantastische speerworp wint De Rode Ridder met 2-1. Zijn opponent blijkt een slecht verliezer, want even later wordt er al een aanslag op Johan en Hisol gepleegd, waaraan zij ternauwernood ontsnappen. Het tweetal wil er vandoor gaan, maar niet zonder de speer der trollen. Na enige strubbelingen weten zij met Rinilde als gijzelaar en met de veroverde speer het amazonekamp te verlaten.
Even verderop stuiten ze op een boeteprocessie, geleid door een godsdienstwaanzinnige monnik. De fanatieke boetelingen willen een mensenoffer aan de Hamer brengen. Johan wil dit vermijden, maar delft het onderspit tegen de overmacht. Samen met Hisol, Rinilde en de jongeman die geofferd moest worden, wordt hij opgesloten.
Wanneer het viertal de volgende morgen op de offersteen terechtgesteld dreigt te worden, wordt het door de amazones gered. Rinilde is even later weer meester van de situatie, maar staat Johan toe om een einde te gaan maken aan de wandaden van Mogular met de hamer. Hisol wil hem koste wat het kost vergezellen. Ze krijgen zelfs de trollenspeer mee.
Onderweg oefent Johan nog intensief met de speer en ervaart de wonderlijke kracht van dit wapen.

Dagen later vinden zij inderdaad Mogular in zijn zwanenschip, varend op de Rijn. De Rode Ridder wil hem ’s nachts te grazen nemen en zwemt onder water naar de boot. De schurk ruikt echter onraad en bemerkt Hisol op de oever van de Rijn. Hij slingert de hamer naar de jonge vrouw toe en Johan moet machteloos en verbijsterd toezien hoe zijn gezellin getroffen wordt door de bliksemschicht van de hamer.
De ridder zweert niet meer te rusten voordat Mogular geboet heeft en vastberaden achtervolgt hij hem tot de ultieme confrontatie . De schurk wil zijn hamer naar Johan slingeren, maar de ridder is sneller met zijn speer. Mogular wordt dodelijk getroffen en sterft tussen zijn geroofde kostbaarheden. Johan besluit de hamer in de Rijn te smijten om te voorkomen dat het wapen opnieuw in verkeerde handen valt. De speer brengt hij terug naar het gebied van de trollen. Hij plant hem in de grond en onzichtbare handen trekken de spies langzaam naar beneden. Onze held vervolgt zijn weg.

Deze vroege Biddeloo schenkt ons een onderhoudend verhaal rondom 2 mythische wapens: de speer van de trollen en, meer bekend (ook in het album De Walkure, nr. 63), de Hamer van Thor. Alsof dat nog niet genoeg is worden ook nog de Amazones uit de Griekse mythologie van stal gehaald en geografisch in een regio in het Duitse Rijngebied geprojecteerd, terwijl zij volgens de legende in Klein-Azie zouden hebben geleefd. In album nr. 94, Xanador, ontmoet de Rode Ridder de dames opnieuw en hij vertelt in dat verhaal aan zijn metgezel, de minstreel Gaetan, dat hun grondgebied zich meer naar het noorden bevond (RR94, strook 26). In dit avontuur met de Hamer worden opnieuw elementen van verschillende mythologieën op een vloeiende manier gemixt, zoals veel vaker gebeurt.

Het scenario is vlot, rechtlijnig en ook iets simpeler dan we doorgaans van Vandersteen gewend waren. Na enkele dramatische gebeurtenissen wordt het uiteindelijk afgesloten met de spannende confrontatie tussen Johan en Mogular, maar ook tussen de speer en de hamer. Vreselijk is natuurlijk het lot van Hisol, de jonge Amazone (met gelukkig twéé borsten!). In principe was zij een vijand van de ridder, maar omdat hij haar redde van de beer, werd zij een vriendin en bondgenoot. Hoe vaak zien we zo’n ommekeer niet terug in andere verhalen?

In de kwaliteit van de tekeningen herkennen wij de jonge Biddeloo die nog zoekende is naar zijn eigen stijl. Actie en beweging tekenen gaat hem goed af. De decors zijn bescheiden, op enkele plaatjes na. Als portrettist sla ik Karel iets minder hoog aan. De koppen van de verschillende mannen en vrouwen zijn nog te veel standaard. Johan ziet er in feite hetzelfde uit als bijvoorbeeld Old Shatterhand van de Karl May-reeks in die periode. De trapper had alleen donker en korter haar. De compositie van de cover is aardig, met Hisol in profiel (al vraag je je af hoe ze nog op tijd kan zijn om de zwaardslag van Rinilde op te vangen). Anatomisch ziet Johan er wel merkwaardig uit.
Nog een detail: in strook 102 zien we Johan die met speer in de hand van zijn paard afstapt. Deze tekening is nog jarenlang gebruikt in andere Vandersteen-albums om de verhalen van de Rode Ridder te promoten.
Na dit verhaal volgen nog 4 avonturen die te lokaliseren zijn in het huidige Duitsland en zullen we Johan zien zonder de maliënkolder die hij in de Terugkeer (nr. 50) zal aantrekken.

Verhaalonderdelen

Personages

De Rode Ridder - Standaard Uitgeverij

046. De Lorelei

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1970

Nadat Johan in het vorig avontuur, “De Hamer Van Thor”, naar het hedendaagse Duitsland gestuurd werd, besluit Johan daar nog even rond te zwerven. Wat opvalt is dat in deze verhalen enkele mythes en legendes worden opgerakeld. Daar waar vorig album, zoals de titel het zegt, over de hamer van Thor ging, en het volgend album over een weerwolf, gaat het dit album over de alom bekende legende van de Lorelei, de sirene die boven op een rots langs de Rijn met haar gezang schepen naar haar toe lokte en op de klippen liet lopen.

Met dit gegeven begint het album ook: wanneer Johan aan een schipper vraagt om hem naar de overzijde te varen, waarschuwt de schipper hem en vertelt hij Johan de legende van de Lorelei. Johan neemt dit echter niet serieus op en zwerft verder. Wanneer ’s avonds de mist komt opzetten besluit hij te overnachten tegen een boom. Wanneer hij ingedommeld is, schrikt Johan opeens wakker door het gezang van een vrouw. Meteen wordt hem duidelijk dat het van de Lorelei komt. En dan gebeurt een drama: een voorbijvarend schip hoort het gezang en vaart op de klippen af. Johan rent nog naar het schip om hen te waarschuwen voor het gevaar, maar door de dichte mist valt hij en voor hij zijn bewustzijn verliest ziet hij het schip op de klippen lopen.

Wanneer Johan bij bewustzijn komt is het reeds dag, en gaat hij op zoek naar overlevenden tussen het wrak van het schip. Tussen het wrakhout vindt Johan de verkleumde Diederik. Aangezien Diederik te zwak is om te reizen, gaat Johan hulp halen. Onderweg zet de mist echter weer op en ziet hij een sirene bovenop de Lorelei een lied zingen, haar haar kammend met een gouden kam. Wanneer Johan echter naar de sirene roept, is ze meteen weer verdwenen. Terwijl Johan de omgeving verder afspeurt wekt een nieuw geluid zijn aandacht: wolven! Een meute wolven gaat de richting uit van Diederik, die ligt te slapen en niets merkt, maar net wanneer de wolven Diederik willen aanvallen snelt een meisje hem te hulp met een fakkel en jaagt de wolven weg. Diederik, ondertussen wakker geworden, spreekt het meisje aan, maar ze vlucht meteen weg. Als Johan terug bij Diederik komt horen ze het gehil van een vrouw en Johan besluit te gaan helpen.

Onderweg duikt tussen de mist een versterkte boerderij op, waar Johan hulp gaat zoeken. Een brutale portier opent en weigert Johan te helpen, waarop Johan hem vastgrijpt en hem beveelt zijn meester te halen. Daarop komen enkele ongure kerels Johan aanvallen. Johan kan wel standhouden, maar wordt langzaam maar zeker in het nauw gedreven, tot een vrouw binnenkomt en beveelt de strijd te staken. Johan maakt kennis met Ruth, de bezitster van de boerderij en als Johan haar van de gebeurtenissen op de hoogte brengt, zakt ze plots in elkaar. Met de aangeleerde kennis van Merlijn gaat Johan kruiden zoeken met een genezende kracht, maar wanneer hij terugkomt valt één van de kerels, die Johan blijkbaar liever kwijt dan rijk is, Johan aan met een mes. Johan stelt hem echter vlug buiten gevecht en beveelt Diederik te halen, terwijl hij hun meesteres helpt. Johan bereidt het medicijn en dient het toe aan Ruth, die al vlug weer opknapt en Johan uitnodigt te blijven als gast.

’s Nachts, terwijl iedereen slaapt, wordt Diederik plots wakker van een gerucht in de gang. Hij ziet het meisje dat hem van de wolven redde snikkend Ruths kamer verlaten, maar wanneer hij haar achterna wil gaan valt Diederik, nog niet volledig hersteld, bewusteloos neer door zijn gloeiende hoofdpijn. Als Diederik ’s anderendaags weer bij bewustzijn komt en zijn verhaal doet, gelooft niemand hem. Ruth zegt dat ze ’s nachts enkel een oude dienster wegstuurde en dat Diederik waarschijnlijk geijld heeft. Maar de volgende nacht staat er een rieten mandje onder Diederiks bed, waarin een slang zit. Wanneer de slang Diederik wil aanvallen komt hetzelfde meisje dat Diederik de nacht ervoor zag weglopen door het open raam binnen, smijt ze een deken over de slang en maakt het met een stoel onschadelijk. Daarop blijft ze even staan bij Diederiks bed, maar als ze een gerucht hoort, vlucht ze geschrokken weer weg langs het open raam. De volgende dag beweert Diederik dat hij het meisje gezien heeft en vertelt Johan het verhaal van de slang. Maar de slang onder het deken blijkt verdwenen en onder Diederiks bed staat enkel een rieten mandje, wat volgens Johan niets bewijst. Toch valt het Johan op dat er vreemde dingen gebeuren en dat Ruth iets verzwijgt en hij besluit haar te ondervragen.

Maar opeens hoort Johan een misthoorn op de Rijn en verlaat de hoeve onopvallend langs een raam om een nieuwe ramp te voorkomen. Wanneer Johan aan de Lorelei komt ziet hij opnieuw de sirene zingen, maar omdat de mist zo dik is, klimt hij wat hoger op de klippen. De misthoorn klinkt nu vlakbij en Johan besluit het schip te waarschuwen door een vuurtje te maken, maar wanneer een eerste rookspiraaltje opstijgt wordt Johan van de klippen geduwd en valt hij beneden in het water. Johan zwemt naar de oever, maar hij wordt opgemerkt door de bemanning van het schip, dat nu vlak bij Johan is. Johan wordt aan boord gehesen en waarschuwt de bemanning voor de sirene, maar verliest meteen daarna het bewustzijn. De bemanning reageert echter niet en wanneer Johan langzaam weer tot bewustzijn komt en de bemanning beveelt het anker uit te werpen, reageert de bemanning nog altijd niet, waarop Johan zelf het anker uitwerpt. Wanneer de mist weer optrekt ziet de bemanning inderdaad dat ze bijna op de klippen gelopen waren en ze bedanken Johan uitvoerig.

Johan besluit een levensgevaarlijke beklimming te ondernemen naar de plaats waar de sirene zingt. Tijdens zijn klim wordt zijn aandacht getrokken door een donkere nis, waar hij druivenkorven ziet vol kostbaarheden. Johan gaat naar de lager gelegen wijngaarden en in de hut van de wijnbouwers vindt Johan ook druivenkorven, maar dan vol wapens. Wanneer Johan de hut wil verlaten staan de wijnbouwers echter voor de deur. Terwijl twee mannen hem vasthouden wil de derde man hem neersteken met een mes, maar Johan doet een uitvalspoging en schakelt zijn twee bewakers uit en doet de derde man zijn mes verliezen, waarop deze wegvlucht. Johan achtervolgt de man, die naar de Lorelei rent en naar de top klimt. Johan ziet de man nog net wegvluchten in de grot, maar als Johan in de grot komt blijkt de man onbegrijpelijk verdwenen te zijn. Zijn aandacht wordt echter getrokken door een geheime gang achter een rots, die de man in zijn haast niet goed gesloten heeft, en Johan daalt een in de rots uitgehouwen trap af. Op het einde van de lange donkere gang ziet Johan een deur, waarachter hij meent het antwoord te vinden op zijn vragen. Maar de vluchteling heeft zich verstopt en terwijl Johan de stevig gesloten deur probeert te openen, valt de man hem langs achter aan met een steen. Johan ziet gelukkig de schaduw van de man in de deur en kan de slag van de steen ontwijken en schakelt zijn aanvaller uit. Zijn aanvaller blijkt een sleutel te hebben van de deur en als hij de deur opent komt hij tot zijn grote verbazing in de wijnkelder van Ruth terecht. Eén van de wijnvaten blijkt hol te zijn en als Johan één van de vaten opent vindt hij de buit en de vermomming van de sirene en komt hij tot de conclusie dat Ruth de aanvoerster van de plunderaars moet zijn. Daarop beseft Johan dat het leven van Diederik in gevaar is en hij besluit hem in veiligheid te brengen.

Johan probeert ongemerkt de kamer van Diederik te bereiken. Ondertussen wordt Diederik een beker wijn aangeboden en wanneer hij die vriendelijk weigert, wordt Diederik met geweld gedwongen de beker leeg te drinken. Daarop volgt een worsteling, maar net als Diederik zijn krachten voelt afnemen, stormt Johan binnen, waarop hij Diederiks belager uitschakelt. Johan brengt Diederik op de hoogte van de gebeurtenissen, maar Diederik wil het meisje dat hem tweemaal het leven redde te bevrijden. Meteen daarop weerklinkt de gil van een vrouw uit Ruths kamer. Het meisje, Inge, krijgt slaag van Ruth en vraagt het leven van Johan en Diederik te sparen. Maar als Ruth daarop vertelt dat ze Johan van de klippen heeft geduwd en Diederik vergiftigd heeft neemt Inge een zwaard en bedreigt Ruth en vertelt dat ze weet dat Ruth de sirene is. Daarop slaagt Ruth erin het zwaard uit de hand van Inge te slaan, slaat haar op de grond en neemt zelf het zwaard in handen om Inge te vermoorden. Hierop snellen Johan en Diederik de kamer binnen, die het hele gesprek afluisterden, maar Ruth slaagt erin te ontsnappen en slaat alarm bij haar manschappen. Johan en Diederik proberen door te breken, en er ontstaat een zwaar gevecht. Rug aan rug strijden Johan en Diederik nu tegen Ruths helpers, die niet geoefend zijn tegen de geoefende zwaardvechters die Johan en Diederik zijn, waarop ze op de vlucht slaan.

Ruth vlucht daarop naar beneden en Johan en Diederik gaan haar achterna, terwijl een gewonde helper de hoeve in brand steekt. Ruth zoekt in de grot boven op de Lorelei vlug nog wat buit bijeen en vlucht langs de glibberige rotsen. Diederik weerhoudt Johan ervan Ruth achterna te gaan en wanneer Ruth plots geen houvast meer heeft op de rotsen stort ze naar beneden en slaat ze te pletter op de klippen. Daarop verklaart Inge waarom haar zus, Ruth, haar liet opsluiten: Inge wist namelijk het geheim van haar zus, die snel rijk wilde worden door de schepen met haar gezang naar de klippen te lokken. Inge wist wel te ontsnappen, maar bleef enkel in de hoeve omwille van haar liefde voor Diederik. Het drietal keert via de geheime gang terug naar de hoeve, waar ze tot de conclusie komen dat de hoeve in brand staat. Door de verstikkende rook vinden ze echter alsnog een keldergat langswaar ze kunnen ontsnappen, vooraleer de hoeve in elkaar stort. Diederik en Inge nemen afscheid van Johan en gaan samen op zoek naar een gelukkige toekomst. Johan zwerft verder door Duitsland, op zoek naar nieuwe avonturen...

De legende van de Lorelei blijkt populair te zijn om een stripalbum rond te maken. Een vijfentwintigtal jaar na Karel Biddeloo maakte ook Paul Geerts een strip rond de Lorelei, in het Suske & Wiske-album “De Snikkende Sirene”.

In dit album geeft Biddeloo zijn eigen toets aan de legende van de Lorelei. De uitwerking en de verklaring van de legende van de zingende sirene is vrij origineel. In het verhaal zelf gebeurt er van alles. Dit resulteert in een leuk album, spannend om te lezen, en vol raadsels en geheimzinnigheden, waaraan stelselmatig een oplossing of een antwoord voor gegeven wordt, en het beste voor het laatste gespaard wordt. Dit album is een zeer degelijk en goed ridderverhaal.

047. De weerwolf

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1970

De Roder Ridder zwerft door Duitsland en tekt door het zwarte woud. Daar ontmoet hij het mooie herderinnetje Hildergarde. Een wolf heeft haar kalfje het struikgewas ingesleurd. Johan besluit het meisje te helpen en zoekt het kalfje. Even later vinden er het dier doodgebeten in het struikgewas. Johan brengt Hildegarde naar huis; Ze woont met haar vader aan de rand van het bos. Een zekere Rolf heeft een boerderij een paar kilometer verderop. Hij maakt Hildegarde al jaren het hof. Zonder succes. Het is Rolf die de Roder Ridder uitnodigt om iets te gaan drinken in de plaatselijke herberg. Daar hoort Johan voor het eerst over 'de weerwolf', een kasteelheer die Von Gierling heet. Door een ziekte heeft Von Gierling een lelijk, behaard gezicht. Daardoor lijkt hij wel wat op een soort wolf en de bevolking schuift hem allerlei onfrisse zaken in de schoenen.

Johan besluit te onderzoeken in welke mate kasteelheer Von Gierling effectief de misdaden van de weerwolf gepleegd kan hebben. Hij zoekt de man op en deze biedt hem onderdak aan. Von Gierling woont met zijn oude, vreemde huishoudster in het kasteel. 's nachts verlaat hij de veilige kasteelmuren om door de bossen te dwalen. Johan vraagt zich af wat Von Gierling 's nachts in de bossen te zoeken heeft. Zou hij toch iets te maken hebben met de weerwolf ? Ook Hildgarde stelt zich vragen. Wie komt haar 's nachts van in de struiken serenades brengen?

Ondertussen is in het dorp een man aangekomen die de angst van de bevolking glimlachend gade slaat. Hij maakt zich bekend als een 'weerwolvendoder' en stelt voor -tegen betaling- de dorspbewoners van hun weerwolf te verlossen. De man jut de dorspbewoners op. Met een hele groep gaan ze op 'weerwolvenjacht'. Tijdens één van de nachten waarop Johan de behaarde Von Gierling volgt wordt hij in het bos aangevallen door een grote wolf. Hij verwond de wolf en ontsnapt. Als hij terug in het kasteel komt blijkt ook Von Gierling gewond te zijn. Vin Gierling heeft evenwel een goede verklaring voor zijn wonde. Johan weet nu helemaal niet meer wat te denken.

Als de Rode Ridder door het woud rijdt (hij heeft net de mooie Hildgarde bevrijdt van haar opdringeringe aanbidder Rolf), vindt hij het lijk van de 'weerwolvendoder'. De an is aan stukken gereten door een groot dier. Voor de bevolking is de dood van de weerwolvendoder de druppel die de emmer doet overlopen. Ze besluiten het kasteel van Von Gierling te bestormen. Diezelfde nacht krijgt Hildegarde opnieuw een serenade te horen. Als ze naar buiten loopt om haar geheime aanbidder te leren kennen, toont deze haar zijn ware gelaat. Van onder de donkere kapmantel komt het behaarde gelaat van Von Gierling te voorschijn. Het meisje rent gillend weg. De Rode Ridder -die Von gierling 's nachts volgt- begrijpt nu al wat meer van de siutatie. Als hij het doen en laten van de vreemde huishoudster van Von gierling natrekt, ontdekt hij dat zij en Rolf onder één hoedje spelen. Het duo slaat de rode ridde echter knock out voor hij zijn ontdekking kan verder vertellen.

Ondertussen staat een woedende meute voor de poorten van kasteel Von Gierling. Ze beuken de poort in en Von Gierling slaat gewond op de vlucht. In het woud wordt hij gevonden door Hildgarde; Zij verzorgt zijn wonden en helpt hem zich te verbergen. Rolf vermoed dat Hildegarde Von gierling geholpen heeft en besluit bij Hildegarde's vadermeer informatie te halen. Hij sluit de oude man op in dezelfde kelder als waarde Rode Ridder opgesloten zit. De mannen ontsnappen en snellen Hildegarde en Von Gierling te hulp. Dit koppel heeft elkara ondertussen de liefde verklaard. Voor Hildegarde speelt het uiterlijk van haar minnaar geen belang meer. Op het moment dat iedereen et iedereen aan vechten is, weerklinkt het gehuil van een wolf. Iedereen herlent dit gehuil als dat van 'de weerwolf'. Von Gierling is dus onschuldig en de meute keert zich tegen Rolf. Op zijn sterfbed geeft deze toe dat hij en zijn moeder (de huishoudster van Von Gierling) de kasteelheer dagelijks een toverdrenk lieten drinken (de moeder is namelijk ook een voortvluchtige heks) waardoor Von Gierling zijn gedaanteverwisseling onderging. Rolf liet ook de moorden plegen door een afgerichte wolf.

AlsVon Gierling de dag erna geen toverdrenk meer te drinken krijgt, wast hij zijn weerwolvenvacht er met proper water af. De aantrekkelijke kasteelheer en het herderinnetje vallen elkaar in de aren en de Rode Ridder vertrekt op zoek naar nieuwe avonturen.

Op zich is dit verhaal een goed Rode Ridder-verhaal. Het is een beetje spijtig dat de ontknoping zo snel-snel afgehandeld wordt. Ook het feit dat kasteelheer Von Gierling zijn vacht er later weer netjes kan afspoelen is mij een beetje te veel eind-goed-algoed. Een beetje veel The beauty and the beast. Een weerwolven-epos mag gerust wat donkerder zijn.

De weerwolf hoeft niet per se een (al dan niet tijdelijk) mismaakte man te zijn. Een 'echte' weerwolf -compleet met transformatie zoals in de klassieker 'an American werewolf in London'-had ook leuk kunnen zijn. Om de één of andere reden worden in strips weerwolven nog al eens geklasseerd onder massahysterie. Ook hier in dit verhaal wordt de dorpsbewoners iets wijsgemaakt en schuiven ze de schuld op de lelijke kasteelheer. Misschien wouden de makers van de reeks op dat moment nog niet volledig de mystieke toer op gaan. In de huidige reeks zou een echte weerwolf niet misplaatst zijn. Vergelijkbaar is Bakelandt's 'Beest van Gits' en 'De huilende Doder', maar de rode ridder-versie is beter en spannender.

Voor de liefhebber van weerwolf-fictie zijn volgende romans zeker een aanrader:

  • Blood of the Wolf (Jeffrey Goddin)
  • De weerling (Robert Stallman)
  • De weerwolven (Whitley Strieber)
  • Women who run with werewolves (Pam Keesey)

 De Rode Ridder - Standaard Uitgeverij

048. De voorspelling

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1970

De zon gaat reeds onder wanneer Johan aan de Rijn een sierlijk vaartuig ziet naderen. Een vrouw gaat aan land en strooit wit poeder om zich heen, een ritueel van heksen die nieuw land betreden, en Johan besteedt er verder ook geen aandacht aan. Het wordt nu snel donker en Johan besluit te overnachten, tot hij plots een gerucht hoort. Zo maakt hij kennis met het meisje Christl, van de Reigershoeve, en haar hondje Fuxi. Als Christl en Fuxi naar huis gaan stoten ze op een zigeunerkamp, waar ze een jonge vrouw zien die water haalt in de Rijn, terwijl haar kind aangevallen wordt door een slang. Fuxi valt de slang meteen aan, en voor de slang kan reageren slingert Christl de slang met een stok de lucht in. Als dank wil de zigeunerin de toekomst voorspellen van het meisje, maar als ze Christls handpalm bekijkt schrikt de zigeunerin en ze besluit Christl naar huis te brengen. De zigeunerin waarschuwt Ingeborg, de moeder van Christl, voor gevaar en een vrouw in het zwart.

’s Avonds barst er een onweer los en Ingeborg sluit zorgvuldg alle ramen af, tot tegenzin van Rudolf, de valkenier. Hierop ontstaat een woordenwisseling tussen beiden, waarbij Ingeborg Rudolf beschuldigt geld te stelen en dit ook bewijst. Net wanneer Rudolf Ingeborg wil aanvallen schalt de poorthoorn: het is Johan die onderdak komt zoeken. Meteen voelt Johan de spanning en hij biedt Ingeborg aan te helpen haar problemen op te lossen. Na het avondmaal vertelt Ingeborg Johan over de waarschuwing van de zigeunerin en de dame in het zwart, die Mariandl heet. Mariandl was een rivale van Ingeborg voor haar huwelijk met Gundar. Toen Mariandl afgewezen werd liet ze weten terug te komen om wraak te nemen. Johan kan meteen bevestigen dat hij Mariandl gezien heeft, en besluit bij Ingeborg te blijven om haar bij te staan.

De dag erna gaat Johan op zoek naar een spoor van Mariandl, maar ondanks enkele tips lijkt het vergeefse moeite. Ondertussen speelt Christl in de boomgaard van de Reigershoeve, terwijl ze bespied wordt door Mariandl. Plots staat Mariandl voor Christl, die meteen naar binnen rent, waarop Ingeborg alles afsluit. Toch slaagt Mariandl er in binnen te komen, waarop Ingeborg een speer neemt en die naar Mariandl wil werpen. Maar Mariandl hult zich plots in een donkere rookwolk en vertelt Ingrid dat ze voorspelde dat een vloek Ingeborg zou treffen de dag na volle maan, waarop Ingeborg plots beseft dat Gundar inderdaad de dag na volle maan stierf. En nu doet Mariandl een nieuwe voorspelling: de dag na de volgende volle maan zullen haar helpers uit de lucht toeslaan en Christl blind maken. Ingrid werpt woedend alsnog de speer, maar als de rook optrekt is Mariandl verdwenen.

Als Johan terugkeert treft hij Ingrid overstuur en radeloos aan. Johan vindt meteen een verklaring voor wat er gebeurde: het slot werd van buitenaf geopend met een ijzerdraad en een bijtend zuur deed de rookwok ontstaan. Toch beseft Johan dat Christl inderdaad in gevaar is. Ingeborg wil vertrekken en beveelt Rudolf alles klaar te maken voor het vertrek, hoewel Johan haar aanraadt te blijven omdat het gevaar enkel maar groter wordt door te gaan reizen. Het volgende moment komt Rudolf binnengestormd met de melding dat alle paarden dood liggen in de stalling. Johan constateert meteen dat ze vergiftigd werden. Alle personeelsleden vluchten weg uit bijgeloof, enkel Johan en Rudolf besluiten te blijven. Ingeborg en Christl wordt uit veiligheid een uitgangsverbod opgelegd en Johan en Rudolf besluiten ’s nachts om beurten te waken. Overdag verkent Johan de omtrek van de hoeve, zonder resultaat echter. Terwijl Christl speelt in een ommuurd gedeelte van de tuin houdt Ingeborg toezicht, met een speer binnen haar bereik. Wanneer er plots geritsel klinkt in de klimop langs de muur, blijkt het Rudolf te zijn, die sluipende voetstappen hoorde rond het huis, maar niemand zag.

Het is al avond, en Johan is nog niet terug. Johan is onderweg op het kamp van de zigeuners gestoten waarover Christl vertelde, die hem weten te vertellen dat ze Mariandl gezien hebben bij de rivier. Johan gaat op zoek en vindt ook Mariandl, pratend met een man die hij echter niet kan zien. Wanneer hij Mariandl nadert steekt ze plots haar handen in de lucht en wil Johans paard niet meer verder. Johan heeft meteen door dat Mariandl overal giftige plantesappen gegoten heeft en door het gras in brand te steken, kan Johan door de giftige kring breken. Johan bereikt snel de oever, maar ziet Mariandl wegvaren op een vlot. Johan volgt nu de voetstappen van de man die naar een grot leiden, die echter leeg lijkt te zijn. Johan besluit dan maar terug te keren naar de Reigershoeve, maar onderweg stoot zijn paard zich aan een scherpe steen, waardoor Johan te voet verder moet, met het paard aan de teugel. Johan moet halsbrekende toeren uithalen op een rots, en na een misstap stort Johan naar beneden. Als de zon opkomt is Johan nog altijd bewusteloos.

Op de Reigershoeve weet Christl dat ze in gevaar is, en ze besluit weg te vluchten. Ze verschalkt Rudolf en loopt met Fuxi in het woud. Al vlug verdwaalt Christl en als Fuxi een konijn achterna rent, moet ze het hondje volgen. En dan staat Christl plotseling oog in oog met Mariandl, waarop het meisje wegvlucht. Mariandl achtervolgt het meisje en drijft haar naar de rotsen, tot ze uitgeput blijft liggen. Mariandl rijdt nu naar de Reigershoeve, waar Ingeborg ondertussen merkt dat Rudolf verdwenen is. En als ze haar huis binnen gaat, ziet ze plots Mariandl aan haar tafel zitten, die haar zegt dat Christl in haar macht is en dat ze morgen haar wraak zal voltrekken. Ingeborg wil Mariandl nog met een mes neersteken maar valt door de emoties flauw.

Ondertussen ontwaakt Johan uit zijn verdoving en ziet dat zijn paard aan een steen staat te snuffelen. Onder die steen ziet hij een pop zitten die Christl voorstelt en valkhoepels en valkkappen. Meteen weet Johan dat Rudolf mee in het complot zit en hoe Mariandls voorspelling volbracht zal worden: een valk duikt altijd omlaag en klauwt altijd eerst naar de ogen. Als Johan de Reigershoeve bereikt is het reeds laat en hij besluit met Ingeborg Christl te gaan zoeken. Pas bij het ochtendgloten bereiken ze de rotsen, waar Christl zich bevindt. Christl is ondertussen ontwaakt tussen de rotsen, maar als ze opnieuw Mariandl ziet zet ze het opnieuw op een lopen. Langzaam maar zeker slaagt Mariandl er in het meisje naar de Rijnoever te drijven.

Ondertussen zijn Johan en Ingeborg dichterbij gekomen en ze zien Mariandl en Rudolf Christl opwachten. Rudolf vindt Mariandl echter te ver gaan en weigert nog mee te werken en de valk los te laten. Hierop ontstaat een schermutseling aan de rand van de afgrond, waarop beiden naar beneden storten. Beiden overleven de val niet, maar de valk is zijn leren kapje kwijtgeraakt en gaat op zoek naar zijn prooi. Christl vlucht onder de rotsen, en haar hondje Fuxi valt de valk aan, maar wordt al vlug buiten gevecht gesteld. Wenend buigt Christl zich over haar hondje, terwijl de valk opnieuw aanvalt. Maar net op tijd doorboort een pijl de valk. De pijl kwam van een zigeuner, de vader van het kind dat Christl redde, die uit dankbaarheid Christl redde. Fuxi herstelt vlug en na een verblijf op de Reigershoeve zwerft Johan opnieuw verder.

Dit verhaal begint mysterieus: de dame in het zwart, die Mariandl blijkt te zijn, en de plotse verschijning van Mariandl voor Ingeborg. Maar al vlug vindt Johan voor die mysteries een oplossing, en is de rode draad door het hele verhaal inderdaad de voorspelling die Mariandl deed, met bijhorende vraag: hoe zal Mariandl die voorspelling doen uitkomen? Want meer dan wat trucjes lijkt Mariandl niet te gebruiken. Vooral die geheimzinnigheid zorgt ervoor dat dit een goed verhaal geworden is. Het enige spijtige is dat er geen verklaring wordt gegeven voor het feit dat Gundar inderdaad de dag na volle maan stierf, zoals Mariandl voorspeld had.

Dit album kent vooral een rustige opbouw, waardoor het verhaal ietwat aan de trage kant lijkt te gaan. Er gebeurt ook vrij veel in dit verhaal, maar toch worden enkele aspecten niet echt uitgewerkt, zoals de spanningen tussen Ingeborg en Rudolf, waaronder bv de scène waaein Ingeborg Rudolf beschuldigt geld te stelen en het uiteindelijk zelfs voor bewezen acht. Ook zie je al van ver aankomen dat Rudolf op de één of andere manier betrokken is bij de plannen van Mariandl. Het personage van Rudolf mocht trouwens ook iets meer uitgewerkt worden, want naast zijn betrokkenheid in het complot heeft Rudolf niet veel rol van betekenis in dit verhaal.

En Johan tenslotte blijkt niet in goede doen te zijn in dit verhaal: hij vertrouwt Rudolf blindelings, vindt pas na dagen een spoor van Mariandl dankzij de zigeuners, hij slaagt er niet in Mariandl te achtervolgen, hij misstapt zich op de rotsen, en ook Christl redden van de valk lukte niet (ook hier moest een zigeuner inspringen). Nog een geluk dat zijn gezonde verstand wel werkte, door de oplossing te vinden voor de voorspelling en de trucjes van Mariandl te doorzien.

De tekeningen tenslotte zijn mooi en sfeervol.

049. Met masker en zwaard

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1971

In het woud heeft Johan een vijandige ontmoeting met de Duivel en de Dood. Het blijken Balor en Heinz, als dusdanig verklede leden van een bont toneelgezelschap te zijn. Johan maakt ook kennis met de andere leden van de groep: Wilhelm, de leider van het gezelschap, Hannelore, zijn knappe dochter en Kurt, de gebochelde dwerg. Hij gaat in op hun verzoek om mee naar de jaarmarkt te gaan om daar samen met hen als luitspeler op te treden.

Als Johan na de optredens over de markt wandelt, merkt hij dat een mooie jonkvrouw lastig gevallen wordt door een krachtpatser. De Rode Ridder grijpt echter kordaat in en verneemt van de jonkvrouw dat zij op zoek was naar de toneelspelers om in de burcht van haar vader op te treden. Johan keert terug naar het kamp van de toneelspelers en hoort Balor en Wilhelm een geheimzinnig gesprek voeren. Johan wil Balor volgen om meer te weten te komen maar een mes plant zich net boven zijn hoofd . Kurt, de dader van deze aanslag, spoedt zich naar Wilhelm om verslag uit te brengen. Ook Johan meldt zich vervolgens bij Wilhelm met het verzoek van de burchtheer. Wilhelm aanvaardt met enthousiasme, maar als Johan vraagt waar Wilhelms kompanen zich bevinden, liegt hij vlakaf.

Vervolgens begeeft Johan zich naar Rosemarie om haar het antwoord van Wilhelm te brengen. Hannelore is voor hem bij Rosemarie en brengt haar op de hoogte. Als Johan aankomt, staan de vrouwen, die allebei de nodige belangstelling voor Johan hebben; op het punt om in een ruzie over de ridder uit te barsten. Hannelore gaat weg maar verwittigt Johan om zich de volgende dag niet naar de burcht te begeven.

Als de toneelgroep de volgende ochtend - mét de Rode Ridder - zich naar de burcht begeeft, blijkt Kurt verdwenen te zijn. Johan vermoedt dat hij is weggestuurd met een opdracht. In de stad aangekomen ziet Johan in een herberg twee dode mensen, klaarblijkelijk gestorven van vrees, die de nacht ervoor beroofd werden. Johan verdenkt Balor en Heinz, maar kan niets bewijzen. Ondertussen heeft Kurt zich ongemerkt bij Wilhelm in de wagen gevoegd.

Bij het optreden in de burcht oogst de groep groot succes. Als Rosemarie de toneelspelers persoonlijk feliciteert, blijkt na een handkus haar ring verdwenen te zijn. Als deze zich tussen de snaren van Johans luit blijkt de bevinden, wil de graaf hem laten arresteren. De soldeniers zijn echter niet opgewassen tegen de geoefende ridder. Terwijl Johan probeert stand te houden tegen de gasten van de graaf die zich in het gevecht gemengd hebben, schakelt Kurt hem verraderlijk uit. Met Johan in de kerker slagen de toneelspelers erin om Rosemarie te ontvoeren. Als haar verdwijning de volgende ochtend ontdekt wordt, wil de graaf zijn soldaten de omgeving laten uitkammen. Johan, die de graaf heeft weten te overtuigen van zijn goede trouw, brengt hem echter van dit voornemen af en stelt voor de vraag om losgeld af te wachten.

Even later komt Hannelore aan in de burcht met de eis van Wilhelm om het losgeld voor Rosemarie. Hannelore komt op aandringen van Johan tot inkeer en biecht alles op over het misdadige karakter van de toneelgroep. Wilhelm blijkt haar vader te zijn, Balor en Heinz haar broers. Hannelore, gevolgd door Johan, neemt een zak stenen mee in plaats van goud om de bende te misleiden. Kurt brengt haar echter om in de overtuiging dat zij het goud mee heeft, maar valt zelf door het zwaard van de Rode Ridder.

Johan raakt de bende toch op het spoor en vindt Wilhelm, gewelddadig om het leven gekomen. Wat later vindt hij Balor en Heinz, verwikkeld in een duel om de grote buit die ze in de loop van hun misdadige loopbaan verworven hebben. Hierdoor kan hij Rosemarie ongemerkt bevrijden. Als de broers haar achterna willen, stuiten ze op Johan. De broers vormen echter geen partij voor de ridder en worden gevankelijk mee naar de burcht gevoerd.

Daar wacht een ridder van heer Kendall de Rode Ridder op met een boodschap van Merlijn dat nieuwe gevaren Parcifal, zoon van koning Arthur, bedreigen. De ridder besluit dan ook tot de onmiddellijke terugkeer naar Engeland.

“Met masker en zwaard” is een klassiek en pretentieloos ridderverhaal van de goede tegen de slechte. De ridder komt even een in hachelijke situatie terecht, maar weet uiteraard zijn tegenstanders te verslaan. De uitwerking van de personages en het verhaal is even klassiek: de ontvoering van de jonkvrouw, de slechterikken die onder elkaar om de buit twisten, de vader van Rosemarie als strenge burchtheer ... Rosemarie lijkt even uit het patroon te vallen als ze zich voorneemt de Rode Ridder te bevrijden, iets waarvan men zich kan afvragen of ze daar wel toe in staat is. Haar voornemen wordt terloops in de kiem gesmoord door haar ontvoering.

We krijgen in dit verhaal wel een heel menselijke kant van Johan te zien die niet onberoerd blijft bij de mooie jonkvrouw Rosemarie en het beslist niet onaangenaam vindt om met haar te flirten. De scène met Rosemarie is bij mijn weten de eerste kus van de ridder die we te zien krijgen.

Eén ding komt eerder onwaarschijnlijk over: waarom vraagt een dievenbende een ridder mee in hun gezelschap? Hoogmoed of gewoon een moment van zinsverbijstering?

Dat de Rode Ridder goed met een luit lijkt om te kunnen; is niet abnormaal voor de tijd waarin dit verhaal zich afspeelt. We zien het Lancelot ook doen in “De ring van Merlijn” en “Mysterie te Camelot” bijvoorbeeld. Hier brengt de auteur duidelijk een hoofse kant van de middeleeuwen tot leven. De bekende hertog Jan I van Brabant schreef zelfs gedichten.

Tenslotte verdient dit verhaal het predikaat “scharnieralbum”. In het volgende album, "De Terugkeer", zal het uiterlijk en de kledij van de Rode Ridder een grondige verandering ondergaan.

Encyclopedie

Personages

Locaties

De Rode Ridder - Standaard Uitgeverij

 

050. De terugkeer

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1971

Na Merlijns dringende oproep, reist de Rode Ridder terug naar Engeland. Hij is vergezeld door Malivar, een vertrouwensman van heer Kendall (zie album "Het Testament"). In Engeland zou een groot onheil voor Parcifal dreigen zo heeft Merlijn voorspeld. Alleen Johan zou het ergste kunnen voorkomen.

Voor de kust zien ze een drakkar. De beide ridders schenken er verder geen aandacht aan en zetten hun tocht verder door de duinen. Ze besluiten in een herberg in de haven nog wat te eten alvorens in te schepen voor Engeland. Plots komt een groep Noormannen de herberg binnen die onmiddellijk mot zoekt met Johan en Malivar. Ondanks de overmacht verloopt de strijd in het voordeel van de twee ridders die hun aanvallers uit de herberg drijven. Malivar wordt tijdens het gevecht echter dodelijk gewond en sterft. Johan spoedt zich naar de steiger waar zijn schip wacht. Het lijdt geen twijfel dat de Noormannen de terugkeer van Johan willen verhinderen.

Wanneer de zon opkomt blijkt dat de Drakkar het schip van Johan achtervolgt. Door een list van Johan weet de bemanning een entering te voorkomen. Zij werpen namelijk vaten olie op het dek van de drakkar en zetten vervolgens het schip van de vikingen in brand. Terwijl de Rode Ridder verder naar Engeland zeilt is Merlijn in Kendalls burcht somber gestemd. Hij voorspelt dat de burcht van Kendall nog diezelfde nacht geplunderd zal worden en in vlammen zal opgaan. Lancelot en Parcifal worden door Merlijn weggestuurd om Johan op te halen. Een stalknecht luister Merlijn en Lancelot af en schakelt Merlijn uit (Merlijns voorspellende krachten konden dit blijkbaar niet voorzien :-).

Inmiddels verschijnen drie Drakkars op de rivier nabij Kendall's burcht en het beleg vangt aan. De stalknecht licht de vikings in over het vertrek van Lancelot en Parcifal en zij zetten de achtervolging in terwijl de burcht geplunderd en gebrandsticht wordt. Merlijn en Yolande van Kendall ontsnappen via een geheime tunnel. Lancelot en Parcifal hebben inmiddels de kust bereikt en zien het schip van Johan reeds naderen als van alle kanten de Vikings opdoemen. Lancelot vecht als een leeuw om Parcifal te beschermen als ook Johan zich in de strijd mengt. De kapitein van Johan's schip (Ogram) weigert zijn bemanning in te zetten in de strijd en Parcifal valt in handen van de Vikings. Lancelot is zwaar gewond. De situatie is hopeloos.

Een zware storm steekt op en een van de Vikings slaat over boord van het schip dat Parcifal vervoerd. Johan redt de Viking en deze vertelt dat Parcifal in opdracht van hun meesteres Apulya naar het eiland Crippen wordt gebracht. Johan sleept Lancelot naar de verwoeste Kendall burcht en ontmoet Merlijn en Yolande. Onder het puin horen ze het gekerm van een gewonde. Het blijkt heer Kendall te zijn, de enige overlevende van het beleg. Als Merlijn hoort van Apulya wordt hem het een en ander duidelijk. Zij blijkt een dochter van een heks te zijn die ooit door koning Arthur naar het Eiland Crippen verbannen werd. Zij wil nu wraak nemen op Parcifal. Merlijn vertelt dat slechts vuur, wind en water verenigd de tovermachten van Apulya kunnen breken. Merlijn ziet de kansen van Johan somber in, maar de toekomst van het land staan op het spel en als iemand parcifal kan redden is het de Rode Ridder natuurlijk.

Johan vertrekt alleen naar het vulkanische eiland Crippen. Apulya blijkt een machtig kreeft-achtig zee wezen, "de grote Krigton", te bezitten. Parcifal wordt geboeid in een grot en moet dienen als voer voor de grote Krigton. Voor de vloed komt moet Johan hem redden. Johan slaagt er (uiteraard) in om Parcifal te bevrijden. Op Merlijn's instructies slaat hij met een grote hamer en houten wiggen een barst in een van de rotswanden. Hierdoor komt lava vrij en een aardscheuring wordt opgewekt. Inmiddels is een zware storm opgestoken. Water, wind en vuur hebben zich verenigd en Apulya's macht is gebroken. De (bijgelovige) vikings stuiven in paniek uiteen als er een enorme vulkaanuitbarsting plaatsvindt. Johan en Parcifal kunnen ternauwernood in hun bootje ontkomen als de grote Krigton roet in het eten gooit en het bootje aanvalt. Johan's zwaard breekt (!) in de scharen van de Krigton. Met een dolksteek op een kwetsbare plek weet Johan de Krigton onder water echter uit te schakelen.

Johan en Parcifal moeten met het kleine bootje Engeland zien te bereiken, maar dobberen een week lang stuurloos in zee. Bijna is alles tevergeefs geweest, maar zij worden uiteindelijk gered door het schip dat Johan naar Engeland voerde. Kapitein Ogram wilde zijn fout goedmaken en ging op zoek naar Johan. Als ze de Engels kust bereiken wachten Merlijn en Lancelot, die van zijn verwonding hersteld is hun vrienden op. In het hele land is een wederopbouw nodig.....ook figuurlijk. "Alle hoop rust op Parcifal om dat te verwezenlijken."

"De Terugkeer" is een verhaal dat ik in mijn herinnering erg goed vond. Minimaal drie sterren dacht ik. Bij herlezing vindt ik toch dat het verhaal hier en daar wat rammelt en onlogisch is.

Het gemak waarmee Merlijn door een stalknecht uitgeschakeld wordt, drie Drakkars bevatten "een enorme overmacht" aan vikings die een machtige burcht binnen no-time binnenvallen. Deze burcht blijkt aan het eind van het verhaal al weer bewoonbaar te zijn (binnen ca. 10 dagen !).

051. Excalibur

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1971

Het verhaal begint met de aankomst van Johan en Lancelot bij de ruïnes van Camelot. Als ze daar aankomen, komt er ook een stoet huifkarren en lastwagens aan met bouwmaterialen en ambachtslieden. De stoet wordt aangevoerd door Merlijn, Parcifal, Kendall en zijn dochter Yolande. Na “De Terugkeer” is het tijd voor de wederopbouw van het land en Merlijn heeft bouwplannen meegenomen om Camelot te herbouwen.
Een aantal arbeiders vindt vervolgens de overblijfselen van de Ronde Tafel, en Johan besluit dat, als begin van de wederopbouw, deze als eerste gezuiverd moet worden.
De volgende ochtend maken Johan en Lancelot een verkenningstocht en ze praten over de bijna voltooide opleiding van Parcifal. Als ze bij een smal bruggetje aankomen en deze willen oversteken, rijdt op de brug een ridder tegemoet, die hen na een gesprek, doorgang verleent door met zijn paard van de brug in het ondiepe water te springen. Johan en Lancelot stellen zich voor aan de ridder en deze blijkt Carlioen van Detmold te zijn. Hij is afgereisd na geruchten over een nieuwe toekomstige koning, en hij stelt dat Parcifal op zijn zwaard kan rekenen. Carlioen rijdt mee naar Camelot en biedt zijn zwaard aan de toekomstig koning aan.
Een groep ruiters komt vervolgens aanrijden en het lijkt op het eerste gezicht een bedreigende situatie. Yolande toont gevoelens voor Parcifal door hem te waarschuwen, maar vervolgens blijken de ridders te zijn gekomen om hun diensten aan Parcifal aan te bieden. In de komende weken scharen zich steeds meer edelen en ridders achter Parcifal, totdat er een onbekende ridder opdoemt. Merlijn maakt duidelijk dat deze ridder niet welkom is, waarop de ridder een zwaard in de Ronde Tafel steekt. De ridder rijdt tot buiten de ruïnes, die inmiddels al weer aardig opgebouwd zijn, en laat een deel van de pas voltooide ridderzaal instorten.
Johan probeert het zwaard uit de tafel te trekken, maar nadat dit niet lukt maakt Merlijn duidelijk dat er zwarte kunst in het spel is. Op het zwaard zijn tekens zichtbaar die aan Baal toebehoren. Het zwaard moet wel geplaatst zijn door Qrandar, de zoon van Baal. Volgens Merlijn kan alleen Excalibur, het zwaard van de overleden koning Arthur, het zwaard onschadelijk maken.
Johan en Lancelot verlaten, na overleg met Merlijn, de burcht onopgemerkt en gaan op zoek naar het graf van Koning Arthur, waar Excalibur begraven ligt. Carlioen bemerkt dit echter en besluit dat ze wel hulp kunnen gebruiken en rijdt ze achterna.
Aangekomen bij het graf ontmoeten ze een groep Moren en deze blijken een overeenkomst met Qrandar gesloten te hebben. Johan en Lancelot worden overmeesterd en tot hun nek ingegraven zodat ze kunnen toekijken hoe Qrandar, die nog niet gearriveerd is, Excalibur zelf komt opgraven. Vier Moren houden de wacht terwijl de rest vertrekt om Qrandar een escorte te verlenen. Carlioen heeft echter gadegeslagen en doodt drie van de vier Moren. De vierde tracht te ontkomen maar wordt achterhaald en moet Johan en Lancelot uitgraven. Excalibur wordt opgegraven en ook vinden ze de kroon van Koning Arthur. In de verte is een stofwolk zichtbaar en ze vertrekken richting Camelot, met Qrandar en de Moren in de achtervolging. Qrandar gebruikt zijn zwarte kunst om de drie ridders te dwarsbomen: Een rustig riviertje wordt een woeste rivier en Johan moet Carlioen redden van een verdrinkingsdood, omdat deze met zijn harnas te zwaar is om boven te blijven. In de bergen zorgt Qrandar voor een lawine en Johan overleeft het maar net, in tegenstelling tot zijn paard. ’s Avonds in het bos vallen de bomen rond de drie ridders om en de ridders steken het bos in brand om te kunnen ontsnappen. Hierna begint het te stormen en vuistgrote hagelbollen vallen op de ridders neer. Lancelot moet zijn paard afmaken en Carlioen rijdt vervolgens bij Johan en Lancelot weg, die denken dat hij hen in de steek laat.
Later, in een bos, overmeesteren Johan en Lancelot twee Moren, en nemen hun paarden af. Hiermee rijden ze voor Qrandar en de Moren uit, maar uiteindelijk worden ze omsingeld. Ze zien nog maar één mogelijkheid, en dat is het gevecht. Hierdoor kunnen ze doorbreken en wegrijden, maar Qrandar laat een ondoordringbare mistbank ontstaan. Plotseling dreunt de aarde, en het blijkt dat Carlioen de Ronde Tafelridders was gaan halen, en deze verslaan de Moren voor deze kunnen reageren. Terug in Camelot vernietigt Parcifal met Excalibur het betoverde zwaard en er ontstaat een feest.
Via de slotgracht kan Qrandar echter de kelders bereiken en daar overmeestert hij Carlioen, van wie hij het harnas aandoet om niet herkend te worden. Qrandar weet gif in de beker van Parcifal te doen, maar het is Yolande die er vervolgens uit drinkt en wordt vergiftigd. Johan ziet hoe Qrandar vervolgens Yolande met een messteek wil vermoorden maar komt tussenbeide en daagt Qrandar uit voor een duel. Johan lijkt te winnen, tot Qrandar met zijn duistere krachten een stenen trap laat instorten waarop Johan zich bevindt. Hij lijkt Johan te verslaan, totdat Carlioen weer opduikt en Qrandar neerslaat en Johan overeind helpt. Qrandar weet vervolgens te ontsnappen, maar het verhaal eindigt goed doordat Yolande ontwaakt nadat Merlijn haar tegengif had toegediend. Qrandar zweert voor zichzelf dat hij zich zal wreken op Johan.

De Excalibur, zoals de titel luidt, vond ik een goed verhaal. Het was spannend om te lezen, en de plot bevat enkele goede keerpunten, zoals de aankomst van de ridders, die eerst een bedreiging lijken te zijn, en ook het vertrek van Carlioen in de penibele situatie tijdens de storm. Het verhaal verdient zeker vier sterren.

Encyclopedie

Personages

Extra weetjes

  • De oorspronkelijke titel van dit album was 'De excalibur'.

De Rode Ridder - Standaard Uitgeverij

052. De watermolen

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1971

Terwijl men op Camelot druk bezig is met de wederopbouw van het rijk van koning Arthur en de bijhorende instellingen, keert Johan terug naar de burcht na een lange tocht. Onderweg heeft hij een ontmoeting met een angstige landbouwer, die hem vertelt hoe zijn stier door een onbekend waterwezen werd meegesleurd. Hoewel het verhaal voor Johan nogal onwaarschijnlijk overkomt, belooft hij de zaak nader te zullen laten onderzoeken. Bij zijn terugkeer te Camelot wordt hij door een bedrukte Merlijn opgewacht, die hem waarschuwt voor de wraak van de duivelse Qrandar, aartsvijand van de toekomstige koning Parcifal (album 51: Excalibur). Speciaal voor deze situatie wordt zelfs de eerste Ronde Tafel-bijeenkomst sinds de dood van Koning Arthur belegd, waarin besloten wordt dat de ridders elk op eigen kracht de Zwarte Magiër zullen trachten te achterhalen. Johan wenst niet tussen vier muren opgesloten te blijven, maar zijn wapenmakkers Lancelot en Carlioen van Detmold staan erop hem te vergezellen.

Koppig en eigenwijs als hij is, besluit Johan alleen de confrontatie met Qrandar aan te gaan, niet wetende dat hij daarmee zijn noodlot tegemoet rijdt. Op zijn tocht komt hij aan in een overvolle herberg, waar een minstreel zijn aandacht weet te trekken met de droeve ballade van de gevangen deerne Astra in de watermolen. Johan nodigt de man uit voor een beker wijn aan zijn tafel en deze verzekert hem dat de ballade op wate feiten gebaseerd is, maar durft in de herberg niet voluit spreken. Johan zoekt hem 's nachts op zijn kamer op, maar dan blijkt hij reeds met de noorderzon vertrokken zijn. Hij heeft echter zijn luit achtergelaten met een verwijzing voor Johan om eens naar de binnenkant van het instrument te kijken. Daarop is een schilderij te zien van de watermolen en een portret van de (hoe kan het ook anders?) beeldschone Astra. Wanneer de ridder ook nog eens gekweld wordt door een nachtmerrie waarin een wanhopige Astra hem om hulp roept, wordt het hem te machtig en nog diezelfde nacht verlaat Johan de herberg om de waarheid achter de ballade te ontdekken.

Onderweg ontmoet hij langs de rivier een paniekerige en doofstomme visser, die hem de weg naar de watermolen toont. Op de uiteindelijke weg naar zijn eindbestemming passeert hij nog langs een waterval, waarhij het gebeente van vee aantreft. Het wordt Johan duidelijk dat er zich langs de rivier onverklaarbare gebeurtenissen afspelen, maar even later wordt zijn aandacht volledig opgeëist door de watermolen, die ook in werkelijkheid blijkt te bestaan!

De Rode Ridder besluit de nacht door te brengen aan de rand van de watermolen, maar 's nachts komt het rad plots in beweging en even later wordt zijn paard door het mysterieuze waterwezen meegesleurd. Daarop klimt Johan langs het rad naar boven en treft tot zijn verbazing één van de dichtgespijkerde ramen open aan. Hij komt terecht in een gerieflijke kamer, waar een maaltijd op hem schijnt te wachten. Johan laat zich deze welgevallen, maar kort daarop wordt hij door vermoeidheid overmand en tijdens zijn slaap wordt hij in de kamer door Astra bezocht, die duidelijk in hem een nieuwe hoop op bevrijding ziet. Wanneer hij terug ontwaakt, vindt Johan een nieuwe maaltijd op tafel en een kanten sluier aan het kleine waterbassin in de kamer. Een klein onderzoek leert hem dat het bassin uitgeeft op een ondergrondse geheime gang en onverschrokken gaat hij hier verder op onderzoek uit.
Intussen zijn Lancelot en Carlioen van Detmold in hun zoektocht naar Johan in hetzelfde gebied terechtgekomen en ontmoeten de doofstomme visser, die echter op miraculeuze wijze plots zijn spraak teruggevonden heeft en de beide heren opzettelijk op het verkeerde spoor zet, wat groot onheil voor Johan lijkt in te luiden!

Johans speurtocht door de geheime gang leidt hem tot bij het waterrad, waarna hij terug naar de kamer keert en daar de tweede maaltijd nuttigt. Weer wordt hij door vermoeidheid overmand en na zijn ontwaken stelt hij vast dat hij vastgebonden is en is overgeleverd aan zijn doodsvijand Qrandar. Eerst vermoedt Johan dat Qrandar de gijzelnemer van Astra is, maar des te pijnlijker blijkt de werkelijkheid: Astra is in werkelijkheid de zuster van de Zwarte Magiër en samen met de minstreel en de doofstomme visser als hun handlangers hebben de zoon en dochter van Bahaal de legende van de watermolen opgezet als een valstrik om hun wraak op de Rode Ridder te kunnen voltooien. Johan zal worden vastgebonden aan het rad en verscheurd worden door het waterreptiel dat door Qrandar afgericht is. Wanneer Johan nog even een moment alleen is, probeert hij nog tot Astra door te dringen, maar de jonge vrouw kijkt onbewogen toe hoe hij door het rad onder water wordt gesleurd. Betekent dit het definitieve en gruwelijke einde van de Rode Ridder?

Wanneer de Rode Ridder dreigt verscheurd te worden door de hagedis, dringt de vreselijke werkelijkheid door tot Astra en met pijl en boog schakelt ze het monster en de visser uit, met wiens dolk Johan zich kan bevrijden en zich bij haar in de watermolen kan voegen. Enkel Qrandar en de minstreel blijven nog over aan de watermolen, maar Qrandar beschikt nog over de roversbende van Joris de Eenarm. Een deel van de bende zal hij gebruiken om de watermolen in te nemen, een ander deel moet afrekenen met Lancelot en Carlioen. Beide ridders hebben intussen door dat ze door de visser op het verkeerde pad werden gestuurd en zijn op hun stappen teruggekeerd. De rovers vallen de watermolen langs verschillende kanten aan, maar worden uitgeschakeld door de pijlen van Astra en de vuisten van Johan, hoewel hij gewond is aan zijn rechterarm. Nadat ze vaststellen dat ze zeven makkers in de strijd verloren hebben, dreigen de boeven te muiten, maar een goed gevulde beurs met goudstukken brengt hen op andere gedachten. Johan en Astra beseffen dat de volgende dag de beslissing zal brengen en brengen in de belegerde watermolen hun eerste liefdesnacht door. Astra hoopt dat haar liefde voor Johan bij hem de herinnering aan haar vroegere wraaklust zal uitwissen.

Inmiddels lopen Lancelot en Carlioen in een donker bos in een hinderlaag van de roversbende en net op het moment dat zij als gevangenen voor Qrandar gesleept zullen worden, worden zij ontzet door een sterke afdeling van ridders van de Ronde Tafel. Een boef biecht het hele plan op van Qrandar, waarna de ruiters een wedren beginnen tegen leven en dood.

Aan de watermolen heeft Qrandar een nieuw plan uitgewerkt om Johan en Astra in handen te krijgen en stelt tot zijn vreugde vast dat het waterreptiel nog in leven is. Op het moment dat hij bij het krieken van de dageraad de ultieme aanval voorbereidt, wordt zijn roversbende totaal verrast door een stormaanval van de ridders. De duivelsprins slaagt er nog in om via de geheime gang door te dringen in de molenkamer en valt Johan met zijn zwaard in de rug aan. Astra voorvoelde deze aanval blijkbaar en werpt zich onbaatzuchtig voor Johan, waarna de Rode Ridder er in zijn woede in slaagt om Qrandar te ontwapenen en hem het water in mept. Daarin wordt Qrandar verscheurd door het dier dat hij zelf heeft afgericht.

In de molenkamer speelt zich op dat moment het zonder twijfel meest tragische moment in de hele reeks van de Rode Ridder af: de zwaardslag die Astra voor Johan opving, bleek dodelijk te zijn en met een innige kus neemt de blonde schoonheid afscheid van Johan. Johan zelf is totaal gebroken door het drama en met veel pijn en moeite overtuigt zijn wapenmakker en boezemvriend Lancelot om hem en de andere Ronde Tafelridders terug naar Camelot te vergezellen. Op hun terugweg stellen ze vast dat het waterreptiel bezweken is aan de verwonding, die het werd toegebracht door de pijl die Astra op hem had afgeschoten.

Na de terugkeer op Camelot zondert Johan zich volledig af van zijn vrienden en tracht zijn verdriet alleen te verwerken. Lancelot en Merlijn, zonder meer zijn beste vrienden in zijn Ronde Tafel-periode, maken zich ernstig zorgen over zijn gemoedsgesteldheid en de wijze tovenaar besluit om het antwoord voor het probleem in de sterren te lezen. "Tijd heelt alle wonden, maar voor Johan staat de tijd stil!" luidt zijn conclusie en daarom adviseert hij Johan om terug te keren naar Vlaanderen, waar hij vergetelheid zal vinden. Lange tijd kijkt Merlijn de vertrekkende ridder nog na en met het laatste deel van deze laatste Camelot-trilogie in de oude reeks komt er een 'definitief' einde aan de avonturen van Johan in het Engeland dat tussen mythe en geschiedenis zweeft...

Zonder twijfel hoort deze laatste aflevering van de laatste Camelot-trilogie in de oude reeks naar mijn mening tot de top-vijf van de Rode Ridder-albums en op het gebied van tragiek is het gewoon het beste album ooit in de reeks verschenen. Natuurlijk heb je ook het roerende afscheid tussen Johan en Galaxa in De Toverspiegel (album 58), maar daar weten beide geliefden tenminste nog van elkaar dat ze leven en elkaar binnen een bepaalde tijd zullen terugzien. Het verlies van Johans eerste echte geliefde en zijn 'definitieve' vertrek uit Engeland vormt het ideale einde van zijn engagement bij de orde van de Ronde Tafel en daarom is het jammer dat deze prachtige episode uit de Rode Ridderreeks voor een groot stuk wordt teniet gedaan door de terugkeer van een nep-Arthur in latere albums. De belevenissen rond Camelot en de Ronde Tafel vormen een boeiend onderwerp om over te schrijven, maar soms blijft een diamant mooier schitteren wanneer je ze ruw laat en niet verder tracht te bewerken.

Het mysterieuze karakter en het dramatische gehalte van dit verhaal zijn tekenend voor de Rode Ridder-albums tussen nummer 50 en 70 en daarom behoren zij dan ook tot de beste van de reeks. Een dergelijke pessimistische toon vind je ook terug in albums als De koraalburcht (55), De toverspiegel (58) en De IJzeren Hand (59) en dat spreekt mij enorm aan.

Twee fasen in dit verhaal zijn op het gebied van diepgang en intensiviteit zo sterk dat ze in latere albums maar moeilijk geëvenaard werden. Vooreerst is er natuurlijk het bijzonder droeve afscheid van Astra, zonder meer het meest tragische moment in de reeks ooit en op de tweede plaats komt de wijze raad van de oude Merlijn aan de gebroken Johan, die zo echt de rol van een liefhebbende vader op zich neemt. "Hou op met jezelf te kwellen! In Camelot wegen herinneringen als de jouwe zwaar... Een lange reis... Keer terug naar je vaderland... Daar zul je vergetelheid vinden!" zijn woorden die bijblijven en in latere albums later genoeg nooit meer echt in zulke sterke mate terugkwamen. Karel Biddeloo had de verwerking van Johans rouwproces in andere albums nog verder kunnen uitwerken dan enkel een kleine vermelding in het begin van De samoeraï (53), maar met een triestige en depressieve Rode Ridder waren de fans waarschijnlijk niet gediend.

Gelukkig voor Johan komt hij enige albums later zijn echte grote geliefde tegen (Galaxa), maar jammer genoeg voor beiden kunnen ze nooit veel tijd met elkaar doorbrengen. Als Astra het er in de watermolen levend van had afgebracht, had ze meer tijd kunnen doorbrengen met Johan, maar dan was hij misschien eerder een soort saaie hofridder op Camelot geworden. Anderzijds verdient Johan misschien eerder een vrouw als Galaxa, want bij haar was het duidelijk liefde op het eerste gezicht, terwijl Astra in de loop van het verhaal een metamorfose doormaakte van een wraakzuchtige feeks tot een liefdevolle en toegewijde minnares. Het arme kind heeft echter veel goed gemaakt door tweemaal het leven van Johan te redden en bovendien bij de tweede redding haar eigen leven af te staan. Zou Galaxa dat over hebben voor Johan?

Er blijven een aantal vragen bestaan rond de herkomst van Astra. Zij wordt omschreven als de wraaklustige zuster van Qrandar, maar in de loop van het verhaal komt haar goede kant boven en evolueert zij bijna tot een goede fee. Van Qrandar was bekend dat hij de zoon was van de Prins der Duisternis, die in gemeenheid zijn vader op zijn minst evenaarde (persoonlijk beschouw ik Qrandar als de meest doortrapte vijand die Johan ooit tegenover zich heeft gehad, want zelfs Bahaal zou zijn eigen dochter of zuster misschien niet zomaar afslachten), maar we moeten aannemen dat Bahaal ergens ooit een goede kant heeft gehad, vermits hij een mooie en liefdevolle dochter kon voortbrengen. Het zou natuurlijk best kunnen dat Astra meer aarde naar haar moeder, maar de vraag is dan ook wie de moeder van Qrandar en Astra was.
Vermits Biddeloo in de Kronieken van Merlijn de afkomst van Bahaal meer heeft verduidelijkt (als de doortrapte Naamloze Ridder), zou het misschien ook eens de moeite waard zijn om een of meer albums te wijten aan de afkomst van Astra. Zou het misschien kunnen dat zij, hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, de dochter is van Bahaal en een of andere goede Fee?

Encyclopedie

Personages

053. De samoeraï

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1972

Op zoek naar vergetelheid heeft Johan Camelot verlaten en keert naar Vlaanderen terug. De tragische dood van Astra (De Watermolen) heeft Johan diep geschokt. Het schip waarop Johan reist vergaat in een storm. Johan redt zich door naar een nabij schip te zwemmen en gaat aan boord. De bemanning is niet van plan de geboeide slaven van hun ketenen te ontdoen en Johan grijpt in. Onder de slaven bevindt zich de Japanner, Yorimoto, een meester in de Japanse vechtkunsten zo blijkt al gauw. Samen bevrijden ze een aan boord gevangen gehouden jonkvrouw voordat het schip vergaat.

Het drietal spoelt aan op de Vlaamse kust. Yorimoto blijkt een Japanse Samoerai te zijn die in ongenade verviel en als slaaf verkocht werd. De jonkvrouw is Clarissa de dochter van een Venetiaans handelaar te Brugge. Zijn concurrenten, machtige Spaanse en Franse kooplui ("de Gildebroeders") huurden piraten om haar te ontvoeren en zo haar vader onder druk te zetten. Johan en Yorimoto nemen de taak op zich om Clarissa naar haar vader terug te brengen. Al gauw worden ze achterna gezeten door een corrupte waterschout en zijn soldeniers, maar Johan en Yorimoto maken korte metten met dit stel. Clarissa wordt ondergebracht in een nabij klooster en onze helden gaan op zoek naar haar vader. Diverse spionnen zijn Johan en Yorimoto echter op het spoor. Ondertussen smeed Yorimoto bij een plaatselijke smid zijn eigen samoerai zwaard en krijgen we een lesje in Japanse smeedkunsten.

Yorimoto's uitspraken zijn soms hilarisch en geven het verhaal een komische noot. Tegen een ontdekte spion: "Uw haast is begrijpelijk. Ik kan uw optreden tot mijn spijt echter niet goedkeuren !" Een grappig voorval is verder als Yorimoto en Johan op een markt bij een slagerij de kracht van hun zwaard meten op een varkens karkas. Johans zwaard komt niet verder dan 1/3 van het karkas. Waarna Yorimoto met één houw van zijn zwaard het complete karkas in tweëen klieft, waardoor de hele marktkraam bijkans instort. Als de slager het tweetal met zijn slagersmes te lijf gaat concludeerd Yorimoto droog: "Ik stel een snelle verplaatsing voor, Johan !".

Inmiddels worden premiejagers geronseld door handlangers van de Gildebroeders en wordt Emiliano de Saros, Clarissa's vader, gedwongen de voorwaarden van de Gildebroeders te onderteken. Als echter een boodschapper van De Saros binnenkomt met het nieuws van de schipbreuk van Clarissa's schip weigert hij vooralsnog. De Gildebroeders zetten nu alles op alles om Clarissa terug te vinden.

Johan en Yorimoto ontsnappen aan de eerste hinderlaag en doden diverse huurmoordenaars. Een andere groep ontdekt inmiddels Clarissa's verblijfplaats in het klooster en ontvoeren haar. Johan en Yorimoto ontsnappen ook aan een tweede hinderlaag van de huurmoordenaars. Na ondervraging horen ze van het complot van Clarissa's ontvoering uit het klooster en dat zij inmiddels vervoerd wordt naar Damme. Weer een paar leuke teksten van Yorimoto. Als de gevangene ervandoor wil gaan, "?...een pijnlijk misverstand. De gevangene wil ons niet langer gezelschap houden." Als hij hem vervolgens laat struikelijk, "Lopen is vermoeiend en overbodig! Wat denkt u van een rustpauze in het gras ? " Je blijft lachen met onze Japanse vriend.

Hierna gaat Yorimoto met de soldeniers van de inmiddels door de Abt ingeschakelde graaf, richting Brugge om Clarissa's vader te informeren en de aanklacht tegen de Gildebroeders in gang te zetten. Johan vertrekt alleen om Clarissa te gaan verlossen.

Van een boodschapper hoort Clarissa's vader van de acties van Johan en Yormioto en dat Clarissa nog leeft maar inmiddels wel weer in handen is van de Gildebroeders. Er zit niets anders op dan hun eisen in te willigen. Net voordat De Saros de eisen van de Gildebroeders wil ondertekenen valt Yorimoto met de soldeniers binnen en worden de Gildebroeders ingerekend. Yorimoto gaat vervolgens op zoek naar Johan die Clarissa wil bevrijden. Johan wacht inmiddels bij de stadspoort van Damme op de komst van de huurmoordenaars die als reisende monnikken zogenaamd melaatsen vervoeren. Net voor Johan in wil grijpen is ook Yorimoto ter plaatsen. Ook nu weer een aantel kreten van Yorimoto die echt komisch zijn. Als de monnikken Yorimoto aanspreken met "opzij man! Wij vervoeren een melaatse en..." antwoordt Yorimoto, "Ja! Ik ben trouwens hier om de zieke te genezen...En ik denk, dat uzelf ook verzorging zult nodig hebben, achtbare heren !"

Het vervolg ligt natuurlijk voor de hand en Johan en Yorimoto hakken de huurmoordenaars in de spreekwoordelijke pan. Clarrissa wordt herenigd met haar vader en de Gildebroeders worden veroordeeld tot levenslange verbanning uit het land en schadeloosstelling van De Saros. Opmerkelijk mild van de Graaf trouwens, hoewel....de Gildebroeders moeten al hun bezittingen aan De Saros overdragen. Een voorbeeld voor de huidige rechtspraak als je het mij vraagt. Yorimoto blijft in dienst als lijfwacht van Clarissa en haar vader en Johan beantwoord "eens te meer" de roep van het avontuur en rijdt onbezorgd de horizon tegemoet.

Nog een mooie quote, als Johan vertrekt - Johan: "Het ga je goed Yorimoto. Ik zal je missen. Je hebt alles om een uitmuntende ridder te zijn, kerel !" waarop Yorimoto antwoordt, "In mijn geboorteland zou je een groot Samoeraï geweest zijn, Johan !".

Een sterke RR aflevering. Middeleeuwse actie met een goed scenario en ook nog een komische noot. Mooie tekeningen en nauwelijks taal-/tekstfouten (samouraï i.p.v. samoeraï in strook 67). Hoewel ook "De terugkeer" en "Excalibur" sterk waren komt Biddeloo zowel qua tekenstijl als verhaaltechnisch vanaf deze aflevering erg goed op dreef vind ik.

Encyclopedie

Personages

054. De kluizenaar van Ronceval

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1972

Moorse invallers maken Zuid-Europa onveilig en Johan besluit die kant op te reizen. In de Pyreneeën redt hij een herderin uit de handen van drie lichtzinnige broers Alvarez. Het komt tot een treffen en Alvarez broertjes ontdekken dat met deze noorderling niet te spotten valt. Hun zuster, Carmelita is net op tijd om het slot van de kloppartij te zien en dankt Johan hartelijk voor deze les. Ze nodigt Johan uit naar haar burcht te komen.

Daar krijgt Johan het onmiddellijk aan de stok met de kok die het jongetje Jimeno een pak slaag wilde verkopen. Johan slaat de kok naar buiten, tot groot vermaak van de drie Alvarez broers. Carmelita vertelt Johan over het dreigende Moorse gevaar en dat haar burcht niet meer in staat is die dreiging het hoofd te bieden. Op hulp van de edelen uit de buurt hoeft ze niet te rekenen. Haar broers hebben zich daar onmogelijk gemaakt. Johan sluit vriendschap met Jimeno die hem vertelt over de kluizenaar Don Fernando. Hij staat in verband met Roeland, de ridder van de legendarische keizer Karel de Grote die bij de bergpas van Ronceval in een Moorse hinderlaag liep. Maar door op zijn hoorn te blazen wist hij Karel te waarschuwen zodat deze nog kon afrekenen met de Moren. Don Fernando houdt zich schuil bij de bergpas en gelet op de nieuwe Moorse dreiging wil Johan met hem spreken.

De ontmoeting verloopt erg stroef, Don Fernando blijkt ondanks zijn leeftijd een uitmuntend zwaardvechter. Pas als Johan vertelt van zijn vriendschap met Jimeno draait de kluizenaar bij. Don Fernando voorspelt dat de Moren opnieuw dood en verderf zullen zaaien. Even later zien ze door de bergpas al een groep vluchtelingen naar het noorden trekken. Johan vraagt de Alvarez broers de mensen op te nemen in hun burcht, maar ze willen alleen op zijn verzoek ingaan als Johan zich aan een levensgevaarlijke durft te onderwerpen. De Rode Ridder aarzelt niet en wint. Intussen rekent Don Fernando af met enkele Moorse verkenners en doet de Moren geloven dat de geest van Roeland nog rondwaart en korte metten met hen zal maken zodra ze zich bij de bergpas van Ronceval vertonen.

Intussen wordt de Alvarez burcht in staat van verdediging gebracht en Johan krijgt de Alvarez broers zelfs zover dat ze de vluchtelingen leren omgaan met wapens. Er komt zelfs hulp van een jeugdvriend van de Alvarez broers. Hij brengt een legertje boogschutters mee. De andere edelen uit de streek blijven echter afzijdig. Ze hebben wel een legermacht verzameld maar weigeren de Alvarez burcht bij te staan. De broertjes hebben het verbruid en moeten zichzelf maar redden.

De eerste stormloop van de Moren op de burcht wordt teruggeslagen. De Alvarez broers slaan echter aan het drinken en dobbelen omdat het vechten hen niet interesseert. Maar als de Moren hun zus neerslaan worden ze pas echt boos en slaan ze als woestelingen op de Moren in. Toch verloopt de strijd in het voordeel van de Moren. Don Fernando hijst zich in zijn wapenrusting en blaast op de legendarische hoorn van Roeland. Dan mengt hij zich in de strijd. Vlakbij hebben de overige edelen uit de streek de hoorn ook gehoord. Ze aarzelen, totdat er één opspringt en met zijn ruiters uitrukt naar de Alvarez burcht. De rest volgt dan ook. Ze komen juist op tijd en bezorgen de Moren een bloedige nederlaag. Door deze overwinning zijn de verhoudingen in de streek weer hersteld. Don Fernando neemt zijn plaats als burchtheer weer in en de Alvarez broers zullen zich voortaan netjes gedragen. En Johan zet zijn zwerftocht voort.

De historische overheersing van het Middeleeuwse Spanje door de Moren vormt de achtergrond van dit verhaal. Nadat het thema "Koning Arthur" min of meer uitgewerkt was, werden eind zestiger en begin zeventiger jaren andere historische en/of mythologische thema's in de Rode Ridder verhalen verwerkt, zoals bijvoorbeeld in albums 45 (de hamer van Thor), 46 (de Lorelei) en 47 (de weerwolf). In deze verhalen speelt de klassieke strijd tegen de onderdrukking steeds de hoofdrol en vormen de historie en de mythologie de achtergrond van het verhaal.

Dat resulteert in dit geval in een bijzonder geslaagd album waarin spanning en humor elkaar afwisselen. De Alvarez broers hangen ondanks de dreiging voortdurend de clown uit en hun grappen blijven ook na velen keren herlezen leuk. Opvallend is dat ook nu weer een belangrijke rol is weggelegd voor een zelfbewuste vrouw: Carmelita. Zij speelt een rol in de Middeleeuwen, en zeker in tijden van crisis, normaliter niet voor vrouwen was weggelegd. Het maakt het verhaal des te interessanter. Overigens blijft de relatie tussen Johan en Carmelita vrij oppervlakkig en dat is in veel albums meestal anders.

Verder blijft het verhaal dicht bij wat je van een klassiek ridderverhaal mag verwachten en ver verwijderd van het "magic and sorcery" dat in de jaren negentig prominent naar voren kwam. Een lezer die van dergelijke moderne elementen houdt, zal dit waarschijnlijk album niet zo waarderen. Persoonlijk houd ik er wel van. Bovendien is het verhaal, zoals gezegd, spannend en humoristisch met verschillende leuk uitgewerkte personages.

055. De koraalburcht

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1972

Op een rotsachtige kust merkt Johan toevallig het wrak van een galjoen op. In het wrak ontdekt hij slierten zeewier die naar het ruim leiden. Enkele vissers vertellen hem dat er regelmatig wrakken aanspoelen zonder enig spoor van lading noch bemanning. Zij verwijzen hem naar vrouwe Iris, die in de nabije burcht woont in gezelschap van haar kleine zusje Sigrid. Iris bestempelt de vertelsels als bijgeloof, net zoals een andere fabel: op de zeebodem zou zich de Koraalburcht bevinden, waarin de zeeheks Murena woont, die heerst over de zeeduivels: half-mens half-vis gedrochten.

Johan blijft in de burcht overnachten, maar wordt wakker geschreeuwd door Iris: zij werd in haar slaapkamer bedreigd door Murena, die wil dat Johan het slot verlaat. Johan vindt enkel een spoor van zeewier terug en een amulet in de vorm van een oester. Tegen de ochtend verschijnt Merlijn in een visioen aan Johan en laat hem het amulet openen, waarin zich de steen van het kwaad bevindt, die toebehoort aan Murena.

Johan rijdt de volgende dag naar een herberg. Het embleem van de herberg is een argant: een reusachtige octopus. De waard vertelt Johan dat de arganten in feite vrienden van de mensen zijn omdat zij reeds menig drenkeling gered hebben. Plots betreden een aantal in pijen gehulde mannen de herberg in het gezelschap van een jonge vrouw. Al gauw beginnen de geheimzinnige mannen te vechten met de herbergbezoekers, tot Johan orde op zaken stelt.

Later die dag bemerkt Johan de jonge vrouw nabij een scheepswrak. Opeens wordt ze gegrepen door een argant die haar het water insleurt - onverklaarbaar, want normaal vallen arganten geen mensen aan. Met zijn zwaard kan Johan haar bevrijden, en voor hij het bewustzijn verliest merkt hij op de zeebodem de Koraalburcht op. Hij wordt gered door vissers en herstelt in de herberg, waar hij door een visioen van Merlijn net op tijd ontwaakt om een aanslag van de zeeduivels af te slaan. Ze ontvoeren in hun vlucht de jonge vrouw, en Johan achtervolgt hen tot aan een vastgelopen schip, waar de zeeduivels de opvarenden overvallen. Johan staat de bemanning bij, maar resteert als enige overlevende op het moment dat Iris met haar garnizoen de overblijvende zeeduivels verjagen. De jonge vrouw is echter verdwenen.

In de burcht blijkt dat tijdens hun afwezigheid Sigrid werd ontvoerd door Murena. Via een verschijning laat Murena weten dat ze Sigrid wil ruilen tegen de steen van het kwaad. Nog voor de avond heeft het hele garnizoen de burcht verlaten: zij werden omgekocht door Murena. De kapitein overleeft een gevecht met Johan niet, en met zijn laatste woorden waarschuwt hij Johan dat er hem een hinderlaag wacht in de geheime gang naar de Koraalburcht.

Die avond ontmoeten Johan en Iris op de kustrotsen Murena en de gegijzelde Sigrid. Nadat Murena het amulet met de steen van het kwaad krijgt van Johan, verdwijnt zij met Sigrid in de golven. Daarop lopen Johan en Iris de geheimzinnige jonge vrouw met de haar vergezellende mannen in pijen tegen het lijf. De vrouw weet waar de Koraalburcht is. Ondanks hun wantouwen laten Johan en Iris zich overtuigen om haar door de geheime gang naar de Koraalburcht te volgen. Daar haalt de jonge vrouw Sigrid te voorschijn. Wanneer Johan opmerkt dat de mysterieuze vrouw het amulet draagt, ontmaskert zij zichzelf als Murena! De geheimzinnige mannen laten hun pijen vallen: het zijn zeeduivels!

Ondanks hevig verweer moet Johan zwichten voor de overmacht, waarbij hij ernstig gekwetst wordt. Wanneer Johan het aanbod van Murena om deelgenoot te worden van de steen van het kwaad afslaat is het lot van hem, Iris en Sigrid bezegeld: zij worden geboeid in een kamer van de Koraalburcht gelegd, waar de vloed hen weldra zal verzwelgen. In de kamer is een raam, waarachter de arganten zich verdringen omdat ze mensen opgemerkt hebben. De gevangenen kunnen zich bevrijden, en Johan overtuigt Iris en Sigrid om te ontsnappen; zelf is hij immers te zeer verzwakt. Met zijn laatste krachten versplintert hij het raam, waarop de arganten de Koraalburcht binnenstromen en korte metten maken met hun aartsvijanden Murena en de zeeduivels.

Op de rotskust wachten Iris en Sigrid tevergeefs op Johan, tot ze een argant bemerken die voorzichtig het roerloze lichaam van Johan op de rotsen legt. Na een spoedig herstel in de burcht zegt Johan Iris vaarwel en rijdt langs de rotskust de einder tegemoet.

In dit verhaal wordt voluit voor het fantastische en mysterieuze gegaan: de Rode Ridder krijgt te maken met visioenen en verschijningen, gedrochten met menselijke trekken, reusachtige octopussen met intelligentie, en een onderwaterburcht, die geen onbekende is in de mythologie. Het is allemaal redelijk overdonderend en tevens profetisch voor veel latere Rode Ridder-verhalen. Toch wordt er met deze ingrediënten nergens overdreven, al is het soms wel op het randje.

Iris is tevens haar tijd in de Rode Ridder-verhalen vooruit omdat zij een wulpse verschijning is, alhoewel alles binnen de perken blijft, dus veel minder uitgesproken dan bijvoorbeeld in de recente verhalen. De arganten boezemen door hun reusachtigheid ontzag in en spelen een stilzwijgende doch belangrijke rol, die beangstigend wordt vanaf het moment dat de jonge vrouw de zee wordt ingesleurd. Je weet dat ook deze arganten waarschijnlijk een kwade rol vervullen, waarmee dit verhaal met tegenstanders als Murena, de zeeduivels en de arganten bijna gedoemd lijkt om slecht af te lopen. Pas wanneer de jonge vrouw als Murena wordt ontmaskert kan men zich realiseren dat de arganten vijanden zijn van Murena en de zeeduivels.

Over het hele verhaal hangt een nadrukkelijke duisternis, goed in de verf gezet door de enscenering op de sinistere rotskust. Ik zou de sfeer van dit verhaal kunnen vergelijken met enkele donkere Britse zwart-wit films uit de jaren veertig en vijftig, waar weinig hoop uitstraalt maar wel veel vaart in zit. Weliswaar overleven Johan, Iris en Sigrid dit verhaal ongedeerd, toch kan niet gesproken worden van een happy end omdat de dreigende sfeer bij het afscheid blijft overheersen, en daarmee voor een bijna tastbare triestheid zorgt als einde.

De tekeningen zijn van een goed niveau, vooral in het begin van het verhaal. Hierbij kan ik concluderen dat dit een van de betere Rode Ridder-verhalen is.

Encyclopedie

Personages

056. Mandragora

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1972

Het paaldorp aan de rand van het moeras ligt er rustig en doodstil bij. Toch niet helemaal, want een donkere gedaante sluipt dichter en giet z’n drinkbus leeg in de vergaarbak. Johan, de Rode Ridder is echter niet ver uit de buurt van het paaldorp en merkt een druïde op. Voor hij bij hem komt heeft de zwarte gedaante al toegeslagen, de druïde is dood. Z’n laatste woorden zijn o.a. Alruinman en gevaar voor paaldorp. Wanneer Johan het paaldorp bereikt, krijgt hij een niet zo aangename verrassing van formaat. Gerwina, een vrouw die in een hut verblijft, overmeestert Johan bijna. Voordat ze wou toeslaan, vertelde de de rode ridder dat hij geen kwaad in de zin had. Gerwina vertelt aan Johan haar verhaal. ‘’Boarbas, haar genadeloze vijand en slavendrijver van het dorp, die alle mensen als slaven gebruikt waaronder haar verloofde Baldwin. De ander belangrijke tegenstander is de legendarische kwelgeest uit het moeras, bekend als de ‘’Alruinman’’. Hij leeft en regeert over het hele moeras en bewaakt zorgvuldig de mandragoraplant. Deze plant bevat sap om de mensen van hun ziekten te verlossen. Nadat Gerwina haar verhaal heeft verteld, vertrekken ze beiden door het moeras naar de mandragoraplant. Hun tocht verloopt alles behalve vlekkeloos. Voor ze vertrokken, pleegde de Alruinman immers nog een aanslag door Gerwina’s hut in brand te steken. Onze held en zijn vrouwelijke gezel weten gelukkig te ontkomen en trachten de Alruinman uit te schakelen. Dat laatste lukt echter van geen kanten. Doordat deze ‘bad guy, zo snel en lenig is, schudt hij z’n achtervolgers makkelijk af en weet hij zich te verstoppen in het moeras. Johan en Gerwina trekken vervolgens door het moeras waar ze allerlei hindernissen en valstrikken moeten overwinnen. Vanop een korte afstand bemerkt de Alruinman dat het tweetal halt heeft gehouden omwille van een flinke regenbui. De schurk wil toeslaan, maar door zijn nonchalance geeft hij de rode ridder de kans het gevaar op te vangen. Hierdoor is Johan op zijn hoede en weet hij de Alruinman in een eerste treffen af te houden. Gerwina stelt voor de achtervolging in te zetten, maar Johan beslist dat het een list is en vindt dat de Mandragora prioriteit is. Wanneer de regen over is, trekken de twee dapperen verder. Uiteindelijk komen ze aan het eiland waar de mandragora groeit. Ze moeten alleen maar door het water om het eiland te bereiken.
In het water zit echter een monsterachtig reptiel dat een paar lekkere hapjes mensenvlees wel ziet zitten. Johan maakt het dier onschadelijk en zonder verdere hindernissen bereiken ze de hut met de mandragora’s. Johan en Gerwina beginnen ’s nachts bij volle maan aan het bereiden van de kruidendrank van de mandragoraplant. Een ijselijke kreet van de plant weerklinkt wanneer een mandragora wordt ontworteld. Alruinman heeft het lawaai uiteraard ook gehoord en haast zich naar onze helden. Gerwina is ongeduldig en terwijl Johan het mandragorasap bereidt, vertrekt Gerwina naar het dorp waar Baldwin en de ander slaven zijn. Baldwin weet mee te ontsnappen. Boarbas is woedend en regelt een grootscheepse aanval voor morgen. Ondertussen arriveert de Alruinman bij de hut waar Johan verblijft. In het beslissende treffen tussen Johan en de Alruinman kan er maar één levend uitkomen. Gerwina en Baldwin komen er ook aan. Gerwina redt haar verloofde van een zekere dood door de pijl van de Alruinman op te vangen. Johan, die uit het moeras is geraakt, daagt de Alruinman uit voor het laatste treffen. Woedend valt de schurk aan en in de verwarring valt hij op de punt van Johan’s zwaard.


De Alruinman is niet meer. Johan redt Gerwina met het sap van de mandragora’s. Boarbas en zijn handlangers worden door Johan en de slaven in de pan gehakt. Het dorp is van het kwade verlost en op het einde zet Johan zijn zwerftochten verder. Baldwin & Gerwina staren hem nog na want aan hem hebben ze hun geluk te danken.

Na het vorige ‘zee’pareltje ‘’De Koraalburcht’’ krijgen we totaal een ander album voorgeschoteld; ‘’Mandragora’’. ‘’Mandragora’’ bevat een goede mix van avontuur, actie en rustige momenten. De schurken Boarbas en Alruinman zijn prima. Vooral Alruinman is een mooie en originele creatie en weet één van de geduchtste tegenstanders van de rode ridder neer te zetten. Ook bevat dit album wat mysterie en een boodschap: sap van de mandragora’s kan levens redden. Dat laatste zagen we ook al in de film ‘’Medicine Man’’ met Sean Connery. Onze conclusie: voor ieder rode ridderfan is deze strip een lust. ‘’Mandragora’ mag dan weliswaar geen klassieker zijn zoals ‘’De Toverspiegel’’, ‘’Het Beleg Van Crowstone’ of ‘’Ninja’’, toch is dit een zeer aangenaam, fijn en spannend album.

Encyclopedie

Voorwerpen

057. De verboden berg

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1972

Tijdens een van zijn zwerftochten belandt de Rode Ridder in een verlaten en uitgestorven streek. In een nabijgelegen woud ontmoet hij een ridder met een zilveren zwaan als wapenschild. De zwaanridder vertelt aan Johan dat hij zich in het rijk van Koning Romberius bevindt. Maar het rijk van de Koning wordt geteisterd door de Discipel van de Nacht.

Johan hoort het verhaal hoe de dochter van de Koning, Iljona, verliefd werd op de jonge beeldhouwer Adelbert. De beeldhouwer vereeuwigde hun liefde in een marmeren beeld van de twee geliefden. Maar in de marmeren rug van Adelberts beeld steekt een dolk. De dolk is daar aangebracht door de Discipel van de Nacht, die afgewezen werd door Iljona. Sinds de dolk in het beeld steekt, is Adelbert verlamd. Intussen werd Iljona door het Zwarte Vendel, de handlangers van de Discipel, naar de verboden berg ontvoerd. Yspar de zwaanridder gaat nu proberen Iljona te verlossen. De Rode Ridder wordt door Yspar tegengehouden om mee te gaan. Wel ziet Johan dat de berg omgeven wordt door een felle schittering. Johan besluit de burcht van Koning Romberius te gaan bezoeken.

Onderweg wordt Johan aangevallen door een handlanger van de Discipel. Maar een versterking uit de koninklijke burcht grijpt in. Later ontmoet Johan in de burcht Adelbert (die zich in een middeleeuwse rolstoel voortbeweegt), de zorgzame heelmeester van het kasteel en Koning Romberius. De Rode Ridder verneemt dat al velen geprobeerd hebben Iljona te bevrijden, maar niemand slaagde daarin. Niet veel later keert een zwaargewonde Yspar terug van de verboden berg. Enkele ridders van Romberius hadden hem blind ronddolend door het landschap teruggevonden. Yspar raadt Johan af om naar de berg te gaan. Niet veel later sterft hij.

De Rode Ridder bereidt zich toch voor om de berg te gaan onderzoeken. Voor hij vertrekt vraagt hij Adelbert om een portret van de Discipel te tekenen. De Discipel blijkt Qrandar, de zoon van Bahaal, te zijn! Tijdens dit gesprek ontdekt de Rode Ridder dat de heelmeester alles afluistert. De heelmeester is een spion van Qrandar. Door zelfmoord te plegen zorgt de heelmeester er voor dat hij geen bruikbare informatie aan Johan kan loslaten. Op dat moment valt het Zwarte Vendel ook nog eens de burcht van Romberius aan. Na een hevige strijd wordt het Vendel verslagen. Van een van de gevangenen verneemt Johan dat de berg bewaakt wordt door vliegende monsters, de Serplano's.

Johan gaat op onderzoek uit bij de verboden berg. Verstandig als hij is, raapt hij voorzichtig wat poeder, dat de felle glinstering bij de berg veroorzaakt, op. Na wat ravotten met enkele Serplano's keert Johan terug naar Romberius. Hij stuurt het geheimzinnige poeder per ijlbode naar Camelot, waar good old Merlijn gevraagd wordt het poeder te onderzoeken.

Intussen lijken de Serplano's bezig met een offensief tegen Romberius & Co. En dus wordt de burcht aangevallen. Dit zint Johan totaal niet en in de burcht worden voorbereidingen gemaakt voor een laatste strijd tegen de monsters. In de ochtend vertrekt een karavaan richting de verboden berg. De groep is niet kinderachtig met het arsenaal wat gebruikt wordt voor de tegenaanval. Met behulp van grote katapulten en slingerwerktuigen worden de Serplano's overtuigend verslagen. Tevreden keert de expeditie terug naar de burcht, waar nu het wachten is op de uitslag van het poederonderzoek van Merlijn. Per postduif komt er bericht uit Camelot. Het poeder schijnt een onbekend erts te zijn met dodelijke eigenschappen. Slechts met gebruik van een loden harnas kan men de stralingen van het gevaarlijke poeder weerstaan.

Op de top van de berg lijkt Qrandar zeker van zijn macht. Aan Iljona vertelt hij dat hij ondanks het verlies van het Zwarte Vendel en de Serplano's nog altijd een geheim wapen heeft. Toch kijkt hij verschrikt op als hij Johan in een door Adelbert vervaardigd harnas de berg ziet beklimmen. Voor Qrandar het moment om zijn laatste wapen in te zetten. Een groot vliegend monster gaat de strijd aan met de Rode Ridder. Johan verslaat het monster en Qrandar wordt 'toevallig' geraakt door een laatste stuiptrekking van z'n monster. De zoon van Bahaal en de moordenaar van Astra (zie 'De watermolen') is dood. Maar hoe komen Johan en Iljona nu terug? Het harnas is door het monster vernield. Johan maakt van de vleugels van het monster een soort voorloper van een delta-vliegtuig. Na een goede vlucht worden Iljona en Adelbert weer verenigd. Door ook nog de dolk uit het marmeren beeld van de twee geliefden te trekken, verbreekt johan de vloek en kan adelbert weer lopen. Voor de Rode Ridder is dit het geschikte moment om afscheid te nemen en zijn zwerftochten voort te zetten.

De Verboden berg is eigenlijke een perfecte mix tussen de oude verhalen van Willy Vandersteen (nummers 1 t/m 43) en de verhalen van Karel Biddeloo (nummers vanaf 44). Het is een uitgebreid scenario, maar nergens wordt het te uitgebreid. In het album treden veel verschillende personages op, die allen even nauwkeurig beschreven en uitgedrukt worden. Er worden geen onlogische uitwegen in het verhaal gebruikt, iets wat in de huidige verhalen nog wel eens het geval is. Het verhaal is ook goed opgebouwd. Eerst een inleiding over hoe de zaken er voor staan, dan een mislukte poging van de zwaanridder, vervolgens het onderzoek en de strijd tegen het Vendel en de Serplano's, waarna in de climax wordt afgerekend met het vliegende monster en Qrandar.

De tekeningen zijn ook super in dit verhaal. Veel stroken worden tot in de kleinste details uitgewerkt. Het enige minpuntje bij dit verhaal is dat een deel van de tekeningen op de laatste pagina's door een andere tekenaar (vermoedelijk Eduard de Rop) zijn gemaakt. Als er in een album één tekenstijl gehanteerd wordt, blijft de sfeer van het verhaal beter behouden dan nu het geval is. Een apart feit is trouwens dat er voor de ingekleurde versie uit 1984 een andere cover werd gebruikt dan bij de eerste druk uit 1972.

Encyclopedie

Personages

058. De toverspiegel

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1972

Tegen zonsondergang nadert Johan een oude Keltische ruïne. Alvorens zich ten ruste te begeven inspecteert hij de bouwval. Plots bemerkt hij in het aangrenzende woud een lichtschijnsel. Meteen loopt hij er heen, en merkt al snel dat het een bende rabauwen is die zich rond het kampvuur verzameld hebben. Hun aanvoerder Boggolt neemt het woord en vertelt zijn manschappen het verhaal van de Keltische ruïne. De spiegel der geheimen die zich in de burcht bevond gaf zijn eigenaar, de sterrenwichelaar Kuroda en zijn discipelen ongekende krachten. Niemand kon de burcht veroveren. Nu leven Kuroda en zijn gezellen niet meer. De spiegel echter zou zich nog in de ruïne bevinden. Boggolt is van plan om zich meester van de spiegel te maken.
Johan weet genoeg en tracht ongehinderd te verdwijnen. Het maanlicht steekt daar echter een stokje voor! Boggolt geeft bevel Johan te doden. Meteen zetten zijn manschappen de achtervolging in. Johan weert zich met felle zwaardhouwen, maar een boogschutter dreigt hem te treffen. Plots verschijnt een oude man, die bezwerend zijn armen opheft. De rovers schrikken zich rot. Terwijl enkelen al willen terugkeren, besluit een boogschutter het spookgehalte te testen. De oude man wordt getroffen, maar geeft geen kik, het signaal voor de rovers om zo snel mogelijk op te krassen. Nauwelijks zijn de rovers weg, of de oude man zakt in elkaar. Met zijn laatste woorden maakt hij zichzelf bekend als de laatste discipel van Kuroda. Hij bewaakte jarenlang de spiegel, hopende dat een man als Johan zou opdagen. Hij geeft Johan instructies om naar de spiegel te gaan en er Galaxa, de goede fee te bevrijden. De man sterft en krijgt een laatste rustplaats van Johan.
Na enige twijfel besluit Johan toch de burcht eens nader te onderzoeken. Hij daalt de trappen af, naar de ondergrondse gewelven, waar hij het graf van Kuroda vindt. Johan knielt om de inscripties beter te kunnen lezen. Plots zakt de bodem onder hem weg, Johan maakt een zware val en is een tijdje buiten bewustzijn. Als hij bijkomt, merkt hij dat er geen uitweg is. Hij volgt een lichtschijnsel en komt aan een deur omgeven door lichtgevende zwammen. Meteen maakt hij de deur vrij. Na de zware klus beginnen de dampen van de paddestoelen echter vat op hem te krijgen. Hij valt in slaap. Tegen middernacht ontwaakt hij weer, de deur is open. Voorzichtig gaat hij binnen, voor hem, “De toverspiegel”. Hij kijkt in de spiegel en bemerkt er zichzelf. Zijn spiegelbeeld spreekt tot hem, en daagt hem uit een kijkje te nemen aan de andere zijde van de spiegel. Een ogenblik later verschijnt een ander beeld op de spiegel, Galaxa, de fee van het licht. Meteen slaan de vonken over, Johan belooft Galaxa zijn zwaard en onvoorwaardelijke trouw.
Het is dan ook even verschieten wanneer een draak Galaxa hardhandig vastneemt en meevoert. Johan ontwaakt terug in de kamer, voor de deur. Het was een droom, maar als een bezetene werkt hij de deur verder vrij en gaat de kamer binnen. Na enige aarzeling stapt hij de spiegel binnen en bevindt zich in een lange gang. Hij bemerkt sporen van de draak en weet dat hij op de juiste weg is. Aan het einde van de gang doemt een grot op. Wanneer hij de paddenstoelen die er groeien nader wil bekijken hoort hij het beuken van hamers en houwelen. Meteen volgt hij het geluid en komt in een andere sectie van de grot terecht. De kamers worden er verlicht met lichtgevende kristallen. Kleine mannetjes werken er als bezetenen om de kristallen uit de wand te houwen. Elfen brengen de losgemaakte kristallen dan weer weg.
Bij het bemerken van Johan zetten de dwergen het op een lopen. Wanneer Johan de naam Galaxa uitspreekt komen de dwergen tot rust. Ze vertellen hem dat Galaxa door de draak Gorgontar gevangengehouden wordt. Om de vraatzucht van het monster te stillen moeten de dwergen de kristallen brengen. Een grote zandloper geeft het tijdstip aan, wanneer de oogst van de dag volledig moet zijn. Johan besluit er Gorgontar met zijn zwaard op te wachten. De draak nadert en valt Johan aan. Johan weert zich echter kranig en jaagt het monster op de vlucht. De dwergen geven Johan een bloem mee, die zal openen wanneer hij in de buurt van Galaxa komt. Meteen zet Johan koers richting draak en Galaxa. Na een lange zoektocht openen de blaadjes zich. In een spelonk vindt hij de vastgeketende Galaxa. Haar ogen kunnen Johan tijdig waarschuwen voor een aanval van de draak. Een kort maar hevig gevecht betekent meteen het einde voor Gorgontar. Galaxa werpt zich in Johan’s armen. Plots stijgen vanuit het lijk van de draak vreemde dampen op. Een figuur wordt zichtbaar. Het is Bahaal, die ondanks zijn dood in andere lichamen kan terugkeren. Eens te meer biedt hij Johan aan om aan zijn zijde te strijden. Johan weigert, en Galaxa laat haar macht zien, de hellevorst wordt letterlijk weggeveegd. Voor Johan en Galaxa breekt een gelukkige tijd aan, ook de dwergen zijn bijzonder opgetogen. Galaxa neemt hen mee naar hun woonplaats, een klein paradijs, onkwetsbaar door invloeden van buitenaf. Galaxa is echter ongerust, ze kan haar kleine rijk nooit verlaten en vreest dat Johan op een dag zal vertrekken. Johan is echter zodanig weg van zijn grote liefde, dat hij dat er allemaal voor over heeft. Er volgt een groot feest, waarin gegeten en gedanst wordt. Bij het zien van een standbeeld van Kuroda vertelt Galaxa Johan, dat hij de spiegel bouwde die twee werelden met elkaar verbond. Wanneer zijn burcht belegerd werd zorgden Galaxa en de dwergen voor de bevoorrading. Meteen beseft Johan dat de rovers ook op zoek waren naar de spiegel, zij kunnen elk ogenblik de spiegel vinden en het rijk betreden. Johan houdt de wacht aan de ingang. De kabouters komen hem aflossen en hebben een gong bij, die ze zullen luiden wanneer er gevaar dreigt. Johan haast zich naar zijn geliefde, die in zak en as zit. Ze heeft een slecht voorgevoel.Plots luidt de gong. De dwergen weten de aanvallers even op afstand te houden. Johan komt ter plaatse en de strijd neemt in hevigheid toe. De aanvallers worden door een pijlenregen uitgeschakeld. Echter, de rovershoofdman wordt niet getroffen en dreigt Johan met een mokerslag te doden. Galaxa springt door de spiegel en tovert de knots om in een bloementuil. Johan krijgt weer een kans en schakelt de rovershoofdman na een fel gevecht uit. Uit dit lijkt duikt Bahaal weer op, Johan heeft een duurbetaalde overwinning behaald, hij is zijn geliefde Galaxa kwijt. Meteen belooft hij ook niet meer te rusten alvorens Johan uitgeschakeld is. Johan neemt de uitdaging aan en zweert overal en altijd Bahaal te zullen bestrijden. Hierop verdwijnt Bahaal. Er volgt nog een laatste hartstochtelijke kus, waarna Galaxa verdwijnt. Ze belooft Johan echter onder verschillende gedaanten steeds contact met hem te houden. De spiegel barst, Johan komt terug tot de harde realiteit, hij moet zijn tocht verder zetten, met een levensgevaarlijke vijand op de loer, en een verloren liefde!

Ongetwijfeld een van de mooiste en meest memorabele rode ridderalbums. Wie was er in zijn jeugdjaren niet verliefd op Galaxa. Het is tevens een pakkend verhaal van een liefde die niet mocht zijn. Moed en zelfopoffering. Karel bracht een origineel liefdesverhaal dat de toekomst van de gehele rode ridderreeks zou veranderen. Goed en kwaad zouden voortaan pertinent aanwezig zijn. Magie en demonen zouden meer en meer de hoofdrol gaan spelen.
Een sleutelalbum van uitzonderlijke kwaliteit. Prachtige tekeningen, een waanzinnig mooie Galaxa en een onervaren Johan, wat de liefde betreft. Overigens, dit album mocht niet goed aflopen, want dan zou Johan voorgoed zijn zwaard aan de spelonk gehangen hebben.

Encyclopedie

Personages

Locaties

Voorwerpen

060. Sidarta

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1973

De rode ridder komt in een Oostelijk gebied terecht en volgt een rotskust .Daar zoekt hij naar de stad Gymmir. Hij laat zijn paard achter en vat een beklimming aan.Eindelijk ziet hij de stad. Tijdens de afdaling blijft Johan verrast staan.
Hij hoort mannen praten die in een hinderlaag te liggen voor ene Sidarta, in opdracht van hun meester Kyrach; heerser van de stad Gymmir. Een krijger mort waarom zij Sidarta de eenzame zwaardvechter moeten doden? Johan nadert hen ongemerkt, maar plots wordt hij toch ontdekt enwordt in de rug aangevallen. Johan laat zich niet doen! Plots valt één van de krijger hem in laf de rug aan maar hij laat zich niet verrassen en gooit hem weg op de andere krijger die hals over kop naar beneden rolt.
Hierdoor vluchten de krijgers naar de kust. Johan zet zijn tocht verder maar onderweg ziet hij talrijke spleten en kloven. Uit één daar van ziet hij een schaduw! Toch besluit Johan verder te rijden en kort daarna is hij aan de poort van de stad. Johan merkt dat hij juist op tijd binnen was want men was net van plan de poort te sluiten.
Een poortwachter ziet een ruiter! Het is Sidarta en in opdracht van de kapitein sluit de wachter de poort. Zo komt Sidarta voor een gesloten poort terecht, plots gaat deze vooralsnog open! het is onze held die Sidarta helpt binnen te geraken. Hierop vluchten ze samen weg voor de nachtwacht en zoeken onderdak in een herberg. In de herberg wordt het eensklaps stil als ze binnen komen. Ze zetten zich neer en Sidarta vertelt zijn levensverhaal aan Johan. Sidarta vraagt Johan tevens om bijstand tegen Kyrach en de Forgallers de onderaardse wezens uit de spelonken.

Tegelijker tijd bij Kyrach, die ziedend van woeden is voor de ontsnapping van de rode ridder en Sidarta!
Kyrach ontbiedt de zwarte magiërs en stuurt hen mee met de nachtwacht om Johan en Sidarta te gaan zoeken. Een van de magiërs ontdekt hen en de soldaten zetten de aanval in. Het tweetal krijgt echter onverwachte hulp van een vrouw. Hierop vluchten ze met z’n drieën naar de woning van Culuhan, de witte magiër in de stad. Deze laatste stuurde zijn dochter Miurah te hulp. Culuhan, die tevens tegen het bewind van Kyrach is, laat Johan en Sidarta een machine zien die de 'verre blik' noemt. Johan mag het ding eens uitproberen en ziet Kyrach met de zwarte magiërs. Culuhan laat zo van alles zien tot het moment gekomen is om te vertrekken. Zo gaat het viertal naar een muur waar ze een witte krijttekening zien waar ze van Culuhan met hun zwaarden over moeten strijken. De muur in de tekening valt weg en zo komt het viertal buiten de stad terecht.
Wat later zien ze twee strijdwagens met fakkels opdoemen. Ze zijn beladen met kisten. Meteen springen de helden op de strijdwagen waarop ze richting kust rijden. Onderweg komen ze Forgallars die wegdeinzen voor het vuur. Opeens verliest de strijdwagen van sidarta zijn fakkel waardoor er gestopt moet worden. Terwijl sidarta de fakkel haalt wordt Miurah overvallen door Forgallars. Gelukkig is Johan in de buurt, hij doet de Forgallars vluchten.
Zo gaat de reis verder tot de vluchtelingen hun schip bereikt hebben. Meteen wordt de koers gezet, maar al snel merken ze dat ze achtervolgd worden door Kyrach en de zwarte magiërs. Nu gebruikt Culuhan zijn speciale machten om het schip van het viertal onzichtbaar te laten worden. Hierop ontbiedt Kyrach de zwarte magiërs en het lukt hen dankzij een vleugje magie , de list van Culuhan te doen falen.
Johan en Sidarta gebruiken echter een geheim wapen dat een schip laat ontploffen en deze waarschuwing doet Kyrach vluchten.
De zwarte magiërs geven het echter nog niet op en strooien poeder uit waarop ze toverformules roepen. Een schaduw flitst op het water…
Het schip van Culuhan heeft ondertussen zijn doel bereikt en de opvarenden laden alles uit waarna ze de tocht te voer verder zetten. Ze sleuren 2 vaten donderpoeder mee tot ze de tyrmonium mijnen gevonden hebben, die ze willen doen ontploffen. Tegelijkertijd heeft de schaduw het schip van Culuhan bereikt en vernietigt het, wanneer Johan en zijn gezellen terug zijn na hun aanslag gepleegd te hebben.

Wanneer ze in het water gaan om een vlot te bouwen komt de schaduw omhoog! Het is een reuzeninktvis die direct tot de aanval overgaat. Johan gebruikt echter het geheime wapen opnieuw en het monster vliegt uiteen. Hierna maken onze helden alsnog een vlot. Het mag echter niet baten, daar is Kyrach weer! Sidarta weet net op tijd weg te duiken, maar johan, Culuhan en Miurah worden gevangen genomen. Terwijl Johan en Culuhan in het ruim opgesloten worden, wordt Miurah aan de achtersteven gehangen om door de haaien opgegeten te worden.
Wanneer een haai de radeloze Miurah aanvalt duikt Sidarta uit het niets op en redt haar leven. Hierop vallen ze beiden Kyrach aan en gijzelen deze laatste tot Johan en Culuhan bevrijdt zijn. Het viertal vlucht nu, met Kyrach nog steeds als gijzelaar. Wanneer Kyrach vooralsnog weet te ontsnappen zinkt plotseling zijn schip. Alle opvarende worden gedood door de haaien. Hierop kan Kyrach niet anders dan teug te keren naar Sidarta. Wanneer ze terug aan land komen worden ze omsingeld door de soldaten van Kyrach, maar Kyrach heeft nu goede bedoelingen en biedt ze een kans aan op een betere toekomst. Hij vraagt ook Culuhan om hem daarbij te helpen. Culuhan stemt toe en ze keren terug naar Gymmir waar Sidarta en Miurah trouwen. Wanneer het feest gedaan is vertrekt onze held weer op een avontuur…

Een avontuur als geen ander, prachtig tekenwerk en veel, veel magie!
Karel Biddeloo op z'n best!!!

Encyclopedie

Personages

061. In de schaduw van de Thugs

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1973

In het steppenland wordt onder een brandende zon een uitgeputte jonge vrouw meegevoerd door een zestal woeste Thughkrijgers. Wanneer de Thughs de jonge vrouw willen aansporen met de zweep, merken ze dat ze bespied worden door een vreemdeling, onze held Johan. Hij wil weten wat de vrouw misdaan heeft. Eens het meisje onthuld dat ze prinses Chimera is en dat ze werd ontvoerd door de barbaren trekt de rode ridder van leer en hakt meedogenloos in op zijn vijanden. Dit wekt een enorme bewondering op vanwege zijn beschermelinge, zeker wanneer er slechts één overlevende kan vluchten. Het meisje vertelt hem dat ze afdwaalde tijdens een jacht en dat ze toen in contact kwam met de Thughs. Johan vertelt haar dat hij uit het noorden komt en dat hij verscheidene vorstendommen op zijn weg gevonden heeft die door de Thughs onder de voet waren gelopen. Tijdens de rit naar Arakos vertelt de prinses hem over de grote onenigheid tussen de zeven steden, die eens hun krachten gebundeld zouden zijn, een enorm en machtig leger zouden kunnen vormen die zo de vloedgolf van Thughs zou kunnen stoppen.

Opeens verschijnt er een woest everzwijn, dat zich aanvallend keert tegen onze held. Op het laatste moment wordt het beest gelukkig geveld door een reddende speer, geworpen door Rojo de vogelvrijverklaarde, die aan het stropen was in het bos. Een ogenblik later verschijnt de voogd van prinses Chimera, Hertog Brakk met zijn jachtstoet die Rojo ondanks zijn goede daad wil gevangen nemen. Toch weet deze laatste te ontsnappen.
Terwijl de stoet terugrijdt naar Arakos maakt de hertog Johan duidelijk hoezeer hij de vrijbuiter haat.

In Arakos heerst een drukte van jewelste en zijn er tal van edelen aanwezig, dit omdat er volgende week op de verjaardag van de prinses een groot toernooi gehouden zal worden en de overwinnaar de hand van de prinses krijgt.
Opeens bemerkt Johan dat er een galg opgericht wordt voor Rojo.

Even later wordt hij voorgeleid aan de heersers van de zeven steden, die zich afvragen of Johan ook naar de hand van de prinses zal dingen in het nakende toernooi.
Wanneer Johan kenbaar maakt dat hij niet deelneemt aan het toernooi zijn er enkele edelen opgelucht, echter in Chimera’s ogen is er teleurstelling te lezen.
De prins van Medina, Egbert beledigt onze held door hem te vragen of hij hen vreest of dat hij de prinses te min vindt als bruid. Een twist die net op tijd gestopt kan worden door de prinses.

Opeens wordt er een zwarte pijl in de kamer geschoten, Rojo is in de stad. Dit doet hij echter om de rode ridder bij hem te krijgen zodat hij hem kan waarschuwen over Thughs die in de stad zijn. De Thughs slagen erin de prinses te kidnappen. Doch treffen zij langs alle zijden soldeniers en zij worden allen over de kling gejaagd.
Hertog Brakk is van mening dat de Thughs handlangers zijn van Rojo en laat hem opsluiten in de kerker. Voor hij opgesloten wordt waarschuwt hij hen dat er enorme Thugh krijgsbenden over de grote vlakte trekken. Hierop krijgt Johan twee dagen de tijd om Rojo’s onschuld te bewijzen.
Achter de rug van Johan zijn de edelen terug samengekomen en beraden zij een smerig plan om zich van Johan te ontdoen alsook om Rojo te sarren en te vernederen. Prinses Chimera heeft echter alles gehoord en slaagt erin onze held tijdig te waarschuwen.
De rode ridder raakt slaags met de huurlingen die Rojo proberen de scanderen en moet door toedoen van de soldeniers de stad onder een pijlenregen verlaten.

De edelen besluiten om zelf achter Johan aan te gaan en zo zekerheid te verwerven betreffende de dreiging van de Thughs. Eens in de vlakte vinden ze de restanten van de huurlingen die compleet in de pan gehakt zijn door de Thughs. Wanneer zij de rookpluimen vaststellen aan de horizon gaan ze behoedzaam uit op onderzoek om aldaar vast te stellen dat er een enorme legermacht in het midden van de vlakte legert.
Nog steeds weigert Brakk Rojo vrij te laten , dit terwijl Chimera hem erom had verzocht.

Ondertussen is de beul aangekomen in de burcht. Wanneer de hertog hem verzoekt zijn kap af te zetten weigert hij beleefd , dit voor zijn eigen veiligheid. De beul wenst eerst uit te rusten en terwijl Chimera hem naar zijn kamer brengt verraad een bloedende beenwonde zijn identiteit , even later komt onze held terug in vermomming naar beneden en gaat de galg inspecteren.

De volgende morgen word Rojo samen met de beul voorgeleid. Terwijl Johan Rojo de strop omdoet verraad hij zijn identiteit en slaagt er in samen met Rojo te ontsnappen.

Even later word alles in gereedheid gebracht voor de veldtocht tegen het leger van de Thughs. In tussentijd zijn Johan en Rojo even verder in het bos in gesprek en komt Johan te weten dat de prinses gevoelens heeft voor hem. Toch verzekert hij Rojo dat hij een oplossing vinden zal.

In de vroege ochtend begeeft het leger der Thugs zich op pad om ten strijde te trekken tegen het leger van Arakos. Maar wat ze niet weten is dat ze daar ook reeds vertrokken zijn voor de veldslag. Onder dat leger bevinden zich ook twee heren met kapmantels, Johan en Rojo.
In een poging indruk te maken op de prinses stormen de edelen in colonne op de vijand af! En laten ze hierbij het leger zonder leiding achter. Hun charge is echter van korte aard wanneer zij op de hoofdmacht stuiten van de Thugs. Een voor een worden de edelen afgemaakt door de woeste Thugs. Ten einde raad wil de prinses zelf het bevel voeren over de legermacht, dit is echter buiten onze held gerekend, als een ware veldheer organiseert hij de aanval en slaagt er zo in de nog overlevende ridders te ontzetten uit hun benarde situatie en Thughs op de vlucht te jagen. Doch voor Hertog Brakk kan geen hulp meer baten, nu hij stervende is krijgt hij berouw van zijn daden en vraagt Johan zijn zwaard. Met zijn laatste krachten slaat hij Rojo tot ridder en vermaakt hem al zijn bezittingen. Even later sterft de man.

Eens teruggekeerd in Arakos zoekt Rojo Chimera op, hij vertelt haar dat hij weet wat ze voor Johan voelt. Wanneer ze echter door het venster kijkt merkt ze op dat onze held vertrekt naar andere oorden. Rojo laat weten dat hij hoopt op een toekomst met haar, zij laat hem weten dat ze eerst tijd nodig heeft om Johan te vergeten. Twee jaar later treden ze ten slotte in het huwelijk en regeerden nog lang en gelukkig over de zeven steden.

Persoonlijk vind ik het een van de beste albums van de rode ridder. Het klassieke verhaal van een jonkvrouw in nood, een naderende veldslag, de boze stiefvader (voogd) en een onwaarschijnlijke romance zijn de ingrediënten voor deze fantastische strip.

Encyclopedie

Personages

Locaties

 

062. Het sprekende zwaard

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1974

Wanneer Johan op doortocht gebruik maakt van de gastvrijheid in de burcht Tanelor, ontmoet hij er de bedlegerige burchtheer Albar, die sedert zijn terugkeer van een speurtocht naar het Sprekende Zwaard nog slechts in wartaal spreekt. De aandacht van Johan wordt getrokken wanneer Albar raaskalt dat Bahaal op zoek is naar het Sprekende Zwaard. Kornos, de zoon van Albar, vertelt Johan dat Albar in een oud perkament het bestaan van het Sprekende Zwaard ontdekte; dit zwaard zou zich ergens in een ruïne aan de andere kant van de woestijn bevinden en zowel de wensen van de eigenaar vervullen als de toekomst voorspellen.

Tegen de zin van Johan vergezelt Kornos hem op de gevaarlijke zoektocht door de woestijn. Ze overnachten bij Ord,een pottenbakker die hen tevergeefs hun voornemen uit het hoofd tracht te praten. Die nacht laat Ord een giftige woestijnspin los in de kamer van zijn gasten. Johan wordt door een manestraal gewekt en kan op het nippertje de spin vermorzelen, maar voor Kornos komt alle hulp te laat. De vluchtende pottenbakker schreeuwt Johan nog de verwittiging toe om hem niet te volgen, zoniet zal Bahaal met hem afrekenen. Johan begraaft Kornos en volgt het spoor van Ord tot hij Zaroah ontmoet, een vrouw die naar eigen zeggen verdwaalde reizigers een onderdak verschaft.

Johan doorziet onmiddellijk dat zij een discipel is van Bahaal, maar laat zich quasi onwetend meetronen naar de Tempel van de Ouden voor onderdak. In de bliksem van een opstekende zware storm lichten de contouren van de tempel onheilspellend op. Johan ontmoet er nog twee andere vrouwen: Acheach en Shih. Zaroah legt uit dat zij er samen de erediensten uitvoeren omdat vroeger op deze plaats het Sprekende Zwaard vervaardigd is. Tijdens het gesprek bemerkt Johan de inderhaast onder een kast weggemoffelde Magische Vijfhoek, het teken van Bahaal. Op dat moment barst boven de tempel de storm in alle hevigheid los. De vrouwen maken van de opschudding gebruik om in een nabij gelegen ruïne weg te vluchten.

Een afgematte Johan dommelt in, maar wordt gewekt door Galaxa. Zij licht Johan in over de drie vrouwen: zij zijn priesteressen van Bahaal, maar Ord is een meer te duchten tegenstander. Vooraleer te verdwijnen maant ze Johan aan om het Sprekende Zwaard te vinden. Die morgen vat Johan zijn zoektocht aan in de ruïne wanneer plots de aarde voor hem opensplijt en het Sprekende Zwaard blootlegt. Voor Johan het zwaard kan grijpen wordt hij echter door de naderbij geslopen Ord buiten westen geslagen. Johan komt tot bewustzijn in de tempel, waar hij vastgebonden aan een pilaar geconfronteerd wordt met Ord en de drie vrouwen.

In een magische vijfhoek prijkt Tintor, het Sprekende Zwaard. Ord en de vrouwen roepen Bahaal op, die triomfantelijk verschijnt en hen opdraagt een golem te kneden uit klei. Deze golem zal dan de geest van Bahaal dragen en samen met Tintor onoverwinnelijk zijn. Bahaal verdwijnt en om beurten houden de vrouwen de wacht bij Johan. Wanneer buiten de kollosale golem wordt voltooid begint Tintor plots te spreken tegen Johan en Acheah: hij zegt dat zijn macht die van Bahaal evenaart. Tevens waarschuwt hij hen voor hetgene dat zich op dat moment buiten afspeelt: Johan en Acheah zien dat een bliksemstraal de golem treft, die daardoor tot leven komt en onmiddellijk Ord vermoordt. Daarna achtervolgt hij Shih tot zij een noodlottige val van de rotsen maakt.

Vervolgens richt de kolos zijn schreden naar de tempel. Door het afgrijselijke schouwspel tot inkeer gekomen wil Acheah Johan bevrijden, maar dit wordt haar verhinderd door Zaroah, die lag te slapen en niets van het gebeurde afweet. Een vechtpartij ontstaat tussen beide vrouwen; hierbij stoten zij een toorts om die de tempel in lichterlaaie zet. Johan kan zich bevrijden en grijpt onmiddellijk Tintor vast om de clash met de binnenstormende golem aan te gaan. Dank zij de kracht en de aanwijzingen van Tintor kan Johan zich de kolos van het lijf houden. Uiteindelijk slaagt hij er in om hem van de rotsen te laten storten, doch de golem werk zich langs de rotsrand terug omhoog. Tintor laat Johan een rotsblok loswrikken waardoor een lawine veroorzaakt wordt die de golem meesleurt en bedelft.

Nog is het niet afgelopen, want Zaroah ruimt het puin en bevrijdt de golem. Haar wacht hetzelfde lot als Ord. Inmiddels wil Acheah Johan bijstaan, maar hij jaagt haar op zijn paard de woestijn in zodat zij het onheil kan ontvluchten. Opnieuw komt de golem tot bij de achtergebleven Johan; het lijkt een uitzichtloze strijd te worden tot Tintor het licht oproept, waarop de donkere wolkenmassa wijkt voor een stralende zonsopgang. Galaxa verschijnt naast Tintor; het was haar geest die over Tintor heerste! Ze laat een stevige ochtendbries opsteken die de golem in stofwolken doet uiteenwaaien. De geest van Bahaal verlaat de golem terwijl Johan en Galaxa elkaar in de armen vallen. Een emotioneel moment later verdwijnt Galaxa met Tintor, maar niet zonder Johan een verrassing na te laten: een prachtige witte hengst. Johan doopt zijn nieuwe paard…Tintor.

De confrontaties die Johan tot dusver met Bahaal heeft gehad laten vermoeden dat we in dit verhaal weer een allesomvattende strijd tussen goed en kwaad tegemoet gaan. Inderdaad, ook deze variante werkt zich weer doelgericht naar de clash between good and evil toe, maar er is meer: Galaxa verblijdt Johan nog eens met haar bevallige verschijning en bovenal is er de manier waarop het kwaad met zichzelf afrekent. De genadeloze wijze waarop Ord en de twee priesteressen door de golem worden uitgeschakeld is onthutsend omdat deze volgelingen Bahaal trouw blijven tot het te laat is; tijdens hun laatste momenten kunnen zij enkel nog het onvermijdelijke ondergaan. Deze op het Monster van Frankenstein geënte gebeurtenissen zijn tekenend voor de deprimerende teneur van dit verhaal; je zou je er zowaar bijna ongemakkelijk bij beginnen voelen - tenzij je kickt op het evilgenre.

Een golem is in de mystiek een kunstmatig gevormde mens en dit metershoge exemplaar straalt een onoverwinnelijke robuustheid uit; met de geest van Bahaal in zich hoeft het niet te verwonderen dat alles en iedereen voor hem moet wijken. De onverzettelijkheid waarmee hij tijdens de eindafrekening telkens weer rechtkruipt om opnieuw Johan te lijf te gaan is indrukwekkend. De genadeslag door Galaxa lijkt daarbij vergeleken op een gemakkelijkheidsoplossing. Daarentegen kan het door haar opgeroepen zonlicht als een opluchting ervaren worden omdat het de eindeloos durende storm en regen verdrijft, en daarmee de verdrijving van de donkere gesel passend visualiseert. Johan houdt aan dit avontuur nog een mooi souvenir over: de prachthengst Tintor.

Toch even een markante schoonheidsfout signaleren: vanaf plaatje 87 wordt Acheah door iedereen Shih genoemd, maar deze legde nochtans in plaatje 83 het loodje. Dit verhaal wordt door de dominerende zwartgalligheid naar een hoger niveau getild en verdient daarmee vier sterren.

063. De Walkure

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1974

"Herhaalde invallen van de gevreesde vikings teisteren Neder-Saksen met nietsontziende wreedheid. Tot de landvoogd een besluit neemt......." Zo begint dit album van De Rode Ridder dat naar mijn mening een van de beste verhalen uit de serie is.
Deze recensie bevat een aantal zgn. "spoilers". Niet lezen dus als je het album nog niet kent !

De landvoogd stuurt herauten naar iedere burcht van de streek om al zijn ridders te verzamelen. Spoedig trekken grote aantallen krijgslieden naar de burcht van de landvoogd aan de kust om zich te verzamelen voor de beslissende veldslag tegen de vikings. Ook Johan heeft de oproep gehoord en is onderweg naar de burcht in Altona als hij een eenzame reiziger ontmoet die hij de weg wil vragen. Het is Od de Sakser die zijn diensten als gids en verkenner wil aanbieden en met Johan meereist. Als het onweert vertelt Od over de dondergod Thor en andere goden van het Noorse / Germaanse godenrijk (Johan : "Ik weet niet veel af van het Germaanse godenrijk, Od. Vertel me meer !" Hierbij moet opgemerkt worden dat de Noorse goden op het vaste land van europa andere namen hadden dan op het Scandinavisch schiereiland. Zo heet Odin bij op het vasteland Wodan en Thor, Donar, PvN).

Als ze in het tentenkamp van de landvoogd Arngrim zijn aangekomen wordt Johan gevraagd om geruchten te onderzoeken van de aankomst van een grote vloot drakars die voor de kust is gesignaleerd. Hij reist af met Od als gids. Ze ontdekken dat de geruchten waar zijn en zien dat de vikings al zijn ontscheept. Johan stuurt Od terug naar het tentenkamp om alarm te slaan en biedt in zijn eentje het hoofd aan de plunderaars. Dit is natuurlijk een hopeloze strijd want de overmacht is enorm. Johan raakt zwaargewond en is stervende (!!) net voordat hulp arriveert. Als hij uitgeput zijn hoofd opricht ziet hij vrouwen op gevleugelde paarden neerdalen in het strijdperk. Het zijn de Walkuren die de dappere gesneuvelden op het slagveld komen halen. Hildegonde, een van de (fraaie) Walkuren ziet Johan. Blijkbaar zijn ze naar hem op zoek want ze roept "Gudrun ! Daar is de uitverkorene !". Johan is echter nog niet dood. De andere Walkuren vinden het hoogst ongebruikelijk, maar Hildegonde handelt onder directe instructies van Odin "himself". Ze geeft Johan het water uit de godenbron en spoedig keren zijn krachten terug. "Je zult ze hard nodig hebben" prevelt ze als ze via de hemelboogbrug "Bifrost" in het Walhalla arriveren. Ook Heimdall, de bewaker van het Walhalla is verbaast door Johans komst, omdat de levenden geen toegang hebben tot het Walhalla. Hildegonde gebiedt hem echter Odin van hun komst te informeren en de poorten van het Walhalla openen zich. Tot Johans verbazing verschijnt daar ook Od de eenogige zwerver. Hij vertoont al snell zijn ware gedaante, die van oppergod Odin ! In de Hal der Dapperen neemt Johan zijn plaats aan Odins rechterhand en zal hem de reden van zijn aanwezigheid onthult worden.

Johan neemt plaats op Odins troon en Odins raven Hugin - de gedachte - en Mugin - het geheugen - strijken neer op zijn schouders. In ruil voor hun wijsheid offerde Odin een oog op. Johan ziet een beeld voor zich van een landschap bedekt met sneeuw en ijs. De vorstreuzen, vijanden van de goden bedreigen alle leven met uitsterven. Zelfs Odin is machteloos. Hij, en de overige goden (zoals Thor) kunnen zich niet rechtstreeks in deze strijd mengen aangezien dit zal leiden tot een totale strijd....De Godenschemering. Er rest slechts één mogelijkheid om de macht van de vorstreuzen te breken. Surtur, de vuurgeest, werd door toverij in een diepe slaap gedompeld en opgesloten in de ijsgrotten. Sutur moet gewekt worden met de magische vuurstenen die bewaakt worden door het monster Urias. Odin heeft Johan uitverkoren, als meest dappere krijgsman (ooit) om deze taak te volbrengen ! Hildegonde is het hier niet mee eens en is teleurgesteld dat Odin gewone stervelingen verkiest boven de Walkuren. Johan voorkomt een crisissituatie en stelt voor dat Hildegonde en Johan samen deze opdracht zullen vervullen.

Johan krijgt de mantel van Odin mee voor zijn opdracht. Deze zal hem beschermen tegen hitte en koude. Bovendien schenkt hij onzichtbaarheid. Hildegonde krijgt de speer van Odin, een magisch wapen dat nooit zijn doel mist. De geringste aanraking van de punt is dodelijk. Hildegonde en Johan worden door Thor gebracht naar de ijsgrotten in het Noorderland. Tijdens hun reis moet Thor nog met zijn hamer, Mjolnir, ingrijpen om een stormreus, Thiassi, te verslaan.

Zodra ze zijn aangekomen ontstaat al direct een rivaliteit tussen Hildegonde en Johan en Hildegonde daagt Johan uit tot een zwaardduel om "eens en voorgoed uit te maken wie hier beveelt". Johan is haar (uiteraard J) al gauw de baas en begint zijn geduld met haar te verliezen. Tijdens het gestoei hoort Johan het geluid van een beer die het tweetal bespiedt. Johan is er zeker van dat dit Urias is.

Ze slaan kamp op voor de nacht en houden om beurten de wacht. Tijdens Johans wacht wordt hij door een hongerige ijsbeer verrast. Hij overleeft de aanval ternauwernood en Hildegonde moet ingrijpen met Odins speer. Als Hildegonde de wacht overneemt wil ze er alleen op uit om Urias te vinden. Johan wordt pas wakker als ze reeds bij Urias' grot is aangekomen. Ze lokt hem uit de grot en het monster verschijnt in de gedaante van een draak. Plots veranderd het monster in een valk en speurt de omgeving af. Hildegonde gebruikt Odins mantel om haar onzichtbaar te maken, maar de valk ontdekt haar voetstappen in de sneeuw. De bewaker van de ijsgrotten stort zich als een reuzen wurgslang op zijn prooi en Hildegonde verkeert in een hopeloze situatie.

Johan is inmiddels op zoek naar Hildegonde, maar kan in de sneeuwstorm geen sporen van haar ontdekken. Als het einde voor Hildegonde nabij is roept ze "Odin sta me bij !" en de magisch speerpunt straalt een schitterend licht. Als bij toverslag houdt ook het sneeuwen op. Nu mengt ook Johan zich in de strijd en Urias transformeert weer tot draak........tot sabeltandtijger. Beiden belanden in een inham van de grond waar de strijd zich voortzet. Als Hildegonde er achteraan gaat ziet ze met afgrijzen Johans bebloede zwaard op de grond liggen. Johan blijkt de strijd echter overleefd te hebben en Urias is uitgeschakeld. Het is aandoenlijk om te zien dat de Walkure haar koppigheid verloren is. "Ik heb je veel last bezorgd...Het spijt me Johan !". "Onzin, je was erg kranig !"

Na een lange tocht door het labyrint der ijsgrotten bereiken Johan en de walkure een uitgestrekte zaal waarin zich de betoverde vuurstenen bevinden. Als Johan de vuurstenen gebruikt springen knetterende vonken te voorschijn waaruit de schitterende gestalte van Surtur, de vuurgeest ontstaat. Onmiddellijk beginnen de ijswanden van de grot te smelten en Johan en Hildegonde vluchten voor hun leven naar de uitgang. Als ze eenmaal ontsnapt zijn breekt ook Surtur uit zijn gevangenis als een laaiende orkaan van vuur. Onmiddellijk smelt alle sneeuw en bij zonsopgang heeft het barre winterlandschap plaats gemaakt voor een stralende lente.

Hildegonde ziet op tegen de terugkeer en Odins toorn voor haar ongehoorzaamheid. Als Johan haar beloofd niets tegen Odin te zullen vertellen bevind deze zich plotseling voor hen. "De edelmoedigheid siert je, Johan ! Maar ik ben reeds op de hoogte !" Voor ongehoorzaamheid kent Odin slechts één straf, de dood ! Johan plaatst zich beschermend voor Hildegonde. "Zou je het wagen je zwaard tegen mij te trekken, Johan ?" Langzaam trekt Johan zijn zwaard, "U dwingt me ertoe Odin". Plots is de gespannen sfeer gebroken als Odin buldert "Bravo ! Ik had geen ander antwoord verwacht. Je ziet Hildegonde, dat ik me niet in Johan vergist heb !"

Tijdens de feestelijke huldiging van de twee helden is Hildegonde treurig als Odin haar verteld dat hij moet terugkeren naar Asgaard, de aarde. Haar vurigste wens is het om Johan te vergezellen, maar Odin staat het niet toe. "Jouw plaats is hier Hildegonde !. Trouwens eens zal Johan naar het Walhalle terugkeren.......voorgoed !"
Hildegonde schenkt Johan een ring als aandenken en als blijk van haar dankbaarheid en waardering. "Dank je Hildegonde. Ik zal er nimmer afstand van doen !" Als Johan drinkt uit de Beker der Vergetelheid spreekt Odin nogmaals zijn dankbaarheid en respect voor Johan uit "Wij zullen nooit vergeten wat je gedaan hebt Johan. Drink nu......vaarwel !"

Johan wordt wakker in een hoeve bij de kust. Een boeren gezin heeft hem na de veldslag tegen de vikings opgenomen en verzorgd. De boer vertelt Johan dat hij in z'n koortsdromen sprak over het Walhalla, Odin, Thor Urias, de walkure. Johan wijt dit aan de verhalen van Od, de zwerver.

Als Johan weer geheel hersteld is neemt hij dankbaar afscheid van de boer en zijn vrouw. "Blijkbaar hebben Ods verhalen door mijn hoofd gespookt tijdens mijn bewusteloosheid....". Verbaast kijkt hij echter naar zijn rechter hand en naar de fraaie ring om zijn vinger...

Ja, ik zei het in het begin van de recensie al. Ik vind dit echt een van de beste rode ridder verhalen uit de serie. Een helden epos in optima forma. De combinatie van de Noorse mythologie, vikingen, romantiek (Hildegonde is een geduchte concurrent van Galaxa als je het mij vraagt), een goed plot en een zeer origineel en mooi einde maken dit een uitmuntend album. Vandaar ook mijn verbazing dat het niet in de top 10 op de site voorkomt. (PS: Helaas vergeet Biddeloo, als ik het goed gezien heb, in de latere albums Johans ring te teken.).

064. Het dodenschip

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1974

Vlakbij het bedevaartsoord Mont Saint Michel snelt Johan een monnik tegemoet die wordt aangevallen door een reuzenhagedis. Hij overwint het reptiel, maar de monnik is stervende. Met zijn laatste woorden vraagt hij Johan om de abt te waarschuwen: er dreigt gevaar van de vijand wegens een Dodenschip. Op weg naar de abt ontmoet Johan in de dodenbaai een kluizenaar bij een hut. Hij vertelt Johan meer over het mysterieuze Dodenschip: dit zou tijdens nachtelijke stormen de overledenen komen halen, maar degenen die tijdens hun leven teveel kwaad bedreven hebben worden op het strand achtergelaten, wat meteen de naam dodenbaai verklaart. Terwijl een storm opsteekt zet Johan zijn zoektocht naar de abt verder tot hij duizelig wordt van - zo realiseert hij zich nu - de drank die de kluizenaar hem aanbood. Voor hij het bewustzijn verliest merkt hij het Dodenschip op: roerloze witte gedaanten staan stilzwijgend op het dek.

De volgende ochtend ontwaakt Johan en ziet dode lichamen aanspoelen op het strand. Twee ruiters hebben Johan opgemerkt en rijden hem tegemoet : het zijn vrouwe Marivoniq en haar aanbidder, heer Alain. Ze nemen Johan mee naar de burcht van Marivoniq en horen verbaasd van Johan dat er zich een kluizenaar in de dodenbaai bevindt. Op dat moment komt heer Kerrud aan in de burcht. Kerrud is de rivaal van Alain, maar Johan herkent hem onmiddellijk als de kluizenaar. Kerrud ontkent echter alles. Marivoniq stelt voor om met Johan mee te gaan naar de dodenbaai om vast te stellen of zich daar wel of niet een hut van een kluizenaar bevindt. Daar aangekomen wijst Johan haar de exacte plaats aan maar… geen spoor van een hut ! Onverrichterzake keren ze terug naar de burcht. Wanneer Johan opnieuw vertrekt om de abt op te zoeken, vergezellen Marivoniq en Alain hem.

Die nacht woedt er een onweer en bij het ontwaken zien ze dat er zich roerloze lichamen op het strand bevinden. Ze snellen erheen, maar plots richten de lichamen zich op : het zijn dezelfde witte gedaanten als degene die het Dodenschip bevolken. De gedaanten gaan het drietal te lijf en slagen er in om Marivoniq mee te nemen naar het Dodenschip en weg te zeilen. Johan en Alain blijven machteloos achter en moeten aanhoren hoe de bootsman hen toeschreeuwt om Mont Saint Michel niet te verwittigen, zoniet zal Marivoniq het moeten bekopen. Johan wil onmiddellijk vertrekken om versterking op te trommelen, maar Alain slaat hem buiten westen en sluit hem op in een grot om te vermijden dat Johan met zijn aktie het leven van Marivoniq in gevaar zou brengen. Wanneer Johan bij bewustzijn komt dwaalt hij door de grotten op zoek naar een uitweg. Verrast stoot hij op een groep aapachtige wezens, die zichzelf aardgeesten noemen, en Johan terug naar de buitenwereld tot bij het Dodenschip leiden.

Johan zwemt naar het schip en ontdekt tot zijn verbazing dat de witte gedaanten eigenlijk poppen zijn. In het ruim treft hij de vastgeboeide Marivoniq aan. Hij schakelt haar bewaker uit en bevrijdt haar. Ze licht hem in dat Kerrud de bootsman is en het Dodenschip gebruikt om Engelse soldaten naar Frankrijk te smokkelen. Johan poogt het Dodenschip de baai uit te zeilen, maar ze worden opgemerkt door Kerrud, die zijn boogschutters Johan laat bestoken. Het Dodenschip loopt vast op een zandbank en wordt bestormd door de Engelse troepen van Kerrud. Net wanneer Johan dreigt te bezwijken onder de grote overmacht komen de lansiers van Mont Saint Michel, onder aanvoering van Alain en de abt, op de Engelsen ingestormd. Het pleit wordt beslecht in het voordeel van het garnizoen van de abt; hij had uit de boodschap van Alain over de laatste woorden van de stervende monnik opgemaakt dat Mont Saint Michel eens te meer door een Engelse inval werd bedreigd. Naar Kerrud wordt vruchteloos gezocht onder de gevangenen en de gesneuvelden. Ongemerkt heeft Kerrud zich echter aan boord van het wegdrijvende Dodenschip gehesen.

Iedereen keert terug naar de burcht, waar Alain en Marivoniq hun trouwplannen bekendmaken. Even later komen enkele soldaten op bevel van de abt bij Alain en Marivoniq de wacht houden omdat gevreesd wordt voor een wraakaktie van Kerrud. Die nacht vertrekt Johan onder een zware storm naar de dodenbaai om Kerrud te zoeken. In het bliksemlicht bemerkt hij het stuurloze Dodenschip. Wanneer de storm geluwd is wordt door het ochtendlicht het op de klippen gelopen Dodenschip onthuld. Even verder vindt Johan het levenloze lichaam van Kerrud. Johan beseft hiermee dat de legende van het Dodenschip waarheid wordt: de doden die in hun leven teveel kwaad bedreven hebben zullen de ochtend na een storm op het strand worden teruggevonden…

Met de titel van dit verhaal mag je verwachten dat er zich spookachtige toestanden manifesteren. Dit blijkt echter slechts gedeeltelijk het geval te zijn : het Spookschip is wel een bepalende factor, maar het verhaal wordt vooral gedragen door de aanwezigheid van Kerrud. Hij is het immers die zich eerst als kluizenaar en daarna als spook vermomt. Tevens is hij degene die rivaliseert met Alain naar de gunsten van Marivoniq, terwijl hij tegelijkertijd hele scheepsladingen Engelsen naar Frankrijk smokkelt. De aardgeesten vormen een leuk intermezzo in dit verhaal ; eigenlijk had het met hen nog alle kanten kunnen opgaan. Jammer genoeg waren er slechts enkele plaatjes voor hen gereserveerd.

Vooral het begin en einde van dit verhaal zijn veelbelovend : de stervende kluizenaar die Johan mysterieuze woorden over een Dodenschip influistert leidt tot verwikkelingen die gelukkig niet steeds voorspelbaar maar toch weinig verrassend zijn. Het feit dat de bemanning van het Dodenschip poppen blijken te zijn is eerder een ontnuchtering. Wanneer de lansiers van Mont Saint Michel Johan ter hulp snellen in zijn moedige strijd tegen de Engelsen legde ik onbewust de link met enkele beroemde westernscenes. Geef mij dan maar het einde van het verhaal : de Engelsen zijn verslagen, Alain en Marivoniq zitten knus in elkaars gezelschap in de burcht terwijl buiten een storm opsteekt die een voorbode lijkt van naderend onheil ; Kerrud is immers niet teruggevonden en dat geeft aan dat hij hoogstwaarschijnlijk nog een en ander in petto heeft voor onze vrienden.

De tocht van Johan in de gierende storm lijkt het verhaal naar een crescendo te leiden, vooral wanneer het bliksemlicht de aanwezigheid van het Dodenschip onthult op de torenhoge golven. Enigsins teleurstellend is het wanneer Johan het lijk van Kerrud aantreft, er had immers meer in gezeten. Wat wél in zijn plooi valt is dat door het aantreffen van de levenloze Kerrud de legende zichzelf bewijst ; toch nog een mooi orgelpunt.

065. Het adelaarsnest

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1975

De Rode Ridder trekt door een bergstreek en wil zijn dorst lessen bij een riviertje. Daar ontmoet hij Valeria, een zigeunerin. Ze leest Johans handpalm en voorspelt dat er bloed zal vloeien indien Johan de streek niet verlaat. Dan vlucht ze weg. Op z'n hoede zet Johan zijn tocht voort en treft even later een groepje soldaten aan dat een jonge vrouw, Ulrika, en haar kleine neefje, Kennir begeleidt. Als ze met een veer de rivier willen oversteken, voegt Johan zich bij hen. Op het laatste moment komt ook een groep bedelaars aan boord. Ze hebben het op Ulrika en Kennir voorzien en halverwege de rivier slaan ze toe. De verraste soldaten worden omgebracht. Johan laat het vlot op een rots te pletter slaan en zwemmend kan hij Ulrika in veiligheid brengen. Kennir is echter te ver afgedreven maar wordt door een grote adelaar uit het water geplukt. Aan de oever treffen ze een overvaller aan. Voor hij bezwijkt onthult hij dat Kennir nu in handen is van een bende. Vanuit het Adelaarsnest hoog in de bergen maken ze de streek onveilig en eisen nu een losprijs voor de jongen.

Johan brengt Ulrika naar het kasteel van haar oom, Baron Cedric. Deze is wanhopig als hij van de ontvoering van zijn zoon hoort. Johan heeft echter een plan en bespreekt dit met Cedric. Hij merkt echter dat hij wordt afgeluisterd, door Valeria. Als Johan haar wil ondervragen vlucht ze weg. Door in de rivier te springen kan ze ontsnappen. Daarop vermomd de Roder Ridder zich en vertrekt richting het Adelaarsnest, even later gevolgd door Ulrika. Hoewel ze van Johan opdracht gekregen had thuis te blijven. In het donker verrast Johan de bewakers van het Adelaarsnest en dringt door tot in het bolwerk. Een bewaker die door Johan K.O. was geslagen en geboeid, ziet echter Ulrika voorbijkomen als hij bij kennis komt. De Rode Ridder heeft inmiddels tot zijn schrik ontdekt dat Valeria de leidster van de bende is. Hij biedt zijn diensten aan maar moet eerst zijn krachten meten met Ruffa, de beste zwaardvechter van de bende. Johan wint maar weigert Ruffa te doden, waarop deze wordt verbannen.

Dan komen de wachters terug die Johan had uitgeschakeld. Ze vertellen van de blonde vrouw. Valeria vermoed onraad en laat haar mannen de Rode Ridder overmeesteren. Ze leest Johans handpalm en herkent de Rode Ridder. Hij wordt opgesloten bij Kennir. Ulrika is intussen ongemerkt het kamp ingeslopen en dringt Johans hut binnen. Dan komt ook Ruffa binnen. Erkentelijk voor het feit dat Johan hem zijn leven gespaard heeft, wil hij hem helpen ontsnappen. Daarop vlucht het viertal weg en sticht brand om de rovers bezig te houden. Maar Korga, de adelaar ontdekt hen. Met al haar manschappen zet Valeria de achtervolging in en achterhaald de vluchtelingen. Het komt tot een treffen waarbij Ruffa gewond raakt en Johan maar ternauwernood stand kan houden. Valeria wil persoonlijk met Ulrika afrekenen, maar ze verliest het duel en beland, wederom, in de rivier. Johan verslaat inmiddels de bende tot de laatste man en als Ruffa weer bij kennis komt vervolgt het viertal zijn weg.

Aan de voet van de berg worden ze opgewacht door Cedric die met al zijn soldaten was uitgerukt toen hij het Adelaarsnest zag branden. Ruffa komt in dienst bij Cedric en Ulrika ontfermt zich over Korga die gewond was geraakt bij het treffen. Er volgt een feest om de goede afloop te vieren. Maar laat op de avond gaat Johan er stilletjes vandoor en vervolgt zijn zwerftocht.

Het Adelaarsnest is een klassiek ridderverhaal dat goed in elkaar zit. Zijn riddereed getrouw bindt Johan belangeloos de strijd aan met de bende van het Adelaarsnest. Het verhaal is spannend en neemt en aantal min of meer onverwachte wendingen, zoals het feit dat Valeria de bendeleidster blijkt te zijn en de beslissing van Ruffa om de Roder Ridder te helpen. Dit is overigens een klassiek Middeleeuws motief: de slechterik ziet zijn fouten in en besluit zijn leven te beteren. Opmerkelijk in dit verhaal is de rol van Ulrika. Ze begint als dame in nood die de bescherming van de Rode Ridder hard nodig heeft. Daarna stuurt ze door haar eigenwijsheid Johans hele plan in de war maar heeft dan toch een beslissend aandeel in de overwinning dankzij haar vastberadenheid. Wat mij betreft een uitstekend album dat ik het volle aantal van vijf sterren waard vind.

Subcategorieën

Pagina 3 van 13