De verrader die mede verantwoordelijk was voor de kruisiging van Jezus. Ongewild is het net zijn schedel die het tegengewicht voor de Graal moet vormen. Een dienaar van de Duistere machten creëert op die manier de zwarte graal of "De Judasgraal”.
Deze oude heks brouwde voor Franseza een liefdeselixir om geschikte huwelijkskandidaten aan haar te binden. Tijdens zijn onderzoek naar het verdacht overlijden van deze echtgenoten was Johan getuige hoe Franseza het elixir ging ophalen bij Jute. Toen hij de heks later om uitleg ging vragen, vond hij de oude vrouw vermoord terug in haar hut.
De tweelingbroer van Risto, hij maakte verre reizen naar het zuiden. Hij is wantrouwig t.o.v. Johan en speelt onder 1 hoedje met Mika. Hij heeft een geheime verhouding met Frida en is van plan om samen met Frida en Mika, Risto uit de weg te ruimen en zo burchtheer te worden. De reden van zijn wraak is juist het feit dat Risto als eerstgeborene automatisch burchtheer was. Op de vooravond van het Juhannusfeest kondigt Jyrki aan dat hij niet langer kan blijven, hij vraagt zijn broer een eindje met hem mee te rijden. Ook Mika biedt zichzelf aan om hen te vergezellen. Na een eindje stappen ze af, Jyrki neemt afscheid van zijn broer, die meteen daarop door Mika gedood wordt.Het lijk wordt in het moeras gedumpt. Jyrki scheert zich en trekt een duplicaat van Risto’s kleren aan, hij lijkt nu als 2 druppels water op zijn broer. Tijdens het Juhannusfeest merkt johan echter op dat Deze Risto geen litteken op zijn hand heeft, Jyrki trekt zijn zwaard en tracht te ontkomen. Johan werpt zijn Puukko naar Jyrki, die in de borst getroffen wordt en een zware val maakt.
Wanneer Johan, prinses Gwijn, Afarnach en Pargur op hun tocht naar het Oud Kasteel der Bomen een glazen brug willen oversteken, worden ze gewaarschuwd door een kabouter. De kabouter beschrijft hoe elfen, die naar de overkant vlogen zonder de brug te nemen, tot as vergingen.
Kadesh de Nubiër is erg tegen de sekte van de zwarte cobra gekeerd, gezien deze zijn familie uitgemoord hebben. Hij weet Johan twee maal het leven te redden. Een sterke, handige kerel die voor de juiste zaak strijdt.
Kalidiah is de koningin van de onderzeese stad en de laatste nazaat van de bewoners van Atlantis. Haar broer Kogorka is een groot geleerde die duivelse schepsels zoals de zeeduivel creëerde. Schepsels met een menselijk brein afkomstig van hun vele slachtoffers. Hun laatste ontvoering was die van Solita. In ruil voor haar vrijheid moet Johan hun zijde kiezen om kogorka’s leger van monsters te leiden in een plundertocht van het binnenland. Johan stemt aanvankelijk toe maar wacht samen met Solita zijn kans af. Die kans komt er wanneer Kogorka en Kalidiah een groep zeevaarders gevangen willen nemen. Wanneer beiden overmeesterd zijn bepleit Johan hun leven bij de kapitein van het schip. Ze krijgen hun vrijheid weer indien ze hun bolwerk vernietigen. Johan gaat met Kogorka en Kalidiah op weg naar hun bolwerk. De zeeduivel tracht het tijd nog te doen keren. Kalidiah ziet haar kans een wapen te bemachtigen, maar enkele slecht gerichte schoten voltrekken het lot dat Johan voor de stad voorzien had, een complete vernietiging. Kalidiah en Kogorka blijven op de zeebodem achter, zonder stad…
Kamir is een leerling van Omar de Wijze, en wordt al enkele jaren gevangen gehouden door de Zwarte Magiërs in hun burcht. Hij wordt door Johan bevrijd, en wijst de ridder de weg naar de Parel van Bagdad. Hij geeft zijn leven zodat de Rode Ridder met de Parel kan vluchten naar Bagdad. Hij slaagt erin het bolwerk van de duistere machten te vernietigen.
Tijdens het steekspel in het Rijnland hebben Johan, Berthold van Damburg en Erik van Ravensteen op overtuigende wijze een plaats in de finale veroverd. De kampleider kondigt echter aan dat de reeds aangeduide kampioenen nog mogen uitgedaagd worden voor de eindzege zal worden betwist. Het drietal meent dat hun vorig optreden wel alle rivalen zal ontmoedigd hebben. Groot is de verwondering dan ook wanneer Berthold wordt uitgedaagd.
Al vanaf de eerste verschijning van deze sinistere kapitein weet iedereen dat men hem niet als een beste vriend moet verwachten. Eerst komt hij nog over als een duistere, doch verantwoordelijke kapitein die de schade die zijn ontstuimige bemanningsleden veroorzaakten, ruimschoots wilt vergoeden. Later blijkt hij echter een zeerover van de ergste soort te zijn. Met zijn piraten heeft hij een valse vuurtoren gebouwd om in het duister van de nacht schepen naar de klippen te lokken en zonder slag of stoot te plunderen. Drenkelingen van zijn eigen plunderlist pikt hij zelfs op om daarna gekneveld terug in zee te laten werpen. Zijn praktijken duurden tot hij Johan met zijn vrienden tegenkwam. Toen dezen de vuurtoren bezetten, schrok hij er niet voor terug om de helft van zijn bemanning te laten sneuvelen. Het belangrijkste was dat het torenvuur opnieuw kon branden om andere schepen te lokken. Toen zijn eigen schip door Johans toedoen echter eveneens tussen de klippen aan stukken gereten werd, dacht Origas weg te komen door de Brabantse freule Geertrui als gijzelaarster te gebruiken. De jonge Schot Patrick de Ross stond hem echter in de weg. Net toen hij deze met een blaaspijp uit de weg dreigde te ruimen, werd hij zelf door een pijl van Trudo getroffen. Eén schrille schreeuw was het laatste dat hij gaf voordat hij dood in het water plofte.
Dankzij een buitgemaakte schatkaart komt kaperkapitein Ratchata op het spoor van een goudschat bij de Amazones. Met zijn collega Sriwat zet hij koers naar het eiland. Als Pumwaree, een van zijn verkenners, tot tweemaal toe terugkeert met het bericht dat er een samoerai rondzwerft, maar dat die waarschijnlijk de enige bewaker van het dorp is, vindt Ratchata dat er reeds genoeg gepalaverd.
Samen met Kapitein Ratchata trok Sriwat er op uit om de schat van de Amazones te veroveren. Zijn collega stuurde verscheidene keren verkenners de wildernis in om de situatie in te schatten. Zelf brandde hij van ongeduld om te plunderen.
Thibalt koestert een wrok tegen Johan omdat deze hem heeft verslagen in een bargevecht. Op laffe wijze ontvoert hij de ridder, om hem op een slavenmarkt te verkopen. Tijdens de reis laat hij een bemanningslid in de steek om zijn eigen huid te redden, en als straf wordt hij gevangengezet in het ruim van de Zeearend. Tijdens een storm vergaat het schip, en het is onwaarschijnlijk dat de geboeide Thibalt de schipbreuk heeft overleefd.
Door toeval komt de viking Thorwalt met de bemanning van zijn schip terecht in het gebied van de Asys, de voorvaderen van de vikingen. Daar hoort hij van de oorlog die er tegen de poolkrijgers wordt gevoerd, en besluit met zijn bemanning om te blijven en de Asys en Johan te helpen. In alle albums van de Witte-Hel trilogie weert Thorwald zich als een held, maar wordt aan het eind laf van achteren met een lans in de rug gestoken door Demoniah, en hij sterft ter plekke.
Op het einde van het vorige album trof Johan in Japan enkele vrienden aan die samen met hem terug naar huis keerden. Deze kapitein zal ze terug naar Europa brengen.
kapitein van het schip dat Jocelyn en de Rode Ridder naar het eiland brengt waar haar man verdwenen is. Hij heeft echter geen greep op zijn bemanning die bestaat uit waaghalzen en vechtersbazen. Overigens is hij, net als die bemanning, zeer hebzuchtig. Hij komt om door een speer van de menseneters.
Deze kapitein bezit een galjoen. Johan is een van de opvarenden. Wanneer blijkt dat bemanningsleden getroffen zijn door de zwarte pokken, komt Johan in aanvaring met de kapitein. Johan wordt zwaargewond op het strand van Thosas achtergelaten. De kapitein besluit om met zijn schip verder te varen tot Athene en het daar te verkopen. In ruil voor hun stilzwijgen zal de bemanning een deel van de opbrengt krijgen.
Johans overzet naar Engeland zou voor de kapitein van de “Lukas” zijn laatste zeereis blijken. Alsof de duivel er zich mee bemoeide, kende de kapitein alle tegenslag die een mens zich op één reis kan op de hals halen. Eerst kwam zijn schip in een storm terecht. Met een haast stuurloos schip zocht hij de dag daarna een veilige doorgang naar de haven van Ramsgate toen een nieuwe storm hun dreigde in te halen om tenslotte in het duister door het werk van piraten tegen de klippen te slaan. Buiten vijf bemanningsleden, waaronder de Rode Ridder, vonden alle opvarenden van zijn schip de verdrinkingsdood. Hijzelf dacht gered te zijn toen hij naar een schip in de verte zwom. De speling van het lot wou echter dat de bemanning van de “Zwarte Arend” de zeerovers waren die zijn schip met een valse vuurtoren op de klippen lokte. Eens de kapitein aan boord was, bonden ze hem vast aan wrakhout van zijn eigen schip en wierpen hem terug het koude zeewater in. De volgende ochtend werd zijn lichaam dood teruggevonden in de branding.

Wanneer de Vrijschutter op het boogschuttoernooi opdaagt, zet de kapitein van Bokkensteen de achtervolging in. De Vrijschutter kan echter te paard ontkomen.
Wanneer Johan als winnaar van het toernooi aan Diedrichs tafel mag aanschuiven stelt de kapitein vast dat de Rode Ridder vrij snel zijn vertrouwen heeft gewonnen. Wanneer hij Johans ridderschap in twijfel trekt, krijgt de kapitein van Bokkensteen voldoening. Al vrij vlug moet hij in Johan zijn meerdere erkennen.
Zij zwoeren trouw aan hun keizer Basilius. Hun eed verplicht hun Johan te dienen zonder vragen te stellen. De geheimzinnigheid van hun missie maakt de manschappen echter ongerust. De kapitein uit deze ongerustheid aan Johan. Johan weet echter beroep te doen op de professionaliteit van de paleiswacht. Wanneer wat later de strijd losbarst tegen de Harpijen is alle onrust verdwenen. Ten gevolge van deze strijd vergaat het schip van Johan en de medeopvarenden, slechts een handvol soldaten overleeft. Uiteindelijk loopt het dramatisch af voor de paleiswacht, Poseidon vernietigt de overlevenden. Enkel Johan overleeft dit inferno dankzij het zegel van Isjtar.
Zijn soldeniers raken betrokken in een schermutseling met de Rode ridder. De graaf van moerdal haalt de 2 partijen uit elkaar en stuurt aan op een duel tussen de Kapitein en Johan. Johan gaat er op in en die avond wordt er geknokt. Johan wint het worstelgevecht. Na woorden met de graaf vlucht johan weg , de kapitein opent de jacht op Johan. Zijn hinderlaag heeft echter weinig succes want Johan weet te ontsnappen. Tijdens een gevecht met de door Johan bevrijde Koenraad wordt hij gedood.
