Back to Top

Personages

Koning uit 'De elfenring'

Om de magische elfenring terug te vinden ontvoerde Kerwyn de magiër de elfenkoning.  Het trok zich met zijn gevangene terug in het Oud Kasteel der Bomen.  Wanneer ook zijn dochter door de magiër werd gevangen genomen, gaf de koning toe en vertelde het geheim van de ring.  Na de tussenkomst van Johan en Merlijn wordt Kerwyn overmeesterd en de elfenring terug aan de elfenkoning gegeven.

Koning Valmir

Koning Valmir is uit op de huid van Baldein de Kale. Wanneer Garthon de bende tot staan brengt, is het leger van Valmir echter nog niet op volle sterkte. Van zodra dit het geval is, komen de troepen van koning Valmir ter hulp. Samen met Garthon’s ridders vagen ze de bende van Baldein de Kale van de kaart. Koning Valmir is zijn leenman bijzonder dankbaar en roemt zijn moed!

099. De gijzelaars

Koningin van Sjeba

Bloedmooi is ze en toch zo stokoud. Reeds in het Oude Testament wordt de koningin van Sjeba als zeer mooi en invloedrijk genoemd toen ze koning Salomo met een bezoek vereerde. In deze Joodse koning trof ze trouwens een verwante ziel aan en samen verdiepten ze zich in de Kabbala en de mysteriën van de transformatie.
Hoe het Salomo is afgegaan weten we allemaal: hij stierf en werd opgevolgd door zijn zoon Rehabeam. Onder diens regering scheurde het rijk in tweeën. De koningin van Sjeba daarentegen sloeg er met behulp van haar duivelskunsten reeds 2.000 jaar lang in om de dood te verschalken. Diezelfde praktijken wendde ze tevens aan om de orde in Sjeba te handhaven en elke vorm van protest in de kiem te smoren door twee Zandspoken te scheppen. Het eerste om de woestijn rond het grottenstelsel van haar rijk, Sjeba, te bewaken. Het tweede, dat zich voedt met mensen, om haar onderdanen angst in te boezemen.

167. Het masker van de draak

Koos

Koos beweert de beste schipper van het plaatselijke vissersdorp te zijn. Wanneer de Rode Ridder hem echter vraagt om langs de snelste route naar Zilverbergen te varen, is hij echter geneigd de boot af te houden. De kortste weg naar Zilverbergen zou hem immers recht via de Hellemond leiden en hij heeft al voldoende andere zeelui gekend die erheen voeren, maar nooit terugkeerden.

Als Johan en Allis hem echter een zodanig buitensporig loon aanbieden dat hij zich een heuse kotter kan aanschaffen, moet de man wel zwichten. Uiteraard komt hij met zijn gezellen in de Hellemond terecht en raakt in de ban van het Eindeloze Eiland. Buiten zinnen door de bedwelmende planten aanziet hij Johan en Allis zelfs even als vijanden. Wanneer Allis de planten in brand steekt, wordt de ware situatie iedereen duidelijk en ontvluchten het eiland.

Veilig en wel zet Koos zijn passagiers af in Véras, een haven aan Zilverbergen.

Kunar

Een van de ridders die gehoor gaf aan de oproep van de heer Gawain, om hem bij te staan tegen de dreigementen van Thoran de sekteleider. Zeer opvliegend type.

Kuroda

Kuroda was een sterrenwichelaar, die de spiegel der geheimen maakte. Deze vormt de schakel tussen de buitenwereld en de wereld van Galaxa. Op deze manier konden Kuroda en zijn discipelen steeds elk beleg doorstaan. De dwergen uit Galaxa’s rijk bevoorraden immers Kuroda en zijn manschappen. Zijn volgelingen, zouden er voor zorgen dat het geheim van de spiegel bewaard bleef!

058. De toverspiegel

Kuroda, Discipel van

De laatste overblijvende discipel, belast met de opdracht om de spiegel der geheimen te bewaken. Wanneer Johan aangevallen wordt door de rabauwenbende van Boggolt, offert de man zich op door zich te laten treffen door een pijl. Hij houdt zich recht, zodat de rabauwen denken dat hij een tovenaar is. Eens de rovers weg, zakt hij in elkaar, hij vertelt Johan dat Galaxa, de goede fee in het rijk achter de spiegel op hem wacht. Hierop sterft de man.

058. De toverspiegel

Kurt

Kurt is niet van adel, maar de zoon van een verdienstelijk krijgsman. Hij is vastbesloten een ridder te worden, en zet zich dan ook voor alle ridderidealen in. Hij is kwaad op Erwin vanwege zijn lafheid en Erik vanwege zijn arrogantie, en slaat een verzoeningspoging van Erik af. Op het moment dat de Reigershoeve bijna in handen valt van rovers grijpt hij in en redt de bewoners. Hij laat hierbij het leven.

Kurt

Kurt is een van de wapenknechten van de jonge knaap die het in naam van zijn wapenknechten opnam tegen zowel berthold als Erik. Later redt hij Johans leven door een aanvallende wolf neer te schieten. Wanneer Johan graaf von Sebald gegijzeld houdt, weet Kurt hem te bevrijden. In het daaropvolgende gevecht met Johan sterft hij.

Kurt, de dwerg

Lid van de bende van Wilhelm; mee verantwoordelijk voor de gevangenneming van Johan en de ontvoering van Rosemarie, dochter van de burchtheer. Hij brengt Hannelore om het leven om haar het vermeende losgeld voor Rosemarie afhandig te maken.

Met masker en zwaard

Laboeka

Net als zijn wapenbroeder Bakoela is Laboeka een lijfwacht van Suleiman, de rover/koopman. Beiden wijken geen millimeter van hun meester en zijn ten allen tijde bereid voor hem te sterven. Wanneer Jeela afrekent met Suleiman richten zij zich op Johan en Jeela. De magische krachten van de Maraboet maken echter korte metten met het gewelddadige duo.

193. De schat van Carthago

Laïlah

Laïlah is de zus van Joesai en Oahr. Zij maant haar broers aan de offergaven te laten liggen en te vluchten vanwege de zonsondergang. Het is dan echter al te laat. Enkele krijgers van de maangodin hebben de offergaven reeds bekeken en zijn niet tevreden over de kwantiteit ervan. De leider van het groepje wil Laïlah en haar broers zweepslagen geven. Laïlah is eerst aan de beurt, maar weet zich los te wringen en gaat op de vlucht. Ogenblikkelijk zetten 3 krijgers de achtervolging in. Wanneer zij Laïlah bijgehaald hebben verspert Johan hen de weg. Hij rekent snel met zijn tegenstanders af en zet samen met Laïlah de achtervolging in op de rest. Haar broers werden als gevangene meegevoerd naar de maantempel. Aan de voet van de maantempel worden Johan en Laïlah getroffen door maanstralen, ze verliezen beiden het bewustzijn. Wanneer Laïlah ontwaakt zit ze geketend in een kerker, haar leven is afhankelijk van Johan’s beslissing de zijde van Belluna te kiezen of niet. Johan kiest de zijde van Belluna, maar stelt Laïlah gerust, hij zal het er niet bij laten. Dat ogenblik lichten Laïlah’s ogen op, en zweert ze wraak te nemen. Die nacht zorgt de maangodin ervoor dat laïlah en haar broers kunnen ontsnappen, ze zal samenwerken met Johan om Belluna ten val te brengen. Wat later zoekt Johan Laïlah in de nederzetting op. De maangodin heeft tijdelijk bezit genomen van Laïlah’s lichaam, tot de tijd gekomen is zich persoonlijk mee in de strijd te werpen.

169. De Maangoding

Lama uit 'De Schemerzone'

Handlanger van Demoniah; Merlijn gaat met hem in duel om te meten wie over de sterkste geest beschikt; tijdens hun tweestrijd komen we te weten welke de twaalf bewerkingstrappen van de alchemistische materie en wie de zeven gezanten van het Opperwezen zijn. Beiden beheersen de kunst der levitatie en verheffen zich in de lucht; uiteindelijke delft de lama het onderspit en zinkt in de grond; via hem komen Merlijn en Yorimoto te weten dat de Duistere Machten het op de verovering van Nirwana voorzien hebben.

112. De Schemerzone

Lancelot

Lancelot is een trouwe ronde tafelridder van het eerste uur. Wanneer Johan en Lancelot elkaar voor het eerst ontmoeten is dat niet echt hartelijk. Johan kwam te weten dat een samenzwering de dood van Lancelot gepland had. Johan waarschuwt Lancelot maar wordt door een van de samenzweerders in twijfel getrokken. Lancelot betrouwt het zaakje niet en valt Johan aan.

Landloper uit 'Drie huurlingen'

Toen Johan en Lancelot op het einde van ‘Parcifal’ eindelijk de rechtmatige troonsopvolger hadden gevonden, wachtte hen de zware taak om Arthurs zoon ongemerkt naar het veilige onderkomen van heer Kendall burcht te brengen.
Onderweg vonden ze een onderkomen voor de nacht in een alleenstaande schuur. De twee ridders beantwoordden voor zover ze dat van Merlijn mochten, de vragen van de verwarde Parcifal en legden hem het belang van zijn kroning uit. Helaas werd hun gesprek afgeluisterd door een landloper die eveneens in de stal een droog onderkomen dacht te vinden. Hij dacht uit het nieuws van een nieuwe koning munt te slaan en midden in de nacht trok hij naar de burcht van heer Wardon, een roofzuchtig heerschap wiens plannen door een nieuwe koning zouden worden verstoord.
Voor een volle beurs deed de landloper zijn verhaal en met het oog op nog een rijkere buit zette hij met enkele ruiters van Wardon de achtervolging op Parcifal met zijn twee beschermers in.
Onderweg raakte hij het spoor echter bijster en vroeg aan een landbouwersgezin of ze de drie mannen niet hadden opgemerkt. Toen bleek dat de landbouwer hem echter niet verder kon helpen, ontstak hij in grote woede en toonde dreigend zijn zwaard.
Johan, Lancelot en Parcifal waren echter in de buurt en Parcifal greep in. De troonsopvolger en de landloper raakten slaags, maar al vlug bleek de niet geharde jongen geen partij voor de zwerver. Vooraleer Johan en Lancelot konden ingrijpen raakte hij zwaar gewond. Net op het moment dat de genadeslag zou komen, grepen Albar, Baldon en Sligurt, drie rondtrekkende huurlingen, in. Met groots machtsvertoon worden de soldeniers overmeesterd en in paniek tracht de landloper een paard te bemachtigen. Net voor hij aan het strijdgewoel zou ontsnapt zijn, wordt hij achterhaald door een werpmes van Sligurt en valt met een dolk in de rug uit het zadel. Vlak voor hij stierf biechtte hij zijn verraad aan Johan op en gaf de geest…

044. Drie huurlingen

Levinus

Levinus trekt als poppenspeler mee met een groep kermisartiesten.  Wanneer hij Enid en twee soortgenootjes weet gevangen te nemen, gebruikt hij hen als popjes voor zijn poppenshow.  Johan komt achter het kwaadaardige opzet en besluit de vorstin en haar gezellen te bevrijden, maar voor hij tussenbeide kan komen, vlucht Levinus weg.

Linor

De broer van Morban, hij neemt diens plaats in tijdens de kamp om Guinevere maar wordt door Lancelot verslagen.

Liubah

Liubah is een knappe Egyptische prinses die door de tempeliersorde uit de handen van een roversbende bevrijd werd. Zij beschikt over een wonderbaarlijk talent. Liubah kan de toekomst vorspellen aan de hand van een vloeistofoppervlak. Bij die voorspelling heeft ze ook haar eigen dood gezien. Wanneer Gog en Magog opduiken, voelt zij dit aan, alsook de bedreigingen van de Sumerische hogepriesters. Angstig om de voltrekking van haar lot wordt ze kwetsbaar. Dit ontgaat Aaron, de geheimzinnige magiër niet, hij biedt haar aan om haar helderziendheid weg te nemen, zodat haar lot weer open ligt. Wanneer de Scythen, Gog, Magog en de hogepriesters verslagen zijn, keert ze met Johan terug naar de bewoonde wereld om er een nieuw leven op te bouwen.

206. Gog en Magog

Lod

Toen Demoniah uit de onderwereld op een schijnvertoning van de Helse Tuchtraad naar de bovengrond werd verbannen, wachtte deze zwartgemaskerde boeteling haar reeds met zijn kornuiten op. Ze boden de duivelin een boetelingenpij en wapens aan. hierop trokken ze samen met haar verder naar kasteel Kraaiesteyn. Dankzij bedwelmende wierook konden ze een dorp in de nabijheid zonder problemen leegroven, maar Demoniah verklapte Lod dat ze een nog veel groter doel voor ogen had: kasteel Kraaiesteyn zelf. De buit zou Lod mogen delen met zijn makkers, Demoniah zou tevreden zijn met de Rode Ridder, die zich in de burcht bevond.
Het plan lukte. Vermomd als boetelingen werd Lod met zijn groep in het kasteel gelaten, maar Demoniah diende zich aan een wijwaterproef te onderwerpen. Lod had hier echter de oplossing voor en kocht met een beurs goudstukken de kapelaan van Kraaiesteyn om.
In het duister van de nacht trok Lod met de boetelingen door heel de burcht en meende iedereen met verdovende wierook te bedwelmen. Groot was zijn verbazing toen bleek dat de wacht komedie speelde en terug opstond. Johan en heer Rombaut, de burchtheer, werden immers tijdig door Galaxa gewaarschuwd.
In het daaropvolgende strijdgewoel ziet de gemaskerde boeteling hoe zijn manschappen in de pan gehakt worden en met de Rode Ridder op zijn hielen vlucht hij heen. Hij rent doorheen het hele gangenstelsel van de burcht tot hij op Demoniah botst. Zij stond net op het punt om de kamer van Miranda, de zus van heer Rombaut, binnen te dringen. Met haar als gijzelaarster zouden ze immers de toestand meester zijn. Op Demoniahs vraag, blijft Lod in de gang achter om de Rode Ridder zolang mogelijk op te houden. In het daaropvolgende gevecht raakt de ‘boeteling’ zijn masker kwijt en blijkt niemand minder dan de doodgewaande Lodogran van Camelard te zijn!
Ontmaskerd staakt de oude vijand van Koning Arthur de strijd en hoopt dat Demoniah met een gijzelaar het tij nog kan doen keren. Door tussenkomst van Galaxa kon ook zij de situatie niet meer rechttrekken. De duivelin in mensengedaante wordt door de Fee van het Licht onder handen genomen terwijl heer Rombaut recht spreekt over Lodogran.
Reeds ’s morgensvroeg bengeld het lichaam van Lodogran aan de galg op de hoogste toren van kasteel Kraaiesteyn

171. De boetelingen

Lodogran van Cameland

Lodogran is een openlijke tegenstander van Koning Arthur. Hij is tegen de vrijlating van de laten en ziet zijn macht hierdoor aangetast. Hij is tevens de pleegvader van Guinevere, de bruid van Koning Arthur. Hij wil kost wat kost vermijden dat Guinevere Arthur bereikt. Vandaar dat hij Lancelot, die om Guinevere komt kampen wil laten vermoorden. Wanneer dat niet lukt wil hij Lancelot door verraad de kamp doen verliezen. Johan en de geheime gestalte steken hier echter een stokje voor. Ten einde raad stuurt hij een postduif naar Modred, een tegenwerker van Arthur achter de schermen met de vraag Johan, Lancelot en Guinevere te doden alvorens zij Camelot bereiken.

Een uitgebreid profiel volgt later.

Pagina 20 van 34