Algemene informatie6/1999
In kasteel Tintagel leest Merlijn voor het eerst uit zijn geheim dagboek voor. Hij brengt de legende van Camelot weer tot leven. Figuren als Koning Arthur, Guinevere, Lancelot en Hugon de hofnar herleven. Op een dag stormt een zwaargewonde ruiter Camelot binnen. Zijn laatste woorden waarschuwen de koning voor een duivelsplan. Merlijn herkent op de pijl het wapenschild van Aberdare, de heer van Bodwin Moors. Koning Arthur zendt Johan en Lancelot uit om de zaak te onderzoeken. Lodogran, de verrader, weet de jonge ridder Borsos te beïnvloeden en hem aan zijn kant te trekken. Borsos keert zich tegen de Rode ridder en Lancelot.
In het Donkerwoud ontmoet Borsos zijn handlangers, om de Rode Ridder en Lancelot uit te schakelen steken ze het Donkerwoud in brand, in de hoop dat de ridders er in zullen omkomen. Het paard van Johan ruikt echter onraad en waarschuwt onze helden. Johan en Lancelot worden algauw opgeslokt door de vlammenzee, maar weten zich te redden door in een rivier te springen.
De ridders komen ongedeerd in het dorp van Bodwin Moors aan en stoten algauw op de boosaardige bevolking. De mensen van het dorp dragen een vreemd zwart teken op hun voorhoofd. In de herberg lokken de handlangers van Borsos een gevecht uit en komt het tot een handgemeen met Johan en Lancelot. Terwijl de ridders harde klappen uitdelen, staren de dorpsbewoners hen wezenloos aan…
De handlangers van Borsos moeten het onderspit delven en nemen de benen.
Rowena, de dienster in de herberg, vertelt dat haar broer een soldenier is bij Aberdare en het vreselijke geheim ontdekte. Hij vluchtte naar Camelot om de koning te waarschuwen, maar is nooit teruggekeerd. Johan en Lancelot vermoeden dat de zwaargewonde ruiter die Camelot binnenstormde, haar broer was. Rowena vertelt dat Aberdare de bewoners door het zwarte teken willoze slaven maakt, die dag en nacht dwangarbeid uitvoeren. Rowena bleef echter gespaard, omdat ze zich verborgen hield op de zolder van de herberg.
Op dat moment stormen de soldaten van Bodwin Moors binnen en brengen onze helden naar de burcht van Aberdare. Aberdare en Zyronia ontvangen de ridders en presenteren hen een maal. Tijdens het maal, vertelt Aberdare hoe hij Zyronia meebracht vanuit Egypte en pocht over haar kennis van alchemie, handlezen, vergiften, kruiden en mummificatie. Wanneer de Rode Ridder vragen stelt over het zwarte teken, storten hij en Lancelot bewusteloos neer: de wijn die ze dronken bevatte een verdovend middel!
Wanneer de ridders weer bijkomen, bevinden ze zich geboeid in Zyronia's werkkamer. Aberdare wil de Rode Ridder en Lancelot het zwarte teken toebrengen en hen zijn slaven maken.
Borsos is echter ongemerkt het kasteel binnengedrongen, wanneer hij de benarde situatie van Johan en Lancelot bemerkt, steekt hij het kasteel in brand. Terwijl Aberdare de brand probeert te bedwingen, weet Borsos de Rode Ridder en Lancelot te bevrijden. De Ronde Tafel-ridders stoten op hun vlucht op de soldaten van Aberdare en er ontstaat een woest gevecht. Aberdare treft op een laffe wijze Borsos in de rug en dodelijk getroffen vertelt de jonge ridder over zijn verraad en wil de naam van de verrader vrijgeven, maar Borsos sterft nog voor hij de naam kan uitspreken. Aberdare ontvlucht het brandende kasteel, maar komt op zijn weg Rowena tegen. Het paard van Aberdare schrikt, steigert wild en werpt haar ruiter af. Aberdare stort de afgrond in. De vloek van het zwarte teken is gebroken…
Dit is het eerste verhaal van "De Kronieken van Merlijn", waarin figuren uit het verleden weer tot leven komen. Een jammerlijke zet blijkt uit de latere verhalen. Zelfs met populaire figuren uit het verleden weet het verhaal niet echt te boeien.
Misschien juist omdat (alweer) de figuren uit Camelot komen opdagen? In de plaats van nieuwe (moderne) personages te verzinnen die ons kunnen boeien, wordt steeds weer naar Koning Arthur en zijn ridders gegrepen: een gemakkelijk onderwerp?
Mocht de tekenaar nu eens dieper in het verleden graven en bijvoorbeeld een verhaal maken met een jonge Merlijn, toen hij in dienst was van Arthurs vader Uther Pendragon?
Nu ja, klagen blijkt toch niet te helpen, terug naar het verhaal:
Algemene informatie8/1999
"De erfgenaam" is het tweede luik van een ganse reeks verhalen waarin Merlijn voorleest uit zijn oeroude kronieken, uit de tijd van Koning Arthur.
De poppen gaan aan het dansen wanneer een ijlbode uit Frankrijk, Lancelot's geboorteland, in Camelot aankomt. Hij brengt de tijding dat Lancelot's vader weldra zijn laatste adem zal uitblazen, en dat Lancelot op het kasteel "Joyeuse Garde" verwacht wordt om de erfenis in ontvangst te nemen. Al gauw blijkt dat de koerier - Guillaume - een handlanger van de snode Lodogran is, en Lancelot in de val moet lokken. Merlijn betrapt echter Guillaume terwijl hij een gesprek tussen Johan en Lancelot afluistert, en raadt Arthur aan om de Rode Ridder mee te sturen. Zo gezegd, zo gedaan, en dus vertrekken Johan, Lancelot en Guillaume naar Frankrijk. Onze vrienden zijn nauwelijks vertrokken, of de eerste hinderlaag doemt reeds op: een groep gewapende ruiters trekt van leer. Guillaume houdt zich aanvankelijk zeer afzijdig, maar werpt zich ook in de strijd als een detachement lansiers van de koning ingrijpt. Dank zij deze sterke escorte, bereiken Johan en Lancelot ongedeerd de kust.
Aan boord smeed Guillaume al gauw een duister complot met de matrozen, die voor een beurs goudstukken bereid zijn om de ridders in hun slaap te overvallen. In het schemerdonker struikelen ze echter over een koord dat Johan dwars doorheen de kajuit gespannen had, en worden in een oogwenk uitgeschakeld door de geoefende krijgslui. Guillaume wordt eveneens ontwapend, maar rukt zich los en springt overboord. Hij wordt echter al snel opgepeuzeld door een verdwaalde witte haai. Nog is het leed niet geleden voor onze helden, want een snel schip met tot de tanden gewapende woeste krijgers, haalt hen langzaam maar zeker in. Even later breekt de hel los, maar Johan en Lancelot vechten als leeuwen en doen al hun tegenstanders in het zand bijten.
Na dit gewelddadige intermezzo verloopt de reis voorspoedig, en dra staan de Rode Ridder en zijn trouwe vriend op Franse bodem. Drie hinderlagen in 1 etmaal is natuurlijk van het goede teveel, zodat het vermoeden rijst dat iemand Lancelot ten alle prijze uit Joyeuse Garde wil weghouden. Lancelot verdenkt zijn 2 neven, Lionel en Bohort, aangezien deze de erfenis zouden opstrijken als er hem iets "overkomt".
Bij hun aankomst in Joyeuse Garde hangt de vlag reeds halfstok: Koning Ban, Lancelot's vader, is reeds overleden. In het gezelschap van Lionel, Bohort en diens vrouw Vermeille, dalen Johan en Lancelot af naar de crypte om een laatste groet te brengen. Bij het aanschouwen van het lijk van koning Ban merkt Johan dadelijk op dat de man geen natuurlijke dood stierf, maar vergiftigd werd. 's Nachts luistert Johan een gesprek af tussen Lionel, Bohort en Vermeille die onder hun drietjes knus zitten te mijmeren over de moord op Koning Ban, en afspreken om Johan en Lancelot hetzelfde lot te laten ondergaan tijdens het ontbijt.
De volgende morgen komt de griffier aan op Joyeuse Garde om de documenten op te stellen die van Lancelot de nieuwe kasteelheer maken. Als dat geregeld is, beschuldigt Lancelot in het openbaar zijn neven van de moord op Koning Ban. Met het zwaard in de vuist dwingt Lancelot Bohort om de beker wijn die hij hem aanbood zelf uit te drinken. Bohort ziet geen uitweg meer, en drinkt het giftige goedje op. Hierop valt Lionel Lancelot aan, maar loopt zich te pletter op diens zwaard. Even later gooit Vermeille zich van de meestertoren in de diepte, en is Lancelot's wraak voltooid. Daarna kan de ridder met een gerust gemoed terugkeren naar Camelot.
Het enige leuke aan dit "avontuur" is dat men iets meer te weten komt over Lancelot's afkomst, maar de verhaallijn zelf is van een zeer bedenkelijk niveau. Eventjes afluisteren en het postduivenhok doorzoeken levert voldoende bewijzen op om de 3 samenzweerders (die reeds zeer vroeg in het verhaal door Lancelot verdacht worden omdat het "nietsnutten" zijn) een collectieve zelfmoord op te dringen.
Algemene informatie10/1999
De Naamloze Ridder is een verhaaltje dat zich situeert in de reeks "Merlijn leest in de kronieken van Koning Arthur …". Er werd in die tijd een tornooi georganiseerd te Camelot, en natuurlijk bereiken Johan en Lancelot, 's konings beste ridders, de finale. Even wordt er een toespeling gemaakt op de "affaire" tussen Lancelot en Guinevere, als de koningin hem haar sluier geeft, aldus Lancelot kronend tot haar favoriet.
De finale wordt echter in de war geschopt door het verschijnen van een ridder in zwarte uitrusting, die een uitdagende houding aanneemt. Lancelot wil hem mores leren, maar de bliksemende ogen en de oorlogsspeer van de onbekende worden hem noodlottig. Een verwittigd man is er twee waard, en Johan weet zich tegen de lichtflitsen te beschermen door zijn schild voor zijn ogen te houden. Even later wordt de Naamloze Ridder uit het zadel gelicht door Johan's (stompe) tornooispeer.
Allerminst gehinderd door zijn zwaar harnas, springt de Naamloze weer recht en slingert zich kwiek weer in het zadel. Na nog een aantal bedreigingen aan het adres van Koning Arthur geuit te hebben, vertrekt hij spoorslags. Nu Lancelot in de ziekenboeg ligt, komt Johan de zware taak toe om de vijand op te sporen en te identificeren. Alhoewel, zo onoverkoombaar blijkt die opgave nu ook weer niet, want de kristallen bol van Merlijn onthult op eenvoudige aanvraag de schuilplaats van de booswicht(en).
Johan vertrekt spoorslags naar de door de kristallen bol aangegeven grot, en stoot daar inderdaad op de Naamloze Ridder. Na een kort gevecht - waarbij de Naamloze nogmaals het truukje van de lichtgevende ogen uittest - wordt de Rode Ridder van langs achter neergeslagen door de opdrachtgever van zijn naamloze tegenstander, die over een ganse resem occulte krachten blijkt te beschikken.
Plots voelt Johan een koud lemmet zijn boeien doorsnijden, en zonder dralen grijpt hij zijn zwaard. De magiër reageert echter terstond en laat een deel van de zoldering instorten, waardoor de Rode Ridder ingesloten wordt. Nu hij toch gevangen is, heeft Johan tijd om zijn redster te bekijken. Naar aloude gewoonte is deze dame al even adembenemend mooi als schaarsgekleed en stelt zich voor als een medewerkster van de fee Morgana.
Dan volgt er weer een "kristallen bol scene" (want ook boosaardige tovenaars beschikken over deze radar-avant-la-lettre) : de schurken van dienst worden namelijk gewaarschuwd voor een aanstormend ridderleger en pakken hun biezen. De ridders (met Merlijn op kop) vinden de grot verlaten en treffen tot hun grote tevredenheid de Rode Ridder ongedeerd terug. Na de terugkeer in Camelot voorspelt Merlijn nog eens snel hoe het verhaal zal aflopen, wat de geïnteresseerde lezer meteen het aankopen van de vervolgstrips bespaart. Gelukkig maar!
De verhaallijn van deze strip is flinterdun, en kan in feite als volgt samengevat worden : booswicht verschijnt - booswicht vlucht - Johan vindt stouteriken - stouteriken vluchten weer.
Vooral de overdosis aan kristallen bollen en andere poes pas zorgen ervoor dat dit verhaaltje werkelijk niets om het lijf heeft - naar analogie van de oogverblindende schone die Johan zoals gewoonlijk tegen het lijf loopt. Hierdoor is deze strip zo ongeveer de zwakste van de reeks, en een prachtvoorbeeld van de bloedarmoede die deze - ooit uitmuntende - reeks getroffen heeft.
Algemene informatie12/1999
Merlijn herleest een hoofdstuk uit de kronieken van de Ronde Tafel ... Op een nacht breekt een hels onweer los boven Camelot. Een inslaande bliksem vernietigt een eeuwenoude woudreus, waardoor een verborgen doorgang tussen de bomen zichtbaar wordt. De volgende morgen ontdekken Johan en Lancelot de doorgang tijdens een inspectietocht in het woud. Ze besluiten een onderzoek in te stellen en betreden - op alles voorbereid - het geheime pad. Na een tijdje stoten ze op een geheimzinnige rotsformatie, die de Rode Ridder doet denken aan de rugpantsers van een draak. De ridders stellen een uitgebreid onderzoek in, en vinden onder de rots een groot aantal mensenschedels, waarvan sommige een sterk verschillende vorm hebben. Johan hakt een stuk rots af en stopt enkele schedels in zijn zadeltas om alles te laten onderzoeken door Merlijn.
Op de terugweg naar Camelot worden Johan en Lancelot echter aangevallen door een sterk detachement ruiters. Met de moed der wanhoop binden onze helden de strijd aan, en eens te meer eisen hun geoefende zwaarden een zware tol. De overmacht is echter te groot en de ridders slagen er niet in om de omsingeling te doorbreken. Plots weerklinkt echter hoorngeschal aan de rand van het woud, en de ruiterij van Camelot verschijnt op het slagveld. Baldur, de uil van Merlijn, was de ridders immers gevolgd en was naar Camelot teruggevlogen om de cavalerie te alarmeren. Bij het zien van deze versterking kiezen de aanvallers wijselijk het hazepad.
Merlijn sluit zich urenlang op in zijn studeerkamer om de meegebrachte voorwerpen te onderzoeken. Daarna roept hij Koning Arthur, Guinevere, Johan en Lancelot bijeen in de ridderzaal en geeft een uitgebreide spreekbeurt over zijn ontdekkingen. Duizenden jaren geleden lokten oermensen een 'draak' (op het eerste zicht een stegosaurus) in een valkuil. In het daaropvolgend gevecht werden heel wat jagers gedood (wat de neanderthal-schedels op die plaats verklaart). Uiteindelijk sneuvelde de dino, en fossileerde in de loop van de eeuwen, zodat een 'rots' onstond in de vorm van een drakenrug. Duivelsaanbidders en ander onguur tuig gebruikten de plek eeuwenlang om mensenoffers aan hun afgoden te volbrengen. Maar de belangrijkste conclusie volgt nog : de drakentanden bezitten een magische eigenschap. Gemalen en vermengd met ambrozijn verschaffen ze een bovenmenselijke kracht. De ruiters die Johan en Lancelot aanvielen hadden blijkbaar als opdracht de drakentanden te bemachtigen.
Lodogran, de verrader, staat echter aan de deur te luistervinken en besluit op eigen houtje de tanden te bemachtigen voor zijn opdrachtgeven Kerwyn, de Magiër. Op zijn tocht naar het drakengraf ontmoet hij de rovers die eerder faalden om de tanden te bemachtigen, en hij besluit hen een nieuwe kans te geven. Ditmaal ontmoeten ze geen nieuwsgierige ridders, en in een mum van tijd hebben ze in de allerbeste tandartstraditie de draak ontdaan van alle melktandjes.
Begeleid door Krauw, de sprekende kraai van Kerwyn, gaan Lodogran en zijn kompanen op zoek naar de verblijfplaats van de magiër, diep verscholen in de moerassen. Eens ter plaatse, overhandigen ze de tanden aan Kerwyn, die onmiddellijk aan de slag gaat om de toverdrank te bereiden. Het brouwsel wordt toegediend aan de krijgers en deze vertonen inderdaad een verbluffende krachtstoename.
Ondertussen is een sterke delegatie Ronde Tafelridders bij het drakengraf verschenen, waar ze kunnen vaststellen dat de vogels (in casu de drakentanden) reeds gevlogen zijn. Veel tijd om te bekomen van deze vaststelling hebben de ridders echter niet, want de Kerwyn's horde brute krachten valt hen op de nek, en Lancelot's paard vliegt hen letterlijk om de oren. Al snel blijkt dat ze geen partij zijn voor deze wildebrassen, zodat ze overhaast de terugtocht richting Camelot aanvatten. Daar aangekomen brengen ze in allerijl alles in gereedheid voor een beleg. De aanvallers laten zich echter niet tegenhouden door het stevige traliewerk, en dringen Camelot binnen. Daar wacht hen echter een gruwelijke dood, want het kokend pek wacht hen op...
Een drietal schurken worden niet gefrituurd, en dringen dieper door in Camelot. Daar stuiten ze echter op Arthur, die hen opwacht met Excalibur in de vuist. Excalibur beschrijft 3 dodelijke cirkels en de stilte van de dood daalt neer over Camelot.
Het verhaal van de jacht op de Stegosaurus (die natuurlijk al miljoenen jaren uitgestorven was toen de mens op aarde verscheen, maar een kniesoor die daarover valt) en het gebruik van het fossiel als offerplaats is zeer goed gevonden. De finale van dit album, is echter zeer mager. Na alle moeite die men zich getroost om de tanden te veroveren, blijkt het effect van de magische drank zeer mager. Toegegeven de aanvallers kunnen er zeer hoog en zeer ver door springen, maar enig tactisch vernuft heeft het hen niet opgeleverd, want de aanval op Camelot is op zijn zachtst uitgedrukt zeer chaotisch. Bovendien lopen ze met open ogen de frituurolie in. Een gemiste kans na een uitstekende start ...
Algemene informatie2/2000
Merlijn blikt vol weemoed terug op de goeie ouwe tijd, toen Arthur regeerde aan de zijde van zijn schitterend vrouwtje, Guinevere.
Een woeste bende plunderaars (Picten en Scoten) zijn Noord-Brittanië binnengevallen en brandschatten de streek. Eens te meer zijn ze een rustig dorpje aan het uitmoorden, als de plaatselijke dorps-miss weet te ontkomen en in de richting van de moerassen vlucht. Al zwemmend tracht ze haar achtervolgers te snel af te zijn, maar één van de barbaren sleurt het arme meisje bij de haren uit het ondiepe water. Dit is natuurlijk een prachtig moment voor de Rode Ridder om tussenbeide te komen en de snoodaard proeft al gauw van Johan's lemmet. Onder de goedkeurende blik van Lancelot rekent Johan nog even snel af met de rest van het kwartet barbaren, en daarna wordt de terugtocht naar Camelot aangevat. Koning Arthur ontvangt het geredde meisje - Anyssa genaamd -
in audiëntie. Van zodra het gezelschap op de hoogte gebracht is van de plunderende horde, stuurt Arthur ijlbodes naar zijn leenmannen om een ridderleger op de been te brengen. Zodra de troepenmacht sterk genoeg is, rukt men op naar het noorden om de invallers een lesje te leren.
Johan en Lancelot krijgen het bevel over de voorhoede en rijden uit om de vijand op te sporen. Net voor ze een smalle bergpas willen binnenrijden, worden ze echter tegengehouden door Anyssa, die op eigen houtje Camelot ontvlucht is en de ridders op de hoogte brengt van een hinderlaag. Op de steile hellingen zit immers een detachement barbaren te popelen om het koningsleger te bedelven onder zware rotsblokken. Johan laat meteen de boogschutters aanrukken en in een mum van tijd worden de vijanden weggeveegd door een regen van pijlen.
De voorhoede raakt aldus ongeschonden doorheen de bergpas, maar ziet zich nu geconfronteerd met het voltallige leger van Picten en Scoten, dat zonder dralen de aanval inzet. Terwijl Johan en zijn gezellen met de moed der wanhoop standhouden tegen de overmacht, donderen de ridders van de koning door de bergpas, en storten zich op de verenigde legerscharen van de vijand. Deze worden onweerstaanbaar teruggedrongen, maar weten net op tijd hun reservetroepen in de strijd te werpen. Deze meesterlijke zet dreigt de kansen te doen keren, ware het niet dat ook Arthur nog een fameuse troefkaart achter de hand heeft : zijn oude krijgsmakker koning Pellinore anticipeert op de flankaanval en jaagt met zijn ruiters de nieuwkomers op het slagveld uiteen. Meteen is de slag beslist en de zegevierende troepen keren terug naar Camelot.
Deze strip is verre van kwaad temeer hij verscheidene historische feiten bevat en de hocuspocus tot een minimum herleid is (de vijand wordt met het naakte lemmet verslagen en niet door Merlijn omgetoverd in zoutpilaren !). Zo zijn de invallen van plunderende volken in het noorden van de Britse eilanden een vaak terugkerend verschijnsel in de periode vlak na de Romeinse bezetting van Groot-Brittanië (m.a.w. tijdens de legendarische regeerperiode van Arthur). Op het einde van de strip haalt Merlijn zelfs nog eens aan dat Koning Arthur qua strategie zijn mosterd haalde bij de Romeinse "cataphracti" (zware cavalerie).
De enige "schandplek" op deze strip is dat na een tijdje blijkt dat het Kerwyn de Magiër is die de Picten en Scoten verenigd blijkt te hebben, en die enome troepenmacht eventjes inzet voor zijn persoonlijk doel. Al is het natuurlijk zeer de vraag of een barbarenhorde zo maar eventjes zal staan springen voor één of andere snuiter in een zotskap.
Conclusie : als je eventjes de ogen sluit voor de plaatjes waar Kerwyn opduikt, is deze strip best te pruimen, en hoort hij thuis in de reeks van de betere veldslagverhalen, zoals daar zijn De Laatste Droom, Drie Huurlingen, De slag van Woeringen, De Wilde Horde, In de schaduw van de Thugs, …
Algemene informatie4/2000
Merlijn herleest één van zijn kronieken uit de tijd van koning Arthur. Het betreft een verslag van een gebeurtenis uit de prille beginperiode van de regering van Arthur, toen hij nog niet getrouwd was met Guinevere. Koning Arthur bezoekt Vincentius, een oude krijgsmakker die een klooster gesticht heeft om de gevallen medestrijders van de koning te herdenken. Even later arriveert ook Lodogran, met zijn stiefdochter Guinevere, die de weken voorafgaand aan het huwelijk in bezinning zal doorbrengen in het zwarte klooster. Na een onderhoud onder drie ogen (Vincentius verloor een oog in één van de veldslagen van Arthur), vertrekt de koning naar Camelot.
Lodogran smeed echter snode plannen en neemt contact op met Kerwyn de Magiër. Deze stuurt prompt een sluipmoordenares, vermomd als zuster Angelina, naar het klooster om Arthur te treffen in wat hem het dierbaarst is : Guinevere. Met behulp van een valse bisschoppelijke aanbevelingsbrief geraakt Angelina voorbij de naiëve portier, en krijgt een slaapplaats in het klooster.
Ondertussen heeft Merlijn onraad geroken, en hij stuurt Johan en Lancelot, vermomd als monnik, naar het klooster. Na een kort treffen met een bende huurlingen die het klooster omsingeld houden, bereikt het tweetal hun doel, en melden zich aan bij Vincentius. Ondanks hun vermomming ziet hij dadelijk dat Johan en Lancelot Ronde Tafelridders zijn en heet hen van harte welkom. Als hij even later te horen krijgt dat de portier zonder zijn medeweten een onbekende zuster toegelaten heeft in het klooster, ontsteekt hij in woede en trapt de deur in van Angelina's kamer. Er is echter niets verdachts te vinden in haar reistas, zodat ze mag blijven. Haar wapenarsenaal, bestaande uit een gifspin en dito slang en een blaasroer, was echter verborgen onder het beddegoed, en Angelina besluit tot actie over te gaan.
Lancelot krijgt de gifspin in zijn nek, maar kan op het nippertje gered worden door de kruidenspecialist van de abdij. Even later kijkt ook Johan de dood in de ogen, als hij moet afrekenen met een gifslang, die in een fruitmandje binnengesmokkeld werd in Guinevere's kamer. De Rode Ridder wordt gebeten, maar redt zich het vege lijf door de wonde open te snijden, zodat er geen gif in zijn bloedsomloop terecht komt. Johan en Guinevere beginnen stilaan Vincentius te verdenken, aangezien deze aangewezen was om Guinevere's kamer te bewaken.
Nu beide ridders gedeeltelijk uitgeschakeld zijn, rept Angelina zich naar de poort van het klooster om haar handlangers (de huurlingen die het klooster omsingeld houden) binnen te laten. Deze denken het klooster even snel te kunnen overrompelen, maar dit is zonder de kloosterbroeders gerekend, die in een vorig leven strijdmakkers van Vincentius waren. Een detachement rovers is intussen tot aan Guinevere's kamer doorgedrongen, maar stuit daar op Vincentius zelf, die dood en verderf zaait in hun rangen. Als dan Johan en Lancelot even hun kwaaltjes vergeten en de kloosterbewoners ter hulp snellen, is het pleit snel beslecht.
Tijdens het gevecht herkennen de ridders echter plots het zwaard dat Vincentius hanteert : Excalibur ! En inderdaad, Vincentius en Arthur hebben tijdens hun onderhoud hun rollen omgewisseld. Dankzij een glazen oog, ontworpen door Merlijn, nam Vincentius plaats op de troon, terwijl Arthur in het klooster achterbleef om zijn teerbeminde te beschermen.
"Het klooster van de dood" is een recht-toe-recht-aan strip, zonder verrassingen of plotwendingen. De sluipdoodster krijgt nagenoeg zonder boe of ba toegang tot het klooster, voert een tweetal moordpogingen uit (een spin in Lancelot's nek en een slang in Guinevere's fruitmandje), en zet vervolgens de kloosterpoort open. Een bende rabauwen stroomt naar binnen, maar wordt prompt in de pan gehakt. Als toetje blijkt Merlijn de uitvinder van het glazen oog te zijn.
Algemene informatie6/2000
Nogmaals herleest Merlijn een der episoden uit zijn kronieken. In die dagen in Aberaye Bay, vroeger een welvarend visersstadje, maar nu vervallen en verlaten, komen de nachtridders (met onder hen Niemand "de naamloze ridder " en Azizah, de dochter van Kerwyn) tesamen, met aan kop, wie anders, Kerwyn de magiër. Ze hebben Aberay Bay helemaal omgebouwd volgens Kerwyn's plannen naar een ondergronds kasteel en het water wordt in bedwang gehouden door een stel sluizen. Het plan van Kerwyn bestaat uit ontvoeringen, aanslagen en terreurdaden (gelukig bestonden er toen nog geen vliegtuigen) die het gezag van koning Arthur zullen ondermijnen en het hem onmogelijk zullen maken om te regeren.
Maar raad eens, natuurlijk zit onder de nachtridders ook een spion van koning Arthur, Sir Bedivere. Hij verstuurt een verslag met een postduif, Kerwyn betrapt hem, maar de duif vliegt verder. Te Camelot leest Merlijn de "special service"-post en ontbiedt onmiddellijk Johan en Lancelot en stuurt ze erop af. Ondertussen te Aberaye Bay arriveert Lodogran (een hooggeplaatste uit het hof van Arthur die een grote haat koestert jegens Arthur) met Annibas: een minstreel, acrobaat en goochelaar. Ze bieden hem een schat aan als hij de wensen van Kerwyn vervult: een aanslag op Arthur (door middel van een "bom-bal" tussen zijn goochelballen).
Maar Sir Bedivere heeft alles gehoord, en een beetje later bevrijden Johan en Lancelot hem. Lancelot en Bedivere staan klaar om te vertrekken naar Camelot, maar Azizah ziet hen en schiet Bedivere met haar kruisboog neer. Lancelot laat zijn paard op Azizah steigeren waarbij zij om het leven komt. daarna verzorgt hij Bedivere, die zwaargewond is geraakt.
Ondertussen zijn de nachtridders aan een flink drinkgelag bezig in hun ondergrondse schuilplaats. Dan saboteert Johan de sluizen, en de dronken nachtridders verdrinken als ratten in de val. Kerwyn en Niemand kunnen echter ontkomen. Daarop vertrekt de Rode Ridder naar Camelot, terwijl Lancelot bij de gewonde Bedivere achterblijft.
Juist wanneer hij aankomt is hij getuige van een zware ontploffing die een bres slaat in de kasteelmuur waarbij een grote steekvlam naar buiten schiet. Johan komt schreeuwend binnen "Mijn God! Het is te laat! Alles is verloren! Arthur! ARTHUR!" Maar als Johan de troonzaal binnenstormt, ziet hij het verminkte lijk van ... Annibas. Merlijn was op de hoogte van de aanslag door het raadplegen van de sterren en waakte over de koning. Dan verwijt Johan Lodogran meegewerkt te hebben aan dit duivels plan, Maar hij ontkent en Arthur blijft Lodogran zijn vertrouwen schenken.
Een spannend verhaal als je het leest, maar ze mogen het Johan en Lancelot iets moelijker maken! Ze dringen de burcht in zonder tegenslag, het word hun te makkelijk gemaakt! Maar anders een heel mooie spannende strip. Ten laatste wil ik nog zeggen dat de inkleuring iets minder is, soms heeft Azzizah ander haar enzovoort. Ietsje beter inkleuren dus!
Algemene informatie8/2000
In deze episode uit de kronieken van Merlijn vindt Johan het wrak van een Vikingschip dat op de Engelse kust te pletter is geslagen. Aan boord bevindt zich slechts een vogel. Wuiten, de sprekende Vlaamse Gaai. Wuiten waarschuwt Johan voor een bende Vikings die in zijn vaderland dood en verderf zaaien. Daarop varen de Rode Ridder en Wuiten naar het Dijkenland in Vlaanderen.
Vermomd als visser bespiedt Johan de woeste Noormannen. Daarbij redt hij een meisje, Hannah, uit de klauwen van deze woestelingen. Tevens komt hij te weten dat Thorwald, de vikinghoofdman, onoverwinnelijk is vanwege een geheim wapen. Thorwald is bepaald niet zachtzinning en dood enkele van zijn krijgers die liever met de reeds vergaarde schat naar huis terug willen. Johan is ondertussen het Vikingkamp binnengeslopen maar wordt ontdekt. Ternauwernood kan hij ontsnappen maar Thorwald wil hem tot elke prijs vangen.
Hannah en de Rode Ridder hebben inmiddels een schuilplaats gevonden in het kasteel Moerzeke van Hertog Albrecht. De Noormannen vermoeden dat de vluchtelingen zich daar ophouden maar durven het kasteel niet aan te vallen. In plaats daarvan sluipt een groepje naar binnen. Maar Wuiten, die boven het Vikingkamp rondvloog, weet de kasteelbewoners tijdig te waarschuwen. De binnendringers worden door Johan en de Albrecht's soldeniers gevangen genomen. De Rode Ridder besluit de Vikings persoonlijk bij Thorwald af te leveren en de confrontatie met hem aan te gaan. Thorwald blijkt dan toch niet onoverwinnelijk.
Als Hertog Albrecht en zijn soldeniers ook nog een aanval op het Vikingkamp uitvoeren, vluchten de overgebleven Vikings in paniek weg. Hun schat zinkt met in een brandend schip naar de bodem van de Schelde. Het Dijkenland is gered en Johan trekt weer verder. Wuiten heeft inmiddels een vrouwtje en een nestje gebouwd.
Dit album is helaas niet zo sterk. Om te beginnen speelt de vervloekte schat maar een heel klein rolletje in het verhaal. De magische bijl van vikinghoofdman Thorwald is goed gevonden - typisch 'Rode Ridder'. Maar er wordt weinig mee gedaan.
De spanning van een bende plunderende vikings komt niet echt over. De sprekende vlaamse gaai Wuiten is goede vondst. En de verwijzing naar Johan's vaderland waardeer ik wel. Maar dat nestje aan het eind, mwah.
De rest van het verhaal is eingelijk te eenvoudig, te recht-toe-recht-aan om echt spannend te zijn. Johan sluipt het vikingkamp binnen en er vallen klappen. Ook is het jammer dat de verschillende personages niet de kans krijgen zich te ontwikkelen. Het blijven een beetje figuranten.
Algemene informatie10/2000
Wederom bladert merlijn door zijn kronieken :
Na een hevige storm, verkent Johan de kuststrook. Hij bemerkt de wrakstukken van een koopvaardijschip en treft er een overlevende aan. Het is een man van Oosterse afkomst, alvorens het bewustzijn te verliezen prevelt hij nog iets over een ivoren kistje dat op de zeebodem ligt. Johan brengt de man ter verzorging naar Camelot, waar Merlijn zich over hem ontfermt. Wanneer de man weer bij bewustzijn komt, stelt hij zichzelf voor als El Haddin. Hij beweert op de vlucht te zijn voor zijn vijanden, die op het ivoren kistje uit zijn. Nogmaals vraagt hij Johan het kistje te gaan zoeken. Johan stemt toe en vertrekt samen met galahad, sir Bedevere en Lancelot. De ridders zijn amper vertrokken en merlijn benadert El haddin. El haddin begrijpt dat hij Merlijn niets geheim kan houden en vertelt dat hij Aladddin is, een legendarische figuur die meer dan 1000 jaar oud is. Het ivoren kistje bevat de bron van zijn eeuwige leven.
Ondertussen zijn de ridders op de plaats van de schipbreuk, en duikt Johan naar het wrak. Een vreemde gloed loodst johan naar de kapiteinshut, die door een omgevallen mast ontoegankelijk is. Met behulp van een touw en zijn kompanen lukt het hem toch de hut in te geraken en het kistje mee naar de oppervlakte te brengen.
Eens aan de oppervlakte manen zijn vrienden hem aan snel te vertrekken omdat een eenmaster snel de kust nadert. Ze gaan op weg naar de paarden, maar worden plots aangevallen door een verkenningsgroep van het schip. Na een verbeten strijd kunnen ze toch naar de paarden doorbreken en ontsnappen.
Aan boord van het schip is de angstaanjagende, mummieachtige leider van de Arabische krijgers furieus, hij laat de overblijvende krijgers in zee gooien en laat de koers van zijn schip wijzigen omdat hij de confrontatie met Merlijn niet aandurft.
Te camelot opent merlijn ondertussen in het bijzijn van Johan en zijn vrienden het kistje, waarin een koperen lamp blijkt te zitten. Johan neemt de lamp vast, waarop een enorme energiestoot de aanwezigen achteruit werpt, centraal in het vertrek staat Johan met de lamp. Uit de lamp stijgt plots de beeltenis van een djin op. De geest uit de lamp verklaart dat Johan vanaf nu zijn nieuwe meester is omdat hij de lamp redde uit het scheepswrak. Alvorens merlijn zijn toverstaf kan gebruiken is de lamp er met johan vandoor.
Hierop verteld Aladdin de waarheid aan Johan’s vrienden. De levende mummie is een ander personage uit duizend en één nacht , de Afrikaanse tovenaar. Deze ontvoerde Aladdin’s vrouw Boroeboedoer. Aladdin had gezworen nooit meer beroep te doen op de Djin uit de lamp in ruil voor het eeuwige leven. Het is nu aan Johan om met de Afrikaanse tovenaaraf te rekenen.
Een blik in Merlijn’s glazen bol laat het schip met de Afrikaanse tovenaar en Boroeboedoer zien. Het gaat allemaal goed met Aladdin’s vrouw. Ondanks haar voortdurende weigering om met de tovenaar te huwen. Hij geeft haar echter nog maar 3 dagen bedenktijd, alvorens ze een pijnlijke dood zal sterven. Vervolgens toont Merlijn Johan, die inmiddels in de Afrikaanse woestijn in een prachtig paleis ontwaakt. De geest in de lamp neemt de gedaante aan van een mooie vrouw, Djinny. Ze vraagt Johan een wens te doen. Johan wenst terug te gaan naar Camelot, wat Djinny weigert omdat ze dat te gevaarlijk vindt.
Hierop vertrekken merlijn en Aladdin op een vliegend tapijt richting Afrika. Onderweg komen ze het schip met de Afrikaanse tovenaar tegen. Een door merlijn veroorzaakt onweer moet zijn schip vertragen. De Afrikaanse tovenaar zweert wraak te zullen nemen en zwaait met een klein flesje met zandkorrels, volgens hem het instrument van zijn wraak. Boroeboedoer beraamt een plan om hem dit flesje afhandig te maken.
Merlijn en Aladdin zijn ondertussen in Afrika geland, en trekken te voet verder. In haar paleis tracht Djinny het Johan ondertussen naar zijn zin te maken. Johan vraagt Djinny ondertussen wat ene Djinn is, hij krijgt er een zeer duidelijk antwoord op. Het waren oorspronkelijk onsterfelijke wezens die in het hemelrijk woonden. Omdat ze onpartijdig bleven tijdens de strijd tussen licht en duisternis werden ze verbannen naar de aarde om er te dolen als natuurgeesten. Sommigen boden hun diensten aan de mensen aan, zoals Djinny dus deed! Hierop trekt ze zich terug in de lamp, en wacht tot Johan over de lamp wrijft. Het teken voor Merlijn om naar het paleis op te trekken. Eerst moeten Merlijn en Aladdin een vuurzee trotseren, een illusie blijkbaar, vervolgens worden ze aangevallen door enorme krokodillen. Een verwijzing met zijn toverstaat volstaat voor merlijn om de krokodillen om te toveren in boomstammen. De hereniging met Johan is een feit.
Merlijn raadpleegt nu zijn ring om de situatie van Boroeboedoer in te schatten. Zij heeft blijkbaar voor de mummie gekozen en ontfutselt hem het glazen flesje. De Afrikaanse tovenaar heeft dit snel door en wordt furieus. Eensklaps vliegt zijn schip door de lucht richting Merlijn en Johan. Het moment is gekomen om over de lamp te wrijven, Djinny verschijnt. Djinny is bereid om Aladdin te helpen zijn vrouw te bevrijden, ze zal daarvoor samenwerken met Merlijn. De Afrikaanse tovenaar strooit ondertussen het zand uit het flesje op de grond, er verschijnt een enorm leger voor hem, waarmee hij de aanval op het paleis inzet. Het leger stopt echter en blijft verschrikt staan, een reuzengrote Johan veegt de grond met ze aan. Het leger slaat op de vlucht maar komt Merlijn tegen, die zijn magie gebruikt om het leger door de lucht te laten opzuigen.
In het kamp van de Afrikaanse tovenaar is er eentje ziedend van woede. Plots wordt de mummie opgeschrikt door een stem die hem tot zich roept. De mummie gaat de tent binnen van waaruit de stem kwam, hij treft er een evenbeeld van zichzelf aan. Deze andere mummie slaat de Afrikaanse tovenaar knock out. Vervolgens haalt hij de zwachtels van zijn gezicht. Het is niemand minder dan Aladdin. Er volgt een vreugdevol weerzien tussen Boroeboedoer en Aladdin. Enkele ogenblikken later wordt de Afrikaanse tovenaar verteerd door vuur.
De lamp van Aladdin behoort Aladdin weer toe, Johan en Merlijn vertrekken huiswaarts op het vliegende tapijt.
Hoewel dit album bij de kronieken behoort, treffen we er geenszins de personages Kerwyn en Niemand aan. Een pluspunt. Deze bewerking van het overbekende sprookje leest vlot en is bij momenten zeker geen slechte fantasy. Geen topalbum, verre van zelfs. Tussen de eerste maal dat ik het album las en het moment dat ik deze bespreking schrijf zijn ongeveer 5 jaar verlopen. Deze tijd was nodig om me over de kronieken-periode heen te zetten. Het herlezen bevalt me dus veel beter.
Qua ingrediënten is het een klassieker; enkele bloedmooie vrouwen, een aartslelijke schurk en een handvol helden dat vastberaden elke uitdaging aangaat. Ware dit een tweeluik geweest, dan had er een potentiële topper ingezeten. Met name de strijd tussen de Afrikaanse tovenaar en Merlijn/Djinny had beter uitgewerkt moeten worden.
Toverkunst lost alles op in een paar ogenblikken.
Alle lof voor Biddeloo’s idee het bekende sprookje te gebruiken. Zoals steeds ontbrak het de man niet aan goede ideeën. Het zijn echter de beperkingen qua aantal bladzijden die hem dit keer de das hebben omgedaan.
Het tekenwerk is zoals wel vaker het geval is zeer afwisselend. Mooie vrouwen, maar een scheve koepel aan het paleis van Djinny.
Algemene informatie11/2000
Wederom blikt Merlijn terug in zijn kronieken. Ditmaal begint het verhaal bij twee krijgers die moeizaam door een uitgestrekt moerasgebied trekken. Zij zijn op weg naar hun nieuwe meester die zich schuilhoudt in een goed bewaakt gebied, waar het wemelt van de valstrikken. De twee krijgers bereiken een brug waar ondanks de vele waarschuwingen een van de krijgers zijn geduld niet kan bewaren en zijn dood tegenmoet rijdt.Dan verschijnt de meester die niemand minder dan Heer Kerwyn blijkt te zijn. Samen gaan ze terug naar hun schuilplaats, een vierkante toren middenin een moerasgebied.
Aan de overgebleven krijger Chizzo doet hij uitvoerig verslag van zijn plannen. Het blijkt dat Chizzo in de rol van ronselaar al vele krijgers bij Kerwyn heeft gebracht. De geduchte strijdmacht moet de nieuwe Orde van de Nachtridders worden, die als vanouds een hoop ellende moet zaaien in Arthurs koninkrijk. Bovendien ontmoeten we ook oude bekenden Lodogran en Niemand, die als rechterhand van Kerwyn zijn plannen moeten uitvoeren.
Kerwyn, blijkbaar van alle markten thuis, heeft nog meer snode plannen; in zijn toren heeft hij een laboratorium gebouwd, waar hij met experimenten zijn dode dochter Azizah weer tot leven weet te wekken. Deze ontwaakt met ongekende krachten, maar haar geheugen laat haar in de steek.
Enkele dagen later bereikt de ellende ook Camelot; vluchtelingen uit alle windstreken melden zich aan de deur. Merlijn weet raad en stuurt Johan en Lancelot op pad om de golf van terreur te onderzoeken. Zij zullen zich vermomd als huurlingen laten ronselen door Chizzo, die weer nieuwe aanwinsten zoekt. Na de bekende testen mogen Johan en Lancelot zich aanmelden, en ze ontmoeten ook de uit de dood herrezen Azizah. Johan en Lancelot komen haar bekend voor, maar ze weet gelukkig niet waarvan. De groep vertrekt terug naar het schuiloord van Kerwyn.
Onderweg redden onze helden het leven van Azizah, die daar erg dankbaar voor is. Chizzo is bang voor z'n job, en probeert zich te ontdoen van onze helden. Dit mislukt omdat Johan en Lancelot gebruik maken van Merlijns geheime wapen: een drankje dat hun tijdelijk onmetelijk sterk maakt. Inmiddels is wel iedereen gealarmeerd, en de nachtridders trekken het moeras in om de ridders te zoeken. Deze sluipen echter het kasteel in stichten daar brand.Een verwoede strijd ontstaat, en Johan en Lancelot weten terug te geraken bij hun paarden. Azizah blokkeert echter de doortocht, maar na een kort overleg besluit ze de ridders te laten gaan. Terug op Camelot laat Arthur een grote strijdmacht uitrukken, maar zij vinden niemand bij de gehavende toren in het moeras. Kerwyn en zijn nachtridders zijn gevlogen...
Ondanks een goede start blijft het verhaal halverwege zelf ook in het drijfzand steken... De introductie van de nieuwe Orde van de Nachtridders, die eindelijk eens een serieuze tegenhanger van de Ronde Tafel zou kunnen worden, greep meteen mijn aandacht. Voor mij zag ik een mooi uitgangspunt dat goed uitgewerkt zou kunnen worden. Helaas weer een losse flodder, want op het moment dat Johan en Lancelot komen opdraven wordt er door de twee heren in pakweg acht pagina's weer een (voorlopig) einde gemaakt aan deze dreiging. Iets dat ook de vorige albums de parten speelt. Waarom nou toch altijd zo simpel? Maak het Johan en de Ronde Tafel toch wat moeilijker, geef het verhaal meer diepgang en werk het uit over meerdere albums is mijn advies!
Dat het verhaal geforceerd in één album moet passen zie je dan ook terug in de details van het verhaal. Merlijn is daarbij altijd een geweldig hulpmiddel; hij heeft zoals altijd wel een drankje of een zalfje paraat zodat de ridders in staat zijn de dreiging binnen een minimum aantal pagina's weg te werken. Het tekenwerk en de inkleuring is in orde, maar heeft hier en daar toch te lijden onder het tempo waarin Biddeloo moet werken. Soms erg goed (bijvoorbeeld strook 7), soms ook erg slecht (strook 9, let op de verhoudingen van Kerwyn en zijn hand).
Karakters krijgen binnen dit aantal pagina's ook niet voldoende ruimte om zich te ontwikkelen, en blijven spreekwoordelijk zo plat als een dubbeltje/frank. Ook Johan doet routinematig wat hij moet doen, en nergens vang je meer een glimp op van de man achter Johan, of kun je je verplaatsen in zijn gedachten (waarom doet hij wat hij doet?) Hij heeft in feite een bijrol in zijn eigen strip gekregen, en dat is een trieste constatering.
Een pluspunt verdient wel het karakter van Azizah, die zich als enige op een goede wijze weet te profileren. Haar innerlijke tweestrijd tussen goed en kwaad maakt haar mateloos interessant, en hopelijk krijgt zij in eventuele vervolgalbums meer aandacht dan de oersaaie Kerwyn.
Wat kunnen we samenvattend concluderen? Op zich een album met een sterk uitgangspunt, maar de spanning wordt wederom in één boekje om zeep geholpen. Een gemiste kans! Een goede start en een mooie rol van Azizah houden dit verder zouteloze album nog net drijvende: twee sterren.
