Back to Top

Albums

193. De schat van Carthago

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Inkleuring

Uitgiftedatum

10/2002

Samenvatting

De schat van Carthago pikt in waar Het geheime wapen eindigde. Johan en Jeela trekken met een karavaan vanuit de ruïnes van Carthago op zoek naar de verborgen schat van Carthago. Met behulp van een beurs, geschonken door Djarnac – vader van Jeela – die de juiste weg zou moeten wijzen trekt deze karavaan verder. ’s Nachts bij het kampvuur helpt Jeela Johan een handje door te zeggen de beurs binnenste buiten te keren en inderdaad, er staat een reisweg op afgebeeld. Ondertussen wordt het kamp bespied door verdachte gestalten, die de gesprekken over de verborgen schat volgen. Ze worden echter opgemerkt door de schildwacht, maar schakelen hem vlug uit. Toch heeft Johan iets gehoord en hij gaat kijken wat er aan de hand is. Wanneer hij de neergevallen schildwacht ziet wordt hij aangevallen door de krijgers, maar hij kan hen uitschakelen en wanneer de overige Berbers te hulp gesneld komen, kunnen de aanvallers ontsnappen.

De volgende dag besluiten Johan en Jeela de sporen van hun aanvallers in het zand te volgen. Deze leiden naar de oase van Khâr-Amèl. Ze trekken verder, en tegen de middag zien ze het silhouet van een oude man, een Maraboet, die hen waarschuwt terug te keren omdat ze hun ondergang tegemoet rijden. Wanneer Johan de Maraboet nadert heft deze zijn armen op, waarna het woestijnzand opwaait en hij spoorloos verdwijnt. Er wordt besloten verder te trekken, bespiedende ogen slaan de groep echter gade.

De dag is bijna ten einde wanneer de karavaan de oase van Khâr-Amèl bereikt, waar kooplui hun tenten opgeslagen hebben. In één van die tenten heeft Yoessof, de rovershoofdman, Suleiman op de hoogte gebracht van de schat. Wanneer de aankomst van Johan en Jeela opgemerkt wordt nodigt Suleiman beiden uit in zijn tent. Terwijl hij hen probeert uit te horen doet Suleiman een verdovend middel in hun beker wijn. Deze werkt vrijwel onmiddellijk. Hierop worden de Berberkrijgers van Jeela omgebracht en wordt er gezocht naar de kaart. Enkel de lege beurs van Johan wordt gevonden, de rovers hebben geen benul van de schatkaart die aan de binnenzijde zit.

Wanneer Johan ontwaakt doet Suleiman hem het voorstel samen te werken tegen een rijkelijke vergoeding. In eerste instantie weigert Johan, maar wanneer Suleiman dreigt Jeela om te brengen, bedenkt Johan een list en stemt hij toe. Als voorwaarde stelt hij dat Jeela in zijn buurt mag blijven. Johan’s beurs wordt gevuld en samen met Suleiman gaat hij Jeela halen. Maar als Jeela de plots gevulde beurs van Johan ziet slaat ze hem, waarop Johan haar hardhandig de wagen induwt en haar zijn plan uitlegt. Daarop doen beiden alsof Johan Jeela hard aanpakt. Als Johan buitenkomt en zogezegd Jeela getemd heeft, maakt Yoessof de allusie dat hij dat ook zou kunnen, waarop Johan hem een vuistslag verkoopt en hem waarschuwt niet aan Jeela te raken. Woedend trekt Yoessof zijn zwaard en springt op Johan, die hem echter vlug in het zand kan werpen, waarop Yoessof op zijn zwaard valt en op slag dood is. Hierop geeft Suleiman Johan’s zwaard terug en doet hem zweren het niet tegen hem te gebruiken.

De karavaan vertrekt weer onder het alziend oog van de Maraboet. Hij weet wat ze van plan zijn, maar besluit af te wachten en pas in te grijpen als het tot een bloedvergieten komt. Er wordt een kamp voor de nacht opgeslagen en net wanneer Johan zijn kaart weer wil bekijken staat Suleiman in de tent. Suleiman zegt niet van plan te zijn de schat te delen en vraagt Johan om de anderen uit te schakelen, waar Johan strategisch mee instemt. De dag erna wordt de tocht verder gezet en na vele uren wordt de plaats waar de schat zich zou moeten bevinden bereikt. Onmiddellijk gaan Suleiman’s mannen aan de slag, maar Jeela weet dat er dodelijke valstrikken zijn en gebiedt Johan dicht bij haar te blijven.

Opeens stuiten de werkers op een trap, de ondergrond begint te bewegen en de werkers vallen in de diepte. Ze worden bedolven onder tonnen zand. Voor de schatzoekers ligt de trap nu bloot, dus kunnen ze naar binnen gaan. Twee verkenners worden naar gaan als eersre en bereiken het einde van de trap, waarop de granieten platen onder hun voeten plots opzij schuiven en ze in een dodelijke valkuil met ijzeren pinnen vallen. De overigen vluchten naar boven voor de stofwolk die daarop volgt. De schildwacht houdt hen tegen omdat er buiten een vreselijke zandstorm losgebroken is. Midden in de zandstorm bevindt zich de Maraboet, die tot de conclusie komt dat ze nog niet begrepen hebben dat de schat van Carthago onheil brengt. Ondertussen is het stof van de instorting neergedwarreld en er wordt besloten verder op verkenning te gaan. Ze blijven rondwandelen in de gangen en net als Suleiman zich afvraagt waar de schat zich bevindt, ziet Johan iets fonkelen. Het betreft een grote gouden schijf met daarop de beeltenis van Hannibal en zijn olifanten in de Alpen. Suleiman geeft zijn mannen opdracht de schijf weg te halen, maar terwijl ze dit doen wordt een verborgen stalen piek afgeschoten die beiden krijgers doorboort.

Iedereen heeft zich nu teruggetrokken en Johan besluit naar buiten te gaan om de levensmiddelen terug te vinden in de zandstorm die ondertussen afgenomen is. Half verblind vindt Johan de wagen met de voorraden, en net als hij wil vertrekken ziet hij de Maraboet, aan wie de storm lijkt te gehoorzamen. Deze roept Johan toe te verzaken aan de schat van Carthago. Als Johan terug is zijn Suleiman en zijn mannen in slaap gevallen. Jeela vertelt Johan dat ze weet hoe ze de gouden schijf moet openen: ze trekt het sieraad van haar hoofdband, het symbool van de amazones, en steekt deze in de gleuf aan de onderkant waarop de schijf opendraait. In de ruimte ligt een enorme schat, maar ook perkamenten en oude boeken met verborgen kennis voor Merlijn. Wanneer Johan de perkamenten vast neemt vergaan deze tot stof. Ondertussen omsingelen Suleiman en zijn mannen, die hun slaap geveinsd hadden, Johan en Jeela. Gebonden door zijn eed geeft Johan zijn zwaard aan Jeela, die afrekent met Suleiman. Suleiman’s lijfwachten zijn vastberaden hun meester te wreken, maar net wanneer ze met Johan willen afrekenen, komt de Maraboet tevoorschijn. Deze tovert bliksemschichten uit zijn rechterhand waarop de twee lijfwachten verpulverd worden. De Maraboet legt uit dat hij Johan en Jeela spaarde omdat zij enkel uit waren op de kennis die geheim moet blijven. Hij gebiedt hen de plek te verlaten. Johan en Jeela vertrekken terug naar de berberstam en als ze uit het zicht verdwenen zijn roept de Maraboet een nieuwe zandstorm op waardoor de ruïnes opnieuw volledig onder zand bedolven worden. Hierop vervolgt hij zijn weg in de woestijn met Hannibal in zijn gedachten...

In tegenstelling tot het vorige deel heeft dit verhaal veel meer om het lijf. Jammer genoeg betreft het ook hier een verhaaltje met grote tekeningen dat veel te rap uit is. Origineel is het ook al niet: Johan met een moedige, mooie vrouw aan zijn zijde, een slechterik die hen in zijn macht heeft, een riddereed waardoor Johan niets kan doen tegen die slechterik, Johan die meespeelt met de slechterik voor de schijn en de slechterik die zijn vele manschappen opoffert voor een schat. Dus moet je je heil maar gaan zoeken in de leuke, historische weetjes die in dit verhaal voorkomen en in de mysterieuze figuur die de Maraboet is.

Om het dus kort te houden: een album zoals we er al enkele gehad hebben. Positief is wel dat het nergens in het verhaal plots rap rap moet gaan omdat er pagina’s tekort dreigen te zijn, al heeft dit waarschijnlijk wel veel te maken met het feit dat er geen kennis meer gemaakt moet worden met het personage Jeela, waardoor het verhaal direct van start kan gaan.

Encyclopedie

Personages

194. De golem

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Inkleuring

Uitgiftedatum

12/2002

Samenvatting

In de binnenstad van Praag broeit er wat. De Joodse burgers moeten van de koning in speciaal ingerichte getto’s wonen. Er ontstaat een grote volkstoeloop en naar aanleiding daarvan slaan soldeniers onder aanvoering van kapitein Drubal iedereen kort en klein. Nu is het tijd geworden voor een verdwaalde vreemdeling, beter bekend als Johan, de rode ridder, om in actie te komen. De mannen van kapitein Drubal hebben zwaar te lijden in het gevecht met Johan. De strijd wordt ook opgevangen door Koning Ottoqar, die de rode ridder direct naar het koninklijk paleis laat overbrengen. De koning geeft hem de opdracht om eens te onderzoeken wat er speelt in de Joodse getto’s. Dit is voor Drubal het sein om een wraakactie te ondernemen tegen Johan. Hij zoekt enkele woeste kerels uit waarmee hij de strijd met Johan in het getto aan kan.

Aristax, de raadsheer van koning Ottoqar adviseert Johan om eens langs te gaan bij rabbijn Loew, een vooraanstaand figuur in het getto. Bij binnenkomst in het getto herkennen de Joodse bewoners meteen hun helper van diezelfde ochtend. Ze melden Johan dat vier duistere kerels, onder wie Drubal, zich ook in het getto bevinden. Hierdoor moeten de vier wraaklustigen meteen al verkassen naar een goede schuilplaats, een kerkhof. Johan arriveert inmiddels bij rabbijn Loew en zijn dochter Rebecca. Hij maakt daar kennis met de Golem, een levenloze gekleide gestalte. De Golem heeft ook een ketting om met het woord ‘Met’, dat in de Joodse geschriften ’dood’ betekent. Loew grift er de letter ‘E’ bij. Nu staat er ‘Emet’, wat ‘waarheid’ betekent. Dit brengt de Golem tot leven. De groene kolos, die niet kan spreken, krijgt de opdracht om de vier verdachte mannen op het kerkhof te bespieden.

Aangekomen bij het kerkhof wordt de Golem getroffen door het zwaard van Drubal, maar het maakt weinig indruk. De wond verdwijnt meteen en de Golem gooit en smijt met alles wat binnen zijn bereik komt en waar hij de vier maar mee kan verwonden. Alleen Drubal kan ontkomen. Dat onze grote groene vriend toch ook over manieren beschikt, blijkt wanneer hij de drie dode helpers van Drubal begraaft onder de vele grafzerken, waarmee het kerkhof bezaait ligt. Johan keert hierna terug naar het koninklijk paleis om verslag uit te brengen. Hij probeert Ottoqar te overtuigen de vrede te bewaren met de Joodse burgers. Maar Ottoqar heeft de hele Golem-geschiedenis van Drubal al gehoord en Johan belandt in een Praagse kerker.

Drubal gaat opnieuw naar het getto. Hij wil dat Loew het geheim van de Golem onthult. Als reactie daarop laat Loew de Golem verschijnen. De soldeniers vluchten als bange wezels weg. De Golem heeft de smaak nu te pakken en rukt samen met Loew op naar het paleis om Johan te bevrijden. Hij komt net op tijd. Drubal stond op het punt om Johan te vermoorden. De Golem duwt Drubal van een trap, waarbij de kapitein om het leven komt. Even later wordt de vrede met Koning Ottoqar gesloten. Waarna het hele stel, inclusief de bevrijde Johan, weer naar het getto terugkeert. Nu de strijd gestreden is, is ook de tijd van de Golem om te gaan, gekomen. Maar daar is hij het niet mee eens. De Golem probeert zelfs te praten! Snel weet rabbijn Loew de opstandige Golem uit te schakelen door de ‘E’ van ‘Emet’ weg te vegen. De Golem krijgt een eervolle begravenis op het Joodse kerkhof, waarna Johan ook afscheid neemt en Praag achter zich laat…

Allereerst het scenario. De verhaallijn bevat dit keer een aantal originele elementen die we de laatste jaren niet vaak meer gezien hebben in de rode ridder albums. Denk maar eens aan de amulet met het woord ‘Emet’, wat de Golem tot leven kan wekken. Daarnaast is de Golem op zich zelf al iets nieuws. Natuurlijk komt er ook in ‘Het sprekende zwaard’ een Golem voor, maar in dit album neemt hij de hoofdrol op zich. Het feit dat dit verhaal daarnaast ook nog de historische Joodse zaak in de middeleeuwse stad Praag aan bod laat komen, maakt het verhaal alleen maar beter.
De tekeningen zijn in dit album ook weer wat beter dan de laatste albums. Er is weer iets meer aandacht voor de uitwerking van de achtergronden, iets waar de laatste jaren nauwelijks meer naar werd omgekeken. De Golem zelf is een angstaanjagende verschijning. Dat is in het verleden ook wel eens anders geweest. Kijken we maar eens naar hoe de mummie uit ‘De lamp van Aladdin’ is getekend. Daar zou zelfs onze goudvis nog niet bang van worden. Nee, dan maakt de Golem veel meer indruk.

Er zitten nog wel wat kleine foutjes in dit verhaal:
- De inkleuring van kapitein Drubal is tussen strook 5-6 en 13-14 echt een ramp. Dan is-ie weer blauw en dan weer rood, dan weer blauw!…
- Het kasteel op strook 9-10 staat niet in Praag en is ook geen koninklijk paleis. Het is het Kasteel Chillon, gelegen aan het meer van Genève.
- De rode ridder verlaat Praag weer op een schip via de Donau!! Een blik op de topografische kaart van Europa leert ons dat je een hele knappe kerel bent als je Praag via de Donau kunt verlaten!

Maar toch, deze rode ridder is zeker niet slecht. Hoewel gebaseerd op een film van Fritz Lang, is dit verhaal redelijk origineel. De tekeningen zijn aan de beterende hand. De Golem zal niet snel in mijn top 30 van beste rode ridders aller tijden komen, maar biedt wel een half uurtje leuke ontspanning en daar is dit album ook precies voor bedoeld.

195. Olavinlinna

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

  • Martin Hofman

Inkleuring

Uitgiftedatum

2/2003

Samenvatting

De Rode Ridder is te gast op het imposante kasteel Olavinlinna. Hij krijgt er een rondleiding door Risto, de vriendelijke kasteelheer. Zo maakt hij kennis met een aantal andere bewoners van de burcht; Osmo de smid, Mika de gardecommandant, Frida de vrouw van Risto en Risto’s broer Jyrki. Maar Johan heeft al snel door dat er iets gaande is. Zijn vermoeden blijkt te kloppen wanneer hij het aan de stok krijgt met Mika en een jonge waarzegster met donkere woorden spreekt wanneer ze het over de toekomst heeft.

Wanneer rond het middaguur de hele bende zich verzamelt in de eetzaal, kondigt Jyrki aan dat hij de burcht zal verlaten om zijn zwerversbestaan voort te zetten. Zijn wens dat Risto hem vergezelt tot aan de moerassen, wordt ingewilligd en ook Mika zal van de partij zijn. Johan vertrouwt het hele zaakje niet en stelt voor om eveneens aanwezig te zijn, maar daar weet Frida handig een stokje voor te steken.

De Rode Ridder blijft dus in de burcht wanneer het drietal vertrekt en staart hen ongerust na. Maar enkele kleine zaken zetten hem aan het denken en zijn voorgevoel dwingt hem het drietal achterna te gaan. Maar voor één keer komt Johan te laat…

Laten we met de deur in huis vallen: ‘Olavinlinna’ zet de positieve wederopbouw van de reeks die lichtjes begon met ‘De schat van Carthago’ en bevestiging vond in ‘De Golem’ monotoon verder. Een relatief stevig ridderverhaal met intriges, snoodaards én humor. Deze laatste is verrassend genoeg meer aanwezig dan in de meeste voorgaande albums en heeft een relativerende werking waardoor Johan minder droog overkomt. Gedurende het hele verhaal is een leuk (Fins?) sfeertje aanwezig en zelfs de tekeningen zijn uitgewerkt, op een paar kleine foutjes na.

Dat de Rode Ridder een dodelijk complot niet heeft kunnen verijdelen, hebben we nog maar zelden eerder tegengekomen en is een intrigerende gebeurtenis die Johan er een stuk menselijker op maakt en hem het aureool van onfeilbare ontneemt.

Helaas zijn er ook enkele minpuntjes te noteren. Zo wordt bijvoorbeeld weer sterk duidelijk dat KB het uitwerken van zijn verhaal fel gehinderd werd door het beperkter aantal bladzijden (30 i.p.v. 36) dat hij ter beschikking heeft, een dubieuze beslissing van SU waartegen geprotesteerd zou moeten worden. Ook de nieuwe stijl van het groter tekenen van de hokjes belemmert de uitwerking van de karakters. Wat het verhaal betreft wordt van bij het begin open kaart gespeeld zodat je al snel weet hoe de vork in de steel zit en waardoor het boeiende er deels af is. Verder heeft men het cliché van de onbetrouwbare soldenierkapitein (waarop voor de rest niets aan te merken is) alweer niet kunnen omzeilen.

We kunnen dus algemeen besluiten dat ‘Olavinlinna’ één van de betere albums is, in vergelijking met wat we sinds de kronieken voorgeschoteld krijgen. Als de trend zo voortgezet wordt, belooft album 200 iets spetterend te worden. En last but not least dient er vermeld te worden dat het scenario van dit album geschreven is door Martin, u welbekend als actief forumlid. Dit accentueert nogmaals de nauwe band tussen KB en deze site.

Encyclopedie

Personages

Locaties

Voorwerpen

 

 

196. Het magische licht

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Inkleuring

Uitgiftedatum

4/2003

Samenvatting

De rode ridder is te gast in kasteel "Graustein".De burchtheer doet zijn beklag tegen Johan over een "bergkoning" die rooft,plundert,ontvoert,losgeld eist,....Natuurlijk vraagt de burchtheer(Herr Grolscher) of "Herr Johan" hier iets aan zou kunnen doen.Opeens stormt er een wachtpost de kamer binnen,hij meld dat soldeniers van de burcht de lichamen van de soldaten gevonden hebben aan de voet van het hooggebergte die Grolscher eerder al op onderzoek uitstuurde.De burchtheer is woedend en vertrekt samen met Johan onmiddelijk naar de plaats van het onheil.Wanneer de ridders aankomen blijkt er nog 1 man in leven te zijn.Hermann,een van Grolscher's beste soldaten.In zijn laatste woorden vertelt hij over de bergkoning die hun in de val lokte met een magisch licht.Johan besluit dat hij de zaak zal uitpluizen en beklimt het gebergte terwijl Grolscher en zijn mannen terugkeren naar Graustein.Hij wordt echter al in het oog gehouden door een krijgshaftige vrouw die denkt dat Johan een spion van Grolscher is. Net als ze besluit om Johan uit te schakelen door een goedgemikte steenworp,bemerkt ze een grote,hongerige holenbeer achter haar.

Maar plots flitst het lemmet van een zwaard voor de neus van de holenbeer.De beer richt zich op,maar Johan blijft kalm staan met het zwaard in de aanslag,de beer besluit dat hij zich maar beter uit de voeten kan maken en verdwijnt.Johan kijkt de vrouw die hij gered heeft aan en hierop springt de vrouw van de richel.Het is al bijna donker en Johan begint aan de afdaling van de richel,de volgende dag zal hij terugkomen met klimijzers en touwen.Die avond spreekt hij in Graustein met Grolscher af dat hij met losgeld Ingeborg,Grolscher's dochter zal vrijkopen om zo het vertrouwen van de bergkoning te winnen en om uiteindelijk het magische licht uit te schakelen en de bergkoning te doden.Opeens vliegt Johan naar de deur,hij duwt ze open en hij ziet nog net dat iemand zich uit de voeten maakt.Hij loopt erachteraan en met een halsbrekende sprong beland hij op de vluchteling.Door middel van een stevige vuistslag van Johan wordt de man onschadelijk gemaakt.Grolscher herkent in de spion zijn eigen stalknecht,Gerolf.Weer krijgt de man een vreselijke woede-uitbarsting,gelukkig kan Johan hem kalmeren.Ook de schildwachten die voor Grolscher's deur zouden moeten staan ontsnappen niet aan het schelden en vloeken(VERDAMPFT!!!) van de driftige burchtheer.

De volgende dag trekt Johan weer de bergen in,maar weer wordt hij in het oog gehouden door 3 krijgers van de bergkoning.Johan ziet steengruis naar beneden dwarrelen en hij kiest een andere klimrichting.Zo komt hij uiteindelijk uit op de richel boven de 3 verkenners van de bergkoning.Met een kleine boog houdt hij ze alle 3 onder schot.Johan legt uit dat hij bij de groep van de bergkrijgers wil en hierop legt Irina(een van de verkenners,en tegeljik ook de vrouw die door Johan de vorige dag gered werd)uit dat zij de stiefdochter van de bergkrijgers is en dat ze hem bij de Bergkonin,Grobulark genaamd zal brengen.Aangekomen bij de schuilplaats van Grobulark en zn mannen,maakt Johan kennis met de bergkoning,en als proef moet hij het al dadelijk opnemen tegen de lijfwacht van Grobulark:Yom met de zweep.Johan mag zijn zwaard niet gebruiken.Hij is snel genoeg om de eerste aanval te ontwijken en de tweede vangt hij op door de zweep rond zijn malienkolder op te vangen.Door een stevige trap in de buik maakt hij Yom onschadelijk.De bergkoning is in zijn nopjes en hij benoemt Johan onmiddelijk al tot zijn nieuwe lijfwacht.

Daarna koopt hij Ingeborg vrij en die brengt hij terug naar Graustein.Daarna klimt hij terug naar de bergkrijgers.Maar Johan weet niet dat Gerolf ondertussen ontsnapt is,Gerolf is van plan de waarheid omtrent Johan aan het licht te brengen bij Grobulark.Ondertussen wil ook ya-hi(een krijger van Grobulark) de ridder uitschakelen en staat ook Yom nog te wachten op een kans om Johan te doden.(Yom zint nog altijd op wraak nadat hij door Johan werd verslagen...)Maar,Irina waakt en ze werpt Yom een dolk in de rug,en ze jaagt ook Ya-Hi weg.Dan biecht ze alles op tegen Johan,wat haar werkelijke plannen zijn(Ze heeft genoeg van de bergkoning en ze wil de wereld verkennen en rondzwerven).Johan maakt nu ook zijn ware identiteit bekend en zegt ook wat hij van plan is met de bergkoning.Irina beweert het geheim van het Magische licht te kennen,maar Gerolf waarschuwde ondertussen Grobulark,en Johan en Irina worden gevangengenomen.De bergkoning belooft Irina een gruwelijke dood en Johan zal tegen hem moeten strijden in een ultiem gevecht met Grobulark zelf op de bergtop.

Het gevecht zal de volgende dag gebeuren,dus Johan en Irina worden opgesloten in de kerker,en daar vertelt Irina het geheim van het Magische licht aan Johan.Dan breekt de volgende dag aan en Johan wordt naar de bergtop gebracht waar Grobulark hem al opwacht met zijn rare helm en een grote strijdbijl.Als ze klaar zijn om te beginnen vechten,breekt plots het zonlicht door en Johan schreeuwt het uit van de pijn.Het magische licht blijkt alleen maar de weerkaatsing van daglicht op de sneeuw te zijn.Dit deert de bergkoning niet omwille van zijn speciale helm,die de felle gloed wegneemt.Maar Johan is hierop voorbereid en bindt een stuk van zijn malienkolder voor het gezicht,dit neemt de felle gloed weg en door de kleine gaatjes in de malienkolder ziet Johan nog voldoende.Nu zijn de kansen gelijk en is het voordeel van de bergkoning weg.

De strijd begint en Grobulark is niet opgewassen tegen de felle slagen van de rode ridder.Na een stevige houw van Johan wordt de bergkoning ontwapent en door de felle schok van het zwaard tegen de bijl,verliest hij ook zijn helm.Hierdoor wordt hij verblindt door het magische licht en de bergkoning stort de diepte in.Johan daalt terug af naar de Irina en de rest van de krijgers,die verbijsterd zijn wanneer ze Johan zien afkomen met de helm van Grobulark in zijn handen als teken dat die verslagen is.Hierop vluchten de bergkrijgers ijlings van de berg weg.Maar wanneer ze onder zijn vallen ze in de handen van de woest Grolscher die ze onmiddelijk gevangenneemt.Het mysterie van het magische licht en de wrede bergkoning is opgelost en na een luisterrijk feest nemen Johan en Irina afscheid van Grolscher en ze laten het dodelijke gebied van het magische licht achter zich........

Na het zeer degelijke "Olavinlinna" is het nu weer iets minder met "Het magische licht".De verhaallijn is eerder wat aan de dunne kant en het magische licht is helemaal niet magisch!Gewoon de terugkaatsing van het zonlicht op de sneeuw...poeha! Wel leuk is dat we Ya-Hi weer terugzien.(Hij verscheen al onder andere namen in "Medusa","Reis naar Atlantis","Magiërs van Atlantis",...) Ook Grolscher is wel leuk met zijn woedeuitbarstingen die op den duur grappig beginnen te worden...
De ultieme eindstrijd op de bergtop is niet slecht getekend en mooi in beeld gebracht.Al bij al dus een iets minder album dan nr.195,maar toch niet echt barslecht...net genoeg voor een halfuurtje bezigheid als je je verveelt..

197. De vloek van Tupilak

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Inkleuring

Uitgiftedatum

6/2003

Samenvatting

We vinden de rode ridder terug nabij Ultima Thule,(Groenland).Hij is er samen met nog 6 andere krijgers uit de vier windstreken:Mongo,de Afrikaan,Haroed,de Arabier,Woe-Li,de oosterling,Myriah uit de siberische steppe, Gunwald,de stuurman van hun schip.En Aranja,een amazone. Deze zeven zijn er met een opdracht die werd gegeven door een "onbekende" opdrachtgever.Met een speciaal elixir zijn ze ook bestendig tegen de ijzige kou.Hun opdracht is om een deftig onderzoek te voeren naar de handelspost op Thule,die al geruime tijd geen teken van leven meer geeft.Ze worden eerst nog gehinderd door een vloedgolf,en als toetje komt er ook nog eens een maalstroom bij.Aranja komt in het water terecht en natuurlijk duikt de onverschrokken Rode ridder haar achterna,maar deze keer lijkt het erop dat ook Johan zijn reddingspoging niet tot een goed einde kan brengen,ware het niet dat Woe-Li hen tegemoet zwemt met een stevig touw.De drie worden uit het water terug in het schip gehesen door de vier anderen die op het schip de touwtjes in handen hadden(Letterlijk bedoeld!!)Plots verdwijnt de maalstroom en Johan legt uit dat dat door de sterkte van de samenhorigheid komt,ze dreven dus de Boze kracht terug door samen te werken.Hierop gaat het zevental aan land.Ze bereiken zonder problemen de handelspost.Mongo voelt dat er geen menselijke aanwezigheid is maar merkt toch op dat daarbinnen iets boosaardigs huist...

Woe-Li haalt zijn vuurspuit tevoorschijn en "vlamt" de deur aan gruzelementen.Er is niks ongewoons te bespeuren en ze doorzoeken het huis tot Aranja op "Tupilak" stoot.Ze is op slag verlamd,de rest stormt het berghok waar het beeld zich bevind binnen en ondanks de waarschuwing van Gunwald staat even later toch iedereen aan de grond genageld.Alleen Woe-Li heeft nog de wilskracht om de "tlekkel" van zijn "Vuulspuit" "ovel" te halen.Een loeiende vuurstraal en het beeldje word in stukken gereten.Daarna komt de ziel van het beeld vrij en het blijkt dat deze ziel in een vorig leven behoorde tot een van de mensen van de nederzetting.De ziel legt uit dat hij in het beeld opgesloten werd door een machtige tovenaar die zich ophoud in de "Grote ijsgrot".Vastberaden om de rest van de zielen te bevrijden gaan de zeven op zoek naar de Grote ijsgrot.

Gelukkig weet Gunwald de weg naar de Grot.Maar...het zevental word reeds in het oog gehouden door de boze tovenaar die het zevental in zijn kristallen bol volgt.Het blijkt niemand minder dan Kerwyn de magier te zijn.Hij werkt in Thule aan een boosaardig plan terwijl zijn discipel Bahaal in Brittanië een leger kweekt om Arthur te bestrijden.Om de zeven te vernietigen stuurt hij een tupilak met knots naar buiten,die zal uitgroeien tot een reus als hij in aanraking komt met het daglicht.Mongo voelt aan dat er iets groots nadert en de zeven verspreiden zich...de vorstreus heeft de indringers bemerkt en wil toeslaan met zn verschrikkelijke knots..gelukkig wordt de slag ontweken.Dan springt Haroed te voorschijn en met zijn blaaspijp zorgt hij er met een speciaal projectiel voor dat het been van de reus in duizend stukken vliegt.En natuurlijk kun je niet op een been blijven staan en de reus komt ten val en valt in grote stukken ijs uit elkaar.Dit had Kerwyn niet verwacht maar hij heeft gelukkig nog iets in de hand:hij stuurt een nieuwe tupilak eropaf.En daar is Mongo weer met zn speciale zintuig.Hij voelt iets ondergronds en het volgende moment wordt hij omhooggeslingerd door een gigantische "sneeuwrups",die wordt al vlug onschadelijk gemaakt door een pijl met een glazen ampul(bevat een bijtende vloeistof) van Myriah.

Daarna dringen ze de ijsgrot binnen en al vlug botsen ze op 7 doorgangen,1 voor elke krijger.Kerwyn heeft ook nog 7 tupilaks,en ja iedere indringer mag er in zijn grot 1 verwachten.Dus ieder kiest zijn spelonk en al snel worden Haroed,Mongo en Gunwald door hun Tupilaks onschadelijk gemaakt.Nog 4 krijgers zijn nog over en dus ook nog 4 tupilaks,die verspreiden een dichte nevel die het onmogelijk maakt om nog iets te zien.In de verwarring schiet Myriah op Aranja,die weet de pijl te ontwijken en overvalt op haar beurt Myriah.Dan merken ze dat ze elkaar ongewild probeerden te doden en dat dat de bedoeling van de tupilaks was.Even later verschijnt ook Woe-Li,die door de dichte mist ook al het vuur wou openen op de twee vrouwen.Ze herkennen elkaar gelukkig en net op tijd door te roepen en even later komt ook Johan uit zijn spelonk.Samen vinden ze de bewusteloze Haroed,die echter weer hersteld is,en met 5 gaan ze uiteindelijk op weg naar de schuilplaats van de tovenaar.

Die heeft voor alle zekerheid een vliegend toestel in gereedheid gebracht waarmee hij mogelijk kan ontsnappen.Van achter een ijsmuur brult Kerwyn dat hij de 5 gaat verpulveren en dat ze zijn macht tot nu toe nog konden breken door dat ze met 7 waren(het magische getal)Maar dan komen plots Gunwald en Mongo opzetten,ook zij overleefden het gevecht met hun Tupilaks,en...nu zijn ze weer voltallig,dus met 7.Kerwyn's macht is gebroken en hij kiest het hazenpad door weg te vliegen met zijn vliegend toestel.een paar seconden nadien komen de 7 helden aanlopen(Woe-Li verpulverde de ijsmuur),helaas zien zij het vliegende tuig al in de nachthemel verdwijnen....Toch hebben de helden hun doel bereikt,de zielen zijn uit de Tupilaks bevrijd en zullen geen kwaad meer aanrichten...

Het verhaal is niet slecht,maar we kregen maar van een paar van de 7 helden hun trucjes en kunsten te zien,maar dat komt waarschijnlijk omdat er maar 30 blz. ter beschikking staan,ipv 36...

Waarom weer Kerwyn?Net als in "Het veemgericht"(Dit verhaal was ook zeer goed geweest zonder kerwyn!!) hoefde hij er niet per se rond te lopen.Een of andere boosaardige ijstovenaar was ook wel mooi geweest..dat was eens iets anders..Maarja..

Over de tekeningen zal ik niet al te veel zeggen,buiten het foutje op de cover(Mongo flaporen????)Wel vond ik de vorstreus en de sneeuwrups niet slecht getekend.

Weinig humor in dit verhaal,alhoewel:Als de sneuuwrups komt opzetten,brult gunwald:"Een...een SNEEUWRUPS!!!",Waarop de Rode ridder zegt:"Ik wist niet eens dat die bestonden!" Waarop Gunwald weer brult: "IK ook niet ,maar hoe moet je zo'n gedrocht anders noemen?"

"De vloek van de tupilak" is geen topper,maar ook weer geen slecht album! Niemand kan zeggen dat het niet spannend was...

198. Zimbabwe

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Inkleuring

Uitgiftedatum

8/2003

Samenvatting

In alle stilte varen drie schepen van Arabische slavenhandelaars de Sabi-Rivier in Zuid-Afrika op...In 1 ervan bevindt zich Johan, De rode ridder. Onze held is in een diep gepeins verzonken...enkele weken geleden kreeg hij te Camelot een vreemde droom, waarin hem gevraagt werd naar Z.- Afrika te trekken, naar een plaats met de naam Zimbabwe...Plots wordt hij ruw vastgegrepen. Twee soldaten willen hem aan dek brengen , maar zover komen ze niet, plots springt Johan recht en kan hij de zweepslagen afweren met zijn ketens. Even later zijn de rollen omgekeerd. Op zijn dooie gemak wandelt Johan naar het dek, waar Kebir, de hoofdman van de Arabische slavenhandelaars hem opwacht. Wanneer hij Johan vrank en vrij in zn eentje naar boven ziet komen, laat hij woedend de twee wachters halen (Omar en Ramoud) Prompt laat hij ze voor de krokodillen werpen, maar Johan weet hen te redden met een speer, waardoor omar en Ramoud in de jungle kunnen ontkomen. Kebir is onder de indruk van die sterke, blanke ridder, en na een lang gesprek met Johan, worden ze Vennoten. De rode ridder, die beseft dat hij nu moeilijk kan ontsnappen, speelt het spelletje mee. Die nacht krijgt Johan weer een droom: een vreemde inboorling vertelt hem dat ze elkaar spoedig zullen ontmoeten. De volgende morgen gaat het gezelschap aan land om slaven te vangen. Plots ziet de rode ridder dezelfde man als in zijn droom wegrennen door het struikgewas, hij gaat erachteraan en weet hem te beschermen door hem als slaaf op te eisen.

Niet lang daarna ontsnappen Johan en de medicijnman (Yohkk genaamd) door een list. De defenitieve toch naar Zimbabwe wordt aangevat. Kebir is echter RAZEND en gaat met zijn mannen onmiddellijk achter de rode ridder aan. Zij worden echter in een hinderlaag gelokt door de luipaardgarde van de Zimbabwaanse Koningin en alleen Kebir kan ontkomen. Ondertussen zijn Johan en Yohkk in Zimbabwe aangekomen en worden ze ontvangen door Koningin Shahira. Deze vertelt in een onderonsje met Johan zelf dat ze nieuw grondgebied wil veroveren en daarom een "onverschrokken" aanvoerder nodig heeft. Johan wimpelt haar af met een troebele respons en wanneer de avond valt wordt Johan eindelijk duidelijk wat van hem in Zimbabwe verwacht wordt: Hij moet in De Toren afdalen, (hier was tot nog toe niemand in staat)..wanneer hij in de Toren is...zal hij verder te weten komen wat hem te doen staat. Hij daalt af maar vanop Toren wordt hij in de gaten gehouden door...Kebir die de stad is binnengedrongen op zoek naar wraak. Maar deze wordt op tijd onschadelijk gemaakt door M'Tembe, de hoofdman van de luipaardgarde, die van zijn koning (idd, er is ook een afgeschreven koning!) de opdracht kreeg de rode ridder uit te schakelen. en enkel Hij wil dit alleen doen. Ondertussen vindt Johan in de Toren het gebeente van een niet-menselijk wezen en een zilveren plaat met de plattegrond van Zimbabwe op, als baken voor andere niet-menselijke machten. Zijn opdracht is nu volledig duidelijk: hij moet deze spullen op een plaats buiten Zimbabwe begraven. Hij verlaat de Toren, maar wordt dan opgewacht door M'Tembe, die gereed is om toe te steken..maar plots boren er zich twee kromzwaarden in de rug van de luipaardsoldaat...het zijn Ramoud en Omar, die nog bij Johan in het krijt stonden. Samen ontsnappen ze uit Zimbabwe MAAR ze worden achtervolgd door Shahira en haar krijgers! Bij de oevers van de Sabi-Rivier komt het tot een bloedig treffen waarbij iedereen buiten onze onverschrokken rode ridder om het leven komt...

Er rest Johan nog 1 taak: het begraven van de resten van het ruimtewezen en het baken. Wanneer ook dit werk voltooid is verschijnt de God Nommo aan hem: Hij vertelt de rode ridder dat hij werd uitgekozen omdat hij al eerder ervaring had met ruimtewezens, ook al weet Johan dat zelf niet meer. Eens te meer loopt het verhaal goed af, en is het geheim van Nommo bewaard gebleven dankzij... Johan, De Rode Ridder !

Aan een album zoals "Zimbabwe" vallen weinig woorden vuil te maken: Dit is gewoonweg HET beste rode ridder album van de laatste jaren !
De lezer weet pas op de laatste blz. hoe de vork aan de steel zit..en dan die spanning, zo opbouwend..schitterend gewoonweg!!!

199. Loch Ness

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Inkleuring

Uitgiftedatum

10/2003

Samenvatting

Urquhart Castle, Loch Ness, Schotland.

Heer Johan arriveert er bij de Schotse Clan McLaury, met een speciale opdracht van Koning Arthur: hij moet er de mysterieuze gebeurtenissen gaan onderzoeken die door verscheidene vissers gemeld werden omtrent een gigantisch monster dat in het meer zou wonen.

Aanvankelijk wordt Johan zeer gemoedelijk onthaald door de McLaury’s, waarop hij ook gebruik maakt van de situatie om eens te informeren naar de onderlinge samenleving tussen de Schotse clans. Tot zijn grote verbazing vetelt Aodh, de burchtheer, hem dat de clans vredevol samenleven en het best met elkaar kunnen vinden. Wat Johan hem echter niet vertelde is dat juist het tegenovergestelde reeds lang vastgesteld was, er zijn constant meningsverschillen en oorlogen aan de gang tussen de clans, soms met een fatale afloop.

In het geval van de McLaury’s is er de vete met de McClantons. Van in het begin proberen de McLaury’s Johan dan ook zo snel mogelijk gerust te stellen dat er in het meer niks te vinden is, Johan kan dus volgens hen maar beter naar huis weerkeren. Johan wil er echter niet van weten en staat er op dat Lord Aodh hem een bootje ter beschikking stelt om het meer te onderzoeken. Zo ontmoet Johan Aodh’s dochter Dollidh, haar vader had haar nochtans verboden om de burcht te verlaten. Zij vertelt De Rode Ridder echter dat zijn op weg is naar de McClanton’s om bij haar geliefde Billy, zoon van Old Man McClanton, te kunnen zijn. Plots begrijpt Johan dat Aodh tegen hem gelogen heeft en dat de vete tussen de McLaury’s en de McClantons in alle hevigheid dreigt op te laaien.

Eenmaal in de burcht aangekomen is Lord Aodh zijn troepen reeds aan het verzamelen om samen met Earnan, de wachtmeester, goedschiks of kwaadschiks zijn dochter terug te halen. Johan stelt echter voor dat hij en Carmag, die Johan voordien in een duel had veslagen, eerst proberen om te onderhandelen met Old Man McClanton om verder bloedvergieten te vermijden. Bij de McClantons aangekomen loopt het echter uit de hand, want van zodra Dollidh beseft hoeveel bloed er zou vloeien indien ze blijft, besluit ze om terug te keren naar haar vader. Old Man McClanton word echter woedend en het trio moet zich een weg naar buiten vechten. Ze kiezen er voor om pr boot Loch Ness over te varen tot aan Urquhart Castle. Spijtig genoeg zijn de McClantons veel sneller en dreigen zijn Johan, Carmag en Dollidh in te halen. Plots echter worden de boten van de McClantons tot zinken gebracht waardoor het gezelschap de burcht veilig kan bereiken.

Het onverklaarbare zinken van de boten motiveert heer Johan slechts meer om de mysteries van het Loch te doorgronden. In de tussentijd overleggen Lord Aodh en Earnan hoe ze het snelst van Johan af kunnen raken om op de McClantons wraak te kunnen nemen. Ze besluiten om een groot houtblok in de vorm van het monster te water te laten en zo proberen De Rode Ridder te ontmoedigen in de hoop dat hij terugkeerd naar Camelot. Spijtig genoeg is Johan niet zo makkelijk te overtuigen en blijft hij het Loch afspeuren … wanneer hij zich uiteindelijk een laatste maal te water begeeft ziet hij iets bewegen. Voor hij het weet ziet hij een gigantisch vrouwtjesdier met kroost in het water. Johan probeert dichterbij te komen maar Nessie merkt hem op en slaakt een waarschuwende kreet, de jongen verdwijnen en een mannetjesdier stormt op Johan af. Op het laatste moment echter werpt Nessie zich tussen beide, alsof ze begrijpt dat Johan geen kwade bedoelingen heeft. Hierop volgt Johan hen naar hun geheime ondergrondse schuilplaats en belooft dat hij deze steeds geheim zal houden …

Ondertussen echter heeft Earnan echter reeds gemeld dat de list mislukt is, tot groot ongenoegen van Lord Aodh. Bij de McClantons heeft Old Man McClanton in de tussentijd echter besloten dat het tijd wordt dat hij zijn wraak op de McLaury’s en De Rode Ridde uitoefend, wat hij echter niet merkt is dat zijn zoon Billy, er in alle stilte vandoor gaat.

Johan is nog maar net naar Urquhart Castle teruggekeerd of Billy arriveert en doet uit de doeken dat zijn vader van plan is om het kasteel via het meer aan te vallen, als blijk van vertrouwen vraagt hij Lord Aodh om de hand van Dollidh, aangezien een familieband voor de Schotten heilig is. Dit gezegd zijnde bereiden de McLaury’s zich op de aanval voor en verschansen zich in het riet in afwachting van de vijand. Na verloop van tijd zien ze deze op een groot vlot naderen , net voor ze binnen bereik zijn echter, verschijnen er twee grote schaduwen onder water, uit het niets duiken Nessie en haar partner op uit het water en herleiden het vlot tot splinters. De meeste opvarenden komen om het leven, maar Old Man McClanton weet zich toch nog te redden en wordt door de McLaury’s aan boord getrokken.

Dankbaar voor het redden van zijn leven besluiten de twee clanleiders dat het nu maar eens gedaan moet zijn met die vete, hierop wordt een groots huwelijksfeest georganiseerd voor Billy en Dollidh. Wat er van Nessie en haar kroost geworden is ? Om het met de woorden van Old Man McClanton te zeggen: “Die krijgen onze nakomelingen misschien ooit nog wel eens te zien …”

De kwaliteit van de Rode Ridder verhalen is de laatste tijd weer zeer sterk gestegen, en deze Loch Ness vormt daar geen uitzondering op. Een spannend verhaal over een van de meest mysterieuze plaatsen in Europa, neem daar nog eens 2 heethoofden van clanleiders bij, en Johan heeft weer de handen vol.

Tekeningen zijn sfeerscheppend en kleurrijk ingekleurd. Een zeer waardige opvolger van het vorige album, Zimbabwe, wat ons betreft.

We kijken alvast uit naar album 200 : Oude Vijanden !

200. Oude vijanden

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Uitgiftedatum

12/2003

Samenvatting

In het helse rijk van Bahaal, wacht Demoniah vol ongeduld op 7 gasten. Zijzelf en deze 7 gasten zullen de ondergang van de Rode ridder trachten te bewerkstelligen. Een voor een stellen de personen in kapmantel zich voor, het zijn respectievelijk; Vlad drakul, Murena, de Obscurant, Delira, graaf Klingsor,Yppolita en Qrandar. Stuk voor stuk vijanden die Johan ooit versloeg…...oude vijanden. Er wordt gedronken op de goede afloop, waarna Bahaal het bevel op Demoniah overdraagt. Zelf tussenkomen kan niet, gezien hij dan Galaxa tegen zich krijgt. Gewapend met hun toverkunsten en een kist wapens vertrekt het bonte gezelschap.

In het hemelse rijk van Galaxa, voelt Johan’s geliefde dat Johan in groot gevaar verkeert. Onmiddellijk zoekt ze haar wapenrusting bij elkaar. Ze staat er echter niet alleen voor, een zwaarbewapende Ishtar zal haar vergezellen.

Wat Johan zelf betreft, die bevindt zich in een zeer benarde situatie, namelijk opgesloten in een kerker van het slot Krödzkarr. Hoe hij daar verzeild geraakt is…
Enkele dagen eerder naderde hij het vlakbij gelegen Brettelburg, waar een koopman en zijn beeldschone dochter overvallen werden door rovers. Het meisje wilden ze houden voor losgeld, de oude man zou het met zijn leven moeten bekopen. Johan liet dit niet zomaar gebeuren, hij stormde op de rovers af en gaf hen een pandoering. De hoofdman raakte lichtgewond, Johan spaarde hem en liet hem vertrekken. Yacob, de koopman en zijn dochter Kara waren Johan zeer dankbaar en zetten hun tocht verder naar de burcht Krödzkarr.
Johan reisde met hen mee. Johan ontmoette er Graaf Ruffian, die hem uitnodigde te blijven. Johan bemerkte plots het paard van 1 van de rovers. Bewust van de hinderlaag spoorde hij Yacob en Kara aan te vluchten terwijl hij de aftocht zou dekken. De soldeniers waren echter geen partij voor Johan. Rascal, de alchimist wierp een glazen bol met verdovend gas naar Johan, die bewusteloos in elkaar zakte. Wanneer hij ontwaakte lag hij in een cel.

Yacob en Kara besluiten in Brettelburg hulp te zoeken. De plaatselijke bevolking haalt zijn neus op voor de goudstukken van Yacob. Een vreemd heerschap wil zich echter gratis inzetten om Johan op te sporen. Demoniah’s bende is klaarduidelijk aangekomen. Vlad Drakul werpt zich voor yacob en schakelt zijn belagers uit.
Ondertussen komen ook de soldeniers van Graaf Ruffian aan, op zoek naar Yacob en Kara. Al snel hebben ze hun doelwit gevonden. Demoniah en haar duivelse krijgers zijn er echter om hun van hun doelwit af te houden. Ze richten een waar bloedbad aan. Demoniah weet nu waar Johan zich bevindt, ze zullen hem eerst moeten bevrijden alvorens ze hem kunnen doden, ze vatten meteen de tocht naar het slot aan. Demoniah bemerkt dat er nog 2 hemelse figuren op aarde geland zijn, ze zullen moeten voortmaken.
Ondertussen tracht Graaf Ruffian Johan nog een laatste maal te overhalen om zich aan zijn zijde te scharen. Johan weigert, hij zal opgehangen worden.
De redding komt echter vanuit onverwachte hoek, Borbaz, de soldenierskapitein en tevens de rover wiens leven Johan spaarde komt Johan zijn zwaard teruggeven, waardoor hij zich kan bevrijden. Galaxa en Ishtar zijn inmiddels ter plaatse aangekomen en banen zich een weg naar het centrum van de burcht. Johan vecht zich een weg doorheen de rangen van de soldeniers en komt Galaxa en Ishtar tegen. Samen staan ze nu een pak sterker.
Demoniah en haar manschappen vorderen ook maar ontdekken dat Johan reeds wist te ontsnappen. Hun dag wordt pas compleet verknald wanneer Rascal achter hen opduikt en enkele van zijn verdovende glazen bollen werpt. Enkele momenten later bevinden zij zich in een kerker. Graaf Ruffian valt Johan, Galaxa en Ishtar aan maar wordt uitgeschakeld door een straal uit Galaxa’s zwaard. Blijft nog Rascal over die 1 van zijn bollen richting Johan wil werpen. Ishtar schiet echter een pijl af, die met de alchimist afrekent. De strijd is beslecht!
Murena werpt wat druppels zeewier uit een flesje op de grond, een ogenblik later is de burcht onbewoonbaar overwoekerd. Johan’s oude vijanden worden terug naar de hel gebracht, waar ze het mogen gaan uitleggen aan Bahaal.
Er volgt nu nog een passioneel afscheid tussen Johan en de beide hemelse schoonheden.
Johan neemt ook afscheid van Yacob en Kara, weer een avontuur tot een goed einde gebracht.

Waar te beginnen, bij zulk een memorabel nummer?
De positieve punten, Het uitgangspunt was uiterst origineel en werd overigens aangebracht door ons forum. Het zou een feestelijke bedoening worden. Met de gouden cover en oude vijanden die champagne drinken is dit wonderwel geslaagd. Demoniah, Galaxa en Ishtar tezamen in 1 album, dat was lang geleden en we keken er allemaal naar uit.
Het negatieve… Alvorens een opsomming te maken, toch even iets nuanceren, dit is een uitzonderlijk album, geen doorsnee verhaal dus en dat is het ook niet geworden. Karel heeft resoluut gekozen voor een hoog humoristisch gehalte en niet zozeer een doodspannend album. Bovendien veroorzaakte de hetze rond de luxe uitgave een negatieve sfeer rond het album. Dit was vanzelfsprekend niet bevorderlijk voor de interpretatie van het album. Wie iets verwachtte zoals Klingsor en De vervloekte stad kwam bedrogen uit, geen extra aantal pagina’s…
Begrijpelijke kritiek is het feit dat de vijanden niet volledig uitgespeeld worden, slechts Murena kan een van haar specialiteiten laten zien. Bovendien worden ze uitgeschakeld door een miezerig alchimistje, toch wel zielig voor zulke helse slechterikken. Ook Galaxa en Ishtar hadden wel wat meer werk kunnen krijgen. Er is dus duidelijk iets mis met prioriteiten in dit album, en eens te meer schreeuwt dit album om 30 extra pagina’s.

Dit album geeft me het gevoel dat Karel Biddeloo zijn fans iets speciaal wilde geven, iets ongezien. Vergelijk het met een ex-libris of originele plaat. De gedachte erachter was speciaal, met een knipoog naar zijn eigen oeuvre. Humor en zelfkritiek staat centraal, eigenlijk mag je niet op zoek gaan naar een verhaal. Wanneer je jezelf dit laatste voorhoud, dan is het een kwartiertje ontspanning, niet meer en niet minder.
De lage score is op gebied van verhaal zeker terecht!

201. Het boze oog

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Uitgiftedatum

18/02/2004

Samenvatting

We bevinden ons in Jarapur een handelsstad in het verre Oosten. Een gemaskerde dringt het paleis van de Radja binnen. 2 geheimzinnige mannen Zauch en Zaïm kijken toe. De onbekende is intussen diep in het paleis binnengedrongen maar de bewakers ruiken onraad. De onbekende kan niet anders dan de wachten uit te schakelen. Daarop verlaat de onbekende het paleis. De onbekende noemt yurik en was op missie om toegelaten te worden tot” Het boze oog” een geheim genootschap. Hij moest bewijzen dat hij de garde van de Radja getrotseerd heeft. De insignes van de vermoorde paleiswachten die Yurik meenam voldoen perfect.

De volgende morgen worden de 2 lijken ontdekt. Johan blijkt ook in het paleis te verblijven en onderzoekt de lijken. De Radja kent de reputatie van Johan en vraagt hem om hulp, gezien de raid van deze nacht niet de eerste was. Johan maakt kennis met Hissar, de rechterhand van de Radja. Hissar uit zijn bewondering voor Johan. De 3 mannen worden echter afgeluisterd. Johan trekt een gordijn weg waarachter een jonge vrouw staat. Het is Yasmina, zuster van de Radja. Hissar heeft een serieus boontje voor Yasmina, maar de liefde is allerminst wederzijds. De Radja vertelt Johan ondertussen dat “ Het boze oog “ een genootschap van meesterdieven is, en dat hij vermoedt waar ze op uit zijn. Johan volgt de Radja naar een zwaarbewaakte zaal die op een kluis lijkt. Het slot is een vernuftig systeem dat reageert op de warmte van de hand van de Radja.
Centraal in een schrijn staat de avondster, een kolossale ammethist die door Adam uit het paradijs zou weggenomen zijn en die de macht van de Radja’s voorstelt.
Terwijl Johan en Hissar de nodige defensiemaatregelen treffen vindt een eigenaardige ontmoeting plaats in het schuiloord van “ Het boze oog “.

Yurik betreedt de geheime tempel van “ Het boze oog “ en maakt er kennis met de vrouwelijke leider van het genootschap, Ziyoe.
De proef was geslaagd en Ziyoe wil Yurik lid maken van het genootschap. Hij moet zijn hand geven. Ziyoe maakt een snede in Yurik’s hand en plaatst er een lichtgevende blauwe bol in. De wonde heelt ogenblikkelijk en er blijft een gesloten ooglid over.
Al snel ervaart Yurik de kracht van het oog , het geeft licht en wijst de juiste weg.
Yurik wordt aanvaard in het midden van de andere leden.
Meteen krijgt yurik een opdracht , die hij gretig aanneemt.

Yurik baant zich met behulp van het boze oog een weg door de rioleringen van Jarapur.
Hij ontwijkt de hindernissen die Johan en Hissar voor hem gelegd hebben en doodt verscheidene paleiswachten. De laatste hindernis is Johan zelf, die door het licht van het boze oog neergebliksemd wordt. Bijgekomen gaat hij in de achtervolging.
Ondertussen zijn de Radja, Yasmina en Hissar ter plaatse gekomen , waarbij ze meteen opmerkten dat de avondster verdwenen is , alsook de rode ridder. Hissar verdenkt Johan ervan mededader te zijn. Yasmina reageert hier fel op, waarna Hissar haar uitnodigt om mee op zoek te gaan naar Johan.

Yurik heeft de tempel ondertussen weer bereikt en overhandigt Ziyoe de avondster. Ziyoe nodigt Yurik uit om haar naar haar vertrekken te volgen. Ze geeft hem gif te drinken en terwijl hij sterft vertelt ze dat de blauwe stenen parasieten zijn die krachten geven maar tegelijkertijd ook levenskracht nemen. Nu ze de avondster heeft, heeft het genootschap voor haar geen betekenis meer. Hissar en Yasmina komen ondertussen aan in de tempel. Blijkbaar werden ze verwacht . Hissar bekent een spion te zijn en dat hij Yasmina meelokte om haar uit te leveren aan Ziyoe, die losgeld voor haar wil eisen.
Johan is ondertussen ter plaatse en heeft na een tempelgenoot uitgeschakeld te hebben zich vermomd als een van de tempelgenoten. Johan komt in actie en bevrijd Yasmina. De paleiswacht komt vergezeld van de Radja ter plaatse en doodt bijna iedereen van het tempelgenootschap. Ziyoe en Hissar weten te ontsnappen. Yasmina kan echter zeer goed schieten met pijl en boog, Hissar betaald zijn verraad met de dood. Johan gaat ondertussen achter Ziyoe aan. Hij haalt haar in en Ziyoe doet haar masker af. Het is demoniah!
Er springt een vonk over tussen Johan en Demoniah, Johan geeft demoniah de kans om te ontsnappen en veinst dat hij te laat kwam.
De avondster wordt terug naar zijn schrijn gebracht en er volgt een enorm feest.

Een enorm boeiend en vrij origineel verhaal. Het opmerkelijke heroptreden van publiekelijke vijand nummer 2 “Demoniah”. Prachtig aan het einde is de vonk die er tussen Johan en Demoniah overspringt. Origineel in die zin dat Johan Demoniah bewust laat ontsnappen. De donkere sfeer benadrukt het stil sluipende personage van Yurik en komt de sfeer ten goede.
Uiteraard laat het beperkte aantal bladzijden niet toe om de verhaallijnen deftig uit te diepen, maar that’s the way is is. Die dingen in acht genomen en het mooie tekenwerk van Biddeloo is het een mooi album dat het gestaag stijgende niveau ( na het tegenslagende “ Oude vijanden “ )voortzet.

Naar Biddeloo’s gewoonte duiken er een aantal eigenaardige snufjes op, zoals de deur die opent naargelang de lichaamstemperatuur van de Radja. Zo kennen we Biddeloo!
Het allereerste prentje van het album toont ons Jarapur by night. Hoewel fototechniek vind ik het een adembenemend plaatje !

202. De piraten van Sluis

Algemene informatie

Tekeningen

Inkting

Scenario

Uitgiftedatum

21/04/2004

Samenvatting

Enkele weken na de guldensporenslag blokkeren de Fransen uit wraak voor hun nederlaag tijdens die slag de ingang van het Zwin, nabij Cadzand. Johan merkt de Franse vloot op en haast zich richting Cadzand, waar gewapende burgers hem opwachten. Op zijn vraag of Franciscus reeds aangekomen is, verwijzen ze hem naar de herberg van Franciscus “De piraat”. Daar aangekomen wordt hij begroet door Franciscus. Deze stelt Johan voor aan een groepje mannen die de Fransen piraten noemen. Johan is in opdracht van de Graaf van Vlaanderen op zoek naar krijgsmakkers die hem willen helpen het Zwin open te houden.
De piraten staan vrij sceptisch tegenover Johan en Yoppe, 1 van de ruwe zeelui werpt een mes rakelings naast Johan, die koelbloedig het lemmet ontwijkt. Yoppe krijgt zijn mes terug, met daarbij een beker wijn op zijn hoofd!
Om de Fransen te kunnen verslaan moeten de piraten verenigd worden, een hele uitdaging! Alvorens te recruteren wil Johan een gesprek met Gwijde, de graaf van Zeeland. De beeldschone Marina zal zijn gids zijn!

Johan gaat het kasteel van de Graaf alleen binnen, Marina, die ook piraat is blijft wachten aangezien de Graaf niet zo gesteld is op piraten. Johan geeft de brief van de Graaf van Vlaanderen af, waarop de Graaf van Zeeland zijn twijfels uit en Johan laat arresteren. Johan laat dit niet zomaar gebeuren en breekt los, wanneer echter blijkt dat er bloedvergieten aan te pas komt om te ontsnappen werpt hij zijn zwaard weg en geeft zich gewonnen. Wanneer Johan vastzit trekt de Graaf een kapmantel aan, geeft zijn soldeniers enkele bevelen en zoekt Marina op, die buiten het kasteel wacht. Graaf Gwijde vraagt Marina om hem tot bij Jan Crabbe te brengen. Bij de herberg aangekomen verlaten 2 ongure mannen horizontaal de herberg via het raam. Het zijn valsspelers, ze maken zich uit de voeten maar zweren wraak te nemen. Jan Crabbe vertoont zich, het is een reus van een man, en ijzersterk. De Graaf geeft Crabbe en Marina zijn zegel en het zwaard van Johan, ze mogen hem gaan bevrijden. Achter de schermen zal hij de piraten steunen.
Tijdens de bevrijdingsopdracht is geen soldenier te bekennen, die zitten halfdronken te feesten dankzij de wijn die de graaf hen schonk. Eens bevrijd verlaten ze het kasteel in spoed.

Inmiddels zijn Geert en Berten , de 2 ongure mannen op weg naar de Franse vloot. Ze worden snel opgemerkt en gevangen genomen. Ze overtuigen de Franse admiraal van hun bedoelingenen en verraden de plannen van de piraten. Hierop zet de Franse vloot koers naar Cadzand, om er met het piratennest af te rekenen. De Fransen ontschepen en trekken geruisloos op. Johan en zijn gezellen zijn ondertussen terug te Cadzand waar Fransiscus hen ontvangt. Plots breekt paniek uit onder de manschappen, ze hebben de Fransen waargenomen.
Franciscus stuurt een schip richting Sluis om de vloot van Jan Crabbe te verwittigen, tot deze aankomt zullen de overblijvers de Fransen moeten ophouden. Marina, blijft dapper bij de groep weerstanders. Franciscus, Johan en Jan Crabbe vormen de speerpunt.
Berten en Geert leiden de Fransen door het moeras maar vinden de constante bewaking vervelend en besluiten er vandoor te gaan, nu ze een stuk drijfzand tegenkomen. Ze springen over de dodelijke hindernis. Enkele achtervolgende Fransen zijn niet zo fortuinlijk.
Wat verder stoten Geert en Berten op Jan Crabbe en zijn manschappen. Crabbe rekent onmiddellijk met de verraders af. Wat verder in de duinen zijn de piraten onder leiding van Johan slaags geraakt met de Fransen, de piraten leveren uitstekend weerwerk, maar de overmacht van de Fransen is groot. De Franse admiraal zet nog meer voetvolk in, waardoor de piraten genoodzaakt zijn zich terug te trekken naar “De piraat”. Franciscus raakt gewond en de fransen blijven oprukken, brandende fakkels zetten de herberg in brand. De piraten moeten nu op de vlucht voor de Fransen die de overwinning nabij zijn.

Dan doemt de piratenvloot op, die brandende projectielen op de Fransen afvuurt. De Franse grondtroepen zijn stomverbaasd en nemen de vlucht wanneer een piratenschip grondtroepen afzet. De slag gaat nu tussen de Franse vloot en de piratenvloot. Johan en Marina bevinden zich aan boord van een piratenschip en leveren daarbij een hevige strijd. Wanneer het admiraalsschip van de Fransen ten onder gaat geven de overige Franse schepen het op en varen weg. De Zwinmonding is weer vrij voor verkeer.
De bewoners van Sluis lauweren de piraten, zij zijn de helden van de dag. Achter de schermen is ook Graaf Gwijde een gelukkig man.
Johan neemt afscheid van Franciscus en verlaat de streek, weer een opdracht met verve vervuld!

Dit verhaal zou zich chronologisch enkele weken na “De leeuw van Vlaanderen” afspelen.
Het plaatje klopt in dit geval, de 2 albums zouden recht na elkaar uitgegeven hebben kunnen worden.
De piraten van Sluis is spannend van begin tot einde en toont eens te meer de hoogmoed van de Fransen, zelfs na de nederlaag te Kortrijk. Het zou de Fransen nog enige tijd vergen om terug greep over deze regio te krijgen.
Wat het tekenwerk betreft, prachtige tekeningen afgewisseld met wat haastig werk. Niettemin een zeer degelijk rode ridderverhaal. Biddeloo had de goede richting weer volledig te pakken, zijn compas stond richting topverhalen. Dit is nu zuiver persoonlijk, maar dit verhaal mag gerust naast de grote verhalen uit het verleden liggen, het zal de vergelijking met verve doorstaan.
Leuk is de Cameo van Franciscus.

Encyclopedie

Personages

Locaties

 

Subcategorieën

Pagina 20 van 27