Back to Top

Albums

Albums

093. Nevelsteen

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1980

Samenvatting

Johan rijdt haastig met zijn paard door een bos heen. Hij heeft een afspraak met een bekende en is bijna te laat. Hij heeft nauwelijks tijd om een oude bedelmonnik een aalmoes te geven. Maar als hij de stem van de bedelmonnik hoort, beseft Johan dat hij zijn afspraak is tegengekomen. Het is Merlijn die uit voorzorg vermomd was. Merlijn heeft een lastige opdracht voor Johan. Hij moet de tovenaar Kirzillian helpen. Kirzillian woont in Nevelsteen, een burcht die sinds de magische praktijken van Kirzillian door grote problemen wordt getroffen. Merlijn en Johan spoedden zich naar de burcht, die door vele monsters en een dichte mist afgeschermd wordt.

Eenmaal binnen wordt het tweetal overvallen door een reuzenspin. Na enkele bezweringen van Merlijn kunnen ze verder en bereiken ze Kirzillian die helemaal verlamd lijkt te zijn. Direct worden de twee door schorpioen-achtige monsters overvallen. Terwijl Merlijn probeert om Kirzillian bij bewustzijn te krijgen, gaat Johan de schorpioenmannen te lijf. De Rode Ridder schakelt de twee monsters uit en hoort van Merlijn dat Kirzillian vergiftigd is door de angel van een schorpioenman. Johan vindt het tijd om de burcht beter te onderzoeken. In de kelders van Nevelsteen vindt Johan een bodemloze schacht in de vorm van een Pentagram. Iets verderop vindt hij een levensecht schilderij van een jonge vrouw.

De inmiddels bijgekomen Kirzillian vertelt hem dat het zijn dochter, Jorada, is. Jorada is vlak voor de komst van Johan en Merlijn door de schorpioen-mannen ontvoerd. De schorpioenmannen konden via de schacht van het Magisch Pentagram in de kelders binnendringen. Kirzillian ontdekte dat aan de andere kant van de schacht een Nevenwereld is, met hun eigen wetten. De heerser van de Nevenwereld is de opperdemon Zerahemnah. De toegangspoort tot Nevenwereld kan slechts om beurten gebruikt worden. Voor Merlijn, Kerzillian en Johan is het nu dus mogelijk om Nevenwereld binnen te gaan en Jorada terug te halen. Via het schilderij van Jorada is het ook nog mogelijk om in de Nevenwereld te kijken. Na een kijkje besluiten Johan en Kirzillian, gewapend met 'n explosieve katapult, om Jorada terug te halen. Merlijn blijft op de uitkijk bij het schilderij.

Johan en Kirzillian krijgen een warm onthaal in Nevenwereld. Het ene monster is nog niet met de katapult verslagen, of een volgende troep schorpioenmannen, Oumi's geheten, doemt al weer op. De Oumi's worden door Kirzillian, die een zandstorm opwekt, verslagen. Het tweetal spoedt zich verder richting Jorada. Inmiddels ziet Merlijn in het schilderij dat Jorada aan Zerahemnah wordt voorgeleid. Zerahemnah tovert zich om, zodat hij er wat minder angstaanjagend uitziet en probeert dan Jorada over te halen om zijn vrouw te worden. Zerahemnah wil niet alleen heerser over Nevenwereld zijn, maar ook over Jorada's wereld. Jorada weigert alle medewerking te verlenen en beraadt zich al over een vluchtpoging. Na dit aanschouwt te hebben, denkt Merlijn na over de manier waarop hij de nieuwe toestand aan Johan en Kirzillian kan duidelijk maken.

Johan en Kirzillian zijn op hun tocht weer op een nieuwe monster gestuit. Johan vecht een zware strijd uit met een grote slang. Dit terwijl de Rode Ridder zich ook nog eens op een kleverige bodem bevindt. Elke stap kan fataal zijn. Toch overwint de ridder. Kirzillian komt dan lekker op tijd met een bevrijdingsactie voor Johan. Hij ontwikkelt een onweer, waardoor de grond niet langer kleverig is. Johan en Kirzillian gaan voort en worden onderweg ook nog geïnformeerd over de toestand door Merlijn. Het gesprek wordt abrupt onderbroken door enkele vliegende bespieders van Zerahemnah. Opnieuw moet het duo proberen om de monsters te verslaan. Maar deze keer is de overmacht te groot. Johan en Kirzillian worden in een glazen bol in het hoofdkwartier van Zerahemnah opgesloten. Jorada heeft ondertussen van Zerahemnah te horen gekregen dat ze moet kiezen: of ze wordt de vrouw van de opperdemon, of haar twee redders worden gedood. Wanhopig besluit ze de twee te bevrijden. Dit is voor Johan het sein om met een verborgen gehouden pijl de glazen bol door te prikken.

Direct ontstaat er een groot gevecht tussen Johan, Kirzillian en Jorada aan de ene kant en Zerahemnah en zijn Oumi's aan de andere kant. Tijdens het gevecht verschijnt het Magisch Pentagram weer in de vloer. Het drietal ontsnapt uit Nevenwereld. Kirzillian nodigt Zerahemnah daarbij uit tot een laatste confontatie in Nevelsteen. In Nevelsteen aangekomen overleggen Merlijn, Johan, Kirzillian en Jorada hoe ze Zerahemnah kunnen verslaan. Zerahemnah is per slot van rekening nauwelijks te verslaan. Merlijn en Kirzillian gaan proberen om Zerahemnah met behulp van hun magie te verslaan.

Niet veel later vallen Zerahemnah en de Oumi's opnieuw Nevelsteen binnen. De katapult is in deze strijd niet te gebruiken. De ontploffingen zouden de hele burcht doen instorten. Op een gegeven moment komen Johan en Zerahemnah tegenover elkaar te staan. Zerahemnah keert weer terug naar zijn oude, ware gedaante en er ontstaat een zwaar duel. De Rode Ridder lijkt de strijd op het laatst toch te verliezen, maar… dan is de redding natuurlijk daar. Een wolk met gevaarlijke monsters suist voorbij en neemt Zerahemnah en de Oumi's mee het luchtruim in. De overwinning is binnen en het is tijd geworden voor Merlijn om alles te verklaren. De soortgenoten van Zerahemnah zijn ook demonen. Zij hadden weinig met de heerser van Nevenwereld en kwamen Zerahemnah daarom op Merlijn's verzoek ophalen. Johan geeft Kirzillian nog een wijze raad: niet meer van die gekke magische proeven doen! Kort daarop wordt het Magisch Pentagram dichtgemetseld en Johan en Merlijn nemen afscheid van hun vrienden Kirzillian en Jorada.

Het eerste wat opvalt aan het verhaal Nevelsteen is dat het zoveel opvallende overeenkomsten heeft met het verhaal De Toverspiegel. Ook daar bestaat er een andere wereld waarin een vrouw gevangen is (Galaxa). Ook in de Toverspiegel ontmoet Johan een monster (Gorgontar), die de vrouw gevangen houdt. Ook in de Toverspiegel is er een medium (de spiegel) wat een verbinding maakt tussen de twee werelden.

De tekeningen zijn in Nevelsteen zoals ze moeten zijn: redelijk goed. Vooral de eerste helft is mooi getekend. De griezelige sfeer van het verhaal wordt door de donkere tekeningen goed vastgehouden. De verhaallijn komt dus erg overeen met die van De Toverspiegel. De spanning is erg hoog in dit verhaal en dat komt dus goed over. Tot het einde dan. Dat valt tegen. De laatste strijd in dit spannende verhaal zou toch met een mooie afloop moeten eindigen. Maar dat gebeurt niet. Een stel spoken komt langs en zij nemen Zerahemnah maar even mee, want Merlijn moest er toch nog van af. Jammer dat zo'n sterk verhaal zo moet eindigen. Maar toch is Nevelsteen een van de betere subtoppers.

094. Xanador

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1981

Samenvatting

Johan nadert een kleine nederzetting. Er heerst een drukte van jewelste, iedereen staat ongeduldig te wachten aan de herberg, waar Gaetan de minstreel veel succes heeft. De bewoners schreeuwen om de ballade van Xanador nogmaals te mogen horen. Gaetan begint de ballade, die over goud en mooie vrouwen gaat. Johan staat mee tussen de toeschouwers. Hij bemerkt ook een knappe vrouw, die de minstreel strak aankijkt. Gaetan beëindigt de ballade en zet het op een lopen. Een oude man houdt hem echter tegen, hij vertelt hem dat zijn drie zoons op zoek gingen naar Xanador, maar niet terugkeerden. Ook een ander heerschap spreekt Gaetan aan. Het is Mitje, die samen met zijn vrienden Ward en Jakke naar Xanador willen. Ze zetten Gaetan onder druk om hen alles te vertellen over Xanador. De oude man blijft echter aandringen op de feiten omtrent zijn zoons. Het dreigt tot een handgemeen te komen tussen de oude man en de drie andere belagers van Gaetan. Johan stapt naar voor en werpt zich beschermend voor de oude man. Er ontstaat een gevecht tussen Johan en Mitje. Mitje krijgt een rake klap en zakt in elkaar. De oude man, Ebert, krijgt intussentijd een beroerte die hij niet zal overleven. Ward en Mitje druipen af, maar Jakke benadert Johan langs achter en wil hem laffelijk neerslaan. De jonge vrouw waarschuwt Johan echter tijdig zodat Jakke een lage scheervlucht maakt, en het op een lopen zet.
Eberts laatste woorden waren aan Johan gericht. Hij smeekte Johan om naar Xanador te gaan en zijn zoons terug te brengen. Johan’s riddereed verplicht hem op het verzoek in te gaan. Hij besluit dan ook eens met Gaetan te praten. Gaetan houdt vol dat de ballade de volle waarheid spreekt, en laat een gouden munststuk met een afbeelding van Xanador zien. Johan vraagt Gaetan om voor gids te spelen. Hij roept tevens vrijwilligers op om mee te gaan, maar niemand durft het aan. Gaetan zegt nog een poging te doen bij andere mannen. Hij verlaat de herberg maar wordt al snel tegengehouden door de jonge vrouw. Het is Vida, en ze bezorgt Gaetan blijkbaar de stuipen. Er volgt een gesprek over de gevraagde levering, waar Gaetan niet voor kan zorgen. Mitje, Ward en Jakke willen nog steeds naar Xanador. Gaetan stemt ondertussen toe Johan te zullen gidsen. Wanneer ze de nederzetting de volgende dag verlaten zetten de drie schurken meteen de achtervolging in. Zij worden op hun beurt dan weer geschaduwd door Vida. Onderweg vertelt Gaetan over zijn eerste kennismaking met Xanador, de gouden stad en de zwaarbewapende amazones. Hij vertelt over zijn kennismaking met Alena, de koningin en haar rivale, Vida. Alena profiteerde destijds van de afwezigheid van Vida om koningin te worden. Nu tart Vida haar gezag door Gaetan als slaaf te willen nemen. Later vertrouwt ze Gaetan toe dat ze hem spaarde zodat hij in de buitenwereld hulp zou kunnen halen. Hulp om het schrikbewind van Alena omver te kunnen werpen. Vida helpt Gaetan te ontsnappen, onderweg komen ze een mijn tegen, waar mannen gewillig werken. Het is een goudmijn. Hermax een alchimist brouwt een verdovend middel, dat de mannen een vals gevoel van geluk bezorgt. De mannen die in de stad leven zijn ’s werelds beste goudsmeden. Gaetan was nu overtuigd van het belang van zijn missie. Hij ging voortaan zingen over Xanador, om krijgers te ronselen.
Na het relaas van Gaetan bemerkt Johan in de verte de drie achtervolgers. Nog meer op de hoede zijn is nu de boodschap.
Die nacht houdt Jakke de wacht in het kamp van de drie. Hij valt echter in slaap. Het kampvuur slaat gretig om zich heen en veroorzaakt al snel een heuse brand, die de grasvlakte dreigt te bereiken. Johan en Gaetan zitten in de val, de enige uitweg is een levensgevaarlijke sprong over een droge rivierbedding. Op het nippertje redden Johan en Gaetan het. Gaetan heeft echter nog wat in petto voor de achtervolgers. Het tweetal haast zich naar de enige waterbron in de omgeving. Gaetan strooit een slaapverwekkend poeder in het water, en beiden zetten hun tocht verder. Ze naderen het moeras der dampende meren, waar ook een moerasgeest huist. Na een fikse mars hoort Johan het hinniken van zijn paard, slachtoffer van de moerasgeest. Nu de nacht valt besluiten hij en Gaetan halt te houden.
Ondertussen ontwaakt het drietal uit een diepe slaap. Vida en haar krijgers hebben het drietal omsingeld en in de boeien geslagen. Vida biedt hen de keuze, als slaaf eindigen in de mijnen of haar helpen de troon te veroveren. In ruil voor goud willen de drie zich achter Vida scharen.
Johan en Gaetan zetten hun tocht verder, Hermax volgt hen op de voet en merkt Johan op, de aardsvijand van zijn meester, Bahaal. Hij beveelt de moerasgeest Johan aan te vallen. Johan rekent echter met de moerasgeest af. Gaetan bedreigt Hermax, die echter gaat lopen. Hij zakt dood in elkaar, getroffen door Gaetan’s dolk. Ondertussen omsingelen de Amazones Johan en Gaetan. Ook Vida duikt op. Ze vraagt haar krijgsters om trouw te zweren. Hetgeen ze beloven te zullen doen, van zodra Vida Alena verslagen heeft. Vida begeleidt Johan en Gaetan naar Xanador, waar ze de koningin zullen ontmoeten. Johan en Gaetan staan onder zware bewaking. Ze worden door enkele krijgsters naar Alena begeleidt. Alena tracht Johan achter haar kar te spannen, deze laat echter weten enkel de slaven te willen bevrijden. Alena daagt Vida uit om een gevecht te leveren in de verlaten mijnschacht. Vida accepteert de uitdaging. Gaetan wil de koningin nog laten drinken van het slaapmiddel, maar dit mislukt.
Alena en Vida verdwijnen in de mijnschacht, waar een ongelijke strijd losbarst. Alena stuurde eerst nog twee andere Amazones op Vida af.
Terwijl de dames vechten besluiten Johan en Gaetan de slaven te bevrijden. Jakke, Ward en Mitje hebben nog niet van het verdovende brouwsel gedronken, ze scharen zich aan de zijde van Johan en Gaetan. Het enige wat ze nu kunnen doen is afwachten tot het brouwsel uitgewerkt is.
In de mijnschacht heeft Vida haar twee tegenstandsters verslagen, maar hierbij raakte ze wel gewond aan de schouder. Alena’s speer mist zijn doel, waarop de strijd met het zwaard verder gaat.
De ontwaakte slaven komen ondertussen in opstand. Gelukkig net op tijd, want de zwakke stutsels begeven het door een aardschok. Er ontstaat paniek en chaos in de stad, die langzaam maar zeker in stukken uit elkaar barst.
Net wanneer Vida lijkt te bezwijken door de pijn tengevolge van haar verwondingen bezorgt de woede jegens Alena haar nieuwe krachten. Ze behaalt de overwinning, maar is te zwak om op te staan. De mijnschacht is bezig in te storten! Gelukkig duikt Gaetan plots op. Hij draagt zijn amazone naar buiten.
Even buiten de stad, zijn de overlevenden getuigen van de ondergang van Xanador, de stad die voortaan een legende zal zijn. Gaetan en Vida hebben elkaar gevonden, Johan begeleidt de drie zoons van Ebert naar de nederzetting en onze drie vrienden zetten kibbelend hun bestaan verder!

Biddeloo’s voorliefde voor een bepaald type vrouw komt in dit album enorm tot uiting. Het mag gezegd worden, dit album bevat geen lelijke vrouwen. Alleen al daarvoor zouden we dit album lezen. De legende rond Xanador en het verloop van het verhaal zijn vrij standaard. De spanningopbouw verloopt steeds sneller naar het einde toe, wat dit album een doorlezer maakt. 20 minuten ontspanning!

Encyclopedie

Personages

Locaties

Voorwerpen

095. Heerser der diepten

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1981

Samenvatting

Dit verhaal vangt aan op een rustige dag terwijl de Rode Ridder aan boord van een driemaster over de Grote Oceaan reist. Alhoewel, zo rustig blijft het niet, want plots roept iemand vanuit het kraaiennest: “Kapitein! Ginds aan de horizon begint de zee te schuimen! Iets van reusachtige afmetingen komt op ons af!” De kapitein geeft nog het bevel om het roer om te gooien maar het is te laat. We zijn getuigen van de slachtpartij die de haaien onder de bemanning aanricht. Gelukkig weet de Rode Ridder te ontsnappen nadat hij een haai verwondde. Op deze gewonde haai komen snel nieuwe af die deze haai zonder mededogen afmaken. Wanneer Johan bijna het vasteland heeft bereikt merkt hij in de verte op de plaats van de schipbreuk de vin van de reuzenhaai op.

Eenmaal aan land vindt hij zijn paard terug. Hij merkt tevens een dame in nood op. Onmiddellijk redt hij haar van de offerpaal. Minder voor de Rode Ridder is dat de jonge dame niet gered wil worden. Na de redding komt ook haar vriendje opdagen om Johan duidelijk te maken dat hij niet blij is met de huidige stand van zaken. Nadat Oona, het geredde meisje, uitleg geeft waarom dat zo erg is komt de hogepriester van het dorp langs met zijn gevolg. Gelukkig voor Johan hebben de Bukauska’s nog nooit een paard gezien,waardoor ze op de vlucht slaan. Vanuit een palmboom heeft echter een Bukauska de wacht gehouden. Hij gooit een met lood verzwaard visnet naar Johan. Johans paard vindt deze gebeurtenis niet meer zo interessant en kiest verstandig het hazenpad.

Aangekomen in het dorp wordt Johan tegen de wil van Irshales, de hogeprieser, opgesloten. Voordat Oona’s vader ook maar kan beslissen of Johan geofferd moet worden, ontsnapt hij met de hulp van Nyaluk. Onze held luistert samen met Nyaluk een gesprek af tussen Oona en Irshales. Hierin wordt duidelijk uitgelegd dat Irshales enkel geïnteresseerd is in Oona. Gelukkig voor haar kan ze op tijd de verliefde Irshales van haar afduwen. Maar voor Irshales zijn woede kan bekoelen op Oona komt de Rode Ridder tussenbeide en slingert Irshales door de kamer.

Na deze actie ziet Johan zich genoodzaakt om zich terug te trekken in de bergen bij de Grokkors. Voor hij echter naar dat oord vlucht moet hij eerst onderzoeken hoe Gorgoladon gehoorzaamt aan de wil van de hogepriester. Hij ontdekt op de bodem van de zee een gong die signalen kan uitzenden naar Gorgoladon. Nu hij dit te weten is gekomen zet hij eindelijk zijn tocht verder naar de Grokkors. Hij merkt echter niet dat hij bespied wordt door een Grokkor. Wanneer hij verder wil gaan ziet hij dat een jachtluipaard zijn berspieder, als middagmaal heeft uitgekozen. Alleen rekende dit jachtluipaard niet op de tegenwerking van de Rode Ridder. Johan helpt de Grokkor maar hij stelt vast dat het gewoon een behaard wezen is, dat veel wegheeft van “de mens”. Wanneer hij dichter bij hun kamp komt krijgt hij de nodige voorwerpen naar het hoofd geslingerd. De Grokkor die hij heeft gered, genaamd Khanda-Kor, spreekt echter in zijn voordeel en hij mag mee naar hun kamp. Wanneer hij in het kamp aankomt geeft zijn redder de nodige uitleg en verklaart Jo-Han tot een van de hunnen. Dit alles wordt bezegeld met een feestmaal en wat later toont Khanda-Kor hem ook nog een tand van Gorgalodon.

De volgende dag leert hij Johan jagen op haaien door vruchten in een vulkanische bron te gooien en ondertussen de haaien te lokken met bloed en visafval. Nadat de haaien de opgewarmde vruchten binnenkrijgen ziet Johan dat de haaien binnen levend verbrand worden. Later op de dag gaan ze ook nog het Bukauskas dorp bespieden. Daar zien ze tot hun grote verbazing dat Irshales een jacht heeft georganiseerd op tweevoetig wild: langmes. Tijdens hun vlucht ontdekt Johan de perfecte plaats om Gorgalodon voorgoed uit te schakelen. Terwijl Irshales een mensenjacht houdt, besluipt de Rode Ridder met zijn nieuwe vriend het dorp om Oona en Nyaluk te redden. Na het helpen ontsnappen van deze mensen wil Johan ook nog controleren of het wel klopt dat Gorgalodon snel afkomt wanneer de gong afgaat. En het klopt! Gorgalodon en de hogepriester komen af. Terwijl Johan vreest dat de reuzenhaai het dorp zal vernielen is Nyaluk zeker van niet. De drie gezellen krijgen de opdracht om het oerwoud in te vluchten terwijl Johan de aftocht dekt door de Bukauska-krijgers op een dwaalspoor te zetten. Op hetzelfde moment ontdekt een stamgenoot Oona. Hij brengt hen op de hoogte van het feit dat de hogepriester bijna geen macht meer heeft en dat Mbandaka vermoord is. Khanda-Kor heeft moeite om zijn stamgenoten ervan te overtuigen Oona en Nyaluk als bondgenoten te zien maar uiteindelijk lukt dit. Hierna komt Johan toe en wijst ze de zee-inham waar ze misschien Gorgalodon kunnen vangen.

Terwijl de werken starten is er in het Bukauska dorp weer rust. Irushales zoekt contact met zijn beste (en enige) bondgenoot: de Heerser der Diepten. Ondertussen gaan de werken heel erg goed door. Maar dan komt het slechte nieuws: Irushales heeft Oona geschaakt terwijl ze water aan het putten was. Johan aarzelt geen ogenblik en haast zich naar het dorp om het vriendinnetje van Nyaluk te redden. Bij deze reddingsactie wordt Irushales getroffen door een harpoen en stort dodelijk gewond in zee. Toch kan hij nog aan het touw trekken zodat de gong afgaat. Johan probeert de overige dorpsgenoten van de Bukauska’s te verwittigen door het dorp in brand te steken. Maar dit mislukt en de heerser der diepten is reeds op komt. Gorgalodon is helemaal niet tevreden met de lege offerpaal, dus gaat hij snel op de kano’s die nog vrolijk ronddobberen op de openzee af. Bij de eerste aanblik van het afschuwelijke monster grijpen ze hun harpoenen en doen een collectieve aanval. Deze wordt echter afgeslagen slechts enkele kano’s kunnen ontsnappen. Deze vluchten snel naar de inham. Hier springen de inzittenden uit hun boten en wordt de Heerser der Diepten bedolven onder een lawine van rotsblokken.

Dankzij de dood van de diepzeegod kunnen de Grokkors en Bukauskas naast elkaar leven. Johan wordt naar de open zee gebracht waar hij wordt opgepikt door een voorbijvarend handelschip.

Dreggingen op de bodem van de Stille Oceaan leverden tanden op van de Carcharadon Megalodon een voorhistorische diepzee-haai. (+20 ton en 30 meter lang!) Deze tanden blijken echter geen fossielen te zijn maar van recente oorsprong. Zou de heerser der diepten dan toch nog in leven zijn?

Zelf vond ik dit een mooi avontuur. Het was 1 van mijn eerste zwart-wit strips en dat heeft altijd wel iets extra’s. Voor de rest vind ik het een mooi album met een duidelijke taal. Eveneens wordt ook nog eens duidelijk gemaakt dat de Rode Ridder geen oorlog duldt tussen verschillende volkeren of dat hij nooit een mooie dame in nood zal laten zitten.

096. De Dame van de Poorten

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1981

Samenvatting

De Rode Ridder trekt door een troosteloos gebied, waar hij de legende van de Heer der Poorten wil doorgronden. Samen met Huon , een andere dolende ridder , trekt hij naar Castellamar , het kasteel van de Heer der Poorten. Achterna gezeten door het Nachtvolk bereiken ze de burcht waar ze Ingrid , de Dame der Poorten ontmoeten. Vrouwe Ingrid vertelt de mythe van de strijd tussen de Heren van het Licht en de Meesters der Duisternis en hoe na afloop van deze oorlog Castellamar ontstond. Toen de Heer der Poorten verdween begon het Nachtvolk weer naar boven te komen. In het kasteel houden de vergrendelde poorten hen echter tegen.

Maar wanneer de zevende zegel verbroken wordt valt het Nachtvolk aan , onder leiding van Gardian , de Heer der Poorten. Na een eerste hevige aanval neemt de Rode Ridder de uitdaging van Gardian aan. In een magisch duel lijkt de Rode Ridder het onderspit te delven. Hij herpakt zich echter en verdrijft de Heer der Poorten. Wanneer deze een verraderlijke aanval poogt op de Rode Ridder grijpt Zero, de knecht van de Dame der Poorten in en vermoordt Gardian. Nu de Heer der Poorten dood is trekt het Nachtvolk zich terug, de ongelukkige Zero meesleurend. Om de poorten weer af te sluiten slopen de ridders gehele muren. Huon besluit de nieuwe Heer der Poorten te worden en zal samen met Ingrid over het Nachtvolk waken.

Persoonlijk vind ik dit een van de betere albums uit de reeks. De spanning ligt erg hoog , vooral wanneer de laatste zegel der poorten wordt verbroken en het Nachtvolk aanvalt. Ook Gardian is een machtige vijand , een van het soort dat we zelden ontmoeten in de albums.

097. De vesting

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1981

Samenvatting

We vinden Johan terug op de Grote Steppe, een gebied tussen Azië en Europa. Zijn reisdoel is Arkaddon, een massieve burcht. Op weg naar de burcht kruist een karavaan Johans pad. Daar maken we kennis met Kebir, de koopman en Jarmilla, een blanke schoonheid, die met de karavaan meereist. De karavaan is echter ook opgemerkt door de bewakers van Arkaddon en het komt tot een schermutseling wanneer Sabin (de dienares van Jarmilla) het voor haar meesteres opneemt. Johan kan natuurlijk niet anders dan tussenkomen. Markies Tordrach, hoofd van de lansiers van Arkaddon, komt echter tussenbeide om de wonden te zalven. De karavaan mag de nacht doorbrengen even buiten de muren van Arkaddon; Johan mag de burcht binnen.

Het valt onmiddellijk op dat in de vesting een staat van opperste paraatheid heerst. Dit moet wel, omdat de stepperuiters zouden kunnen aanvallen. Het is echter al twintig jaar geleden dat er nog eens een aanval geweest is. De stepperuiters zouden echter onlangs een nieuwe leider gekregen hebben, Morduk Slindar, een sluwe strateeg die de ondergang van Arkaddon gezworen heeft.

We maken kennis met Baron Brinstaan, hoofd van het voetvolk, Rassam de heelmeester, en graaf d’Ysdemir, de eigenlijke bevelhebber van Arkaddon. Johan geniet van de gastvrijheid en wordt gevraagd om de volgende dag enkele krijgsoefeningen te inspecteren. ’s Avonds is er echter een alarm. Jarmilla is gebeten door een slang. De toegang tot de burcht wordt verleend zodat Rassam de wonde kan onderzoeken. Kebir en Sabin vergezellen Jarmilla. Als dank laat Kebir 2 vaten wijn overbrengen naar de burcht.
Van dan af gaat het snel. De vaten wijn bevatten in werkelijkheid 2 steppenruiters. Kebir blijkt niemand minder te zijn dan Morduk Slindar. De slangebeet en de karavaan was niets anders dan een groots opgezette list om de burcht te naderen. Een zandstorm maskeert het dichter komen van de hoofdmacht der stepperuiters.

Ondertussen is men zich op de burcht zelf nog van geen kwaad bewust. De oefeningen met het voetvolk en de proef met het Griekse vuur zijn indrukwekkend… Wanneer Jarmilla echter wroeging krijgt en alles opbiecht aan Johan, gaan de poppen aan het dansen. Enerzijds wordt d’Ysdemir voor dood achtergelaten door Kebir, de poortwachters worden bestookt door de karavaansleden en de hoofdmacht van de stepperuiters valt aan. In de beginfase lijkt de aanval afgeslagen, maar als Kebir erin slaagt om de poort te openen, is er geen houden meer aan. Uiteindelijk ontaardt het gevecht in een slachtpartij, waarin Johan tenslotte ook Kebir uitschakelt. De vesting is echter tot ondergang gedoemd. Een zwaargewonde d’Ysdemir slaagt er in om de voorraad Grieks vuur tot ontploffing te brengen. Verdedigers én aanvallers worden allen uitgeroeid. Uiteraard behoort Johan tot de overlevenden. Van Arkaddon blijft slechts een mythe over…

Dit is een verhaal dat ik al vele malen gelezen heb, en dat blijkbaar niet gaat vervelen. Het plot zit nochtans vrij eenvoudig in elkaar. De list met de karavaan is echter goed gevonden. Ook het spanningselement wordt systematisch opgebouwd. Eigenlijk weten we als lezer wel vrij snel dat Kebir eigenlijk Morduk Slindar is. Zijn plan wordt nauwgezet opgevolgd en we zitten als lezer eigenlijk in spanning te wachten tot het bedrog uitkomt. Dit moment komt een paar keer in het boek dichtbij, maar telkens wordt het afgewend. Het is pas op het moment dat Jarmilla gaat klikken, dat alles uitkomt. En net op dat moment is het te laat, want Kebir is reeds in actie gekomen, met alle gevolgen vandien…

Er is nog een persoonlijke anecdote aan dit verhaal verbonden. Toen ik het album voor de eerste keer doornam, was dat op reis in Zwitserland. Ik was toen een jaar of 10, en had toen pas m’n eerste walkman gekregen. Toen ik dat verhaal las, lag er een cassette op van Mike Oldfield, nl. Tubular Bells. Het was precies of die muziek geschreven was voor dat verhaal. Nu is het telkens ik dit verhaal nog herlees, ik aan die muziek moet denken of dat ik instinctief die CD ga opleggen. Dat is bij deze dan ook een aanrader voor elke RR lezer.

Soit, het album ‘De vesting’ is een klassiek ridderverhaal, met een vrij voorspelbaar plot, maar wel geschreven op een manier dat je dat niet merkt. En dat maakt het een heel goed album om te lezen.

098. Het bronzen gevaar

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1982

Samenvatting

Op een van zijn zwerftochten nadert Johan een op het eerste zicht rustig dorpje. Een eerdere ontmoeting met een wel erg bijzondere veerman, Karadegh genaamd wekt zijn zesde zintuig dat hem aanmaant zich in te zetten voor een goede zaak. Aangekomen in het dorp komt Johan net op tijd om de Schout, Gawein, en zijn helper Dorick te helpen. Met succes wordt een groepje rabauwen in hechtenis genomen, waarna Johan meer verneemt over de man die slechte bedoelingen heeft met het dorp. Vanuit een sinistere ruïne aan de overkant van de rivier smeedt Xilas snode plannen. Met behulp van de alchemist Zaltar bouwt hij aan het het bronzen gevaar…

Het bronzen gevaar is een album dat alles heeft wat een oerdegelijk avonturenverhaal nodig heeft! Niet alleen creëerde Karel Biddeloo een epische strijd tussen 2 onoverwinnelijk geachte harnassen, centraal in dit met sci-fi fantasy doorspekte verhaal vinden we ook een heleboel drama. Zo is er Dorick, vroeger een veelzijdig krijger, nu een aan de drank verhangen loser. Om dit alles nog wat cachet te geven is er de beeldschone Lavinia. Dorick is smoorverliefd op het meisje, maar Lavinia’s vader, de dorpssmid verbiedt een relatie. In plaats van zich te herpakken glijdt Dorick verder weg in zijn miserie.
Het bronzen gevaar zou geen rode ridderverhaal zijn, indien er geen happy end in de lucht hing… Dat zelfs de drankduivel overwonnen kan worden is een moraalles van jewelste en een zeer duidelijke boodschap die Biddeloo in dit album verweefde. We zijn overigens van Biddeloo zo geen expliciete moraallessen gewend!
Opmerkelijk is ook de scène waarin de herboren Dorick met Johan, Gawein en de smid in ware westernstijl op de rabauwen afgaan. Westernfans herkennen zeker en vast een bepaalde tekening die erg hard doet denken aan Tombstone. De inwoners die bang vanuit hun woningen toekijken, hoe 4 vastberaden mannen hun noodlot tegemoet gaan. Heerlijk is dat!

Dat dit album uit de glorieperiode van Karel Biddeloo stamt mag duidelijk wezen, zowel het verhaal als de tekeningen zijn top (wat in latere tijden wel anders durfde uit te draaien). We vragen ons trouwens af waar Biddeloo de inspiratie vandaan haalde om dit album te schrijven.

099. De gijzelaars

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1982

Samenvatting

Op een warme namiddag is Cornec de stroper op jacht naar enkele herten, als plotseling zijn prooi verschrikt wegvlucht. Argwanend over wat de dieren heeft doen schrikken gaat hij op onderzoek uit in de richting van een rumoer in de verte.

Op een open veld in het woud wordt door geharnaste ridders een meedogenloze strijd geleverd. Cornec herkent meteen heer Garthon van de rivierburcht aan zijn wapenuitrusting, die al vechtend diep tot in de vijandelijke gelederen doorbreekt. Steeds meer vijanden sluiten de heer in, maar een andere ridder, met het blazoen van een oplaaiende vlam bemerkt het gevaar en stormt vooruit in een poging zijn strijdmakker te ontzetten. Heer Garthon die zwaar gewond is wankelt reeds in het zadel en tracht wanhopig de genadeslag te ontwijken. De ridder met het oplaaiende wapenschild breekt echter onversaagd door de gelederen heen en slaagt er zo in om zijn strijdmakker van een zekere dood te redden.
Op dit moment wordt het gelaat van heer Garthons redder ons onthuld. Hoe kan het ook anders? Onder een helm met rode veer prijkt het gelaat van onze held, Johan, de rode ridder. Hij helpt zijn gewonde makker uit het zadel en even later komen we te weten dat hun vijand Baldein de kale is, een onteerde edelman die het land van Koning Valmir, Garthons leenheer wil veroveren en plunderen.

Opeens hoort Johan de hulpkreet van een vrouw. Hij bemerkt een jonge vrouw die belaagd wordt door enkele wapenlieden van Baldein de Kale. In een korte maar hevige strijd worden de belagers door Johan over de kling gejaagd. Even later vertelt het meisje, Sharyll, aan Johan en Garthon dat ze de bescheming kwam afsmeken voor tientallen gezinnen die een pleisterplaats vonden aan de molen van haar vader. Hoewel de molen zich buiten zijn gebied bevindt neemt hij toch de vluchtelingen onder zijn hoede. De tijd staat voor Garthon stil als hij de dankbaarheid in de ogen van het meisje ziet. Johan gaat samen met het meisje op onderzoek uit en bemerkt dat ze net te laat zijn, Baldein heeft zijn kamp opgeslagen in de molen en de vluchtelingen zijn samengedreven als vee, bewaakt door zijn soldaten. Ze zien er een staaltje van Tarkin, de nar van Baldein, die over de gave beschikt om in de toekomst te kunnen kijken. Deze voorspelt echter tot ontevredenheid van Baldein zijn ondergang met de woorden : “Pas op voor hem, die niet zal zijn wie hij is”.
Johan vertrekt om Garthon op de hoogte te stellen terwijl Sharyll blijft om zich zo onder de vluchtelingen te mengen en hen te helpen.

Terug aangekomen op de burcht licht Johan Garthon meteen in over de situatie. Op dat moment komt er ook een reisduif binnen van de koning, zijn legers zijn nog niet klaar voor de strijd en hij vraagt Garthon om zoveel mogelijk tijd te winnen. Op dat ogenblik vraagt Baldein de kale een vrijgeleide om te onderhandelen met Garthon. Hij eist de overgave van de burcht in ruil voor de levens van de gijzelaars. Als list gaat Johan vermomd als huurling naar het kamp van Baldein. Gharton biedt tijdens de onderhandelingen zelfs aan om mee te gaan en zijn leven te ruilen tegen dat van de vluchtelingen, een aanbod dat wordt afgewezen . Als Baldein de burcht verlaat stort Garthon in, het enige waar hij echter aan denkt is de molenaarsdochter.

Inmiddels wordt Sharyll gegrepen door Cornec de stroper. Uit onverwachte hoek krijgt ze echter hulp en komt zo uiteindelijk terug terecht bij haar vader. Cornec zegt dat hij belangrijk nieuws heeft voor Baldein en uit eveneens enkele bedreigingen naar de molenaar en zijn dochter. Op deze woorden krijgt hij plots een ijskoud stortbad van de nar die zijn dorst naar wraak wil laven. Als een razende gaat de stroper op weg naar Tarkin die behendig de stroper ontwijkt en de mensen moed inspreekt door Baldeins ondergang te verkondigen. Johan die alles op een afstand gevolgd heeft beseft dat hij in de nar een mogelijke bondgenoot heeft gevonden. Hij stelt een schildwacht buiten dienst en stelt zich op in diens plaats om zo indruk te maken op Baldein. Hij moet zich bij wijze van proef meten met Berrold, de ongeslagen kampioen van Baldein. Dit gevecht verliest hij opzettelijk. De stroper onthult echter Johans identiteit en zodoende wordt onze held samen met Sharyll en haar vader opgesloten. Hierdoor mislukt het aanvalsplan van Johan en Garthon.

Opeens verschijnt Tarkin die hen bevrijdt van hun boeien. Even later deelt Johan Sharyll mede dat indien Garthon aan zijn verwondingen moest bezwijken, zijn laatste gedachte voor haar bestemd is. Op dat moment bespreken Baldein en Berrold een dodelijke valstrik. Een duel tussen Baldein en de zwaargewonde Garthon met als inzet de gijzelaars. Intussen ontsnapt de rode ridder dankzij de hulp van Tarkin. Baldein wil in een vlaag van woede Sharyll doden, maar deze slag wordt door Tarkin opgevangen. Ondertussen komt Johan aan in het kamp van Garthon. Luid klinkt de stem van Baldein over het water. Hij doet Garthon een voorstel. Een tweegevecht met als inzet de burcht en de gijzelaars. Garthon aanvaardt dit, ondanks het afkeuren ervan door zijn heelmeester. In de burcht komt ondertussen nieuws van de koning aan, iets wat Johan meteen medeelt aan Garthon.

Vlak voor het tweegevecht daagt Berrold, Baldeins kampioen Garthon uit. Deze laatste neemt de uitdaging aan en licht Berrold met gemak uit het zadel, doch verliest hierbij het bewustzijn, iets wat voor vreugde zorgt in het kamp van Baldein. Terwijl Baldein zichzelf als overwinnaar uitroept weerklinken plotseling de krijgsbazuinen. Garthon gaat verder met de tweekamp. Na een meesterlijke stoot wordt Baldein uit het zadel gelicht en wanneer deze terug opstaat vindt hij Garthon voor zich die verder wil met het blanke zwaard. Baldein wordt in een sneltempo achteruit gedreven en wordt even later door een beslissende mokerslag geveld. Nu keren we terug naar de tent van Garthon en vernemen daar dat het Johan is die in Garthons wapenuitrusting strijdt. Even later verschijnt het leger van de koning en samen met de ridders van Garthon lopen ze het leger van Baldein onder de voet. Berrold bemerkt de benarde situatie en tracht weg te vluchten, maar eerst wil hij zich wreken op Sharyll en haar vader. Dit is echter buiten Johan gerekend. Deze komt, nog steeds in de wapenuitrusting van Garthon, tussenbeide en bevrijdt zo de gijzelaars. Het verhaal eindigt met de aankondiging van het huwelijk van Garthon en Sharyll.

Dit vind ik persoonlijk één van de betere Rode Ridderverhalen. Een perfecte mengeling van ridderlijke moed, eer en romantiek. Dat is hetgeen waar ik van hou!

Encyclopedie

Personages

Locaties

 

100. De vervloekte stad

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1982

Samenvatting

Een woestijn in het nabije oosten. Johan is op weg naar de stad Offir, wanneer hij in de verte een rookwolk opmerkt. Hij gaat op verkenning, wat hij vindt tart alle verbeelding, de restanten van een karavaan, de eigenaars gruwelijk vermoord. In het zand bemerkt hij vreemde afdrukken. Plots hoort hij wapengekletter achter een heuvel, meteen snelt hij de ongelukkigen ter hulp. De restanten van de karavaan worden overvallen door groene wezens. Op een van de wagens zit een jonge vrouw die plots aangevallen wordt door een monster, ze roept een man, Boreas genaamd ter hulp. Boreas weet de aanvaller uit te schakelen, maar reeds doemen nieuwe aanvallers af. Ditmaal is het Johan die voor de benodigde ademruimte zorgt. In allerijl tracht hij de karavaan te organiseren. De overmacht is echter geweldig. Als bij wonder komt het garnizoen van de stad Offir ter hulp. De monsters, ook wel Bergduivels genoemd slaan op de vlucht. Booras stelt zichzelf en de jonge vrouw, zijn danseres, Ithys voor. Ook de kapitein van de garde stelt zich voor, zijn naam is Azuur. Het gezelschap gaat verder op weg naar de stad Offer. Onderweg vraagt Booras Ohaën om zijn lijfwacht te worden. Ohaën voelt aan dat Booras een bekende is en dat hij hem kan vertrouwen. Hij neemt het voorstel dan ook aan.
De karavaan komt aan in Offer, waar het gezelschap naar een herberg gebracht wordt om zich op te kunnen frissen. Nadien worden ze verwacht in het paleis van Kan Kevin. Johan inspecteert de kamer van Boreas, alvorens men zich gaat klaarmaken.
Buiten smeden enkele gemaskerde mannen moorddadige plannen. Wanneer Johan op het terras van zijn kamer gaat staan bemerkt hij de twee gemaskerde mannen. Ze werpen hem een mand tegemoet met enkele Cobra’s. Johan weet het ongedierte te doden en vangt de aanval van de eerste doder op. Na deze geveld te hebben gaat hij achter de andere aan. Een halsbrekende tocht eindigt met de val van de tweede doder. Hij is op slag dood. Yazur is snel ter plaatse en belooft Johan het voorval te onderzoeken. Een oude man spreekt van de vloek die op de stad rust. Johan’s nieuwsgierigheid is geprikkeld en hij vraagt naar het geheim van de toren. Niemand mag de toren betreden op straffe des doods. Hier leefde de zwarte magiër Isombol voor zijn verbanning. De man vertelt hem dat volgens enkele verhalen Isombol in de grotten bij de bergduivels woont.
Johan keert terug naar de herberg en wordt er bedankt door Ithys. Hij vraagt ook naar de reden waarom Boreas zijn gezicht verbergt. Ithys geeft als reden een zware verminking. Wanneer Boreas de kamer betreedt tokt het gesprek, Johan heeft de stem van Boreas herkend…
Aan het paleis staat Yazur het drietal op te wachten, hij brengt hen onmiddellijk naar de Khan en zijn vrouw Shira. Khan Kevin praat met Boreas. Hij meent dat hij en Boreas een gemeenschappelijke vijand hebben, Isombol, de tovenaar. Shira wil echter van geen probleemgesprekken weten en zorgt ervoor dat het avondfeest van start gaat. Hierop treden Ithys en Boreas op, wat ze laten zien tart de verbeelding. Boreas heeft net een illusie gecreëerd, en bij aanvang van zijn tweede nummer duikt Isombol plots op in een visioen. Hij zweert wraak voor zijn verbanning, het is bovendien meteen duidelijk dat het hoogtepunt van de strijd tussen Isombol en Boreas zal gaan. Boreas jaagt het beeld weg. Hierop worden de hoofden bij elkaar gestoken en vertelt Khan Kevin alles wat hij weet over Isombol.
Isombol gaf zich uit voor dokter. Aanvankelijk verrichtte hij wonderen, zo stond er op een dag zijn toren. Een massa mensen zochten de wonderdokter op, waarna ze nimmer weerkeerden. Hierop liet Khan Kevin de tovenaar gevangennemen, wat lukte na zijn toren in brand te steken. Isombol ontkende alles, er werden geen bewijzen gevonden, dus al wat Khan kevin kon doen was Isombol verbannen uit de stad. Isombol vertrok maar zweerde wraak. Hierop teisterden allerlei plagen de stad. Onder leiding van Isombol kwamen de Bergduivels uit hun grotten en begonnen karavanen te overvallen. Ithys en Khan Kevin hebben bovendien vreselijke dromen. Boreas en Johan willen er werk van maken, Shira nodigt hen bovendien uit om hun intrek in het paleis te nemen.
Wanneer Johan die avond een bezoek aan Boreas wil brengen hoort hij geruzie in de gang. Het is Shira, die blijkbaar een affaire had met Yazur. Shira wijst de man af en maakt duidelijk dat ze de stad wil verlaten. Johan heeft echter andere katten te geselen, hij betreedt de kamer van Boreas, waar hij verwacht wordt door Ithys en Boreas. Op aangeven van Johan maakt Boreas zich bekend, het is niemand minder dan Merlijn, wiens hulp ingeroepen werd om Isombol, de handlanger van Bahaal te verslaan. Johan keert naar zijn kamer terug, waar Shira hem opwacht. Ze biedt hem een kist vol juwelen aan. Voor deze kleine schat moet Johan haar meenemen naar de buitenwereld. Johan weigert dit echter en Shira loopt razend van woede weg. In gedachten verzonken legt Johan zich op bed. In een vreselijke droom valt Isombol hem aan. Johan ligt verlamd op bed, terwijl enkele Bergduivels de kamer binnenkomen. Merlijn weet net op tijd de droom te doen stoppen, zodat Johan nog op het nippertje aan de aanslag van de Bergduivels ontsnapt. Johan weet Merlijn te bereiken. Shira heeft minder geluk, de Bergduivels hebben haar te pakken. Yazur valt hen echter onverwachts aan, hij weet Shira te bereiken maar valt dan onder een mokerslag van een van de Bergduivels. Johan komt ook ter hulp en na een ontlading uit Merlijn’s toverstaf druipen de Bergduivels af. Met zijn laatste woorden vraagt Yazur Johan het bevel van het garnizoen op zich te nemen. Deze aanvaardt dit. Meteen zetten Johan en Merlijn koers naar de toren van Isombol, ze vermoeden dat de Bergduivels alle sporen daar willen uitwissen. Hun vermoeden wordt bevestigd. Vele sporen werden uitgewist, gelukkig heeft Merlijn een document van cruciaal belang gevonden. Een bezweringsformule waarmee men zielen van mensen in andere lichamen kan plaatsen, dit resulteerde in de Bergduivels. Terwijl Merlijn en Ithys in Offir verder onderzoek verrichten trekt Johan er met een groep soldaten op uit om een bergduivel te vangen. Dit lukt hen vrij snel, ware het niet dat Johan door een slag geveld wordt. Op zijn bevel keren de soldaten met de bergduivel terug naar Offir. Wanneer hij bijkomt, ontmoet hij Isombol, die hem meeneemt naar zijn hoofdkwartier. Hier brandt een onaards vuur, dat gevoed wordt door de resten van de bewoners van Offir. Eensklaps verschijnt Bahaal, die meteen met de deur in huis valt. Hij wil met de Bergduivels de wereld veroveren. Hij zoekt daarvoor een aanvoerder en liefst vanal Johan. Johan vraagt bedenktijd om een ontsnappingspoging te kunnen ondernemen. Johan wordr geboeid en naar Isombol’s studeerkamer gebracht. Daar raakt hij in gedachten verzonken en slaapt in. In een droom verschijnt Galaxa. Zij belooft hem hulp te sturen. Ze houdt woord, want ogenblikkelijk nadert een Bergduivel met Johan’s zwaard. Hij schakelt een andere bergduivel uit en bevrijdt Johan. In een grote spelonk zweept Isombol intussen de bergduivels op voor de aanval op de stad Offir. Johan en de bergduivel weten intussen te ontsnappen. In Offir aangekomen verklaart Merlijn het gebeurde. Hij zette de geest van Ithys over in de Bergduivel. Merlijn keert het proces nu om, waarna Ithys ontwaakt. In allerijl worden de voorbereidingen op een aanval getroffen .
Wanneer de Bergduivels aankomen, zetten ze meteen hun niet te stuiten aanval in. Snel krijgen ze vaste voet op de wallen. Wanneer Khan Kevin gedood dreigt te worden werpt Shira zich voor haar man en redt zo zijn leven. Het kost haar wel haar eigen leven. Plots doemt een groengele rook op boven de stad, die de Bergduivels dood doet neerstorten. De rook blijkt echter onschadelijk voor de verdedigers. Merlijn bedacht deze tactiek, die overigens enkel maar bestaat uit allerlei specerijen en kruiden. Isombol vlucht naar zijn schuilplaats, gevolgd door Johan, Merlijn en Ithys. In de grot presenteert Bahaal Isombol de rekening voor zijn falen. Wanneer Bahaal ook met Johan en Merlijn wil afrekenen stapt Ithys naar voren, ze trekt haar masker af… Het is Galaxa herself die Bahaal wegjaagt. Het drietal verlaat snel de grot, die met een luide knal explodeert. Terug in Offir vinden ze Khan Kevin terug, als een gebroken man. Merlijn besluit dan ook een tijdje als zijn raadsman te zullen dienen. Het goede heeft gelukkig maar weer eens gezegevierd over het kwade!

Een extra lang verhaal met Biddeloo’s favoriete ingrediënten. We worden getrakteerd op Merlijn, Galaxa en Bahaal. Allerlei intriges afgewisseld met keiharde actie. Dit album was lang geleden al een van mijn favoriete albums, welnu het is het nog steeds. Het heeft na al die jaren nog niets van kracht ingeboet. Wie er destijds snel bij was kon de eerste druk kopen in een speciale tas met toernooispel en poster. Weer zo’n leuk hebbedingetje!
Het tekenwerk is van uitzonderlijk hoog niveau, Biddeloo was klaarblijkelijk trots op zijn 100 ste rode ridderverhaal!

Encyclopedie

Personages

101. De scharlaken brigade

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1982

Samenvatting

We vinden Johan langs de rand van een uitgestrekt woud, waar hij op weg is naar de nabijgelegen stad Zabriz. Voordat Johan daar arriveert heeft hij een ontmoeting met een vreemde vrouw, die hem op weg helpt naar de stad en hem waarschuwd voor de Rifka's, de kwaadaardige bosdwergen die in het woud leven. Nog voordat hij haar meer kan vragen is ze verdwenen, en is hij genoodzaakt zijn tocht verder te zetten.

Voor Johan wordt het een drukke dag, want al gauw ontmoet hij ook nog enkele mensen uit de stad die offers brengen aan de goede woudfee Awura, en zij blijkt ook de verschijning te zijn die Johan eerder ontmoette. Ook de Rifka's worden kort toegelicht. Na deze aanvullende informatie over de plaatselijke flora en fauna komt plots een groot aantal ruiters aanrijden; De Scharlaken Brigade. Deze beschermers van vrede en rechtvaardigheid van de streek tonen meteen hun moed en kunde als een onvoorzichtig jongetje zich voor de aanstormende paarden begeeft. Ook de woudfee Awura draagt bij tot een goede afloop.

Na deze introductie van de hoofdrolspelers gaat Johan op zoek naar onderdak in de stad. Tegenlijkertijd wordt Awura overvallen in het woud door de kwaadaardige Rifka's, maar Johan is niet in de buurt om haar te helpen. Eenmaal in de stad ontmoeten we de overige karakters: provoost Gillian, vertegenwoordiger van het koninklijk gezag, met zijn gevangene Drjen, een gevaarlijke hoofdman van de plaatselijke roversbende. Ook York en Muulsh, de twee alchemisten die we eerder zagen zijn weer van de partij.

Rode draad is de reis die de provoost moet maken naar de havenstad Mogador, om daar zijn gevangene te berechten. Maar de reis zal hen dwars door de zwarte zandvlakte voeren, waar de Mingouls, een oorlogszuchtige stam nomaden, de scepter zwaaien. De Scharlaken Brigade kan de reis niet begeleiden, zonder Zabriz onbewaakt te laten. De provoost besluit daarop om met een omweg door het woud te reizen, en Johan biedt zich aan als begeleider van het reisgezelschap. Ook York en Muulsh zullen meereizen. De kerkerwagen, een soort rijdende gevangenis, zal hun vervoermiddel zijn. De Scharlaken Brigade is wel in staat om voor een escorte zorgen tot aan het woud.

De reis blijkt er een vol gevaren. We noemen de Rifka's, de Mingouls en tenslotte maken we kennis met de kornuiten van Drjen, die plannen smeden om hem te bevrijden tijdens de reis. Allen hebben het voorzien op ons reisgezelschap, dat onder bewaking van de brigade voorlopig zorgeloos kan reizen. Wat volgt is een afwisseling van aanvallen van rovers en de Mingouls, maar die aanvallen worden vooralsnog afgeslagen omdat de brigade in de buurt is.

als ze het woud bereiken ontdekt Johan een gewonde Rifka, die hem op de hoogte brengt van het lot van Awura. Zij is gevangen genomen door de Rifka's, die de macht over het woud willen. Daarop besluit Johan om haar te gaan bevrijden, en hij trekt het woud in. De Rifka's slagen er ondertussen in om het woud tot leven te brengen, en de moordlustige flora heeft het al snel voorzien op ons reisgezelschap. Drjen weet te onstnappen, maar lang kan hij niet van zijn vrijheid genieten als hij met zijn rovers door het woud wordt gereduceerd tot potgrond. Na halsbrekende toeren en dankzij de brouwsels van York en Muulsh weet Johan de woudfee Awura te redden, en zij herstelt de rust in het woud en verdrijft de Rifka's.

Daarna bereikt de kerkerwagen weer de zandvlakte.Wat volgt zijn wederom schermutselingen met enkele overgebleven rovers, en de grote finale met de Mingouls. Net als de kerkerwagen dreigt te worden overmeesterd verschijnt de Scharlaken Brigade ten tonele en vaagt de nomaden van de kaart. Provoost Gillian heeft er zijn buik vol van, en dient zijn ontslag in. Hij zal verder in dienst treden als lijfwacht van York en Muulsh. De Rode Ridder zal met de kerkerwagen terugreizen naar Zabriz.

Het uitgangspunt van dit verhaal is klassiek: een bont gezelschap gaat met een gemeenschappelijk doel op reis (een queeste), waarbij het hoofd moet worden geboden aan talrijke obstakels en vijanden. Het is ook niet het eerste RR-album waar van dit uitganspunt gebruik wordt gemaakt. Ook veel boeken en strips in het fantasy-genre maken gebruik van dit gegeven. Ik noem bijvoorbeeld de boeken van Tolkien (De Hobbit en In de ban van de Ring) en Robert Jordan (eerste delen van de Wheel of Time-cyclus), en strips als Tyndall en Storm.

Maar waar deze voorbeelden meerdere delen nodig hebben om het verhaal te vertellen, wordt in de Scharlaken Brigade het verhaal er in een noodvaart doorheen gejaagd. Het resultaat laat zich raden. Wat wil je ook met zoveel karakters in een enkel album? Een opsomming: De Scharlaken Brigade, Provoost Gillian, Rovershoofdman Drjen, de roversbende, de Rifka's, De Mingouls, York en Muulsh, Awura en tenslotte Lori de wagenmenner.

Het kernprobleem van het verhaal is dat het op twee benen hinkt. Enerzijds is er het fantasy-achtige verhaal van de woudfee Awura en haar krachtmeting met de Rifka's. Aan de andere kant is er de "serieuze" verhaallijn van de scharlaken brigade die de stad Zabriz moet beschermen tegen de wrede mingouls en de roversbende van Drjen. Daar doorheen probeert men een verhaal te weven van de reis van Provoost Gillian, Johan en Lori, waarbij York en Muulsh weer meedoen om het amusementsgehalte nog wat op te voeren. Met zoveel gegevens kan niets worden uitgediept, en blijft het een oppervlakkig en onsamenhangend geheel. Met name de verhaallijn van Awura en de Rifka's lijkt geheel overbodig. Ook de tegenstelling tussen de fantasy- en de "serieuze" verhaallijn werkt storend.

Enkele andere punten bij dit album:

  • De motieven van de Rifka's komen niet verder dan het "vernietigen van de vijanden der bosdwergen". De verhaallijn van Awura en de Rifka's had beter in een apart album gepast.
  • Het hele idee achter de omweg door het woud is om de Mingouls te ontwijken. Hoe kan het dat op het moment dat de kerkerwagen het woud verlaat de gehele macht der Mingouls in een hinderlaag ligt?
  • Een hele pagina wordt er besteed aan de vrouwelijke wagenmenner Lori. Vervolgens zien we haar het hele verhaal nauwelijks meer.
  • Gelukkig valt het verhaal niet helemaal als een kaartenhuis in elkaar, omdat men er toch in slaagt de verhaallijnen op sommige punten bij elkaar te laten komen (Als bijvoorbeeld woudfee Awura de Brigade waarschuwt voor de hinderlaag).
  • Ook goed is het tekenwerk van Biddeloo, die op dat moment nog mooie figuren weet neer te zetten die anatomisch correct zijn, en die de actie goed weergeven. (Al zijn de vrouwen in dit stadium allemaal kopieën van elkaar).
  • Natuurlijk is het niet eerlijk om zomaar een vergelijking te trekken tussen tolkien en dit verhaal van de RR. Het is juist de charme van de strip dat grootse avonturen in een beperkt aantal pagina's worden meegemaakt. Meester van ingewikkelde verhaallijnen blijft Vandersteen, die dit feilloos beheerst in de eerste verhalen van de Rode Ridder (neem bijvoorbeeld eens een album als Noodkreet uit Cambor). Biddeloo kan ook veel beter.

Encyclopedie

Personages

102. De Maagdenburcht

Algemene informatie

Tekeningen

Scenario

Uitgiftejaar

1982

Samenvatting

Bij het vallen van de avond rennen twee kinderen, zus en broer, angstig door het grote woud. Ze zijn op de vlucht voor de Ghüüls. Plots doemt er voor hen een grote schaduw op en ze zetten het op een gillen. De rode ridder wil hen duidelijk maken dat ze geen schrik hoeven hebben maar ze zijn reeds verder gevlucht. Terwijl Johan zicht afvraagt wat de kinderen zo schrik aanjaagt komen er lelijke wezens uit de stuiken. Zijn paard wordt angstig en waarschuwt op deze manier Johan voor de verraderlijke aanval. De Ghüüls duiken op Johan in maar met een paar zwaaien van zijn zwaard weet hij ze uit te schakelen. Zijn nieuwsgierigheid is aangewakkerd en hij vraagt zich af waar die wezens vandaan komen en waarom ze de kinderen achterna zaten. Hij zet sporen naar het dorp iets verder op en hoopt dat de kinderen; Kathia en Yoni, hem meer kunnen vertellen. Ondertussen hebben de kinderen het dorp reeds bereikt, een groep gewapende mannen staan hen op te wachten, waaronder hun ongeruste vader. Iedereen vlucht naar binnen als de rode ridder het dorp nadert. Wanneer die door het dorp rijdt is er geen teken van leven meer te bespeuren. Hij klopt op verschillende deuren, maar ze blijven allemaal gesloten. De aanwezigheid van de mensen is enkel duidelijk door rook die uit de schoorsteen komt. Hij vraagt zich af waarom de mensen zich zo verbergen, en tegelijkertijd valt zijn oog op een imponerende burcht. Johan die antwoorden wil op zijn vragen en een slaapplaats nodig heeft zet zijn weg verder richting de burcht. De moeder van Kathia en Yoni vraagt of ze de ridder zijn hulp niet zouden inroepen, maar haar man vreest het ergste, in zijn eentje zou Johan de verschrikking in de Maagdenburcht nooit kunnen overwinnen, men zou hem nooit meer terug zien.
Bij de burcht aangekomen ziet Johan een hoorn hangen, op welke bezoekers moeten blazen om hun komst te melden. Hoewel hij uit alle macht blaast krijgt hij geen geluid uit de hoorn. Toch gaat de ophaalbrug omlaag. Dit alles wakkert de nieuwsgierigheid van Johan nog meer aan en hij rijdt het kasteel binnen. Tot zijn verbazing is er geen leven op het binnenplein te bespeuren. Ineens gaat dicht bij hem een toorts branden. Johan betreedt het kasteel en naarmate hij verder gaat ontbranden steeds meer toortsen die zijn weg verlichten. Johan vraagt zich af of het de bedoeling is hem de weg te tonen of hem in een valstrik te lokken. In de ridderzaal aangekomen ziet hij een ruim gedekte tafel, iemand blijkt in de stoel te zitten. De gedaante rijst op en een vrouw spreekt hem aan. Ze zegt dat de meeste bezoekers op de vlucht slaan maar dat Johan stalen zenuwen lijkt te hebben. Johan dankt haar voor het compliment en vraagt haar zich voor te stellen. Haar naam is Abigaïl, haar voorouders hebben eeuwenlang de Maagdenburcht bewoond, maar zij is 1 der laatste telgen van het geslacht. Ze kan zich voorstellen dat Johan uitleg wenst over de vreemde verschijnselen bij zijn aankomst. Johan vraagt of ze meer kan vertellen over de Güüls, de monsterlijke wezens uit het woud, en waarom de dorpsbewoners zo angstig zijn. Tijdens hun gesprek komt er een andere gedaante geruisloos de trappen af. Abigaïl zegt dat ze het bestaan van de wezens niet ontkent, maar ze er nooit één gezien heeft. De angst van de dorpsbewoners wijt ze aan bijgeloof. Ze vertelt hem ook dat zij, net zoals er mensen zijn die gedachten kunnen lezen of toekomst voorspellen, voorwerpen kan verplaatsen of doen ontbranden. Bij deze woorden maakt ze een handgebaar en een schaal vat vuur. Johan is hiervan onder de indruk en zegt dat hij kan begrijpen dat dat mensen afschrikt. Woont zij daardoor misschien helemaal alleen? Abigaïl vertelt hem dat ze niet helemaal alleen woont, maar met haar zus Aylill, welke plots op de trappen verschijnt en haar zus verwijt dat ze te loslippig is en haar gebied naar haar kamer te gaan. Abigaïl gaat hier tegenin, Aylill moet zo streng niet zijn, tenslotte heeft de verdwaalde ridder recht op wat gastvrijheid. Aylill stemt toe en biedt Johan een drankje aan. Onopvallend laat ze enkele korrels in de beker vallen, maar Johan ziet het. Hij beslist van niets te laten merken en te doen of hij drinkt. Op dat ogenblik gaat er een oorverdovend geluid door het kasteel. Johan kan het gedreun haast niet uithouden, het lijkt dwars door zijn hoofd te gaan. En dan, even plots als het geluid begonnen is, lijkt het gestopt te zijn. De zussen verklaren dit gebeuren aan Johan. Lang geleden zou het gebied door een vallende ster zijn getroffen, de krater diende als fungering voor het bouwen van de burcht. Af en toe brengen onstabiele grondlagen een gerommel voort.
In het dorp hebben ook Kathia en Yoni, alsook hun ouders het gerommel gehoord. Het is wakker en heeft honger verklaart Kathia. Hun moeder vraagt zich af of Johan nog in leven is, hun vader vreest dat als hij nog leeft, dat niet meer voor lang zal zijn.
Op de Maagdenburcht veinst Johan een toenemende vermoeidheid, de 2 zussen denken dat hun plan geslaagd is en roepen de güüls. Aylill draagt hen op Johan naar de meester te brengen want die heeft het hongersignaal laten horen. De güüls slepen de bewustenloze Johan door de gangen. Uit een donkere gang komt er echter een oude vrouw tevoorschijn, ze strompelt met geheven hand naar Johan en mompelt een paar onverstaanbare woorden, waarin een waarschuwing weerklinkt. Ze wordt weggejaagd door een ghüül en verdwijnt in de kerkergang. Waar de oude vrouw Johan wilde voor waarschuwen is hem al snel duidelijk als hij de gruwel aan het plafond van het gewelf ziet hangen. Omgeven door kleverige webben hangt het rare wezen. De rode ridder rukt zich los van de ghüüls die hem naar het monster toe duwen en gaat ze te lijf met zijn zwaard. Aan het plafond slaat het wezen, Urmürmürr, elke beweging van onze held gade. Plotseling trommelt het monster met zijn poten tegen zijn gepantserde lichaam. Dit blijkt het oorverdovende geluid voort te brengen dat hij al eerder hoorde en versuft valt Johan neer. Net als 1 van de ghüüls hem een genadestoot wil toebrengen springt de oude vrouw voor Johan en red zo zijn leven. De dood van de oude vrouw wekt een grote woede bij Johan op. Hij gaat terug in de aanval. Ondertussen hebben Abigaïl en Ayllil de roep van hun meester gehoord en haasten ze zich naar de kerkers.
Johan hoort hen aankomen en beseft dat hij moet vluchten, hij gooit eerst nog een brandende toorts naar het monster en probeert zich al vechtend een weg uit het kasteel te maken. Het dikke web rond Urmürmürr vat snel vlam en het monsterinsect dienst achteruit. Door een handgebaar van Aylill gaan de vlammen uit en is het monster gered. Abigaïl veroorzaakt op haar beurt een vlammenzee rond de rode ridder. Veel keuze blijft er voor hem niet meer over, of hij verbrand levend in de vlammenzee, of hij springt in het ongewisse. Johan komt behouden neer in op een trap, waarom Abigaïl het gewelf boven hem laat instorten. Gelukkig raakt Johan veilig door de vallende stenen door. Hij beseft dat hij zin paard moet vinden en vluchten voor ze hem te grijpen hebben.
In het dorp merkt men op dat er tumult is in de burcht. Gunnar, de vader van Kathia en Yoni besluit om Johan te hulp te snellen, hij roept de rest van de bevolking op maar niemand komt opdagen, waarop hij dan maar dapper alleen vertrekt. Vanop zolder zien Yoni en Kathia hun vader vertrekken en vluchten ze ook het huis uit om hun vader bij te staan in de strijd.
Inmiddels houdt Johan de strijd met de ghüüls aan, tot hij bij een glasraam komt dat uitgeeft op het binnenplein, waar zijn paard staat. Hij waagt zijn kans en springt door het raam. De ghüüls blijven Johan op de hielen zitten maar deze weet zich te weren met zijn zwaard, hij bestijgt zijn paard en vlucht de burcht uit. Met haar toverkracht laat Abigaïl de ophaalbrug omhoog gaan, maar Johan waagt het er op en maant zijn paard tot een wanhopig sprong. Ze komen in de slotgracht terecht, De güüls worden er op uit gestuurd om er zeker van te zijn dat de rode ridder niet ontkomt. Zijn paard wordt getroffen maar Johan ontsnapt. De güüls stuiten echter op Kathia en Yoni. Kathia wordt gevangen genomen en Yoni willen ze doodslaan. Gelukkig komt Johan net op tijd en weet hij de güüls uit te schakelen. Als hij de kinderen tot rust wil brengen is hij zich niet bewust van de ghüül in het struikgewas die hem met een speer wil uitschakelen. Plots weerklinkt een kreet. De ghüül valt neer met Gunnars bijl in de rug. Het viertal gaat terug naar het dorp waar Johan het volledige verhaal over de burcht krijgt. Lang geleden was het een welvarend dorp, tot op een dag dat er een ster neerkwam. Deze had een grote krater in de aarde geslagen. Niemand kon toen vermoeden welk kwaadaardig leven de ster had meegebracht. De leenheer besloot op de plek des onheils een burcht te bouwen, het werk vorderde snel en de maagdenburcht rees op. Op een nacht veranderden alle bewoners op de burcht een afschuwelijke verandering, ze veranderden in ghüüls. Hun inborst werd zo lelijk als hun uiterlijk. Eén enkele man wist te ontkomen, Robar, maar die werd gek. Volgens Robar huisde er een monster in de kerkers, dat monster zou de oorzaak zijn van alle onheil. Abigaïl en Aylill waren jongen vrouwen uit het dorp, zij hadden vrijwillig de kant van het monster gekozen, in ruil voor de diensten krijgen zijn hun bijzondere gaves. Johan denkt dat Robar kan helpen om het monster te verslaan, en wil hem opzoeken. Als ze naar buiten gaan staan een groep dorpelingen aan de deur, ze vragen Johan om hulp en bieden hem een geldbuideltje aan. Als man van eer wil Johan dit niet aanvaarden, hij wil de bewoners helpen, het enige dat hij van hen wil is hun hulp. Met hun allen gaan ze naar Robar, waar ze zien dat de voordeur opengebroken is. Binnen ligt Robar tussen alle gebroken huisraad op de grond met een ernstige hoofdwonde. Hij is dodelijk getroffen maar de klap heeft hem wel terug bij zijn gezond verstand gekregen en vertelt, net voor hij sterft, zijn verhaal. Het monster voedt zich met de levenskracht van zijn slachtoffers die ineens heel oud worden. Hiervoor verkoos het jonge vrouwen en meisjes, die gaven minder verzet dan de mannen. Robar had de bevolking willen waarschuwen en het monster had zijn geest overspoeld van angstgevoelens, waardoor hij krankzinnig werd.
Johan stelt samen met de dorpelingen een plan op om Urmürmürr te vernietigen.
Ondertussen in de burcht vertelt het monster de 2 boosaardige zussen dat Robar gedood is, maar de rode ridder nog steeds leeft. Het wil Johan zo snel mogelijk dood gezien het op korte termijn nog veel meer voedsel zal gaan nodig hebben. Achter in het web zien Abigaïl en Aylill een hoop larven hangen. Het monsterras moet zich over de wereld verspreiden. Aylill beseft dat hen een onaangenaam lot staat te wachten als Urmürmürr hen niet meer nodig heeft, maar ze kan niet tot Abigaïl doordringen. Ze maakt haar eigen plannetje en gaat Johan opzoeken. De dorpelingen en onze ridder hebben reeds alle voorbereidingen voor hun plan gemaakt. In afwachting van de aanval wil hij de burcht bespieden. Aylill heeft het dorp bereikt en stelt haar plan voor, Gunnar vertrouwt het niet maar Johan wil haar uithoren. Ze vertelt dat daglicht fataal is voor Urmürmürr, dat ze de burcht moeten aanvallen voor het donker wordt. Ze maken hun weg naar de burcht, Johan heeft rekening gehouden met de mogelijkheid dat Aylill hen beduvelt en alle nodige werktuigen mee om hun eigen plan uit te voeren. Boven op de kantelen van de burcht kijkt Abigaïl toe. Ze tracht hen tegen te houden door een vlammenzee, wat elke nadering tot de burcht onmogelijk maakt. Aylill gaat in de tegenaanval en laat de kantelen instorten. Dat wordt Abigaïl fataal. Bij haar dood dooft ook het vuur rondom de burcht en de dorpelingen zetten de bestorming van het kasteel in. Een groep valt de güüls aan en een groep steekt de gracht over op een vlot, ze maken een bres in de buur, onder het wateroppervlak. Dat zal ervoor zorgen dat de schuilplaats van Urmürmürr overstroomt. Terwijl de kerkers volstromen vecht Johan verder mee tegen de güüls die zich steeds meer en meer terug trekken. Het water bereikt een hoge stand en sleurt Urmürmürr en zijn larven mee de diepte in. Aylill wil zeker zijn dat haar meester dood is en gaat dichterbij het water. Plots springt Urmürmürr het water uit en grijpt Aylill en sleurt haar mee het water in. Johan duikt hen achterna, en keer op keer plant hij zijn zwaard in het reusachtig insect, tot het water bloedrood kleurt. Met zijn laatste energie grijpt hij Aylill en brengt haar terug naar de oppervlakte, ze is echter van ouderdom gestorven, in zijn laatste levensminuten heeft het monster haar nog van haar leven beroofd. Op dat ogenblik beginnen de gewelven in te storten. Iedereen rent voor zijn leven, de overzijde van de slotgracht bereikt kijkt iedereen naar de burcht, die niet meer is dan een hoop rokende puin. Gunnar is dolgelukkig dat ze verlost zijn van het kwade, maar Johan wijst hem om de larven van het monster, het is niet uitgesloten dat deze de overstroming en instorting overleefd hebben. Maar die larven zouden al vlug voedsel nodig hebben en er was niemand meer om hen dat te bezorgen. Alle mannen keren opgelucht terug naar het dorp, waar de vrouwen en kinderen in spanning op de terugkeer zitten wachten. In het dorp heerst een enorme vreugde, en als Gunnar Johan wil bedanken voor alles blijkt dat deze in de drukte onopgemerkt verdwenen is. Met een laatste blik op de maagdenburcht rijdt Johan zijn volgende avontuur tegemoet.

Ik vond dit een zeer goed verhaal, het was spannend, en boeiend. De enige spoiler is dat Urmürmürr een reuze insect uit de ruimte bleek te zijn dat de kracht had om mensen van gedaante te veranderen, krankzinnig te maken of speciale krachten te geven. Voor een album van dit kaliber kon KB toch beter doen dan een grote rups.

Encyclopedie

Personages

Subcategorieën

Pagina 10 van 27